ECLI:NL:RBZWB:2026:8246

ECLI:NL:RBZWB:2026:8246

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 02.290787.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Bewezenverklaring handel in cocaïne en MDMA. Veroordeling tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.290787.23

Parketnummers TUL: 02.254024.22; 20.000148.23

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 augustus 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2026. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie mr. P. Emmen heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 11 maart 2023 tot en met 8 februari 2024 samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne en/of MDMA.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feit.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld worden de bewijsmiddelen uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vast staat dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode de gebruiker is geweest van het [telefoonnummer 1] en [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte) van het [telefoonnummer 2] . Ook staat vast dat verdachte in die periode de gebruiker is geweest van een Renault Twingo met [kenteken 1] en een Renault Twingo met [kenteken 2] .

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een aantal weken heeft gedeald in de harddrugs cocaïne en MDMA.

Op de telefoon van verdachte zijn talloze WhatsAppberichten aangetroffen tussen verdachte en de medeverdachte, alsmede met andere WhatsAppcontacten. Uit deze berichten blijkt inderdaad dat verdachte heeft gehandeld in cocaïne en MDMA. Ten aanzien van de duur van de pleegperiode stelt de rechtbank op basis van deze WhatsAppgesprekken vast dat verdachte heeft gedeald vanaf 27 juli 2023. Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte hiermee al voor deze datum bezig was, dus zal hem hiervan partieel vrijspreken.

Uit de WhatsAppgesprekken leidt de rechtbank ook af dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. Daarbij had ieder een eigen rol. Verdachte verstuurde prijslijsten met beschikbare verdovende middelen naar WhatsAppcontacten en de medeverdachte deelde de afleveradressen met verdachte. De medeverdachte heeft daarbij meerdere keren tegen verdachte gezegd wat er afgeleverd moest worden en verdachte heeft daarbij ook regelmatig om bevestiging gevraagd of er “jos” (verdovende middelen) moest worden afgeleverd. Verder heeft verdachte meerdere keren aan de medeverdachte bevestigd wat hij had afgeleverd en welk geldbedrag hij daarvoor had ontvangen. Daarnaast blijkt uit gesprekken dat verdachte diverse malen aan de medeverdachte heeft gevraagd om nieuwe “jos” of “jossies” te maken, waarop deze steeds instemmend heeft geantwoord. Dit duidt op het gereedmaken of verpakken van cocaïne voor de verkoop. Ook hebben zij daarbij besproken dat verdachte moest onthouden wat hij had weggedaan en dat ze straks alles zouden uitrekenen. Dat er tussen hen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking leidt de rechtbank verder af uit hun onderlinge communicatie, waarin zij hebben gesproken over “nieuwe ladingen”, “samen rijk worden” en “dat zij professioneler te werk moeten gaan voortaan, anders gaan ze echt klanten verliezen”.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte van 27 juli 2023 tot en met 8 februari 2024 samen met een ander heeft gehandeld in cocaïne en MDMA.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode 27 juli 2023 tot en met 8 februari 2024 te [plaats] , gemeente Altena en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ruim een half jaar lang samen met een ander gedeald in de harddrugs cocaïne en MDMA. Verdachte vormt door zijn handelen een onmiskenbare schakel in de productie, de uiteindelijke verkoop en het gebruik van harddrugs. Hij heeft daarmee ook een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, waardoor schade en overlast voor de samenleving ontstaan. De straathandel in drugs leidt in de samenleving ook tot overlast en gevoelens van onveiligheid. Daarnaast wordt door drugs de gezondheid ernstig bedreigd en leiden drugs veelal, direct of indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Dat is ook de reden dat op dergelijke feiten zware straffen zijn gesteld.

De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting geven voor het met enige regelmaat op straat dealen van harddrugs gedurende zes tot twaalf maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden als uitgangspunt, in geval van een ‘first offender’.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij weliswaar niet eerder is veroordeeld voor het dealen in harddrugs maar wel meermaals voor andersoortige feiten.

Hoewel de rechtbank het verdachte kwalijk neemt dat hij zijn rol heeft geminimaliseerd, beschouwt de rechtbank verdachte niet als een grote speler in het criminele drugscircuit. Ook is er sprake van duidelijke pieken en dalen in de frequentie waarin er gedurende de bewezenverklaarde periode is gedeald. Verder houdt de rechtbank er bij het bepalen van de straf rekening mee dat zij een kortere periode bewezen verklaart dan aan verdachte is ten laste gelegd. Daar komt bij dat de rechtbank ook rekening zal houden met een overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgerond. De redelijke termijn is aangevangen op 8 februari 2024, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit betekent dat er tot aan het vonnis sprake is van een overschrijding van zeven maanden. Met al deze omstandigheden zal de rechtbank in strafverlagende zin rekening houden.

De medeverdachte is bij vonnis van 27 mei 2026 door deze rechtbank veroordeeld voor het dealen in harddrugs voor een periode van bijna een jaar tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk zijn opgelegd. Alle voornoemde omstandigheden meegewogen, is de rechtbank van oordeel dat voor verdachte eenzelfde straf passend is, waardoor de rechtbank afwijkt van de oriëntatiepunten en de eis van de officier van justitie. Dit maakt ook dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

De rechtbank zal derhalve aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De onder verdachte in beslag genomen telefoon van het merk Samsung (omschrijving: PL2000-2023243978-2689374) wordt verbeurdverklaard. Deze telefoon is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat het bewezen feit met betrekking tot deze telefoon is begaan.

De teruggave

Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen telefoon van het merk Google Pixel (omschrijving: PL2000-2023243978-2689374) wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte. Niet is gebleken dat het bewezen feit met betrekking tot deze telefoon is begaan.

8. De vordering tenuitvoerlegging

02.254024.22

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 maart 2023 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen. De rechtbank constateert dat verdachte in de onderhavige hoofdzaak het onvoorwaardelijke strafdeel al tijdens het voorarrest heeft uitgezeten en dus op dit moment niet terug de gevangenis in hoeft. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zeven dagen om te zetten in een taakstraf. Verdachte zal derhalve in de gelegenheid worden gesteld om een taakstraf van 30 uur te verrichten in plaats van het uitzitten van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

20.000148.23

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van veertig uur die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 december 2023 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:

* 1 STK GSM (omschrijving: PL2000-2023243978-2689362);

- gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten:

* 1 STK GSM (omschrijving: PL2000-2023243978-2689374);

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 22 maart 2023 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02.254024.22 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 7 dagen;

- gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door een taakstraf van 30 uren;

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij arrest van 11 december 2023 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 20.000148.23 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een taakstraf van 40 uren;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. M. Koek, voorzitter, en mr. P.E. van Althuis en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 augustus 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij in of omstreeks 11 maart 2023 tot en met 8 februari 2024 te [plaats] ,

gemeente Altena en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1

Wetboek van Strafrecht )

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. drs. M. Koek
  • mr. P.E. van Althuis
  • mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen

Griffier

  • mr. S.B.H. van Overveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand