RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 12092268 \ VV EXPL 26-11
Vonnis in kort geding bij vervroeging van 5 maart 2026
in de zaak van
STICHTING ALWEL,
te Roosendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: Alwel,
gemachtigde: Stichting Alwel,
tegen
[bewindvoerder] B.V., IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN [huurder],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in kort geding van 16 februari 2026 met 22 producties;
- de producties 23 en 24 van Alwel;- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2. De feiten
Alwel verhuurt sinds 6 februari 2025 de woning aan [adres] (hierna: de woning) aan [huurder].
In de periode van juli 2025 tot en met februari 2026 heeft Alwel veelvuldig klachten ontvangen van omwonenden over geluidsoverlast, geuroverlast, intimidatie, bedreiging en vernielingen van gemeenschappelijke voorzieningen. Alwel heeft [huurder] hier meerdere keren over aangeschreven, heeft een huisbezoek afgelegd en heeft [huurder] uitgenodigd voor een laatste kans gesprek.
Op 11 december 2025 heeft [huurder] een addendum op de huurovereenkomst ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt en waarin onder meer is opgenomen dat Alwel bij een volgende overtreding onmiddellijk tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zou overgaan.
Nadat Alwel opnieuw meldingen van omwonenden ontving waarin werd gemeld dat er verschillende incidenten hadden plaatsgevonden en dat de situatie verder was geëscaleerd, heeft Alwel [huurder] op 9 februari 2026 in gebreke gesteld en rechtsmaatregelen aangekondigd.
3. Het geschil
Alwel vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de bewindvoerder te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen 8 dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de proceskosten.
Alwel legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] ernstig en toerekenbaar tekort schiet in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Alwel stelt dat er sprake is van ernstige overlast en dat de leefbaarheid en veiligheid van het wooncomplex hierdoor ernstig wordt aangetast. Alwel heeft [huurder] meerdere kansen geboden maar dit heeft niet mogen baten. De overlast neemt juist steeds ernstigere vormen aan.
De bewindvoerder refereert zich aan de beslissing van de kantonrechter.
4. De beoordeling
Alwel heeft een spoedeisend belang
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of Alwel ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Alwel stelt dat zij een spoedeisend belang bij de vordering heeft omdat zij een verantwoordelijkheid heeft naar de omwonenden die aanspraak hebben op een rustig woongenot en een rustige leefomgeving waarin zij verstoken blijven van overlast zoals door [huurder] is veroorzaakt.
De kantonrechter overweegt dat de overlast, die niet betwist is, ernstig is. Gezien de ernstige aantasting van de leefbaarheid binnen het wooncomplex en de veiligheid van omwonenden is de kantonrechter van oordeel dat van Alwel niet gevergd kan worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Alwel heeft dus een spoedeisend belang bij haar vordering.
De bewindvoerder moet de woning ontruimen
De stellingen van Alwel zijn niet weersproken. De kantonrechter overweegt dat de door Alwel gestelde overlast een dermate ernstige tekortkoming in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen is dat naar verwachting een ontbinding van de huurovereenkomst in de bodemprocedure gerechtvaardigd zal worden geacht. Van Alwel kan niet worden verlangd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten, ook omdat [huurder] ondanks waarschuwingen en een laatste kans gesprek de overlast niet heeft gestaakt. De vordering tot ontruiming van de woning zal dan ook bij wijze van voorlopige voorziening worden toegewezen.
De bewindvoerder moet de proceskosten betalen
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.013,02
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter als voorzieningenrechter:
veroordeelt de bewindvoerder om binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze niet het eigendom zijn van Alwel, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan Alwel;
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.013,02, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Noort en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.