ECLI:NL:RBZWB:2026:8291

ECLI:NL:RBZWB:2026:8291

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer C/02/451477 / HA RK 26-156 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/451477 / HA RK 26-156

beslissing van 24 augustus 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

[verzoeker] ,

verzoeker.

1. Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:

 de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met procedurenummer 12281473 OV26-2022,

 het wrakingsverzoek en de aanvulling daarop, beide ontvangen via e-mail op 17 augustus 2026,

 het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 19 augustus 2026.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Speekenbrink (hierna: de rechter), optredend als kantonrechter in de bovengenoemde hoofdzaak. Dit verzoek berust op de gronden zoals die door verzoeker uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek en de aanvulling daarop, beide van 17 augustus 2026.

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3. De gronden van het wrakingsverzoek

Verzoeker legt aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat hij er niet op vertrouwt dat de rechter volledig van zijn zaak op de hoogte is. In dat kader voert hij aan dat de griffie weigert hem alle stukken te geven en weigert hem te woord te staan totdat op 24 augustus 2026 de coördinator van de griffie weer aanwezig is. Volgens verzoeker heeft hij geen verweerschrift van zijn mentor ontvangen, heeft hij evenmin een uitnodiging voor de zitting in de hoofdzaak van 7 september 2026 ontvangen en kan hij zich daardoor niet goed op deze zitting voorbereiden.

4. De beoordeling

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoeker aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoeker geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.

Uit de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak volgt dat de op de zaak betrekking hebbende stukken aan verzoeker zijn toegezonden. Daarbij bevindt zich ook de uitnodiging voor een zitting in de hoofdzaak op 7 september 2026 bij verzoeker thuis, met daarin de naam van de rechter. De wrakingskamer kan niet uit de stukken opmaken dat de reactie van verzoekers mentor op het verzoekschrift in de hoofdzaak, en alle bijlagen bij een eerder verzoekschrift tot instelling van mentorschap aan verzoeker zijn toegezonden. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat verzoekers vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Er bestaat namelijk geen aanleiding om aan te nemen dat de rechter deze stukken buiten beschouwing laat, of dat zij verzoeker geen gelegenheid zal geven daarop te reageren. De omstandigheid dat verzoeker pas op 24 augustus 2026 weer contact kan opnemen met de coördinator van de griffie geeft geen aanleiding voor het oordeel dat hij niet in de gelegenheid wordt gesteld om zich goed op de zitting in de hoofdzaak voor te bereiden.

De wrakingskamer zal gelet hierop het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaren. Om die reden laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

5. De beslissing

De wrakingskamer:

 verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;

 bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met procedurenummer 12281473 OV26-2022 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.

Deze beslissing is genomen op 24 augustus 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Leppens en mr. Marsé, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. ing. Peters

Griffier

  • mr. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand