RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/451602 HA RK 26-161
beslissing van 24 augustus 2026
in de zaak van
mr. Combee
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de strafzaak met kenmerk 02-243592-25 tegen:
[persoon]
(gemachtigde: mr. J.H.E.M. Kersemaekers).
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 21 augustus 2026.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.
2. Het verschoningsverzoek
De rechter heeft aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat zij op 17 december 2025 als politierechter een medeverdachte als medepleger van één van de ten laste gelegde feiten heeft veroordeeld.
3. Het wettelijk kader
Op grond van artikel 517, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van het Sv.
4. De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 24 augustus 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van Kralingen en mr. Van de Sande, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.