ECLI:NL:RBZWB:2026:843

ECLI:NL:RBZWB:2026:843

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 02-071660-25 en 16-238608-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

veroordeling voor witwassen door bankrekening ter beschikking te stellen aan en pakketjes op te halen voor criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige bankhelpdeskfraude, oftewel oplichten van met name oudere vrouwen door zich telefonisch voor te doen als bankmedewerkers en zogenaamd geld veilig te stellen. De keten van handelingen, waaronder het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het aanmaken van e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het versturen van WhatsApp-berichten en e-mails met daarin betaallinks en afspraakbevestigingen naar de aangevers, het plaatsen van bestellingen bij webshops en het klaar hebben staan van mensen die de bestelde pakketjes gaan ophalen, duidt op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Ophalen van bestelde pakketjes en het ter beschikking stellen van een bankrekening zijn dus essentiële schakels in de bankhelpdeskfraude, maar bijdrage van verdachte is van onvoldoende gewicht voor oplichting in vereniging.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-071660-25 en 16-238608-24 (ttz. gev)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 februari 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[woonadres] ,

raadsman mr. S.J.F. van Merm, advocaat te Maastricht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3, 5, 6, 10, 12 en 13 november 2025, waarbij de officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

Op dezelfde zittingsdagen zijn inhoudelijk behandeld de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (02/165966-23 en 02/016557-24), [medeverdachte 2] (02/187364-23), [medeverdachte 3] (02/187965-23), [medeverdachte 4] (02/155746-23), [medeverdachte 5] (02/111677-23) en [medeverdachte 6] (02/111537-23).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 3 november 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen:

parketnummer 02-071660-25

in de periode van 22 februari 2023 tot en met 6 april 2023 personen heeft opgelicht door

middel van bankhelpdeskfraude, dan wel een bedrag van € 20.108,96 heeft witgewassen;

parketnummer 16-238608-24

in de periode van 24 februari 2023 tot en met 20 maart 2023 personen heeft opgelicht door

middel van bankhelpdeskfraude, dan wel een bedrag van € 7.604,98 heeft witgewassen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van onder beide parketnummers primair ten laste gelegde feiten en verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken. Verdachte heeft enkele malen een pakketje opgehaald bij MediaMarkt. Hiermee kon hij snel en makkelijk geld verdienen. Ook heeft hij zijn bankrekening (eenmalig) ter beschikking gesteld om geld op te laten storten. Het enkel ophalen van pakketjes en het ter beschikking stellen van een bankrekening zijn bijdragen die van onvoldoende gewicht zijn om verdachte als medepleger van oplichting aan te merken. De oplichting was bovendien op het moment van het ophalen van de pakketjes in juridische zin al voltooid.

De verdediging bepleit voorts vrijspraak van het subsidiair impliciet tenlastegelegde opzetwitwassen. Verdachte wist niet dat de pakketjes betaald waren met geld dat door oplichting was verkregen.

De verdediging refereert zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde schuldwitwassen aan het oordeel van de rechtbank. Wel dient partiële vrijspraak te volgen van de ten laste gelegde bedragen van € 7.604,98 (parketnummer 16-238608-24) en

€ 20.108,95 (parketnummer 02-071660-25). Er kan hoogstens worden vastgesteld dat verdachte € 11.400,96 voorhanden heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

Algemeen

De zaak gaat over een omvangrijke bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn honderden meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast Rabobank, ABN AMRO en ING hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan.

De politie is strafrechtelijk onderzoek “Lawrencium” gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 306 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [verdachte] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.

Modus operandi

Uit het dossier Lawrencium blijkt dat in een groot aantal gevallen van de ten laste gelegde bankhelpdeskfraudes sprake is van eenzelfde modus operandi. Deze modus operandi was de volgende.

De aangevers waren steeds ouderen, met name vrouwen, variërend in de leeftijd van 60 tot en met 90 jaar. Zij werden gebeld met een gespooft of anoniem telefoonnummer. Degene die belde, deed zich voor als medewerker van de fraudeafdeling van de bank en stelde zich voor onder een alias ( [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] ). Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat er een verdachte transactie op hun rekening had plaatsgevonden of dat was geprobeerd geld van hun rekening af te halen en dat de bank hen wilde helpen om het geld terug te vorderen danwel veilig te stellen. Daarbij werd veelal de naam van [persoon 1] , al dan niet in combinatie met België, gebruikt als degene naar wie het geld zou worden overgemaakt.

De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en soms doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. Tijdens het gesprek ontvingen de aangevers e-mails of WhatsApp-berichten met daarin (vaak via Marktplaats gegenereerde) betaallinks. Deze e-mails waren afkomstig van een e-mailadres, waarin de naam van de bank in combinatie met “fraudeafdeling” werden gebruikt. De aangevers werden verzocht om op die betaallinks in de e-mails te klikken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee de bedragen terugvorderden en/of veiligstelden. In werkelijkheid verrichtten zij zelf betalingen. De aangevers werden vervolgens verzocht om de volgende dag met een bepaalde code naar het dichtstbijzijnde filiaal van de bank te gaan, waar de bankmedewerker voor hen een afspraak had gemaakt om het geld terug te krijgen. De aangevers ontvingen van deze afspraak per e-mail een bevestiging met het adres van het filiaal waar de afspraak gepland stond. Op het moment dat de aangevers zich bij de bank meldden, bleek er helemaal geen afspraak te zijn.

De rechtbank beschouwt bovenstaande modus operandi als de basiswerkwijze, waarbij zij constateert dat in bepaalde periodes, binnen het tijdsbestek waarin deze 306 aangiftes zijn gedaan, op een andere manier hieraan invulling is gegeven. De rechtbank bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat op sommige momenten pinpassen fysiek werden opgehaald waarmee werd gepind, dat op andere momenten gebruik werd gemaakt van de app Anydesk, of geld werd overgemaakt naar Online Payments Foundation, of met het geld bestellingen werden geplaatst bij online webshops. Zo werd een periode lang besteld bij Megekko en Dyson, een periode lang bij Arts & Craft en een periode lang bij Amazon en MediaMarkt. In meerdere gevallen werd aan de aangevers ook een persoonlijke code doorgegeven, bestaande uit een aantal letters met daarachter hun geboortedatum. De code begon vaak met het woord ‘Thylon’.

Betrokkenheid [verdachte]

De rechtbank stelt vast dat meerdere verdachten ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] ,

[medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ) betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde oplichting en komt nu toe aan de bespreking van de wijze waarop en de mate waarin [verdachte] betrokken is geweest bij de bankhelpdeskfraude.

[verdachte] heeft op zitting bekend dat hij pakketjes heeft opgehaald bij MediaMarkt in opdracht van anderen en dat hij deze vervolgens heeft afgestaan. Hij heeft daarmee geld verdiend. Hij heeft voor ieder opgehaald pakketje € 150,- gekregen. Hij is in ieder geval bij vestigingen van MediaMarkt in Heerhugowaard, in Leeuwarden en, samen met [persoon 2] , in Utrecht geweest. Hij heeft [persoon 2] ook twee keer pakketjes voor hem laten ophalen. De pakketjes werden alleen meegegeven aan de persoon van wie de naam die op het pakket stond overeenkwam met het legitimatiebewijs. Ook heeft hij zijn bankrekening ter beschikking gesteld, zodat daar geld op kon worden gestort. Hij heeft van die bankrekening ook geld gepind. Hij wist niet dat de pakketjes met geld afkomstig van oplichting waren betaald en dat het geld dat op zijn bankrekening werd gestort ook van oplichting afkomstig was.

De telefoon van [verdachte] is onderzocht. Hierin stonden chatberichten met ene “ [alias 5] ”, van wie de rechtbank vaststelt dat dit [medeverdachte 4] betreft. Van [alias 5] kreeg [verdachte] diverse opdrachten. Tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] werden ook Marktplaats betaalverzoeken en betaallinks heen en weer gestuurd met een omschrijving: “annulering”, en er werd gevraagd om handelingen te doen op crypto.com of SwissBorg.

In zijn telefoon stonden ook chatberichten met ene “ [alias 6] ” en ook gevoerde chatgesprekken over “ [alias 7] ”, van wie de rechtbank vaststelt dat dit [medeverdachte 5] betreft. Uit onder meer deze chatgesprekken - en een geluidsfragment op de telefoon van [verdachte] - blijkt dat

[medeverdachte 5] op meerdere data in rechtstreeks contact staat met [verdachte] en daarin opdrachten geeft, zoals:

“Zorg dat jullie klaarstaan (…) Blijf daar. Blijf Heerhugowaard. Tot ik je zag als je moet bewegen. We zijn daar nu op bezig. Heb je QR ontvangen? Je moet race (…) Die man wordt wantrouwig. Die vis. Zie die bestelling is opgehaald. Heerhugowaard staat ook op jouw naam. (…) Blijf appen met me”

“Doe je kankercapuchon af en haal je foto weg. Er staat popo voor MediaMarkt”

“1 deze dagen lekkere doekoe. (…) Heb zelf ook gedaan. (…) Ik ging proefkonijn. (…) “Fiks allemaal mensen die willen”

“Pak 150 voor jezelf en geeft Turk 150. En bewaar de rest. (…) Geef het door even aan [alias 5] ”

“Ik stuur jou met hun omdat ik je kan vertrouwen”

“Ik betaal jou wat hij hem geeft”

“100 K vandaag; gisteren 35 K”

In lijn met bovenstaande chats, blijkt uit de bankafschriften van beide BUNQ rekeningen van [medeverdachte 5] dat er in dezelfde periode ook daadwerkelijk betalingen worden verricht aan diverse rekeningen in gebruik bij [verdachte] .

Medeplegen oplichting

4.3.5.1. Juridisch kader

Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

4.3.5.2. Het oordeel van de rechtbank

Bij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. De in het kader van deze oplichting te verrichten handelingen duiden op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het aanmaken van

e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het versturen van WhatsApp-berichten en e-mails met daarin betaallinks en afspraakbevestigingen naar de aangevers, het plaatsen van bestellingen bij webshops, het klaar hebben staan van mensen die de bestelde pakketjes gaan ophalen en het contant opnemen van geld, zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.

In de gehele keten van voornoemde handelingen, was het uiteindelijke doel om geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een zeer nauw, chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar.

De rechtbank kan op basis van het dossier niet méér vaststellen dan dat [verdachte] bestellingen bij MediaMarkt heeft opgehaald voor [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld aan anderen. Op die bankrekening werd geld afkomstig van gevoerde oplichtingsgesprekken overgemaakt. Hoewel het ophalen van bestelde pakketjes en het ter beschikking stellen van een bankrekening essentiële schakels zijn in de bankhelpdeskfraude, is de bijdrage van [verdachte] in dit geval, in zowel materiële als intellectuele zin, van onvoldoende gewicht geweest om hem te kunnen aanmerken als medepleger van oplichting. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van de onder 1 primair ten laste gelegde feiten (in beide parketnummers).

Medeplegen witwassen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetwitwassen, zoals onder beide parketnummers impliciet subsidiair ten laste is gelegd. Uit chatgesprekken blijkt dat hij wist dat de bestellingen die hij in opdracht van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij MediaMarkt moest ophalen met geld afkomstig van oplichting waren betaald en dat het geld dat op zijn bankrekening werd gestort ook van oplichting afkomstig was.

De rechtbank zal hierna eerst ingaan op de zaken waarvan zij [verdachte] partieel zal vrijspreken. Daarna zal de rechtbank overwegen in welke zaken zij wel tot een bewezenverklaring komt.

Vrijspraken

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] partieel van de volgende zaaksdossiers dient te worden vrijgesproken:

[aangever 1] (zaak 72)In deze zaak is de transactie tijdig tegengehouden door de bank.

[aangever 2] (zaak 138)In deze zaak kan niet worden vastgesteld dat [verdachte] de pakketjes heeft opgehaald.

Bewezenverklaringen

De rechtbank komt in de volgende zaaksdossiers tot een bewezenverklaring:

[aangever 3] (zaak 124);

[aangever 4] (zaak 136);

[aangever 5] (zaak 140);

[aangever 6] (parketnummer 16-238608-24);

[aangever 7] (parketnummer 16-238608-24).

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] (al dan niet samen met [persoon 2] ) de bestellingen heeft opgehaald, in opdracht van anderen.

Wel zal de rechtbank [verdachte] van een aantal bedragen ten aanzien van deze vijf aangevers partieel vrijspreken.

[aangever 5] en [aangever 7]

Met het geld van de rekening van aangeefster [aangever 5] (zaak 140) zijn twee bestellingen gedaan bij MediaMarkt. Het gaat om een bestelling van € 1.958,99 en een bestelling van € 1.369,-. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor betrokkenheid van [verdachte] bij de tweede bestelling van € 1.369,-.

Op basis van het dossier kan in de zaak van [aangever 7] alleen worden vastgesteld dat er een bestelling is gedaan van € 1.877,-.

De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van een “geldbedrag”.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnummer 02-071660-25

subsidiair

in de periode 22 februari 2023 tot en met 4 maart 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

parketnummer 16-238608-24

subsidiair

in de periode 2 maart 2023 tot en met 20 maart 2023 te Bennebroek, Wageningen, Hoorn, Heerhugowaard en/of Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast vordert zij een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt bij een bewezenverklaring een (deels voorwaardelijke) taakstraf van hoogstens 100 uren op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn jonge leeftijd, de beperkte rol die verdachte ten opzichte van de medeverdachten heeft gehad, het feit dat verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen, het – op een overtreding na – blanco strafblad van verdachte en het tijdsverloop.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen. Hij heeft pakketjes opgehaald bij MediaMarkt die via internet waren besteld en die waren betaald met geld dat door bankhelpdeskfraude was verkregen.

Witwassen heeft een ontwrichtende werking op de reguliere economie, omdat investeringen en uitgaven worden gedaan met geld dat oorspronkelijk afkomstig is uit criminele activiteiten. Daardoor wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aangetast. Het maakt bovendien dat misdaad en de daaruit verkregen opbrengst loont. Verdachte heeft bij het plegen van het delict alleen oog gehad voor zijn eigen financiële situatie en dat rekent de rechtbank hem aan.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 25 september 2025,

waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 23 juli 2025. Hieruit blijkt dat verdachte ten tijde van de strafbare feiten instabiliteit kende op diverse leefgebieden. Hij had geen baan, geen inkomen en geen stabiele thuissituatie. Hij heeft tot zijn achttiende te maken gehad met jeugdzorg. Zijn ouders konden, onder andere door verslavingsproblematiek, niet voor hem zorgen. Hij woonde daardoor bij zijn stiefvader, met wie hij geen goede band had. Verdachte heeft zijn leven inmiddels (weer) op orde en maakt plannen voor de toekomst. Hij woont bij zijn (ex-)schoonouders die zich over hem ontfermen en is op zoek gegaan naar werk. Hij is sinds de strafbare feiten niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Omdat het risico op recidive als laag wordt ingeschat en interventies en toezicht niet nodig worden geacht, wordt geadviseerd aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Toepassing van het volwassenenstrafrecht

Ten tijde van de gepleegde strafbare feiten was [verdachte] 18 jaar. Het uitgangspunt bij strafoplegging is toepassing van het volwassenenstrafrecht bij volwassen verdachten. Artikel 77c Sr vormt een uitzondering op deze hoofdregel en voorziet in de mogelijkheid om een verdachte te veroordelen overeenkomstig de bepalingen uit het jeugdstrafrecht, als de rechter daartoe aanleiding ziet in de daar genoemde gevallen.

De reclassering heeft over de toepassing hiervan overwogen dat zij niet kan adviseren of toepassing van het jeugdstrafrecht wenselijk is. De onderhavige verdenking heeft twee jaar geleden plaatsgevonden, waardoor zij zich geen goed beeld meer kan vormen over de handelingsvaardigheden van [verdachte] op dat moment. Ook kunnen zijn ouders niet worden geraadpleegd, omdat hij geen contact meer heeft met hen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om ten aanzien van [verdachte] het jeugdstrafrecht van toepassing te verklaren. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden, nu interventies of toezicht niet nodig worden geacht. De rechtbank overweegt voorts dat

pedagogische beïnvloeding thans niet meer aan de orde is. Conform het uitgangspunt zal dan ook het volwassenenstrafrecht worden toegepast.

Overschrijding van de redelijke termijn

In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond

met een eindvonnis binnen vierentwintig maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is

behandeld.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van bijzondere omstandigheden die zijn gelegen in het aantal verdachten, de omvang van het politiedossier en het groot aantal aangiftes. Het onderzoek Lawrencium betreft een zevental verdachten en heeft betrekking op grootschalige bankhelpdeskfraude, waarbij ruim 300 aangiftes zijn onderzocht. Aan sommige verdachten is ook deelname aan een criminele organisatie, het voorhanden hebben van leads, het misbruiken van identificerende gegevens en computervredebreuk ten laste gelegd. De processen-verbaal van politie omvatten duizenden pagina’s en er zijn vele vorderingen – al dan niet door tussenkomst van de bank – ingediend van slachtoffers die schadeloos gesteld willen worden. Gelet op de verwevenheid van de verschillende dossiers was gelijktijdige behandeling daarvan onontkoombaar. Het groot aantal procespartijen heeft er mede toe bijgedragen dat het afstemmen van de agenda’s ten behoeve van het plannen van de inhoudelijke behandeling, langer heeft geduurd dan gebruikelijk, zonder dat daarvan overigens aan procespartijen een verwijt kan worden gemaakt.

De verdenking tegen verdachten is ontstaan als resultaat van het koppelen van aangiftes aan diverse gebruikte aliassen en aan onder andere onderzoek aan inbeslaggenomen gegevensdragers zoals telefoons. Van deze telefoons zijn omvangrijke datasets veilig gesteld en nader onderzocht. Diverse raadslieden hebben, herhaaldelijk, een groot aantal onderzoekswensen ingediend die voornamelijk betrekking hadden op het horen van aangevers en het horen van medeverdachten als getuigen. De rechtbank heeft uiteindelijk een regiezitting gehouden en op een later moment schriftelijk op die onderzoekswensen beslist. De rechtbank acht vanwege al deze bijzondere omstandigheden een redelijke termijn van 30 maanden voor de zaken van alle verdachten in Lawrencium gerechtvaardigd.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijk termijn moet worden gesteld op 26 maart 2025, de dag dat de eerste dagvaarding is betekend, nu hij daaraan in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Tot aan dit vonnis is nog geen periode van 30 maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn niet is overschreden.

Strafoplegging

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, bezien in het licht van de straffen die in vergelijkbare zaken doorgaans worden opgelegd, en de rol van verdachte in het geheel, is de rechtbank van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is. Hiermee zal verdachte een stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) een strafbaar feit pleegt.

Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf opleggen voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht.

7. De vordering van de benadeelde partij

Algemene uitgangspunten en overwegingen

Zesendertig benadeelde partijen, waaronder ABN AMRO, ING en Rabobank, hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Met het oog op de overzichtelijkheid heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen in een Excel-bestand verwerkt. Dit Excel-bestand is als bijlage III aan dit vonnis gehecht. De namen van de benadeelde partijen en de bijbehorende zaaknummers staan vermeld in kolom C en B. In kolom A staat vermeld wie de vordering heeft ingediend (de bank of de individuele rekeninghouder). De benadeelde partijen hebben de bedragen gevorderd die zijn vermeld in kolom D. Alle benadeelde partijen hebben tevens de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Materiële schade

Rabobank heeft zich zelf gevoegd als benadeelde partij in deze procedure en een vordering tot schadevergoeding ingediend. Deze vordering houdt verband met de schadeloosstelling van zijn klanten die slachtoffer zijn geworden van de bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de bank zelf heeft uitgevoerd na meldingen van fraude door zijn klanten.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

De verdediging heeft primair bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat er geen sprake is van een rechtstreekse schade, nu sprake is van witwassen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering te matigen en niet hoofdelijk toe te wijzen.

Hoewel verdachte niet zelf degene is geweest die zich voordeed als bankhelpdeskmedewerker, is het bewezenverklaarde witwassen gepleegd om het geld buiten het bereik van de benadeelde partij te kunnen brengen. Verdachte vormde hierbij een belangrijke en onmisbare schakel, nu hij de bestelde goederen bij MediaMarkt heeft opgehaald. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er dan ook voldoende verband tussen het witwassen en de geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte jegens de bank onrechtmatig is geweest. Door betaallinks aan te maken voor individuele rekeninghouders, om zo een betaling in gang te zetten door de bank met het oog op een oplichting van deze rekeninghouders, is in strijd gehandeld met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De bank heeft gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit vergoeding door de bank van de geldbedragen die zijn ontvreemd. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de bank te vergoeden.

De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vordering van de bank toewijzen die zien op de zaaksdossiers waar verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokkenheid bij heeft gehad en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank is er daarbij vanuit gegaan dat, daar waar de bank een lager bedrag heeft gevraagd, het meerdere inmiddels is geretourneerd, waardoor het geen schade (meer betreft). De bedragen zijn vermeld in kolom F van bijlage III.

De rechtbank zal daarnaast de gemaakte onderzoekskosten van de bank toewijzen (kolom H van bijlage III). De bank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per dossier redelijk en zal verdachte dan ook (drie keer) veroordelen tot betaling van deze bedragen aan de bank.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij de toe te wijzen vordering van Rabobank.

De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in dit geval niet passend. De rechtbank ziet geen aanleiding de kosten van inning via de schadevergoedingsmaatregel af te wentelen op de Staat. Rabobank is een professionele organisaties die goed in staat kan worden geacht zelf de incasso van de toegewezen vordering ter hand te nemen. Met de toewijzing van de vordering is de aansprakelijkheid van de verdachte immers een gegeven. Eventueel staat hem daarbij de mogelijkheid van lijfsdwang via artikel 585 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten dienste. Bovendien zijn de voordelen voor de bank bij deze maatregel in het onderhavige geval relatief gering.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank zal ten aanzien van de benadeelde partij van wie de vordering geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, bepalen dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade. Deze data staan vermeld in kolom S van bijlage III.

De rechtbank zal ten aanzien van de gevorderde onderzoekskosten de wettelijke rente toewijzen vanaf de datum van onderhavig vonnis.

Proceskosten

Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat door het ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde witwassen (het ophalen van pakketjes bij MediaMarkt) telkens een oplichting (in vereniging) mogelijk is gemaakt. Het witwassen was daarmee ook een essentieel onderdeel van de bankhelpdeskfraude als geheel. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoeding hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders (die voor de oplichting zijn veroordeeld) is betaald, en andersom.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02-071660-25

subsidiair: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

Parketnummer 16-238608-24

subsidiair: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;

Benadeelde partij

Parketnummer 02-071660-25 - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van de in kolom F en kolom H van bijlage III genoemde bedragen aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente voor wat betreft de bedragen in kolom F vanaf de data zoals genoemd in kolom S van bijlage III tot aan de dag der algehele voldoening en voor wat betreft de bedragen in kolom H vanaf de datum van dit vonnis;- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in (het overige gedeelte van) de vordering, zoals vermeld in kolom J van bijlage III, en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter,

en mr. I.M.L. Felix en mr. P.E. van Althuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos en mr. D.W. Schalk, griffiers,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 februari 2026.

Bijlage I: De (gewijzigde) tenlastelegging

Parketnummer 02-071660-25

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2023 tot en met 6 april 2023,

te Arnhem, Groesbeek, Sprang-Capelle, Vlissingen, Den Burg, althans in Nederland

en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten),

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

- [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 3.327.99,

- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 3.189.99,

- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 6.892,98,

- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 1.915 en/of

- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 4.783 en/of

- Rabobank,

althans van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de (digitale)

gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van

deze bankrekening (en),

door zich (telkens) via de telefoon uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker

en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de

waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-

- er fraude en/of verdachte transacties plaatsvonden op de bankrekeningen van

voornoemde personen en/of er geld van de bankrekeningen van voornoemde

personen is/ wordt gepind,

- voornoemde personen veilig(er) zijn/haar bankzaken dient te doen en/of de

bankrekening en/of het geld van voornoemde personen geblokkeerd en/of

verzekerd en/of veiliggesteld moet worden,

- ( het hoofdkantoor van) de Rabobank, althans van een bank e-mails en/of een

whatsappbericht naar voornoemde personen stuurt waarin een link staat en dat

deze e-mails moeten worden geopend en/of voornoemde personen zijn/haar

bankapplicatie dienen te openen,

- voornoemde personen moeten inloggen op de internetbankierenaccount(s)

waartoe zij toegang hadden en het geld van de spaarrekening over moeten boeken

naar de betaalrekening zodat het geld veilig gesteld wordt en/of

- voornoemde personen de link moeten aanklikken en betalingen moeten

bevestigen met de random reader zodat het geld veilig gesteld wordt,

waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen (telkens) werd(en)

bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of

- vervolgens meerdere de bestellingen op te halen die middels voornoemde

handelingen zijn geplaatst bij onder andere de Mediamarkt en/of te laten bezorgen

op verdachte zijn adres en/of

- de betaling/het geld te (laten) overboeken op een rekening op naam van hem,

verdachte;

(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2023 tot en met 6 april 2023, te

Arnhem, Groesbeek, Sprang-Capelle, Vlissingen, Den Burg, althans in Nederland

en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen

(van) € 20.108,96, althans een groot geldbedrag, althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moesten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

(art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b

Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

Parketnummer 16-238608-24

hij, in of omstreeks de periode van 24 februari 2023 tot en met 20 maart 2023, te Bennebroek, Wageningen, Hoorn, Heerhugowaard en/of Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) €3.790,99 en/of- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) €3.813,99,

althans van enig (aanzienlijk/grote) geldbedrag(en) e/of de (digitale) gegevens van de

(internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en), door zich (telkens) via de telefoon uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en/of (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat – zakelijk weergegeven –

- er fraude en/of verdachte transacties plaatsvonden op de bankrekeningen van voornoemde

personen en/of er geld van de bankrekeningen van voornoemde personen is/ wordt gepind,

- voornoemde personen veilig(er) zijn/haar bankzaken dient te doen en/of de bankrekening en/of het geld van voornoemde personen geblokkeerd en/of verzekerd en/of veiliggesteld moet worden,

- ( het hoofdkantoor van) de Rabobank, althans van een bank e-mails en/of een WhatsApp

bericht(en) naar voornoemde personen stuurt waarin een link staat en/of dat deze e-mails moeten worden geopend en/of voornoemde personen zijn/haar bankapplicatie dienen te openen,

- voornoemde personen moeten inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe zij toegang hadden en/of het geld van de spaarrekening over moeten boeken naar de betaalrekening zodat het geld veilig gesteld wordt en/of

- voornoemde personen de link moeten aanklikken en/of betalingen moeten bevestigen met de random reader zodat het geld veilig gesteld wordt,

waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of vervolgens meerdere bestellingen op te halen die middels voornoemde handelingen zijn geplaatst bij onder andere de Mediamarkt;

(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1. Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in of omstreeks de periode van 24 februari 2023 tot en met 20 maart 2023, te Bennebroek, Wageningen, Hoorn, Heerhugowaard en/of Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) €7.604,98, althans een groot geldbedrag, althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)

was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moesten

vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) — onmiddellijk of middellijk — afkomstig was/ware uit enig misdrijf;

(art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?