ECLI:NL:RBZWB:2026:8438

ECLI:NL:RBZWB:2026:8438

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 02-273672-24 en 02-376903-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor poging tot zware mishandeling begaan tegen zijn levensgezel en veroordeling voor de voortgezette handeling van zware mishandeling, poging tot zware mishandeling en mishandeling. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een gedragsbeperkende maatregel inhoudende een contact- en locatieverbod. Benadeelde partij en beslag.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-273672-24 en 02-376903-24 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

ingeschreven op het [woonadres] ,

raadsman mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 augustus 2026, waarbij de officier van justitie mr. I. Bouhdan en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging met parketnummer 02-273672-24 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

02-376903-24

heeft geprobeerd [aangeefster] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel haar heeft mishandeld, door met kracht in haar gezicht te slaan en/of te schoppen, tegen haar lichaam te duwen, haar vast te pakken, aan haar haren te trekken en/of bij haar keel te pakken.

02-273672-24

feit 1: al dan niet met voorbedachten rade, heeft geprobeerd [aangeefster] opzettelijk van het leven te beroven, dan wel haar zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, dan wel heeft geprobeerd haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door met een fles tegen haar hoofd te slaan;

feit 2: heeft geprobeerd [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel haar heeft mishandeld, door haar keel dicht te knijpen;

feit 3: [aangeefster] heeft mishandeld door met een scherp voorwerp in haar armen te snijden en met een steen tegen het lichaam te slaan.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van parketnummer 02-376903-24 acht de officier van justitie op grond van het dossier de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 02-273672-24 acht de officier van justitie de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot moord/doodslag niet wettig en overtuigend bewezen en verzoekt verdachte daarvan vrij te spreken. Op grond van het dossier acht hij de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling met voorbedachten rade wel wettig en overtuigend bewezen. Ook acht hij de onder feit 2 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en de onder feit 3 ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van parketnummer 02-376903-24 bepleit de verdediging vrijspraak, nu er sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van parketnummer 02-273672-24 bepleit de verdediging ten aanzien van alle drie de feiten primair vrijspraak. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, mede omdat de verklaring van verdachte geloofwaardig is en wordt ondersteund door het dossier. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat er sprake is van noodweer(exces), wat voor de ten laste gelegde mishandeling (feit 3) zou moeten leiden tot vrijspraak en tot ontslag van alle rechtsvervolging terzake feiten 1 en 2.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

02-376903-24

Feiten en omstandigheden

Op 17 mei 2024 heeft een geweldsincident plaatsgevonden in de woning van verdachte. Hoewel de verklaringen van verdachte en [aangeefster] uiteenlopen over wie met het geweld begon en hoe het incident verliep, stelt de rechtbank op grond van het dossier en de behandeling ter zitting vast dat verdachte [aangeefster] heeft vastgepakt en geduwd. Vervolgens heeft verdachte meerdere keren tegen het lichaam en gezicht van [aangeefster] geschopt, terwijl zij op de grond lag. Dit alles volgens verdachte om [aangeefster] uit zijn woning te verwijderen. Als gevolg hiervan heeft [aangeefster] letsel opgelopen.

Poging tot zwaar lichamelijk letsel en voorwaardelijk opzet

Naar het oordeel van de rechtbank levert het meermalen schoppen tegen het hoofd en lichaam een aanmerkelijke kans op dat die persoon als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel oploopt. Het hoofd is immers een kwetsbaar deel van het menselijk lichaam en de door verdachte tegen het hoofd uitgevoerde geweldshandelingen kunnen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Deze aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft verdachte, gelet op zijn handelen, bewust aanvaard. Daarbij merkt de rechtbank op dat ook al zou [aangeefster] enige rol hebben gehad in het incident en niet op eerste sommatie de woning van verdachte zou hebben verlaten, de gewelddadige reactie van verdachte buiten elke proportie is.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling.

02-273672-24

Feiten en omstandigheden

Op 25 augustus 2024 is [aangeefster] met haar partner, een vriendin en een collega naar de woning van verdachte gegaan om haar spullen op te halen nadat de relatie met verdachte was beëindigd. De collega van [aangeefster] wachtte bij de auto. De partner van [aangeefster] mocht van verdachte de woning niet in. [aangeefster] en een vriendin zijn de woning ingegaan. Op enig moment heeft verdachte de voordeur dichtgedaan en is [aangeefster] naar boven gegaan om haar kleding te pakken. Verdachte is haar naar boven gevolgd, waarna een geweldsincident tussen verdachte en [aangeefster] heeft plaatsgevonden. Ook bij dit incident lopen de verklaringen van [aangeefster] en verdachte uiteen over wie met het geweld begon en hoe het incident verliep.

Feit 1 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Feit 1 subsidiair

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank stelt op basis van het dossier en hetgeen tijdens de zitting is besproken vast dat verdachte meermalen met kracht met een fles tegen het hoofd van [aangeefster] heeft geslagen. Als gevolg hiervan heeft [aangeefster] letsel opgelopen, te weten meerdere vormen van hersenletsel en meerdere zwellingen en blauwe plekken op haar hoofd.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of dit letsel te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel. Volgens de Hoge Raad is de opsomming van zwaar lichamelijk letsel in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht niet limitatief en kan lichamelijk letsel ook als zwaar worden beschouwd indien dat letsel voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid (ECLI:NL:HR:2026:66). Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [aangeefster] aan te merken is als zwaar lichamelijk letsel. Haar letsel, zoals dat is omschreven door artsen, betreft vertaald naar normaal spraakgebruik ernstig hersenletsel. Zo had [aangeefster] een bloeduitstorting tussen de hersenvliezen met verplaatsing van de hersenen, meerdere kneuzingen van het hersenweefsel en beschadigingen van de zenuwvezels. De gevolgen van dit letsel zijn langdurig gebleken en [aangeefster] is tot op de dag van vandaag nog niet hersteld.

Opzet

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn gedragingen opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [aangeefster] . Verdachte heeft immers meermalen met een fles tegen het hoofd van aangeefster geslagen. Naar de aard en uiterlijke verschijningsvorm kunnen de gedragingen van verdachte niet anders worden opgevat dan als gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. [aangeefster] had een bloedende wond op haar hoofd, maar desondanks heeft verdachte zijn gewelddadige handelingen voortgezet.

Voorbedachten rade

Van voorbedachten rade is sprake als de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende aanknopingspunten volgen om vast te stellen dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. Het door verdachte binnenlaten van alleen de 66-jarige vriendin van [aangeefster] en niet ook haar partner, het dichtdoen van de voordeur, het volgen van [aangeefster] naar de bovenverdieping en het dichtdoen van de slaapkamerdeur, volgt naar het oordeel van de rechtbank niet evident dat verdachte planmatig te werk is gegaan. Tevens blijkt uit het dossier niet dat verdachte heeft gehandeld na kalm beraad en rustig overleg. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het handelen met voorbedachten rade.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling.

Feit 2

Op grond van het dossier en de verklaring van verdachte ter zitting stelt de rechtbank vast dat verdachte op 25 augustus 2024 de keel van [aangeefster] heeft dichtgeknepen. Dat dit dichtknijpen met kracht gebeurde, volgt onder andere uit het forensisch onderzoek. Daarin is omschreven dat in de hals van [aangeefster] meerdere huidverkleuringen zichtbaar waren. Bovendien heeft [aangeefster] verklaard dat zij bijna haar bewustzijn verloor.

Poging tot zwaar lichamelijk letsel en voorwaardelijk opzet

De rechtbank is gelet op voorgaande van oordeel dat er een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel door het dichtknijpen van de keel is ontstaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat het dichtknijpen van de keel zuurstofgebrek en daardoor hersenbeschadiging tot gevolg kan hebben. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de hals een kwetsbaar deel van het lichaam is, waarin zich belangrijke lichaamsonderdelen bevinden zoals (slag)aders, de luchtpijp en de slokdarm, die door het met kracht dichtknijpen van de keel beschadigd kunnen raken, hetgeen ook zwaar lichamelijk letsel op kan leveren. Deze wetenschap mag bij verdachte bekend worden verondersteld. Dit betekent dat verdachte door zijn handelen de aanmerkelijke kans dat zwaar lichamelijk letsel zou intreden, bewust heeft aanvaard.

Conclusie

Alles overwegend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling.

Feit 3

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 25 augustus 2024 [aangeefster] meermalen met een scherp voorwerp in haar arm heeft gesneden. Niet duidelijk is geworden met welk voorwerp verdachte [aangeefster] heeft gesneden. Echter blijkt uit de geneeskundige verklaring dat [aangeefster] verwondingen had aan haar handrug en rechterpols. Ook omschrijven getuigen dat [aangeefster] grote wonden op haar arm had en dat zij onder het bloed zat. Verbalisanten treffen [aangeefster] aan en zien dat zij veel bloed verliest en dat haar arm in doeken is gewikkeld. Tot slot zijn ook op de foto’s die bij de vordering benadeelde partij zijn gevoegd verwondingen aan de pols en handrug van [aangeefster] te zien, waarbij ook meerdere hechtingen te zien zijn.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.

Noodweer(exces)

De verdediging heeft ten aanzien van alle drie de feiten subsidiair betoogd dat sprake is geweest van noodweer dan wel noodweerexces. Een geslaagd beroep op noodweer heeft tot gevolg dat de wederrechtelijkheid, die in de tenlastegelegde mishandeling (feit 3) impliciet besloten ligt, niet kan worden bewezen. Daarom bespreekt de rechtbank het verweer hier.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte zich noodzakelijk heeft moeten verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanval/aanranding door aangeefster. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de verdediging aangevoerd dat [aangeefster] verdachte bij de keel heeft gegrepen en verdachte aanviel met een mes.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat er sprake was van een noodweersituatie. Bovendien acht de officier van justitie het door verdachte toegepaste geweld buitenproportioneel.

Voor noodweer is vereist dat de verdediging is gericht tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Van een ogenblikkelijke aanranding is ook sprake bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding. De enkele vrees/angst voor zo'n aanranding is daartoe echter niet voldoende. De gestelde aanranding moet in redelijkheid beschouwd, zodanig bedreigend zijn voor verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De verklaring van verdachte dat hij door [aangeefster] werd aangevallen met een of meer messen, vindt geen enkele steun in het dossier. Bovendien heeft verdachte daarover niet consistent verklaard, ook niet op zitting. Daartegenover staat de verklaring van [aangeefster] , die wel ondersteund wordt door het dossier. Het beroep op noodweer wordt daarom verworpen. Nu verdachte niet heeft gehandeld uit noodweer kan zich niet de situatie voordoen dat verdachte te ver is gegaan in die verdediging en dit brengt met zich mee dat ook het beroep op noodweerexces niet kan slagen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

02-376903-24 primair

op 17 mei 2024 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen (met kracht) die [aangeefster]

- tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of

geschopt (terwijl die [aangeefster] op de grond lag),

- tegen het lichaam heeft geduwd,

- het lichaam vast heeft gepakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

02-273672-24

feit 1 subsidiair

op 25 augustus 2024 te [woonplaats] aan [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een subduraal hematoom en

- een subarachnoïdale bloeding en

- contusiehaarden, verspreid door de hersenen en

- diffuse axonale eerstegraads schade en

- blauwe plekken en zwellingen op het hoofd

heeft toegebracht door meermalen met kracht met een fles op of tegen het hoofd van die [aangeefster] te slaan;

feit 2

op 25 augustus 2024 te [woonplaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, de keel van die [aangeefster] heeft dichtgeknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3

op 25 augustus 2024 te [woonplaats] [aangeefster] heeft mishandeld

door die [aangeefster] :

- meermalen met enig scherp voorwerp, in haar armen te snijden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. De rechtbank verwijst in dit kader naar hetgeen zij onder 4.3 heeft overwogen inzake het noodweer(exces)verweer.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 16 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering. Daarnaast vordert hij een contactverbod met aangeefster en een gebiedsverbod voor de straat waarin zij woont, [straat] ter hoogte van [huisnummers] , voor de duur van 5 jaar op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, waarbij per overtreding één week hechtenis kan worden opgelegd met een maximum van 6 maanden hechtenis. De officier van justitie verzoekt om deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt uitdrukkelijk geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en 38vmaatregel op te leggen, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De verdediging verzoekt een, eventueel stevige, taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de mogelijkheid tot een proeftijd van 3 jaar.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier zeer ernstige geweldsfeiten. Hij heeft [aangeefster] op 17 mei 2024 geslagen, vastgepakt en in haar gezicht geschopt, terwijl zij op dat moment een relatie met elkaar hadden. Vervolgens heeft verdachte op 25 augustus 2024 [aangeefster] (ernstig) letsel toegebracht door haar meerdere keren met een fles te slaan, met een scherp voorwerp te snijden en haar keel dicht te knijpen. Verdachte heeft zeer agressief en gewelddadig gedrag vertoond richting [aangeefster] . Zijn geweld is slechts gestopt door het om hulp schreeuwen van [aangeefster] en tussenkomst van anderen. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [aangeefster] . De gevolgen voor [aangeefster] waren groot en zij ondervindt ook nog steeds beperkingen als gevolg van de door verdachte gepleegde feiten. Ook heeft verdachte gevoelens van onveiligheid en onrust opgeroepen bij de omstanders. Dergelijke gewelddadige handelingen in een huiselijke sfeer zijn schokkend voor betrokkenen en getuigen. Dit blijkt ook uit getuigenverklaringen. Zo verklaren meerdere getuigen dat zij [aangeefster] hevig bloedend naar buiten hebben zien strompelen, waarna [aangeefster] in elkaar zakte en getuigen hun best moesten doen om [aangeefster] bij bewustzijn te houden. Bovendien is de zoon van verdachte tweemaal getuige geweest van (de gevolgen van) het geweld van zijn vader. Het slechte voorbeeld dat verdachte daarmee geeft, rekent de rechtbank verdachte ook zwaar aan.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een zoon voor wie hij alleen zorg draagt, nu de moeder is overleden. Daarnaast is de vriendin van verdachte zwanger. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij niet eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten.

Ook houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsadvies van 29 juli 2026. Volgens de reclassering heeft de problematische relatiedynamiek tussen verdachte en [aangeefster] meermaals tot escalaties binnen het gezin geleid, waar ook de zoon van verdachte onderdeel van was. De reclassering vindt het zorgelijk dat het geweld, dat ook door de zoon van verdachte op [aangeefster] zou zijn toegepast, niet door verdachte wordt afgekeurd. De escalaties hebben gezorgd tot meerdere zorgmeldingen bij Veilig Thuis. Ook vindt de reclassering het zorgelijk dat verdachte onderhavige zaken lijkt te bagatelliseren. Het ontbreekt hem aan probleembesef en kritisch reflectief vermogen. Hij kan geen moment benoemen waarin hij anders had kunnen handelen tijdens deze escalaties. Positief acht de reclassering dat de politie en Veilig Thuis in 2026 geen meldingen meer geregistreerd hebben die betrekking hebben op verdachte en [aangeefster] . Op de overige leefgebieden kent verdachte veelal stabiliteit. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De reclassering acht het noodzakelijk dat bij verdachte probleembesef wordt gecreëerd waarna hij middels behandeling handvatten aangeleerd krijgt om op een adequate en de-escalerende wijze met problemen in een (partner)relatie om te gaan. Verdachte heeft een nieuwe relatie waarbij veel veranderingen op komst zijn nu zijn partner zwanger is, beiden kinderen hebben uit eerdere relaties en zij op korte termijn naar verwachting gaan samenwonen. Middels toezicht kan het verloop van deze nieuwe gezinssituatie worden gemonitord.

De reclassering adviseert ook oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel met een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor de straat waar aangeefster woont. De reclassering adviseert daarbij dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

Overschrijding redelijke termijn van berechting

Een van de strafbare feiten heeft plaatsgevonden op 17 mei 2024, waarvoor verdachte op 13 juli 2024 is verhoord. Dit betekent dat de redelijke termijn is overschreden met ruim één maand. De rechtbank zal deze geringe overschrijding enigszins meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.

Strafoplegging

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met straffen die doorgaans voor dergelijke geweldsfeiten worden opgelegd en met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet hierop en op het gebrek aan inzicht bij verdachte, acht de rechtbank een taakstraf niet passend. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat met betrekking tot feiten onder parketnummer 0227367224 sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering zijn geadviseerd passend en geboden.

Ook legt de rechtbank een contact- en locatieverbod op, op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, ter voorkoming van belastend gedrag richting [aangeefster] . De rechtbank acht het van belang dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt of heeft met [aangeefster] en dat hij zich niet bij haar woning bevindt. De maatregel zal worden opgelegd voor de duur van twee jaar en bepaald wordt dat de duur van de vervangende hechtenis een week bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden. Van deze maatregel zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen tegen [aangeefster] .

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen fles waarmee verdachte [aangeefster] heeft geslagen, wordt verbeurd verklaard. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat het onder feit 1 subsidiair (02-273672-24) bewezen feit met behulp van dit voorwerp is begaan.

8. De vorderingen van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 7.000,00 voor het feit onder parketnummer 02-376903-24 en € 49.500,00 voor de feiten onder parketnummer 02-273672-24. Deze bedragen bestaan uit immateriële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Posttraumatische stressstoornis en depressieve stoornis (02-376903-24 en 02-273672-24)

De benadeelde partij vordert € 5.500,00 voor de psychische gevolgen van de incidenten onder beide parketnummers. Zij wenst het bedrag slechts één keer te verhalen op verdachte indien beide zaken bewezen worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een aantasting in de persoon in de vorm van lichamelijk en geestelijk letsel. Gelet op de omstandigheden die blijken uit het dossier en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een vergoeding van € 3.000,00 billijk. De rechtbank wijst dit toe onder parketnummer 02-273672-24, nu die gedragingen het meeste lichamelijke letsel hebben veroorzaakt en het psychisch letsel zullen hebben verergerd.

Lichamelijk letsel (02-273672-24)

De benadeelde partij vordert € 1.500,00 voor het lichamelijk letsel. De rechtbank acht dit bedrag van € 1.500,00 toewijsbaar, mede gelet op de ernst van het oogletsel.

Littekens (02-273672-24)

De benadeelde partij vordert € 4.000,00 voor de blijvende ontsierende littekens die zijn ontstaan naar aanleiding van de snijwonden aan de arm en de hand. De rechtbank acht de vergoeding van € 1.000,00 billijk. Gelet op het letsel is het aannemelijk dat er littekens zijn ontstaan bij de benadeelde, maar de huidige staat van de littekens is onvoldoende onderbouwd.

Hersenletsel (02-273672-24)

De benadeelde partij vordert € 40.000,00 voor de (waarschijnlijk) blijvende hersenschade. De rechtbank acht een bedrag van € 5.000,00 toewijsbaar, gelet op de concentratieproblemen en het feit dat benadeelde nog niet volledig is hersteld. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat recente medische informatie ontbreekt. Nader onderzoek hiernaar levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Conclusie

Dit betekent dat de rechtbank de door de benadeelde gevorderde schadevergoeding toewijsbaar acht tot een bedrag van € 1.500,00 voor parketnummer 02-376903-24 en € 9.000,00 voor parketnummer 02-273672-24 aan immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu de omvang van die schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in de vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 17 mei 2024 inzake parketnummer 02-376903-24 en 25 augustus 2024 inzake parketnummer 02-273672-24.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38v, 38w, 45, 56, 57, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair van parketnummer 02-273672-24 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

02-376903-24:

poging tot zware mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel;

02-273672-24:

de voortgezette handeling van:

feit 1: zware mishandeling;

feit 2: poging tot zware mishandeling;

feit 3: mishandeling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de Reclassering Nederland op het [adres] in [woonplaats] . Huisbezoeken kunnen onderdeel uitmaken van de meldplicht;

* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan diagnostiek en zich laat behandelen door [forensische zorgverlener 1] , [forensische zorgverlener 2] of een soortgelijke forensische zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start na aanmelding door de toezichthouder. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verdachte zijn psychosociaal functioneren. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Maatregel

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaren zich niet zal bevinden in de straat [straat] ter hoogte van [huisnummers] te [woonplaats];

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaren zich op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 1991;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden:

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Benadeelde partij

T.a.v. 02-376903-24

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 1.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 15 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

T.a.v. 02-273672-24

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 9.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 9.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 70 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:

* Drank fles goudkleurig (240825-732-706).

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter,

en mr. M.H.M. Collombon en mr. D. Fontein, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 september 2026.

De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

02-376903-24

hij op of omstreeks 17 mei 2024 te [woonplaats]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan zijn levensgezel [aangeefster]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen, althans eenmaal (met kracht)

die [aangeefster]

- in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of

geschopt (terwijl die [aangeefster] op de grond lag),

- tegen het lichaam heeft geduwd,

- het lichaam vast/op heeft gepakt,

- bij de haren heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren heeft getrokken

en/of

- bij de keel heeft gepakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 mei 2024 te [woonplaats]

zijn levensgezel, [aangeefster] ,

heeft mishandeld door die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal (met kracht)

- in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of

schoppen (terwijl die [aangeefster] op de grond lag),

- tegen het lichaam te duwen,

- het lichaam vast/op te pakken,

- bij de haren vast te pakken en/of (vervolgens) aan de haren te trekken en/of

- bij de keel te pakken;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van

Strafrecht )

02-273672-24

1

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een ander,

te weten [aangeefster] van het leven te beroven, die [aangeefster] meermalen met een fles, althans een hard en/of zwaar voorwerp tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 289 Wetboek van Strafrecht, artikel 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] aan [aangeefster] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een subduraal hematoom en/of

- een subarachnoïdale bloeding en/of

- contusiehaarden, al dan niet verspreid door de hersenen heen en/of

- diffuse axonale eerstegraads schade en/of

- blauwe plekken en/of zwellingen op het hoofd

heeft toegebracht door meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met een (glazen) fles, althans een hard en/of zwaar voorwerp, op en/of tegen het hoofd van die [aangeefster] te slaan;

(artikel 303/302 Wetboek van Strafrecht, artikel 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien en het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [aangeefster] meermalen met een fles, althans een hard en/of zwaar voorwerp tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht, artikel 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] , ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, de keel van die [aangeefster]

heeft dichtgeknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

(artikel 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, artikel 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] [aangeefster] heeft mishandeld

door de keel van die [aangeefster] dicht te knijpen;

(artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

3

hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te [woonplaats] [aangeefster] heeft mishandeld

door die [aangeefster] :

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans met enig scherp en/of hard

voorwerp, in haar armen te snijden en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een steen, althans met enig hard voorwerp,

tegen het lichaam te slaan;

(artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand