RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12004754 \ CV EXPL 25-6333
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
te ‘s-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: drs. [gemachtigde] namens Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De zaak in het kort
Enexis beheert in haar hoedanigheid van netbeheerder het openbare gas- en elektriciteitsnetwerk. Enexis stelt dat [gedaagde] in de periode van 6 februari 2024 tot 10 april 2024 energie heeft verbruikt op het [adres] in [plaats 2] , terwijl zij geen contract had met een energieleverancier. [gedaagde] heeft niet voor dit verbruik betaald. Enexis vordert een schadevergoeding voor het verbruik. De kantonrechter wijst deze vordering toe. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 november 2025 met de daarin genoemde stukken,- de conclusie van antwoord van 6 januari 2026 met de daarin genoemde stukken,- de conclusie van repliek van 4 februari 2026 met de daarin genoemde stukken,- de conclusie van dupliek van 2 maart 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
Enexis is een regionale netbeheerder, die onder andere in Noord-Brabant het openbare elektriciteits- en gasnetwerk beheert. Enexis is verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit en gas over het elektriciteits- en gasnetwerk en het aansluiten van afnemers op het openbare elektriciteits- en gasnetwerk. Daarnaast stelt Enexis aan afnemers een elektriciteits- en gasmeter ter beschikking om het gebruik te kunnen meten.
In de periode van 6 februari 2024 tot 10 april 2024 heeft [gedaagde] voor het [adres] in [plaats 2] energie afgenomen zonder dat zij een leveringsovereenkomst met een energieleverancier had. [gedaagde] heeft voor de aansluiting op energie, het transport van energie, het gebruik van de meetinstallatie en het gebruik van energie niets betaald.
Enexis heeft voor het gebruik van energie in de periode van 6 februari 2024 tot 10 april 2024 aan [gedaagde] een factuur met specificatie gestuurd met het verzoek om die te betalen.
Ondanks aanmaningen van Enexis heeft [gedaagde] de factuur niet volledig betaald.
4. Het geschil
Enexis vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.480,97, vermeerderd met rente en kosten. Enexis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig tegen haar heeft gehandeld of dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van haar, omdat zij gebruik heeft gemaakt van het energienetwerk van Enexis zonder daarvoor te betalen.
[gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen of tot matiging van de vorderingen van Enexis. [gedaagde] betwist de omvang en de kosten van het energieverbruik. Volgens [gedaagde] zijn die onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 1.480,97
Enexis vordert € 1.480,97 voor het gebruik van energie. Enexis baseert deze vordering op ongerechtvaardigde verrijking. De wet bepaalt dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking, als iemand zonder redelijke grond is verrijkt ten koste van een ander. In dat geval is degene die verrijkt is verplicht om de schade van de ander te vergoeden
Het staat vast dat Enexis energie heeft geleverd aan [gedaagde] zonder dat zij een vergoeding heeft ontvangen voor het verbruik van energie, de transport- en aansluitkosten en het gebruik van de meetinstallatie. Enexis is daardoor verarmd.
Daarnaast staat vast dat [gedaagde] daardoor is verrijkt. [gedaagde] heeft namelijk niet weersproken dat zij in de periode van 6 februari 2024 tot 10 april 2024 gebruik heeft gemaakt van energie aan [adres] in [plaats 2] zonder dat zij daarvoor betaald heeft.
Tussen partijen bestaat discussie over het bedrag waarvoor [gedaagde] verrijkt is en de schade van Enexis. Enexis stelt dat [gedaagde] € 1.480,97 moet betalen. Enexis heeft deze vordering onderbouwd met een specificatie die achter haar factuur zit. Daarin is gespecificeerd hoeveel energie [gedaagde] heeft verbruikt en welke kosten Enexis hiervoor in rekening brengt.
[gedaagde] heeft het door Enexis berekende verbruik betwist. [gedaagde] voert aan dat Enexis niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke meterstanden het door Enexis berekende verbruik is gebaseerd. Volgens [gedaagde] komt het door Enexis genoemde verbruik niet overeen met haar daadwerkelijke verbruik. Zij vergelijkt daarbij de factuur van Energie Direct met haar verbruik tot en met 5 februari 2024 met de factuur van Eneco met haar verbruik vanaf 10 april 2024. [gedaagde] stelt vast dat zij na februari 2024 geen excessief verbruik meer heeft gehad. Naar aanleiding van deze betwisting heeft Enexis gewezen op de eindmeterstanden in de factuur van Energie Direct en de beginmeterstanden in de factuur van Eneco. Het verschil tussen die meterstanden is het verbruik van [gedaagde] , dat op de factuur van Enexis is vermeld. Dit betreft het werkelijke verbruik van [gedaagde] , en niet een schatting van haar verbruik zoals [gedaagde] veronderstelt, daar op het leveringsadres zich een slimme meter bevindt. [gedaagde] heeft in de conclusie van dupliek niet onderbouwd waarom het door Enexis vastgestelde verbruik desondanks onjuist is. Enexis heeft het verbruik van [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter aldus voldoende onderbouwd.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat onduidelijk is hoe Enexis het door haar gevorderde bedrag heeft berekend, zodat zij de vordering niet kan controleren. In de conclusie van repliek heeft Enexis gewezen op de in de specificatie genoemde tarieven. Enexis heeft toegelicht dat zij voor deze tarieven aansluiting heeft gezocht bij de tarieven van de grootste energieleverancier in [plaats 2] . Enexis benadrukt ook dat de door haar gehanteerde tarieven in lijn liggen met de tarieven die [gedaagde] betaald heeft tijdens het contract met Energie Direct. [gedaagde] heeft deze uitleg over de berekening van het gevorderde bedrag niet weersproken.
Op basis van het bovenstaande gaat de kantonrechter uit van de correctheid van het door Enexis vastgestelde verbruik en de door haar berekende kosten. De kosten komen de kantonrechter ook niet onredelijk voor. [gedaagde] moet daarom aan Enexis € 1.480,97 betalen voor het verbruik van energie.
De wettelijke rente wordt toegewezen
Enexis heeft veroordeling van [gedaagde] gevorderd tot betaling van de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim, zijnde vanaf vijf dagen na de datum van haar laatste aanmaning. Zij verwijst daarbij naar productie 3. Daaruit blijkt dat de laatste aanmaning van 4 november 2024 is. In de brief staat echter ook dat Enexis de wettelijke rente berekent vanaf 10 juni 2024. Het is hierdoor voor de kantonrechter onduidelijk van welke aanvangsdatum Enexis uitgaat voor de wettelijke rente. Aangezien Enexis betaling van de wettelijke rente vordert, is het aan haar om ondubbelzinnig duidelijk te maken vanaf wanneer zij de wettelijke rente vordert. Doordat Enexis in de processtukken niet heeft onderbouwd dat en waarom de kantonrechter moet uitgaan van 10 juni 2024, gaat de kantonrechter uit van de datum vanaf vijf dagen na de laatste aanmaning. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 10 november 2024 tot de dag van betaling door [gedaagde] .
De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen
Enexis vordert vergoeding van een bedrag van € 222,15 voor de buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder de regels van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) nu de vordering niet gegrond is op een geldsom die voortvloeit uit een overeenkomst, een vaststellingsovereenkomst of een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Daarom zal de kantonrechter de gevorderde vergoeding beoordelen aan de hand van de richtlijnen uit het Rapport BGKintegraal, maar dan met de wettelijke tarieven die als redelijk worden gezien. Uit de omschrijving van Enexis blijkt niet dat kosten zijn gemaakt voor werkzaamheden die meer hebben omvat dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen en het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Deze werkzaamheden vallen onder de kosten die al in de proceskostenveroordeling zijn meegenomen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten van Enexis vergoeden
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,21
- griffierecht
€
385,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.047,71
Enexis kan het vonnis meteen ten uitvoer leggen
Enexis heeft gevraagd om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De kantonrechter zal dat doen. Dat betekent dat Enexis het vonnis meteen ten uitvoer kan leggen. [gedaagde] heeft aangegeven dat zij niet in staat is om de vordering van Enexis in een keer te voldoen. [gedaagde] stelt voor om € 75,00 per maand te betalen. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat zij daarvoor bij de gemachtigde van Enexis moet zijn. De kantonrechter heeft geen mogelijkheid om Enexis te verplichten om met een betalingsregeling in te stemmen.
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Enexis te betalen een bedrag van € 1.480,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 november 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.047,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.