ECLI:NL:RBZWB:2026:8470

ECLI:NL:RBZWB:2026:8470

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 02-184062-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor overtreding van artikelen 5 en 6 WVW (eendaadse samenloop) tot een taakstraf 80 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een rijontzegging van 268 dagen, met aftrek, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voor de overtreding van artikel 5 WVW wordt volstaan met schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-184062-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

raadsvrouw mr. A.C.M. Tönis, advocaat te Breda, waarnemend advocaat voor mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 augustus 2026, waarbij de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: op 14 juni 2025 een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (zwaar) lichamelijk letsel hebben opgelopen;feit 2: op 14 juni 2025 gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Voor wat betreft feit 1 kan worden uitgegaan van aanmerkelijke schuld door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit primair vrijspraak van feit 1, omdat er geen sprake is van enige vorm van schuld. Verdachte reed op een weg waar inhalen is toegestaan alwaar hij werd geconfronteerd met een onverwachte verkeerssituatie. Bovendien is niet vastgesteld hoe hard verdachte heeft gereden. Er kan daarom slechts worden gesproken van een inschattingsfout, zonder ernstige bijkomstige omstandigheden.

Subsidiair wordt aangevoerd dat ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, zodat verdachte daarvan partieel moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vaststaande feiten

De rechtbank stelt vast dat verdachte op de Gertrudisboulevard in Bergen op Zoom tijdens één inhaalmanoeuvre drie auto’s heeft ingehaald en een vierde auto wilde inhalen op het moment dat hij met die vierde auto in botsing kwam. De auto van verdachte kwam hierdoor tegen een boom tot stilstand.

De Gertrudisboulevard bestaat uit één rijbaan die door middel van een onderbroken as-markering is verdeeld in twee rijstroken bestemd voor verkeer van beide richtingen. Inhalen is derhalve toegestaan, zolang het verkeer hierbij niet wordt gehinderd.

De bestuurder van de vierde auto, [bestuurder], wilde op het moment dat verdachte haar inhaalde, links afslaan en had hiervoor haar richtingaanwijzer aan staan. Dit is bevestigd door het forensisch onderzoek. Eveneens blijkt uit het forensisch onderzoek en de camerabeelden dat verdachte met forse snelheid van ruim boven de 60 km per uur heeft gereden, terwijl ter plaatse een toegestane maximum snelheid van 50 km per uur geldt. Verdachte heeft niet gezien dat [bestuurder] afremde, haar knipperlicht aan had staan en links afsloeg naar een inrit.

Als gevolg van de botsing hebben vier inzittenden uit de auto van verdachte letsel opgelopen. [slachtoffer 1] , neefje van verdachte, heeft zijn rechter bekken en heup gebroken, [slachtoffer 2], zoon van verdachte, had een lichte hersenschudding, [slachtoffer 3], dochter van verdachte, had haar rechter pols gebroken en [slachtoffer 4], vriendje van [slachtoffer 2], had een bloedneus.

Feit 1

Om te beoordelen of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een moment van onoplettendheid in het verkeer hoeft nog geen dergelijke schuld op te leveren. Het rijgedrag van de verdachte moet voor het vaststellen van (de mate van) schuld worden afgezet tegen dat wat van de gemiddelde verkeersdeelnemer mag worden verwacht. Bij de vaststelling van de mate waarin de verdachte schuld aan het ongeval heeft, wordt onderscheid gemaakt tussen aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend (de lichtste vorm van schuld), zeer onvoorzichtig en/of onoplettend (de middelste vorm van schuld) en roekeloos rijgedrag (de zwaarste vorm van schuld).

De rechtbank is van oordeel dat het rijgedrag van verdachte niet als roekeloos is aan te merken. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

Verdachte heeft, terwijl hij meerdere auto’s via de rijstrook van het tegemoetkomend verkeer wilde inhalen, met een hogere snelheid gereden dan ter plaatse was toegestaan. Met het inhalen van de auto’s voerde verdachte een bijzondere manoeuvre uit waarbij extra oplettendheid en voorzichtigheid in acht moet worden genomen. Dit geldt des te meer nu er aan de Gertrudisboulevard een in- en uitrit ligt, hetgeen verdachte blijkens zijn verklaring ter zitting ook wist. Verdachte had bij het inhalen over die afstand rekening moeten houden met de mogelijkheid dat er verkeer kon afslaan of de weg op kon rijden van en naar de in- en uitrit. Hij had hierop zijn snelheid moeten aanpassen, zodat hij hierop had kunnen anticiperen en tijdig had kunnen remmen. Dit heeft verdachte niet gedaan.

De omstandigheid dat [bestuurder] verdachte voorafgaand aan het afslaan niet heeft gezien, doet hieraan niet af. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte schuld heeft aan het ontstaan van het ongeval in de zin van artikel 6 WVW.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden.

Letsel

Uit het dossier volgt dat [slachtoffer 1] als gevolg van het ongeval een gebroken bekken en heup heeft opgelopen en dat zich daar op dit moment nog schroeven en platen in bevinden die op enig moment nog operatief moeten worden verwijderd. De herstelperiode van [slachtoffer 1] lag tussen de zes weken en drie maanden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 1] als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

Dit is anders ten aanzien van het letsel bij de kinderen van verdachte, [slachtoffer 3] en

[slachtoffer 2] . Zij hebben weliswaar letsel opgelopen door dit ongeval, maar dat letsel is niet aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Uit de ter zitting gegeven toelichting door verdachte blijkt evenmin dat door het letsel tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 heeft gepleegd, op de wijze zoals onder 4.4 wordt omschreven.

Feit 2

De gedragingen van verdachte die tot het verkeersongeval hebben geleid, hebben ook gevaar op de weg veroorzaakt en het verkeer op die weg gehinderd. De rechtbank acht daarom ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op 14 juni 2025 te Bergen op Zoom , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Gertrudisboulevard, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, te rijden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijk toegestane maximum snelheid, en

gekomen ter hoogte van een inrit/afslag naar links zich er niet tijdig van te vergewissen dat vóór hem, verdachte, een ander voertuig (te weten een Volkswagen Touran gekentekend [[kenteken]] ) snelheid had geminderd en richting aangaf teneinde linksaf die inrit/afslag in te rijden en van rijstrook te wisselen en een inhaalmanoeuvre in te zetten en naast hem in dezelfde richting rijdende motorrijtuigen die hij, verdachte, aan het inhalen was dan wel zojuist had ingehaald, zonder die Volkswagen Touran voor te laten gaan, en zijn snelheid niet zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was,

waardoor[slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken heup en een gebroken bekken, werd toegebracht;

2op 14 juni 2025 te Bergen op Zoom , als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Gertrudisboulevard,

heeft gereden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijk toegestane maximum snelheid, en gekomen ter hoogte van een inrit/afslag naar links zich er niet tijdig van heeft vergewist dat vóór hem, verdachte, een ander voertuig (te weten een Volkswagen Touran gekentekend [[kenteken]] ) snelheid had geminderd en richting aangaf teneinde linksaf die inrit/afslag in te rijden en

van rijstrook heeft gewisseld en een inhaalmanoeuvre heeft ingezet en naast hem in dezelfde richting rijdende motorrijtuigen die hij, verdachte, aan het inhalen was dan wel zojuist had ingehaald, zonder die Volkswagen Touran voor te laten gaan, en zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd,immers heeft verdachte aldus een verkeersongeval veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], gewond zijn geraakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op basis van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag aan verdachte op te leggen een taakstraf van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast vordert de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 268 dagen met aftrek, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt geen onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen, vanwege de fysieke beperking van verdachte. Ook wordt verzocht geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en de ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee verkeersfeiten. Tijdens een inhaalmanoeuvre, en terwijl hij harder reed dan de toegestane maximumsnelheid, heeft hij niet gezien dat [bestuurder] met haar auto wilde afslaan, als gevolg waarvan hij tegen haar auto aan is gereden om uiteindelijk tegen een boom tot stilstand te komen. Verdachte heeft met zijn handelen de verkeersveiligheid van andere verkeersdeelnemers en de inzittenden in zijn auto, waaronder zijn eigen kinderen, ernstig in gevaar gebracht. De neef van verdachte heeft hierbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Dat geen van de andere inzittenden zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, is een wonder te noemen.

Verdachte erkent dat hij een fout heeft gemaakt en heeft ter zitting desgevraagd meegedeeld dat de materiële schade van [bestuurder] is vergoed. Verdachte neemt hiermee verantwoordelijkheid voor zijn handelen.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 13 juli 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Strafoplegging feit 1

De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin staat dat bij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, waarbij zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van de rijbevoegdheid als uitgangspunt geldt. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte in staat moet worden geacht om een taakstraf uit te voeren. De reclassering kan rekening houden met de fysieke beperking van verdachte. Wel ziet de rechtbank aanleiding om de taakstraf te matigen nu verdachte zijn verantwoordelijkheid neemt en de slachtoffers onder meer zijn eigen kinderen en neefje waren.

Daarnaast acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid passend. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zal de rechtbank volstaan met een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid die gelijk is aan de periode waarin het rijbewijs van verdachte al ingevorderd is geweest.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat voor feit 1 passend en geboden is de oplegging van een taakstraf voor de duur van 80 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, in combinatie met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 268 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Strafoplegging feit 2

In de straf voor feit 1 zijn alle gedragingen meegewogen die ook onder feit 2 zijn bewezenverklaard. Er is dan ook sprake van eendaadse samenloop. De rechtbank ziet onder die omstandigheden naar redelijkheid geen doel in oplegging van een afzonderlijke straf voor feit 2. Zij zal verdachte daarom voor deze overtreding schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 6, 175, 177 en 179 Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

eendaadse samenloop van

feit 1: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

feit 2: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

- verklaart verdachte strafbaar;

Schuldigverklaring feit 2

- verklaart verdachte schuldig aan feit 2, maar legt hiervoor geen straf of maatregel op;

Strafoplegging feit 1

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, waarvan 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Bijkomende straf feit 1

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 268 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter,

en mr. D.H. Hamburger en mr. P.E. van Althuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 september 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 14 juni 2025 te Bergen op Zoom , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Gertrudisboulevard, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijk toegestane maximum snelheid, althans met een snelheid die hoger lag dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/ofgekomen ter hoogte een inrit/afslag naar links zich er niet tijdig van te vergewissen dat vóórhem, verdachte, een (ander) voertuig (te weten een Volkswagen Touran gekentekend [[kenteken]] ) had geremd en/of snelheid had geminderd en/of richting aangaf teneinde linksaf die inrit op/afslag in te rijden en/ofvan rijstrook te wisselen en/of een inhaalmanoeuvre in te zetten op een gevaarlijk punt en/of terwijl verdachtes zicht (ernstig) beperkt werd door voor en/of naast hem in dezelfde richting rijdende motorrijtuigen die hij, verdachte, aan het inhalen was dan wel zojuist had ingehaald , zonder die Volkswagen Touran voor te laten gaan, en/ofzijn snelheid niet zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was,

waardoor[slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken heup en/of een gebroken bekken, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een lichte hersenschudding en/of veel last van zijn heup en/of lies, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of[slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols en/of schaafwonden in het aangezicht, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2hij op of omstreeks 14 juni 2025 te Bergen op Zoom , als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Gertrudisboulevard,

heeft gereden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijk toegestane maximum snelheid, althans met een snelheid die hoger lag dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/ofgekomen ter hoogte een inrit/afslag naar links zich er niet tijdig van heeft vergewist dat vóór hem, verdachte, een (ander) voertuig (te weten een Volkswagen Touran gekentekend [[kenteken]] ) had geremd en/of snelheid had geminderd en/of richting aangaf teneinde linksaf die inrit op/afslag in te rijden en/ofvan rijstrook heeft gewisseld en/of een inhaalmanoeuvre heeft ingezet op een gevaarlijk punt en/of terwijl verdachtes zicht (ernstig) beperkt werd door voor en/of naast hem in dezelfde richting rijdende motorrijtuigen die hij, verdachte, aan het inhalen was dan wel zojuist had ingehaald, zonder die Volkswagen Touran voor te laten gaan, en/ofzijn snelheid niet zodanig heeft angepast dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers heeft verdachte aldus een verkeersongeval veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [bestuurder], gewond zijn geraakt.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand