ECLI:NL:RBZWB:2026:8474

ECLI:NL:RBZWB:2026:8474

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer BRE 25/6369 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Weigering aanvraag WIA-uitkering. Eiseres is minder dan 35% arbeidsongeschikt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/6369 WIA

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.

1. Deze uitspraak gaat over de weigering een uitkering op grond van de Wet werk en

inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen aan eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van onder meer deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 27 augustus 2026.

Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mevrouw [persoon] .

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.

Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de

volgende feiten en omstandigheden. Eiseres is werkzaam geweest als woonondersteuner bij [stichting] voor gemiddeld 24 uur per week. Voor dat werk is zij op 21 september 2022 uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten, waaronder aan haar linkerknie. In verband met het einde van het dienstverband ontving eiseres vervolgens een ziektewetuitkering. Op 21 juni 2024 is door eiseres een WIA-uitkering aangevraagd.

3. Het UWV heeft met het besluit van 28 oktober 2024 (primair besluit) geweigerd

per 18 september 2024 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

4. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 28

november 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ter onderbouwing van

het beroep heeft eiseres aanvullende medische gegevens overgelegd. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag bestreden besluit

6. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder

dan 35% arbeidsongeschikt is.

Wettelijk kader

7. Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als

rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Toetsingskader

8. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres

medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

Zijn de beperkingen juist vastgesteld?

9. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd

op rapporten van een verzekeringsarts, een sociaal-medisch verpleegkundige voor zover dit ziet op sociaal-medisch verpleegkundige onderdelen en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

De primaire verzekeringsarts heeft eiseres gezien en gesproken tijdens het

spreekuur op 7 oktober 2024. Eiseres is eerder gezien door een sociaal-medisch verpleegkundige. Deze bevindingen heeft de primaire verzekeringsarts betrokken in het onderzoek. Ook zijn de medische gegevens van de bedrijfsarts en de ziekenhuizen meegenomen. De primaire verzekeringsarts heeft verder een psychisch en lichamelijk onderzoek verricht. Er is vastgesteld dat bij eiseres sprake is van gonartrose, coxartrose, artrose van de linkerduimbasis en status na totale heup- en knieprothese links. Eiseres kampt hierdoor met belemmerende klachten van het bewegingsapparaat, met name aan de linker heup, knie en handen. De klachten en belemmeringen passen bij de onderliggende degeneratieve afwijkingen in meerdere gewrichten en geven aanleiding tot het vaststellen van beperkingen ten aanzien van zware dynamische handelingen, statische handelingen en trillingsbelasting. Volgens de primaire verzekeringsarts is door de beperkingen sprake van verminderde functionele mogelijkheden. De beperkingen en belastbaarheid van eiseres heeft de primaire verzekeringsarts neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 oktober 2024.

De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien tijdens de hoorzitting van 8 oktober

2025. Hiervan is een uitgebreid verslag opgenomen in de rapportage. Verder is het dossier bestudeerd en is de ingebrachte medische informatie genoemd. Ook heeft een psychisch en lichamelijk onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat de belastbaarheid op de datum in geding anders is dan weergegeven in de FML van 14 oktober 2024. Het onderzoek geeft aanleiding om de fysieke beperkingen ten aanzien van lopen, lopen tijdens werk en staan aan te passen. De beperkingen ten aanzien van hand- en vingergebruik, met name op het gebied van krachtfuncties en repetitieve bewegingen, worden passend geacht. Ook wordt geen aanleiding gezien om meer beperkingen aan te nemen ten aanzien van de schouderproblematiek. Tot slot geven de klachten ten aanzien van hypermobiliteit geen aanleiding om meer fysieke beperkingen aan te nemen, doordat met de gestelde beperkingen voldoende rekening is gehouden met een verminderde fysieke belastbaarheid. De verzekeringsarts b&b rapporteert dat de beperkingen en mogelijkheden van eiseres anders zijn dan aangegeven in de FML van de primaire arts. De FML is daarom op 13 oktober 2025 gewijzigd.

Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat zij niet

meer in staat is om mee te draaien in het arbeidsproces. Haar wil om te werken valt af te leiden uit haar arbeidsverleden en de verschillende werkgevers door de jaren heen. Eiseres heeft gewerkt als interieurverzorgster, woonondersteuner, taxichauffeuse en in de zorg. Haar lichaam laat haar echter in de steek. Verder wordt gesteld dat hetgeen in de begeleidende brief van het UWV staat betreffende haar laatste werkgevers niet correct is. Eiseres had zelf geen ontslag genomen, maar haar contract werd niet verlengd. Verder bleken haar taken bij haar laatste werkgever in de praktijk veel zwaarder te zijn. Eiseres is daardoor in gesprek gegaan na haar ziekmelding, maar haar werkgever besloot het dienstverband in de proeftijd te beëindigen.

In het verweerschrift voert het UWV aan dat het bestreden besluit op juiste

gronden is genomen. De in beroep overgelegde medische informatie geeft geen aanleiding om de vastgestelde belastbaarheid te wijzigen. Bovendien is de stelling van eiseres dat zij niet meer kan deelnemen aan het arbeidsproces bij een WIA-beoordeling niet doorslaggevend. Dit betreft haar persoonlijke mening, terwijl bij het vaststellen van beperkingen medisch objectiveerbare informatie en de bevindingen van de verzekeringsartsen allesbepalend zijn.

Beoordeling van het medisch onderzoek

10. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de belastbaarheid die de

verzekeringsartsen hebben aangenomen. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten. Eiseres is door haar klachten onder andere beperkt ten aanzien van hand- en vingergebruik, schroefbewegingen, frequent buigen tijdens het werk, duwen en trekken, tillen, dragen, lopen tijdens het werk, trappenlopen, zitten tijdens het werk en staan tijdens het werk. Bij de opstelling van de FML is dus met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Volgens vaste rechtspraak is de subjectieve beleving van klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij eiseres zijn vast te stellen. Van belang zijn alleen de medisch te objectiveren beperkingen.

Het UWV heeft zich volgens de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat de

overgelegde medische informatie geen aanleiding geeft het medisch oordeel te wijzigen. De rechtbank stelt daarbij vast dat een deel van de medische informatie ziet op problematiek die is ontstaan geruime tijd na de datum in geding. De overige medische informatie was al bekend en die problematiek is al meegenomen in de beoordeling van de belastbaarheid.

Eiseres heeft daarbij toegelicht hoe het dienstverband bij haar laatste werkgevers

is geëindigd. Deze punten zijn echter niet relevant voor de WIA-beoordeling en zal de rechtbank daarom niet nader bespreken. Ook de stelling van eiseres dat zij in het verleden veel verschillende functies heeft gehad en wel graag wil werken, speelt geen rol bij de beoordeling van haar mate van arbeidsongeschiktheid.

Niet gebleken is dat in de FML van 13 oktober 2025 de beperkingen van eiseres

zijn onderschat. De beroepsgrond dat eiseres meer beperkt moet worden, slaagt niet. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?

11. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de arbeidsdeskundige beoordeling, is

gebaseerd op rapporten van een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV.

De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiseres haar eigen werk niet meer kan

uitvoeren, maar acht haar wel geschikt voor ander werk. De arbeidsdeskundige heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Medewerker postverzorging (intern) (SBC-code 315140), Telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) (SBC-code 315174) en Telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173). Op basis hiervan komt de arbeidsdeskundige tot de conclusie dat eiseres 28,29% arbeidsongeschikt is.

De arbeidsdeskundige b&b concludeert dat er geen aanleiding is om af te wijken

van de conclusie van de arbeidsdeskundige. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft minder dan 35% en de geduide functies worden nog steeds geschikt geacht. De arbeidsdeskundige b&b acht eiseres daarnaast geschikt voor de volgende reservefuncties: Teamondersteuner (SBC-code 315100) en Parkeerservice medewerker (SBC-code 261011). Er is wel een nieuwe berekening uitgevoerd, wat heeft geleid tot de conclusie dat eiseres voor 28,36% arbeidsongeschikt is.

De beroepsgronden van eiseres geven de rechtbank geen aanleiding om te

twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 10.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen

verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht. Om die reden gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 18

september 2024 heeft vastgesteld op 28,36%. Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht per die datum geweigerd.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niks verandert. Omdat

het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eisers geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.H.A.M. Verkooijen, griffier, op 3 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T. Peters

Griffier

  • mr. S.H.A.M. Verkooijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand