RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11988816 \ CV EXPL 25-6135
Vonnis in verzet van 2 september 2026
in de zaak van
STICHTING TBV, handelend onder de naam TBV WONEN,
te Tilburg,
eisende partij,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: TBV Wonen,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[de huurder] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [de huurder] ,
gemachtigde: mr. C.C.M. Welten.
1. De zaak in het kort
[de huurder] huurt een woning van TBV Wonen. [de huurder] heeft een huurachterstand van drie maanden laten ontstaan. [de huurder] is in een verstekprocedure veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. In die verstekprocedure is ook de huurovereenkomst ontbonden en is [de huurder] veroordeeld tot ontruiming van de woning. [de huurder] vordert in deze verzetprocedure om alsnog de vorderingen van TBV Wonen af te wijzen, omdat hij de huurachterstand inmiddels heeft betaald. Hoewel [de huurder] door de huurachterstand wel is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, wijst de kantonrechter de vordering toe en wordt het verstekvonnis vernietigd. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 15 oktober 2025 met zaaknummer 11913482 CV EXPL 25-5047,- de verzetdagvaarding van 20 november 2025 met de daarin genoemde stukken,- de conclusie van antwoord in verzet van 28 januari 2026 met de daarin genoemde stukken,- de conclusie van repliek in verzet van 25 februari 2026 met de daarin genoemde stukken,- de akte uitlaten producties van 11 maart 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
[de huurder] huurt vanaf 1 maart 2017 van TBV Wonen de woning aan [adres] in [plaats] . De huurprijs bedraagt € 501,68 per maand.
In 2024 heeft TBV Wonen [de huurder] gedagvaard vanwege een huurachterstand. Doordat [de huurder] de huurachterstand destijds voor de eerste zitting volledig heeft betaald, heeft TBV Wonen die zaak ingetrokken.
[de huurder] heeft de huur over de maanden juli, augustus en september 2025 niet betaald, waardoor er een huurachterstand van drie maanden is ontstaan van € 1.505,04.
TBV Wonen heeft [de huurder] diverse keren schriftelijk verzocht om de huurachterstand te betalen, maar [de huurder] heeft niet betaald.
TBV Wonen heeft naar aanleiding van de huurachterstand op 26 september 2025 een dagvaarding laten uitbrengen aan [de huurder] . Omdat [de huurder] niet op de dagvaarding heeft gereageerd, is tegen hem verstek verleend. Bij verstekvonnis van 15 oktober 2026 heeft de kantonrechter de vorderingen van TBV Wonen toegewezen.
[de huurder] heeft op 28 oktober 2025 € 2.000,00 en op 29 oktober 2025 € 1.000,00 aan TBV Wonen betaald, waardoor hij de huurachterstand met kosten heeft voldaan.
[de huurder] heeft op 20 november 2025 verzet ingesteld tegen het verstekvonnis.
4. Het geschil
TBV Wonen heeft betaling gevorderd van de achterstallige huurpenningen tot 1 oktober 2025 van € 1.505,04. Daarnaast heeft TBV Wonen de kantonrechter verzocht de huurovereenkomst te ontbinden en [de huurder] te veroordelen tot ontruiming van de woning, waarbij hij verplicht wordt een bedrag van € 501,68 per maand aan TBV Wonen te betalen tot de dag dat hij de woning heeft ontruimd.
In het verstekvonnis heeft de kantonrechter deze vorderingen van TBV Wonen toegewezen, waarbij [de huurder] is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee weken na betekening van het verstekvonnis. [de huurder] is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van TBV Wonen.
[de huurder] vordert in het verzet dat hij wordt ontheven van de veroordeling uit het verstekvonnis en de vorderingen als ongegrond worden afgewezen dan wel de vorderingen aan TBV Wonen worden ontzegd, met veroordeling van TBV Wonen in de kosten van de verstek en verzetprocedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
[de huurder] heeft tijdig verzet ingesteld
Het verstekvonnis is van 15 oktober 2025. Vast staat dat dit vonnis niet is betekend aan [de huurder] noch ten uitvoer is gelegd. De verzettermijn begint derhalve te lopen na het plegen van enige daad door [de huurder] waaruit voortvloeit dat hij bekend is met het vonnis. Hoewel [de huurder] in de verzetdagvaarding aangeeft dat hij pas op 13 november 2025 het verstekvonnis heeft ontvangen is de kantonrechter van oordeel dat hij al eerder bekend was met het verstekvonnis. Dit leidt de kantonrechter af uit de omstandigheid dat [de huurder] op 28 oktober 2025 reeds een bedrag van €2.000,- over heeft gemaakt op de rekening van TBV Wonen en de dag daarna nogmaals € 1.000,-. [de huurder] moest derhalve voor 25 november 2025 in verzet komen. Nu de dagvaarding op 20 november 2025 is betekend is naar het oordeel van de kantonrechter het verzet tijdig en op de juiste wijze ingesteld.
[de huurder] heeft belang bij deze verzetprocedure
TBV Wonen en [de huurder] hebben na het verstekvonnis een gebruikersovereenkomst getekend, waarin staat dat TBV Wonen de woning niet zal ontruimen zolang [de huurder] deze overeenkomst nakomt. Volgens TBV Wonen heeft [de huurder] daarom geen belang meer bij deze verzetprocedure. Dat is onjuist. [de huurder] heeft de gebruikersovereenkomst getekend naar aanleiding van de veroordeling in het verstekvonnis, omdat hij op basis daarvan verplicht is de woning te ontruimen. In de gebruikersovereenkomst zijn andere afspraken gemaakt dan in de huurovereenkomst. [de huurder] heeft er belang bij om te weten of de huurovereenkomst door zijn verzet toch in stand blijft en of hij daaraan dus rechten kan ontlenen.
Het verstekvonnis wordt vernietigd
Tussen partijen staat vast dat [de huurder] ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in de verstekprocedure een huurachterstand had van drie maanden. Omdat [de huurder] deze huurachterstand inmiddels heeft betaald, kan de kantonrechter de vordering van TBV Wonen tot betaling van de achterstallige huurpenningen niet meer toewijzen.
[de huurder] heeft ook ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gevorderd. Een huurachterstand van drie maanden levert een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op, die achteraf niet ongedaan gemaakt kan worden en in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het is echter gebleken dat [de huurder] zich heeft ingespannen om de huurachterstand alsnog te betalen en ook de door TBV Wonen gemaakte kosten te vergoeden. [de huurder] heeft aangegeven dat hij weer voldoende werk heeft om in de toekomst de huur te betalen. Bovendien heeft [de huurder] een zwaarwegend belang bij het behoud van zijn woning vanwege de omgangsregeling met zijn minderjarige dochter. Tot slot weegt de kantonrechter mee dat niet gebleken is dat TBV Wonen overeenkomstig haar verhuurdersverplichting voor vroegsignalering schulden [de huurder] heeft gewezen op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening en melding heeft gemaakt bij de gemeente van de huurachterstand over de maanden juli tot en met september 2025. Gelet op deze omstandigheden oordeelt de kantonrechter in dit geval dat de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning niet rechtvaardigt.
TBV Wonen heeft tot slot ook betaling gevorderd van € 501,68 per maand vanaf 1 oktober 2025 tot de ontbinding van de huurovereenkomst als huur en vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de ontruiming van de woning als gebruiksvergoeding. Doordat de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning worden afgewezen, kan ook deze vordering niet worden toegewezen.
Op basis van het bovenstaande zal de kantonrechter het verstekvonnis vernietigen en de vorderingen van TBV Wonen alsnog afwijzen.
[de huurder] moet de proceskosten in de verstekprocedure betalen
[de huurder] is terecht gedagvaard wegens een huurachterstand. De omvang van de huurachterstand leverde ook een grond op voor de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning. Om die reden komen de proceskosten van TBV Wonen in de verstekprocedure voor rekening van [de huurder] . [de huurder] heeft de proceskosten in de verstekprocedure al betaald.
De proceskosten in de verzetprocedure worden gecompenseerd
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak aanleiding om de proceskosten in deze verzetprocedure te compenseren. Hoewel de kantonrechter het verstekvonnis vernietigt, is het aan [de huurder] zelf te wijten dat hij de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning in deze verzetprocedure moest aanvechten omdat hij de huurachterstand pas na het verstekvonnis heeft betaald.
6. De beslissing
De kantonrechter
vernietigt het verstekvonnis van 15 oktober 2025 met zaaknummer 11913482 CV EXPL 25-5047, met uitzondering van de proceskostenveroordeling van [de huurder] ,
en opnieuw beslissend
wijst het gevorderde af,
compenseert de proceskosten in deze verzetprocedure.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.