RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 12292478 CV EXPL 26-3575
vonnis d.d. 2 september 2026
inzake
[eiseres] ,
wonende te [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. J. de Groot, advocaat te Amstelveen,
tegen
1. de besloten vennootschap Tijdelijk Twee Woningen B.V.,
gevestigd te (5051 DS) Goirle aan de Edisonstraat 6,
2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonadres] ,
gedaagden,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het vonnis van de kantonrechter te Breda d.d. 1 juli 2026 met kenmerk 12191606 CV EXPL 26-1381 met het daarin genoemde stuk.
2. De verdere beoordeling
Bij voornoemd vonnis heeft de kantonrechter te Breda geconstateerd dat de zaak conform bijlage 2 van het Besluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Zeeland-West-Brabant dient te worden behandeld door de kantonrechter te Tilburg en heeft de kantonrechter de zaak verwezen in de stand waarin deze zich bevindt.
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot hetgeen als nader in de dagvaarding omschreven, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten (waaronder nakosten), vermeerderd met rente.
Gedaagden zijn, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en hebben ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen hen verstek is verleend.
Alvorens zich een oordeel te kunnen vormen omtrent de rechtmatigheid en gegrondheid van de vordering, acht de kantonrechter het noodzakelijk dat eiseres de grondslag van haar vordering ter zake de te betalen vergoeding van € 1.950,- en de waarborgsom van € 2.092,- toelicht en deze nader onderbouwt.
De kantonrechter zal de zaak daartoe naar de hierna te vermelden terechtzitting verwijzen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de terechtzitting van woensdag 23 september 2026 te 09.00 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door eiser zoals bedoeld in overweging sub 2.4;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.