ECLI:NL:RBZWB:2026:8510

ECLI:NL:RBZWB:2026:8510

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer BRE 25/4002 en 25/4003
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Parkeerbelasting, ongegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda (P1), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 29 juli 2025.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting met aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] opgelegd (de naheffingsaanslagen).

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank de onderzoeken bij brief van 31 juli 2026 gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.

Feiten

2. De auto met kenteken [kenteken] stond op 22 juni 2025 omstreeks 21.43 uur en op 27 juni 2025 omstreeks 15.25 uur stil aan [straat] te [plaats] Tijdens een controle op voornoemde data en tijdstippen is door middel van een scanauto geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.

Naar aanleiding van de constateringen dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende voor beide constateringen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Beide naheffingsaanslagen bestaan uit een bedrag aan belasting van € 2,19 en € 51 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de naheffingsaanslagen terecht aan belanghebbende opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd?

Niet in geschil is dat de auto van belanghebbende op 22 juni 2025 omstreeks 21.43 uur en op 27 juni 2025 omstreeks 15.25 uur geparkeerd stond aan [straat] te Breda en dat deze locatie door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Daarnaast is niet in geschil dat belanghebbende via een parkeerapp parkeerbelasting heeft voldaan voor een andere zone dan waar belanghebbende geparkeerd stond.

Belanghebbende voert aan dat hij weliswaar in de parkeerapp stond aangemeld in een andere zone dan waar hij stond geparkeerd, maar betwist dat hij te weinig parkeerbelasting heeft voldaan. Daarnaast voert belanghebbende aan dat de parkeerapp enkel het foutieve zonenummer aangaf. Een parkeerder mag er in dat geval van uitgaan dat het correcte zonenummer wordt vermeld, aldus belanghebbende.

De heffingsambtenaar stelt dat de naheffingsaanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Belanghebbende stond geparkeerd in een zone waar een dagkaartverplichting geldt. Belanghebbende heeft zijn kenteken echter op beide dagen aangemeld in een zone waar een uurtarief geldt. Hierdoor is te weinig parkeerbelasting betaald, aldus de heffingsambtenaar.

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak wordt van een parkeerder verwacht dat hij controleert of de verschuldigde parkeerbelasting is voldaan op de door hem gekozen parkeerlocatie. Bij gebruik van een de app behoort het tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om de juiste zone te selecteren dan wel om direct na het aanmelden in de app na te gaan of de juiste parkeerzone is gekozen. Dat de app, door de nabijheid van een parkeerplaats met een andere zone, die andere (verkeerde) zone als dichtstbijzijnde zone aangeeft, ontslaat de parkeerder niet van zijn onderzoeksplicht en, indien de automatisch ingevulde zone onjuist is, het handmatig selecteren van de juiste zone. Het kenteken van belanghebbende was in de app aangemeld in een zone waar tegen een uurtarief kan worden geparkeerd, terwijl de auto geparkeerd stond in een zone waar een dagkaartverplichting geldt. Het kenteken van belanghebbende was dus niet in de juiste zone aangemeld en er is ook niet betaald voor een dagkaart. Dat het kenteken van belanghebbende niet juist was aangemeld in de app moet naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van belanghebbende blijven. Nu belanghebbende op 22 juni 2025 slechts € 4,64 en op 27 juni 2025 slechts € 4,68 aan parkeerbelasting heeft betaald en de kosten van een dagkaart € 35 bedragen, is ook (veel) te weinig parkeerbelasting voldaan.

Hoewel de rechtbank er niet aan twijfelt dat belanghebbende de intentie heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te betalen, kan dit niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag leiden. Opzet of schuld zijn bij de niet-voldoening van parkeerbelasting geen vereiste voor de bevoegdheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Het enkele feit dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald voor de plek waar geparkeerd is, is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag over te gaan. Nu belanghebbende geen parkeerbelasting voor de juiste zone en te weinig parkeerbelasting voor de plek waar hij geparkeerd heeft, heeft betaald, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

Conclusie en gevolgen

4. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen gehandhaafd blijven. Omdat de beroepen ongegrond zijn, krijgt belanghebbende het griffierecht niet vergoed. Belanghebbende krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Jong, griffier.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand