Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-241416-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 september 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsvrouw mr. S. Plas, advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 21 augustus 2026, waarbij de officier van justitie mr. L.J. den Braber en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging van feit 2 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.
De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven op neer, dat verdachte kinderporno in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Dit is in twee afzonderlijke feiten ten laste gelegd wegens de invoering van de nieuwe wetgeving per 1 juli 2024, waarbij feit 1 de periode voor 1 juli 2024 betreft en feit 2 de periode na 1 juli 2024.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht onder feit 1 en 2 bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno. Zij acht onder feit 1 ook het verspreiden van kinderporno bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit voor feit 1 primair vrijspraak en subsidiair vrijspraak voor het verspreiden en gewoonte maken van het bezit van kinderporno, omdat daar onvoldoende bewijs voor is. Voor de bewezenverklaring van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Op 12 november 2024 is de telefoon van verdachte in beslag genomen. Op die telefoon zijn foto’s en video’s gevonden die kinderpornografisch zijn. Deze zijn bekeken en de inhoud daarvan is verwerkt in een collectiescan. Uit die collectiescan heeft de politie een representatieve doorsnede van zes afbeeldingen samengesteld (opgenomen als bijlage 3 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal). Die afbeeldingen zijn in de tenlastelegging opgenomen als afbeelding 01 tot en met 06. Over deze afbeeldingen overweegt de rechtbank als volgt.
In bijlage 3 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal staan bij de afbeeldingen 01, 02 en 03 geen ‘create date’ opgenomen. Hierdoor kan de rechtbank van deze afbeeldingen niet vaststellen wanneer deze op de telefoon van verdachte terecht zijn gekomen. Deze afbeeldingen stonden weliswaar op 12 november 2024 - de dag dat de telefoon van verdachte in beslag is genomen - op zijn telefoon, maar dit valt buiten de ten laste gelegde periode onder feit 1. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het bezit van de kinderpornografische afbeeldingen 01, 02 en 03.
Van afbeelding 06 is de “create date” 14 september 2023. De beschrijving van afbeelding 06 staat zowel in de collectiescan als de tenlastelegging tezamen met de afbeeldingen 01 en 03 opgenomen. Hierdoor kan wel worden vastgesteld dat in de ten laste gelegde periode sprake was van kinderpornografisch materiaal, maar de exacte beschrijving kan niet worden vastgesteld.
Van de afbeeldingen 04 en 05 staat de ‘create date’ ook vast. In bijlage 3 staat namelijk bij afbeelding 04 de ‘create date’25 september 2023 en bij afbeelding 05 is dit 12 december 2023. Deze afbeeldingen zijn dus binnen de ten laste gelegde periode op de telefoon van verdachte binnengekomen.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze drie kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 14 september 2023 tot en met 30 juni 2024 in zijn bezit heeft gehad.
Aan verdachte is ook ten laste gelegd dat hij de kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid en dat hij van het verspreiden en in bezit hebben een gewoonte heeft gemaakt. Uit de NCMEC meldingen en het onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat er afbeeldingen zijn geüpload op Instagram. De rechtbank kan echter op basis van het dossier niet vaststellen welke afbeeldingen zijn geüpload op Instagram en of dit dus kinderpornografische afbeeldingen waren. Zij spreekt verdachte daarom vrij van het verspreiden van kinderporno.
Gelet op de geringe hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen op de telefoon van verdachte in de bewezen periode, acht de rechtbank ook niet bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno. Zij spreekt hem hier dan ook van vrij.
Feit 2
Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen op welke datum de afbeeldingen 01, 02, 03 en 06 op de telefoon van verdachte terecht zijn gekomen. Deze stonden echter wel op 12 november 2024 op zijn telefoon. Dit geldt ook voor de afbeeldingen 04 en 05. Het bezit van al deze afbeeldingen valt binnen de ten laste gelegde periode. De rechtbank acht op basis van de bewijsmiddelen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte al deze kinderpornografische afbeeldingen op 12 november 2024 in zijn bezit heeft gehad.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid. Zij spreekt hem hier dan ook van vrij. Ook spreekt de rechtbank verdachte vrij van het maken van een gewoonte van het bezit van kinderporno, nu sprake is van een geringe hoeveelheid.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1in de periode van 14 september 2023 tot en met 30 juni 2024 in Nederland, meermalen telkens
- afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en- een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (iPhone 14 Pro), bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een mond/tong en/of penis/vagina betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een mond/tong en/of penis/vagina en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen, billen en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt(afbeelding 04, 05 van toonmap)
en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 06 van toonmap)
2op 12 november 2024 in Nederland, meermalen, telkens een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten foto’s en/of video’s en een mobiele telefoon (iPhone 14 Pro), waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een mond/tong
en
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon(afbeelding 02 van toonmap)
en
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een mond/tong en/of penis/vagina wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een mond/tong en/of penis/vagina en/of vinger/hand wordt aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt(afbeelding 04, 05 van toonmap)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past
en- door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk hetgeslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding 01, 03, 06 van toonmap).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert een werkstraf van 90 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de proeftijd dienen de door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om aan verdachte een voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Er heeft namelijk al vergelding plaatsgevonden en er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte heeft niet over de feiten willen praten, maar heeft wel aangegeven dat het beeld over hem in het dossier niet klopt. Hij wil deze zaak graag afsluiten en wil daarom niet dat er nog een behandeling als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd. Verdachte gaat in september 2026 beginnen aan een opleiding.
Het oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich op zestien- en zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Op de telefoon van verdachte zijn afbeeldingen gevonden, waarop seksuele handelingen met meisjes tussen de zes en veertien jaar oud te zien zijn. Voor de vervaardiging van kinderporno worden kinderen (ernstig) seksueel misbruikt en uitgebuit. De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en vaak de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk om eenmaal online geplaatste foto’s en video’s definitief van het internet te laten verwijderen, een gegeven waarmee de slachtoffers ook op volwassen leeftijd moet leren leven. Verdachte wordt medeverantwoordelijk gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij door het hebben van kinderporno heeft bijgedragen aan de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno in bezit hebben.
Persoonlijke omstandigheden van verdachte
Verdachte is niet eerder veroordeeld.
De RvdK maakt zich zorgen om verdachte. Dit blijkt uit hun advies van 23 juli 2026. Verdachte is een kwetsbare jongen met een lastige voorgeschiedenis. Zo is hij getuige geweest van huiselijk geweld vanuit zijn vader. Er is op dit moment ook geen contact met zijn vader. Verdachte is veelal op zichzelf aangewezen, zit veel in zijn hoofd en heeft verschillende gedachtes. Dit komt ook doordat hij met niemand over de feiten en de daarbij horende emoties heeft kunnen praten. Hierdoor kan verdachte zich slecht concentreren en kampt hij met sombere gevoelens. De RvdK heeft de indruk dat verdachte in de knoop zit met zijn seksualiteit en seksuele voorkeur, dat hij zich hiervoor schaamt en dat hij hier niet op eigen kracht en zonder professionele begeleiding en hulpverlening uitkomt. De RvdK vindt het positief dat verdachte zich heeft ingeschreven voor een vervolgopleiding en nu een baan heeft. Zij vinden het belangrijk dat verdachte een behandeling en begeleiding gaat krijgen in de vorm van bijzondere voorwaarden, die gekoppeld kunnen worden aan een voorwaardelijke werkstraf. Op de zitting heeft de RvdK dit advies aangepast, in die zin dat aan verdachte ook een deels onvoorwaardelijke werkstraf dient te worden opgelegd. Dit vanwege de ernst van het feit.
Redelijke termijn
Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is het uitgangspunt dat de behandeling van de zaak moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Aan verdachte is op 20 november 2024 verteld waarvan hij werd verdacht. In dit geval kon verdachte toen in redelijkheid de verwachting hebben dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd. De redelijke termijn is dus aangevangen op 20 november 2024. Dit betekent dat het vonnis gewezen had moeten worden op 20 maart 2026. Omdat de rechtbank bijna een half jaar na einde van de redelijke termijn eindvonnis wijst, is de redelijke termijn overschreden. De rechtbank houdt hier bij de bepaling van de straf rekening mee.
Straf
Hoewel de ernst van de feiten in beginsel een jeugddetentie rechtvaardigen, zal de rechtbank geen jeugddetentie opleggen. Het betreft oude feiten, de redelijke termijn is overschreden, het gaat om het bezit van relatief weinig kinderpornografische afbeeldingen en verdachte is niet voor nieuwe feiten in contact gekomen met politie en justitie.
Het algehele taakstrafverbod, zoals dat eerder gold voor jeugdige plegers van kinderpornografische delicten, geldt ook niet meer. Met de Wet seksuele misdrijven van 20 maart 2024 is artikel 77ma van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gewijzigd, zodat de rechter onder omstandigheden de mogelijkheid heeft om voor deze delicten (uitsluitend) een taakstraf op te leggen.
Voormelde wetswijziging is in werking getreden op 1 juli 2024 en geldt dus voor feit 2. Voor feit 1 is dit ná het plegen van dit feit. Op grond van artikel 1 lid 2 Sr geldt dat indien na het tijdstip waarop het feit is begaan de wetgeving is veranderd en de nieuwe wetgeving voor de verdachte gunstiger is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. De rechtbank zal dus uitgaan van de nieuwe wetgeving, waardoor het taakstrafverbod alleen van toepassing is indien het feit een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Of daarvan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval. Niet iedere inbreuk op de lichamelijke integriteit kan daarom als een ernstige inbreuk in de zin van art. 77ma Sr worden aangemerkt. Hoewel er in de onderhavige zaak wel degelijk sprake is van een inbreuk op de lichamelijke integriteit, is de rechtbank van oordeel dat de inbreuk die de door verdachte gepleegde feiten op de slachtoffers heeft gemaakt niet dusdanig ernstig is dat het taakstrafverbod van art. 77ma Sr van toepassing is
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf passend en geboden. Anders dan door de RvdK is geadviseerd, zal de rechtbank deze werkstraf geheel voorwaardelijk opleggen.
De rechtbank vindt het jammer dat verdachte op de zitting niets heeft willen verklaren over de feiten. Dat is zijn recht, maar hierdoor heeft de rechtbank geen beeld van hem kunnen krijgen en is het moeilijk om in te schatten hoe groot de kans op herhaling is. De rechtbank maakt zich dan ook zorgen over verdachte en over zijn gedrag in de toekomst. De rechtbank acht het daarom in het belang van verdachte dat de nadruk ligt op behandeling en begeleiding en dat verdachte de gelegenheid krijgt om met behulp daarvan zich positief te ontwikkelen. De rechtbank zal dan ook de bijzondere voorwaarden zoals door de RvdK geadviseerd overnemen.
De rechtbank legt dus aan verdachte op een werkstraf van 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Dit vormt een stevige stok achter de deur voor verdachte om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden.
7. Het beslag
De verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen telefoon vatbaar is voor verbeurdverklaring. De feiten zijn namelijk met de telefoon gepleegd.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:3:10 van het Wetboek van Strafvordering, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk
de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit
hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang
daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;
feit 2: het in bezit hebben van een visuele weergave van seksuele aard, waarbij
een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft
bereikt is betrokken, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 30 dagen;
- bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarden:
* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
*dat verdachte zich gedurende en door jeugdreclassering te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
* dat verdachte onderwijs volgt volgens rooster;
* dat verdachte meewerkt aan nader psychologisch onderzoek, om zo zicht te krijgen op zijn verstandelijke niveau van functioneren middels een IQ-bepaling en de mogelijke aanwezigheid van trauma, en de daaruit volgende (behandel)adviezen;
* dat verdachte meewerkt aan gespecialiseerde behandeling voor kinderpornodownloaders middels een behandeltraject vanuit [kliniek] ;
* dat verdachte een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft en behoudt in de vorm van werk dan wel sport;
* dat verdachte meewerkt aan de inzet van een (jongeren)coach indien de Jeugdreclassering dit nodig acht;
- stelt vast dat van rechtswege de volgende voorwaarden gelden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- draagt de gecertificeerde instelling te weten Jeugdreclassering van de William Schrikker Stichting op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat verdachte, hoewel hij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, bij omzetting van de taakstraf in aanmerking komt voor vervangende hechtenis overeenkomstig artikel 6:3:10, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering;
Beslag
- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:
* een telefoon (voorwerpnummer ZBRBC24130_834232).
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger voorzitter, mr. J.F.C. Janssen en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 september 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2024 te Breda, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens- afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of films en/of- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (iPhone 14 Pro), bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een mond/tong vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een vinger/hand vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt(afbeelding 02 van toonmap)
en/of
het met de/een mond/tong en/of penis/vagina betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een mond/tong en/of penis/vagina en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen, billen en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt(afbeelding 04, 05 van toonmap)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 01, 03, 06 van toonmap)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)
2hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 12 november 2024 te Breda, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten foto’s en/of video’s en/of een mobiele telefoon (iPhone 14 Pro),waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een mond/tong
en/of
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon(afbeelding 02 van toonmap)
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een mond/tong en/of penis/vagina wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een mond/tong en/of penis/vagina en/of vinger/hand wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt(afbeelding 04, 05 van toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk hetgeslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding 01, 03, 06 van toonmap)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;(art. 252 en art. 254 lid 1 sub c Wetboek van Strafrecht)