ECLI:NL:RBZWB:2026:8530

ECLI:NL:RBZWB:2026:8530

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer 02-063941-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot opzetverkrachting met dwang en een opzetaanranding met dwang. Aan hem wordt opgelegd een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-063941-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 september 2026

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

,

raadsman mr. T.P. van der Eerden, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 augustus 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op

14 september 2025 primair schuldig heeft gemaakt aan:

feit 1: (gekwalificeerde) opzetverkrachting van [aangeefster], dan wel subsidiair poging tot (gekwalificeerde) opzetverkrachting van [aangeefster].

feit 2: (gekwalificeerde) opzetaanranding, dan wel (impliciet) subsidiair schuldaanranding van die [aangeefster].

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde opzetverkrachting en de onder 2 ten laste gelegde opzetaanranding heeft gepleegd. Op basis van de berichten in het Discord gesprek tussen aangeefster en verdachte en de verklaring van aangeefster en die van haar vriend over een spraakgesprek op Discord, kan het niet anders zijn dan dat verdachte zijn vinger in de vagina van aangeefster heeft gestopt. Daarbij bekent verdachte het betasten van de borsten, de schaamstreek en de billen van aangeefster. Het voorgaande gebeurde terwijl aangeefster lag te slapen en was dus onverhoeds. Met dat onverhoeds handelen is sprake van het slachtoffer dwingen die handelingen te dulden, waardoor bij beide feiten de gekwalificeerde opzetvariant bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van opzetverkrachting dan wel een poging daartoe. De verklaringen van aangeefster en haar vriend over het gezamenlijke Discord gesprek, waarin verdachte zou hebben gezegd dat hij met zijn vingers in haar vagina is geweest, zijn onbetrouwbaar. Dit leidt de verdediging af uit het feit dat zij verklaren dat dit Discord gesprek op 15 september 2025 heeft plaatsgevonden, terwijl dit aantoonbaar op 14 september 2025 is geweest. Toen was het tekstbericht “I tried to rub you and put an finger in” nog niet verstuurd. Dit bericht heeft bovendien geen eenduidige betekenis, waardoor de opzetverkrachting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van de poging kan niet van een voornemen tot verkrachting worden gesproken en kan de handeling van verdachte niet worden gekwalificeerd als een handeling die naar zijn uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de voltooiing van de verkrachting. Daarbij is van een gekwalificeerde opzetvariant geen sprake. Aangeefster sliep en daardoor is van onverhoeds handelen geen sprake.

Feit 2

De verdediging bepleit eveneens vrijspraak voor de gekwalificeerde opzetaanranding. Voor de impliciet ten laste gelegde schuldaanranding kan tot een bewezenverklaring worden gekomen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Juridisch kader

In het Nederlandse strafprocesrecht geldt de regel dat een veroordeling voor een strafbaar feit niet gebaseerd mag worden op één (getuigen)verklaring. Nu zijn in zedenzaken veelal slechts twee personen aanwezig bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Indien de vermeende dader ontkent, is er maar één getuige van de seksuele handelingen zelf: het vermeende slachtoffer.

De Hoge Raad heeft beslist dat de hiervoor genoemde bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv slechts geldt voor de gehele tenlastelegging/bewezenverklaring. Onderdelen mogen wel degelijk slechts op één enkele getuigenverklaring berusten. Dat geldt ook voor de ten laste gelegde gedragingen. In een zedenzaak is dus in principe voor het bewijs van de seksuele handelingen één getuigenverklaring genoeg. De verklaring van die getuige van de handelingen moet dan wel op bepaalde andere punten bevestigd worden door andere bewijsmiddelen. Die moeten afkomstig zijn uit een andere bron. Bovendien mag er niet een te ver verwijderd verband bestaan tussen de getuigenverklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal.

Feiten

Aangeefster en verdachte waren in de nacht van 13 op 14 september 2025 op een feest, waarna zij hier beiden zijn blijven slapen. Aangeefster en haar vriend sliepen daarbij in dezelfde kamer als verdachte. In die nacht werd aangeefster wakker, zij lag op haar rug, en voelde één hand van verdachte onder haar rug en één van zijn handen onder haar kont. Verdachte heeft hierop gezegd dat hij op haar was gevallen. Vervolgens wisselen aangeefster en verdachte op 14 en 15 september 2025 berichten uit via Discord over hetgeen die nacht zou zijn gebeurd. Verdachte geeft in deze berichten aan aangeefster toe dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Hij schrijft op 14-09-2025 22:50:43 uur (UTC+2): “I touched your ass, boobs and a bit down there”. Later, op 15-09-2025 11:10:43 uur (UTC+2) schrijft hij “I tried to rub you and put a finger in”.

Feit 1 primair: (gekwalificeerde) opzetverkrachting

Is er sprake van binnendringen?

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zijn hand op de broek van aangeefster heeft gelegd ter hoogte van de schaamstreek, haar bij de borsten en boven haar broekje op haar kont heeft aangeraakt. Verdachte ontkent met zijn vingers in de vagina van aangeefster te zijn geweest en stelt dat hij dit ook niet heeft verklaard tijdens een Discord gesprek tussen aangeefster en haar vriend of in een tekstbericht.

Gezamenlijk gesprek Discord

De rechtbank stelt op basis van de berichtenreeks (nrs 435, 436, 468, 469 en 470) uit het Discord gesprek van 14 september 2025 vast dat het gesprek tussen verdachte, aangeefster en haar vriend, niet op 15 maar al op 14 september 2025 laat in de avond heeft plaatsgevonden. Niet alleen omdat aangeefster in deze berichten van 14 september 2025 om 23:10:19 uur voorstelt aan verdachte het gesprek op dat moment te laten plaatsvinden, maar ook omdat verdachte om 23:16:26 uur aangeeft de vriend van aangeefster te vragen aan te sluiten bij een ‘vc’ (de rechtbank begrijpt een videocall)

Uit het Discord gesprek tussen verdachte en aangeefster van 15 september 2025 in de ochtend, tijd: 11:06:28 uur (UTC+2) volgt vervolgens dat aangeefster om verduidelijking vraagt aan verdachte over wat hij precies heeft gedaan. Zij schrijft: “Okay so I need to with, with touching me 'down there' what do you mean by that? I need to know what happened so that If I remember it (if I was awakened by you but just don't remember) I am not shocked to what extend you went lol”. Nu aangeefster in dit gesprek aan verdachte vraagt wat hij bedoelde met “down there”, leidt de rechtbank af dat dit niet tijdens het gesprek op 14 september 2025 is besproken. Daarna heeft er geen Discord gesprek meer plaatsgevonden waarbij naast verdachte en aangeefster ook de vriend van aangeefster is aangesloten. De verklaringen van aangeefster en haar vriend, met betrekking tot het gezamenlijke gesprek waarin verdachte het seksueel binnendringen met zijn vingers zou hebben bekend, worden dan ook weersproken door de inhoud en het verloop van de Discord communicatie.

Verklaring verdachte

Verdachte ontkent zowel tijdens het politieverhoor als ter zitting stellig en consequent met zijn vingers in de vagina van aangeefster te zijn geweest. Over bovengenoemd bericht van Discord met de tekst “I tried to rub you and put a finger in” geeft verdachte aan dat hij hiermee bedoeld heeft dat hij probeerde een vinger in haar vagina te steken. Tijdens de zitting verklaart hij dat hij in een stressmoment de verkeerde woorden heeft gebruikt en hij zichzelf niet op de juiste manier heeft weten te verwoorden. Verdachte vertelt hierover dat hij zijn hand op aangeefsters broekje heeft gelegd ter hoogte van haar schaamstreek en deze heeft teruggetrokken toen zij omrolde. Hij kon er niet bij (rechtbank begrijpt hieruit dat verdachte bedoelt haar vagina) omdat de benen van aangeefster dicht waren.

Discord tekstbericht

De rechtbank stelt vast dat het tekstbericht van verdachte, te weten “I tried to rub you and put a finger in” inderdaad voor meerdere uitleg vatbaar is. Ook volgens de uitleg van verdachte. Hierdoor ontbreekt enig bewijs voor het binnendringen met de vinger(s).

De primair ten laste gelegde opzetverkrachting kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Feit 1 subsidiair poging tot opzetverkrachting

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde poging tot (gekwalificeerde) opzetverkrachting overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zijn hand op de panty’s of broekje van aangeefster heeft gelegd en keek hoe ver hij kon komen met zijn hand, maar haar benen dicht lagen en hij daardoor niet bij haar vagina kon komen. De rechtbank beschouwt de gedraging van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm als te zijn gericht op het seksueel binnendringen bij aangeefster. Nu aangeefster ten tijde van deze handelingen sliep, is duidelijk dat de wil van aangeefster daartoe ontbrak. Het voornemen van verdachte om het slachtoffer te verkrachten heeft zich door een begin van uitvoering geopenbaard, zodat er sprake is van een poging tot opzetverkrachting.

Feit 2 opzetaanranding

Het betasten van de borsten, rondom de schaamstreek en de billen van aangeefster heeft verdachte bekend. Nu aangeefster ten tijde van deze handelingen sliep, is duidelijk dat de wil van aangeefster daartoe ontbrak. Daarmee kan ook de opzetaanranding wettig en overtuigend bewezen worden.

Feit 1 subsidiair en feit 2 primair

Om vervolgens tot een gekwalificeerde poging tot opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetaanranding te komen moet worden vastgesteld dat de opzetverkrachting en opzetaanranding werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging. Hoewel geen sprake was van fysieke dwang door geweld, blijkt uit het voorgaande dat aangeefster niet de mogelijkheid had de aanrakingen van de verdachte te voorkomen of haar wil daarover te uiten. Zij sliep immers toen de verdachte met zijn handelingen begon en uitvoerde. Dergelijk handelen kan worden aangemerkt als onverhoeds handelen waardoor sprake is van het dwingen die handelingen te dulden (vgl. ECLI:NL:HR:2026:1235). Naar het oordeel van de rechtbank is de dwang als bedoeld in artikel 241 en 243 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), tweede lid, wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht dan ook de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde gekwalificeerde poging tot opzetverkrachting en de onder feit 2 gekwalificeerde opzetaanranding wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Subsidiair:

op 14 september 2025 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door en vergezellen van dwang,

- zijn hand in de broek van die [aangeefster] heeft gestoken, en

- de vagina van die [aangeefster] te betasten en het daarbij het brengen van één of meerdere van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [aangeefster]

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht terwijl die [aangeefster] aan het slapen was

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

op 14 september 2025 te [plaats], met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het strelen en betasten van de schaamstreek van die [aangeefster], en

- het betasten van en knijpen in de borsten en billen van die [aangeefster]

terwijl hij, verdachte, wist, dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang, door onverhoeds die [aangeefster] te betasten terwijl zij aan het slapen was.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal ook daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Hij vordert tevens oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr voor de duur van 3 jaar, inhoudende een contactverbod met aangeefster. De officier van justitie heeft gevorderd dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan 1 week hechtenis wordt toegepast, met een maximum van 1 maand.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en geen vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr, op te leggen. Het recidiverisico is laag en er zijn geen signalen dat verdachte nog contact zal zoeken met aangeefster. Een taakstraf met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf zou, gelet op de persoon van verdachte en de feiten en omstandigheden, passend zijn.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde poging tot opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetaanranding. Hij heeft aangeefster, een jonge vrouw met wie hij notabene al jaren bevriend was, na een feestje toen zij op dezelfde kamer sliepen, op meerdere plekken op haar lichaam betast en probeerde haar met zijn vingers te verkrachten. Aanranding en verkrachting zijn zeer ernstige feiten en verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van aangeefster. Uit de slachtofferverklaring wordt duidelijk dat het slachtoffer er psychische klachten van heeft gehad en er nog steeds last van heeft. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten vaak nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat het hier gaat om een poging tot opzetverkrachting door middel van het binnendringen met een vinger. Daarbij zit de bewezen dwang in het onverhoeds handelen door verdachte en niet in geweld.

Verdachte heeft een open proceshouding getoond en zijn spijt meerdere malen betuigd. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de reclassering van 30 juli 2026. Daaruit komt naar voren dat het leven van verdachte overwegend stabiel is, het risico op recidive laag wordt ingeschat en er geen bijzondere voorwaarden worden geadviseerd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uren passend en geboden. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr. Kort na het feit is het contact en de vriendschap, tussen verdachte en aangeefster verbroken. Daarna zijn er geen contactpogingen vanuit verdachte bekend geworden. Ook heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij is geschrokken van de strafzaak en derhalve geen contact zal zoeken.

7. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 10.000,- aan immateriële schade indien het onder feit 1 primair ten laste gelegde bewezen wordt verklaard. Indien de subsidiair ten laste gelegde poging bewezen wordt verklaard vordert zij een schadevergoeding van € 7.000,- en meer subsidiair een bedrag van € 4.000,-.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 1, subsidiair en feit 2 heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is op andere wijze in haar persoon aangetast (BW 6:106). Ten gevolge van de strafbare feiten heeft de benadeelde partij namelijk psychische klachten ondervonden.

In tegenstelling tot hetgeen door de officier van justitie naar voren is gebracht, ziet de rechtbank aanleiding om het schadebedrag te matigen nu de rechtbank de poging bewezen acht. Daarbij ontbreekt bij de vordering een onderbouwing. Daarnaast heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij bedragen die in soortgelijke gevallen aan immateriële schadevergoeding worden toegewezen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 2.000,-. Het resterende deel van de vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 14 september 2025.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 241 en 243 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: poging tot opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van dwang;

feit 2: opzetaanranding voorafgegaan door en vergezeld van dwang;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Benadeelde partij

T.a.v. feit 1 subsidiair en feit 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 2.000,-, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 september 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster], € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 september 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,

en mrs. J.F.C. Janssen en H. Faouzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 september 2026.

De griffier en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 14 september 2025 te [plaats], althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het betasten van de vagina van die [aangeefster] en het daarbij brengen van één of meerdere van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [aangeefster]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door onverhoeds die [aangeefster] te betasten terwijl zij aan het slapen was;

(art 243 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 september 2025 te [plaats], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [aangeefster]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,

- zijn hand in de broek van die [aangeefster] heeft gestoken, en/of

- de vagina van die [aangeefster] te betasten en het daarbij het brengen van één of meerdere van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [aangeefster]

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht terwijl die [aangeefster] aan het slapen was

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 243 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 14 september 2025 te [plaats], althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het strelen en/of betasten van de schaamstreek van die [aangeefster], en/of

- het betasten van en/of knijpen in de borsten en/of billen van die [aangeefster]

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door onverhoeds die [aangeefster] te betasten terwijl zij aan het slapen was.

(art 240 Wetboek van Strafrecht, art 241 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand