uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. L.L. Ross),
en
Dienst Toeslagen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 12 juni 2025.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk?
3. De rechtbank stelt het volgende vast. De gemachtigde van eiseres heeft bij brief van 26 juni 2026 een beroepschrift ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland wegens het niet op tijd nemen van een besluit op het bezwaar van 12 juni 2025 gericht tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Met de uitspraak van 28 juli 2026 (UTR 26/6178) heeft de rechtbank Midden-Nederland het beroep van 26 juni 2026 gegrond verklaard en verweerder opgedragen op uiterlijk 17 december 2026 alsnog een besluit bekend te maken op het bezwaar van eiseres.
4. De gemachtigde heeft bij brief van 27 juli 2026 een gelijkluidend beroep ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant namens M. Kiameso. Op basis van het BSN-nummer, dat gemachtigde noemt in de met het beroepschrift meegestuurde ingebrekestelling van 5 maart 2026, gaat de rechtbank, net als verweerder in het verweerschrift van 18 augustus 2026, ervan uit dat het gaat om [eiseres] .
5. Nu iemand niet tweemaal exact hetzelfde geschil aan de rechter kan voorleggen, concludeert de rechtbank dat eiseres bij het beroep van 27 juli 2026 geen procesbelang heeft. Het beroep van 27 juli 2026 zal niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.