ECLI:NL:RBZWB:2026:8650

ECLI:NL:RBZWB:2026:8650

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer 02-005755-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-005755-24

Beslissing van de meervoudige kamer van 10 september 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [tbs-instelling] ,

raadsman mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg.

1. De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de vordering van de officier van justitie van 6 juli 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [betrokkene] (hierna: betrokkene) tot en met mei 2026;

- het rapport van FPC [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling) van 24 juni 2026, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld.

2. De procesgang

Bij vonnis van deze rechtbank van 16 augustus 2024 is betrokkene ter zake van brandstichting ontslagen van alle rechtsvervolging en is een tbs met verpleging van overheidswege aan haar opgelegd. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De termijn van de tbs is aangevangen op 31 augustus 2024.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026 besproken. De officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door haar raadsman. Voorts is gehoord als deskundige mevrouw [deskundige], verpleegkundig specialist GGZ bij de tbs-instelling. Zowel betrokkene als de deskundige hebben de zitting digitaal bijgewoond.

3. Het advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling heeft in het rapport van 24 juni 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe, samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van amfetamines en alcohol en een posttraumatische stressstoornis. Er is sprake van een langdurig en ernstig psychiatrisch toestandsbeeld. Hoewel betrokkene vooruitgang laat zien in stabilisatie en behandelmotivatie, is deze ontwikkeling nog zeer pril en sterk afhankelijk van de huidige gestructureerde beveiligde setting. Er is sprake van een aanzienlijke psychotische kwetsbaarheid, in combinatie met middelenproblematiek en suïcidale spanningen, waardoor het risico op ernstige ontregeling en potentieel levensgevaarlijk gedrag zonder dit kader als hoog wordt ingeschat. De komende periode zal de behandeling worden voortgezet en verder worden verdiept, waarbij met name wordt ingezet op het vergroten van het probleembesef en -inzicht, het versterken van copingvaardigheden, het bestendigen van abstinentie van middelen en het vergroten van (zelf)inzicht in de functie en effecten van middelengebruik op haar stemming en gedrag. Daarnaast staat het opstarten en gefaseerd opbouwen van het resocialisatietraject centraal, te beginnen met begeleid verlof. De aanwezige structuur, behandeling en begeleiding dragen er in belangrijke mate aan bij dat betrokkene stabiel functioneert en dat risicogedrag wordt beperkt. Bij beëindiging van de maatregel wordt het recidivegevaar significant verhoogd ingeschat, waarbij met name het risico op zelfdestructief en gevaarzettend gedrag opnieuw kan optreden. Gezien de ernst en chroniciteit van de problematiek, het nog beperkte niveau van generalisatie van vaardigheden en het ontbreken van praktijkervaring buiten de klinische setting, wordt voortzetting van de tbs met twee jaren noodzakelijk geacht.

Ter zitting heeft de deskundige het advies van de tbs-instelling bevestigd en daaraan toegevoegd dat de diagnostiek sinds het gewezen vonnis is uitgebreid met de diagnose posttraumatische stressstoornis. Verder is het begeleid verlof aangevraagd en wordt halverwege september een reactie daarop verwacht. De tbs-instelling constateert een positieve, maar nog kwetsbare ontwikkeling. Betrokkene bevindt zich in de beginfase van het behandeltraject. Naar verwachting zal het traject nog minimaal twee jaar in beslag nemen, waarna kan worden toegewerkt naar afschaling naar een minder beveiligde setting.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

5. Het standpunt van de verdediging

Betrokkene en de raadsman hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

6. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, de vordering is tijdig ingediend en de officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria. Daarnaast wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.

De rechtbank ziet dat betrokkene een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt in haar behandeling. Tegelijkertijd blijkt uit het advies van de tbs-instelling en hetgeen de deskundige daaraan op zitting heeft toegevoegd dat betrokkene zich aan het begin van het behandeltraject bevindt. Gezien het traject dat nog moet worden doorlopen en de tijd die daarvoor nodig zal zijn, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar. Met die beslissing wordt ook voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

7. De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met 2 (twee) jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2026.

De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.W. Louwerse
  • mr. J. Bergen
  • mr. L.W. Boogert

Griffier

  • mr. A.S.S. Fanis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand