[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 21 juli 2025. Het beroep ziet op de voldoening op aangifte van overdrachtsbelasting 2024 met nummer [aanslagnummer] .
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de van de voldoening, de inhouding of de afdracht.
Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de voldoening op aangifte op 24 september 2024 heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 5 november 2024. Het bezwaarschrift is bij de inspecteur ontvangen op 1 juli 2025. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat het bezwaarschrift te laat is ingediend als gevolg van psychische klachten. Na de echtscheiding in 2022 hield belanghebbende blijvende psychische klachten over, waaronder een posttraumatische stress stoornis (PTSS) en een depressie. Naast de psychische klachten zou de termijnoverschrijding ook verschoonbaar zijn, omdat het gaat om een beroepsfout van de notaris. Daarnaast stelt belanghebbende ook dat hij te laat in bezwaar is gegaan omdat hij de alleenstaande zorg draagt voor een minderjarig kind.
De rechtbank begrijpt dat belanghebbende is uitgegaan van de kennis en kunde van de notaris. Een mogelijke fout van een professional waarvan belanghebbende gebruik heeft gemaakt, komt voor de fiscale procedure in de regel echter voor rekening en risico van belanghebbende zelf. Dat maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Voor zover belanghebbende van mening is dat de notaris een beroepsfout heeft gemaakt, dan is dat een zaak tussen belanghebbende en de notaris die belanghebbende eventueel kan voorleggen aan de civiele rechter.
Verder begrijp de rechtbank dat belanghebbende door moeilijke omstandigheden moest, echter is niet aannemelijk geworden dat de psychische situatie van belanghebbende ten tijde van de voldoening van de overdrachtsbelasting van zodanige aard was, dat tijdig bezwaar maken niet mogelijk was. Datzelfde geldt voor de alleenstaande zorg voor zijn minderjarige kind. Ook daaruit volgt niet dat tijdig bezwaar maken, al dan niet met hulp van anderen, niet van hem kon worden gevergd.
De rechtbank constateert dat belanghebbende ruim acht maanden na voldoening van de overdrachtsbelasting pas een bezwaarschrift heeft ingediend. De rechtbank acht niet aannemelijk dat belanghebbende in de gehele tussentijd niet in staat was een bezwaarschrift in te dienen. De rechtbank oordeelt dat eveneens geen sprake is van een geringe verwijtbaarheid of een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid. De conclusie is dat het te laat indienen in dit geval niet verontschuldigbaar is.
Conclusie en gevolgen
6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.M. Rosta, griffier, op 7 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.