[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 22 september 2025. De beroepen zien op de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummers [aanslagnummer] Y.4 (voor de periode 1 januari 2024 tot en met 28 februari 2024), [aanslagnummer] Y.4.2 (voor de periode 29 februari 2024 tot en met 29 mei 2024), [aanslagnummer] Y.4.3 (voor de periode 30 mei 2024 tot en met 28 augustus 2024) en [aanslagnummer] Y.4 (voor de periode 30 augustus 2024 tot en met 29 november 2024).
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaren niet tijdig waren ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat de bezwaren te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom zijn de beroepen kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de vier naheffingsaanslagen 20 maart 2025 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 1 mei 2025. Het bezwaarschrift is bij de inspecteur ontvangen op 14 mei 2025. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat hij het niet redelijk vindt dat van hem verwacht werd dat hij binnen zes weken een bezwaarschrift zou indienen, omdat hij niet bekend was met de wet- en regelgeving.
De rechtbank begrijpt dat niet alle procedurevoorschriften bij iedereen bekend zijn. Om die reden is het wettelijk verplicht dat de inspecteur bij een naheffingsaanslag vermeldt door wie, binnen welke termijn en bij welk bestuursorgaan bezwaar kan worden gemaakt. Dat is in dit geval ook gebeurd. In de rechtsmiddelenverwijzing, die bij de naheffingsaanslagen beschreven staat, wordt namelijk precies beschreven hoe en binnen welke termijn belanghebbende een bezwaarschrift had kunnen indienen. Belanghebbende had dus kunnen weten wanneer en tot wie hij zich had kunnen wenden voor het tijdig indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank oordeelt daarom dat het in dit geval op de weg van belanghebbende had gelegen om eerder een bezwaarschrift in te dienen. Daarnaast is ook overigens geen sprake van een geringe verwijtbaarheid of een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid.
Conclusie en gevolgen
6. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn daarom ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.M. Rosta, griffier, op 7 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.