[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
de Dienst Toeslagen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de Dienst Toeslagen van 11 januari 2021.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
Voorgeschiedenis
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 september 2016. Met de beslissing op bezwaar van 11 januari 2021 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft met haar brief, gedateerd 28 mei 2024, opnieuw bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 september 2016. Omdat op dit bezwaar al is beslist, heeft de Dienst Toeslagen het bezwaarschrift ter verdere behandeling aan de rechtbank toegestuurd. De rechtbank heeft het bezwaarschrift aangemerkt als een beroepschrift tegen het besluit van 11 januari 2021.
Toetsingskader
4. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
5. Niet in geschil is dat het bestreden besluit bekend is gemaakt op 11 januari 2021 zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 22 februari 2021.
De rechtbank heeft met de brief van 24 november 2025 aan eiseres gevraagd om binnen 2 weken mee te delen waarom zij haar brief van 29 mei 2024 na afloop van de beroepstermijn heeft verstuurd. Op 7 januari 2026 heeft de rechtbank deze brief nog een keer verstuurd per aangetekende post. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 9 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.