ECLI:NL:RBZWB:2026:8757

ECLI:NL:RBZWB:2026:8757

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer BRE 25/5166
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

KINDER De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

de Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen).

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5166 KINDER

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen met het ingediende dossier heeft voldaan aan artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook heeft de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak en onder 3 een verwijzing naar het wettelijk kader in de bijlage. De gronden van eiseres staan onder 4. De inhoudelijke beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: Heeft de Dienst Toeslagen voldaan aan artikel 8:42 van de Awb en heeft eiseres recht op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013? Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiseres heeft twee kinderen. Zij heeft op 9 februari 2010 kinderopvangtoeslag aangevraagd met ingang van 10 februari 2010 voor de opvang van haar oudste kind. De Belastingdienst/Toeslagen heeft over de jaren 2010 tot en met 2012 (voorschotten) kinderopvangtoeslag toegekend. De kinderopvangtoeslag is per 1 juli 2012 stopgezet.

Eiseres heeft zich gemeld voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

Het verzoek van eiseres om compensatie is op basis van de lichte toets afgewezen.

Met het besluit van 8 maart 2023 (kenmerk UHT-DCHA, primair besluit) heeft Dienst Toeslagen aan eiseres medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Met het bestreden besluit van 22 september 2025 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. [gemachtigde] namens de Dienst Toeslagen.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Wettelijk kader

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt hiervan onderdeel uit.

Standpunt van eiseres

4. Eiseres voert in beroep aan dat zij recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2013. In die jaren heeft zij kinderopvang genoten voor haar eerste kind en kinderopvangtoeslag ontvangen. Zij betwist dat zij de kinderopvangtoeslag per 2 juli 2012 heeft stopgezet. Hierdoor is ten onrechte € 2.191,- kinderopvangtoeslag teruggevorderd. Daarnaast heeft eiseres voor de terugbetaling een betalingsregeling gevraagd, maar heeft zij deze niet gekregen vanwege een Opzet/Grove Schuld (O/GS)-kwalificatie. Eiseres stelt zich ter zitting op het standpunt dat de Dienst Toeslagen niet voldaan heeft aan artikel 8:42 van de Awb, omdat een onvolledig en onleesbaar dossier is ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de Dienst Toeslagen voldaan aan artikel 8:42 van de Awb?

5. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat de Dienst Toeslagen een onleesbaar en niet werkbaar dossier heeft aangeleverd. Daar komt bij dat in het toegestuurde dossier de in het verweerschrift genoemde paginanummers en stukken niet terug te vinden zijn. Indiening van het dossier op deze wijze is in strijd met artikel 8:42 van de Awb. De gemachtigde wil de op de zaak betrekking hebbende stukken ontvangen met een doorlopende paginanummering onderaan de pagina en een inventarislijst die hierop aansluit. Hij verzoekt de rechtbank eventueel een bestuurlijke lus toe te passen om de Dienst Toeslagen het gebrek te laten herstellen.

De Dienst Toeslagen heeft toegelicht dat in de bezwaarfase een bezwaardossier is toegestuurd. In dit geval is in de beroepsfase ook het ouderdossier verstrekt, waar veel gemachtigden en ouders prijs op stellen. Verstrekking van zowel het bezwaardossier als het ouderdossier maakt het pakket stukken omvangrijk. De in het verweerschrift genoemde paginanummers verwijzen naar de pagina’s in het dossier in PDF-vorm.

De rechtbank stelt vast dat de Dienst Toeslagen een inventarislijst en de op de procedure betrekking hebbende stukken heeft ingediend. In het verweerschrift is niet alleen verwezen naar een paginanummer, maar is het betreffende processtuk ook duidelijk omschreven. De gemachtigde heeft niet aangegeven dat hij stukken mist en evenmin welke stukken. Daar komt bij dat de in het verweerschrift omschreven stukken ook onderdeel uitmaken van het dossier. Van een professionele gemachtigde, die al geruime tijd toeslagenzaken behandeld, mag worden verwacht dat hij de processtukken kan duiden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen een compleet en leesbaar dossier ingediend en hiermee voldaan aan het indienen van de op de procedure betrekking hebbende stukken zoals bedoeld in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Dat de stukken niet doorlopend onderaan de pagina zijn genummerd, maakt dit niet anders.

Heeft eiseres recht op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013?

De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de hersteloperatie is dat gedupeerde ouders alsnog ontvangen wat ten onrechte is teruggevorderd of onthouden, aangevuld met een vergoeding voor materiële en immateriële schade. Uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht volgt dat de Dienst Toeslagen compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden doordat ten aanzien van hem in de periode vóór 23 oktober 2019 bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem vóór 23 oktober 2019 werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen, dient dus in ieder geval sprake te zijn van schade die eiseres daadwerkelijk heeft geleden als gevolg van de institutionele vooringenomenheid of van de hardheid bij de Dienst Toeslagen die heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening.

Ter beoordeling ligt de vraag voor of eiseres recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2013. Ten aanzien van de jaren 2010 en 2011 heeft eiseres geen gronden aangevoerd, dus deze jaren blijven buiten de beoordeling.

Toeslagjaar 2012

De rechtbank constateert dat eiseres op 23 januari 2012 kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd met ingang van 1 februari 2012. De Dienst Toeslagen heeft een stopzetting ontvangen op 19 september 2012 met ingangsdatum 1 juli 2012. Uit een TVS-bestand volgt dat deze stopzetting is doorgegeven via het online burgerportaal van de Belastingdienst/ Toeslagen. De Dienst Toeslagen stelt zich op het standpunt dat de stopzetting niet is ingevoerd door een medewerker van de Dienst, omdat dan in het TVS-bestand een user-ID van de betreffende ambtenaar zichtbaar is. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen aanleiding om te veronderstellen dat de Belastingdienst/Toeslagen zelfstandig de stopzetting heeft ingevoerd. Voor zover eiseres stelt dat de stopzetting niet door haar, maar door de kinderopvangorganisatie is ingediend, is dat een omstandigheid die niet te wijten is aan de Dienst Toeslagen. Eiseres heeft immers ter zitting verklaard dat zij zelf haar DigiD ter beschikking heeft gesteld aan de kinderopvangorganisatie. Er is dus geen sprake van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft het verzoek van eiseres om compensatie voor het toeslagjaar 2012 terecht afgewezen.

Toeslagjaar 2013

Eiseres stelt dat zij in 2013 kinderopvang heeft genoten en kinderopvangtoeslag heeft ontvangen, in ieder geval in de eerste helft van het jaar.

Uit de memorie van toelichting bij de Wht volgt dat de bewijslast voor het recht op compensatie bij de aanvrager van de compensatie ligt. Eiseres moet dus meer doen dan alleen zeggen dat zij een aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft ingediend en dat kinderopvang is genoten.

De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier van eiseres geen stukken bevinden waaruit blijkt dat voor het jaar 2013 een aanvraag om kinderopvangtoeslag is ingediend. De door eiseres overgelegde brief van de curator is daartoe onvoldoende, omdat in deze brief niet is ingegaan op genoten kinderopvang of op aangevraagde kinderopvangtoeslag in het jaar 2013. De Dienst Toeslagen heeft onderzoek gedaan en stelt dat een doorzoeking is gedaan van de eigen informatiesystemen voor het jaar 2013 en dat daarbij geen aanvraag van eiseres om kinderopvangtoeslag en/of beschikkingen met toekenning, uitbetaling of terugvordering van kinderopvangtoeslag zijn aangetroffen. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de ingediende stukken en de toelichting door de Dienst Toeslagen. Te meer omdat eiseres geen begin van bewijs heeft geleverd op grond waarvan aannemelijk geacht zou kunnen worden dat zij daadwerkelijk voor het jaar 2013 een aanvraag kinderopvangtoeslag heeft ingediend. Gelet hierop kan eiseres ook geen schade hebben geleden volgens de voorwaarden van artikel 2.1 van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft daarom terecht geweigerd aan eiseres compensatie toe te kennen over het jaar 2013.

Heeft eiseres recht op een O/GS-tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2012?

De Dienst Toeslagen kent een O/GS-tegemoetkoming toe aan een aanvrager indien toepassing van de wet heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.

Om voor een O/GS-tegemoetkoming in aanmerking te komen, moet dus sprake zijn van een O/GS-kwalificatie én van het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling of een buitengerechtelijke schuldregeling.

De Dienst Toeslagen stelt zich op het standpunt dat eiseres niet de onterechte kwalificatie O/GS heeft gekregen en ook geen schriftelijk verzoek om een persoonlijke betalingsregeling heeft ingediend.

Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij telefonisch om een betalingsregeling heeft verzocht en dat deze is geweigerd. Ze kreeg alleen uitstel van betaling gedurende vier maanden.

De rechtbank is van oordeel dat, zonder enige onderbouwing, niet aannemelijk is geworden dat eiseres een verzoek om een betalingsregeling heeft gedaan voor de terugvordering over het toeslagjaar 2012. Ook is geen sprake van het niet toekennen van een betalingsregeling vanwege een onterechte kwalificatie O/GS. De Dienst Toeslagen heeft dan ook op goede gronden geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op een O/GS-vergoeding voor het toeslagjaar 2012.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de Dienst Toeslagen een juist besluit heeft genomen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 28 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 2.1. Compensatie en aanvullende compensatie voor aanvrager kinderopvangtoeslag

1. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:

a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of

b. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.

(…)

4. Een aanvrager van een kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, komt niet in aanmerking voor compensatie van schade met betrekking tot een berekeningsjaar waarover minder dan € 1.500 aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd of het recht op kinderopvangtoeslag met minder dan € 1.500 is verlaagd.

Artikel 2.6. O/GS-tegemoetkoming en aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor aanvrager kinderopvangtoeslag

1. De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.

2. De O/GS-tegemoetkoming bedraagt 30 procent van het bedrag van de terugvordering. (…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand