ECLI:NL:RBZWB:2026:886

ECLI:NL:RBZWB:2026:886

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer 02-186307-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een taakstraf voor de duur van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis. Daarnaast wordt opgelegd een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-186307-25

vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1949 te [gebooorteplaats]

wonende op het [woonadres] .

Raadsman: mr. H.W. Leemans, advocaat te Zoetermeer.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Daarnaast heeft het [slachtoffer] een verklaring op schrift voorgelezen.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als Bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er -kort en feitelijk weergegeven- op neer dat verdachte zich primair schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, en subsidiair dat hij dusdanig aan het verkeer heeft deelgenomen dat daardoor gevaar en/of hinder is veroorzaakt.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit. Verdachte is bij een kruising direct achter een links afslaande vrachtwagen aangereden. Op het moment dat de vrachtwagen stopte voor een de weg kruisend fietspad, heeft verdachte zijn weg vervolgd op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer, en daarmee dus tegen de rijrichting in. Verdachte is vervolgens met een zekere snelheid doorgereden en heeft geen voorrang verleend aan verkeer op een die weg kruisend fietspad, terwijl dit wel had gemoeten. Hierdoor is een botsing ontstaan met het [slachtoffer] die hierbij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit. Het is onduidelijk of verdachte nu wel of niet heeft stilgestaan naast de vrachtauto voor de kruising met het fietspad. Het staat evenmin vast met welke snelheid hij het fietspad is opgereden. Er heeft immers geen verkeersongevallenanalyse plaatsgevonden en drie andere betrokken fietsers zijn niet gehoord. Er is sprake van een moment van tijdelijke onoplettendheid, waardoor hij het [slachtoffer] niet heeft gezien. Dit valt aan te merken als één enkele verkeersovertreding. In de jurisprudentie is bepaald dat bij deze stand van zaken geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde feit.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in Bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het juridisch kader

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad komt het bij de beoordeling van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt met zich mee dat niet in algemene zin is aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Voor schuld is dus meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en de oplettendheid die van een normale verkeersdeelnemer mag worden verwacht. Verder kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat er sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

Feiten en omstandigheden

Verdachte heeft op 4 juni 2025 in Halsteren op de Steenbergseweg als bestuurder van een personenauto deelgenomen aan het verkeer. Verdachte sloeg linksaf de Nijverheidsstraat in en reed daarbij achter een vrachtwagen aan. De vrachtwagenchauffeur is, meteen na de afslag naar links, gestopt voor een haaks op de Nijverheidsstraat gelegen fietspad. Dit fietspad heeft voorrang op het overig kruisend verkeer. Er staan haaientanden op het wegdek van de Nijverheidsstraat en er staat daar een verkeersbord dat tot het verlenen van voorrang verplicht. [slachtoffer] heeft op het fietspad gefietst en is de kruising genaderd. Verdachte is de vrachtwagen aan de linkerzijde voorbijgegaan, is daarbij op de weghelft van tegemoetkomend verkeer terechtgekomen en heeft vervolgens tegen de rijrichting in, zijn weg vervolgd. Verdachte wilde het fietspad oversteken en is tijdens het oversteken in botsing gekomen met de fietser [slachtoffer] . [slachtoffer] komt zwaar ten val en wordt naar het ziekenhuis gebracht. De getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en het slachtoffer hebben alle drie verklaard dat verdachte niet voor de kruising met het fietspad heeft stilgestaan, maar in één beweging is doorgereden.

Het oordeel van de rechtbank

Op basis van de hiervoor omschreven (en in Bijlage II aangehechte) bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte meerdere verkeersovertredingen heeft begaan. Hij is achter een vrachtwagen aangereden, zonder zich ervan te vergewissen of hij op een voor hem bestemde rijbaan (en rijrichting) op de Nijverheidsstraat stil kon staan. Hij is vervolgens, via de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, langs de vrachtwagen gereden die op dat moment stil stond voor het fietspad. Door deze gedragingen kon verdachte op de kruising minder goed op een onverwachte situatie anticiperen en reageren. Daarna is hij de kruising met het fietspad overgestoken zonder voorrang te verlenen aan het fietsverkeer. Verdachte had extra voorzichtig moeten zijn, nu zijn zicht op de kruising met het fietspad volledig geblokkeerd werd door de stilstaande vrachtwagen. Hij had het ongeluk kunnen vermijden door zich aan de verkeersregels te houden en extra alert te zijn op de verkeerssituatie aldaar.

Het letsel van het slachtoffer bestaat uit een complexe dijbeenbreuk, een hersenschudding, een gebroken neus en gebroken pols. Het slachtoffer is op 4 juni 2015 opgenomen op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis en heeft een operatie en een gipsbehandeling moeten ondergaan. De verwachte genezingsduur bedraagt zes tot negen maanden. Volgens de rechtbank kan dit letsel, gelet op de aard ervan, de noodzaak tot medisch ingrijpen en de genezingsduur als zwaar lichamelijk letsel worden aangemerkt zoals de wet dit bedoeld heeft.

Het verweer

De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat verdachte zou hebben stilgestaan voordat hij de kruising is overgestoken, zoals door de verdediging is betoogd. Niet alleen weet verdachte zich dit niet met zekerheid te herinneren, maar deze stellingname wordt ook weersproken door het slachtoffer en de twee onafhankelijke getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij onderschrijven elkaars verhaal op essentiële punten. Volgens hen heeft verdachte niet stilgestaan en is hij in één beweging doorgereden. Het feit dat er geen verkeersongevallenanalyse heeft plaatsgevonden, de gereden snelheid niet is vastgesteld en andere mogelijke getuigen niet zijn gehoord, maakt dit alles niet anders. Wat hier verder ook van zij, feit blijft dat verdachte zich bevond op een plaats waar hij onvoldoende zicht had op het fietspad, maar desondanks dit fietspad is opgereden.

Het verweer wordt verworpen.

Conclusie:

Er bestaat volgens de rechtbank een causaal verband tussen de door verdachte begane overtredingen en zijn weggedrag en het ongeval dat daarop heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft zichzelf in die situatie gebracht. De aanrijding is onvermijdelijk het gevolg geweest van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag van verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeluk in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Het onder feit 1 primair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 4 juni 2025 te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Steenbergseweg en de Nijverheidsweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend

- terwijl hij over de Steenbergseweg reed, komende vanuit de richting Steenbergen en bij de kruising met de Nijverheidsweg linksaf wilde afslaan

- op de Nijverheidsweg de rijstrook van het tegemoetkomende verkeer op te rijden en daarbij een rechts van hem, stilstaande vrachtauto, die voorrang verleende aan het aldaar op het kruisende fietspad parallel gelegen aan de Steenbergseweg rijdende verkeer, in te halen en

- geen gevolg te geven aan de op de wegdek aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: “Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg” en

- geen gevolg te geven aan het voor dat fietspad in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voornoemd reglement, inhoudende: “Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg” met daaronder de aanduiding dat verkeer uit beide richtingen kon komen, en

- te gaan rijden, terwijl fietsers over het kruisende fietspad reden en

- in strijd met het gestelde in artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig personenauto niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en vervolgens gebotst is tegen met een over dat fietspad rijdende bestuurder van de fiets

waardoor een ander genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een complexe dijbeen-breuk en een gebroken pols en een gebroken neus en een hersenschudding werd toegebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast is in de strafeis opgenomen een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 277 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, gedurende een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zodat toepassing kan worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel dat de ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen in geheel voorwaardelijke vorm wordt opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich op 4 juni 2025 in Bergen op Zoom schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Er zijn meerdere verkeersovertredingen aan het ongeval voorafgegaan. Hierdoor is een botsing ontstaan met het [slachtoffer] , die daarbij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De impact van het ongeval voor het slachtoffer is groot geweest en heeft zich gekenmerkt door een langdurig hersteltraject. Uit de voorgedragen schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat een deel van de fysieke malheur, als gevolg van het verkeersongeluk, nog altijd aanwezig is. Verdachte heeft op zitting zijn spijt betuigd en zijn medeleven getoond aan het slachtoffer. Hij komt hierin oprecht en authentiek op de rechtbank over.

De rechtbank weegt bij de bepaling van de straf mee dat het verkeersgedrag van verdachte valt binnen de laagste categorie van schuld, die bij de toepassing van artikel 6 van de Wegenverkeerswet wordt onderscheiden. Verder houdt de rechtbank rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken. Het uitganspunt is een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis, alsook een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Verdachte is nooit eerder met justitie in aanraking gekomen. Hij heeft al 177 dagen zijn rijbewijs moeten missen en een cursus van het CBR moeten betalen, om aan te tonen dat hij geschikt is om aan het verkeer deel te nemen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldbewust getoond. Dit zijn redenen om in strafmatigende zin van het uitgangspunt af te wijken. De rechtbank ziet ook geen reden om een voorwaardelijke sanctie aan verdachte op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van het onderhavige misdrijf.

Alles afwegende, zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een taakstaf voor de duur van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van zes maanden, waarbij wordt bepaald dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op deze rijontzegging.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde

8. De beslissing

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994;

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het primair bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 (veertig) dagen;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Dekker, voorzitter, mr. E.G.F. Vliegenberg en mr. W.J.M. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.C. Admiraal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 februari 2026.

De jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

9. Bijlage I

De tenlastelegging

primair:

hij op of omstreeks 4 juni 2025 te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom , in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Steenbergseweg en/of de Nijverheidsweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- terwijl hij over de Steenbergseweg reed, komende vanuit de richting Steenbergen en bij de kruising met de Nijverheidsweg linksaf wilde afslaan

- op de Nijverheidsweg de rijstrook van het tegemoetkomende verkeer op te rijden en/of daarbij een (rechts van hem, stilstaande) vrachtauto, die voorrang verleende aan het aldaar op het kruisende fietspad (parallel gelegen aan de Steenbergseweg) rijdende verkeer, in te halen en/of

- geen gevolg te geven aan de op de wegdek aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: “Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg” en/of

- geen gevolg te geven aan het voor dat fietspad in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voornoemd reglement, inhoudende: “Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg” met daaronder de aanduiding dat verkeer uit beide richtingen kon komen, en/of

- te blijven rijden, althans te gaan rijden, terwijl fietsers over het kruisende fietspad

reden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (vervolgens) gebotst is tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over dat fietspad rijdende bestuurder van die fiets en/of die fiets

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een (complexe) dijbeen-breuk en/of een gebroken pols en/of een gebroken neus en/of een hersenschudding of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

(artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 juni 2025 te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom , in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de Steenbergseweg en/of de Nijverheidsweg,

- terwijl hij over de Steenbergseweg reed, komende vanuit de richting Steenbergen en bij de kruising met de Nijverheidsweg linksaf wilde afslaan

- op de Nijverheidsweg de rijstrook van het tegemoetkomende verkeer is opgereden en/of daarbij een (rechts van hem, stilstaande) vrachtauto, die voorrang verleende aan het aldaar op het kruisende fietspad (parallel gelegen aan de Steenbergseweg) rijdende verkeer, heeft ingehaald en/of

- geen gevolg heeft gegeven aan de op de wegdek aangebrachte haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: “Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg” en/of

- geen gevolg heeft gegeven aan het voor dat fietspad in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voornoemd reglement, inhoudende: “Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg” met daaronder de aanduiding dat verkeer uit beide richtingen kon komen, en/of

- is blijven rijden, althans is gaan rijden, terwijl fietsers over het kruisende fietspad reden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers is hij, verdachte gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een over dat fietspad rijdende fietser;

(artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?