Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-087365-20
Beslissing van de meervoudige kamer van 14 september 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
nu verblijvende bij [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling),
hierna: betrokkene.
Raadsvrouw mr. F.H.J. de Graaf, advocaat in Tilburg.
1. Inleiding
Betrokkene is op 20 september 2022 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant ontslagen van alle rechtsvervolging en veroordeeld tot een terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege. De tbs met verpleging van overheidswege is opgelegd wegens een poging tot zware mishandeling.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met verpleging van overheidswege is aangevangen op 5 oktober 2022 en op
4 oktober 2024 voor het laatst verlengd met een termijn van twee jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 30 juli 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. I.M. Peters, is gehoord. Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Daarnaast is deskundige [gz-psycholoog] (gz-psycholoog bij [tbs-instelling] ) gehoord.
3. Adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 16 juni 2026 geadviseerd de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar. Bij betrokkene is sprake van een licht verstandelijke beperking en een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, die vermoedelijk is veroorzaakt door vroeggeboorte. Daarnaast is er sprake van een psychische kwetsbaarheid, die geclassificeerd wordt als een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Deze kwetsbaarheid heeft zich in het verleden geuit in auditieve hallucinaties, bijzondere lichamelijke sensaties, achterdocht en chaotisch gedrag. De emotionele ontwikkelingsleeftijd van betrokkene wordt geschat op 1,5 tot 3 jaar. Tot slot is er sprake van verslavingsproblematiek.
Betrokkene verblijft sinds 14 november 2025 op de [afdeling] (beveiligingsniveau 2) van de tbs-instelling, waar hij zijn vrijheden verder heeft opgebouwd naar onbegeleid verlof van en naar de dagbesteding op het terrein. Alle verloven zijn tot nu toe probleemloos verlopen. Betrokkene neemt actief deel aan de therapie en toont groei in zowel zijn dagelijkse vaardigheden als in het contact met anderen. Hoewel zijn medicatie in de afgelopen periode is opgehoogd, blijft hij hieraan – ondanks de bijwerkingen – onverminderd meewerken.
De verwachting is dat betrokkene vanwege zijn complexe problematiek blijvend afhankelijk zal zijn van externe begeleiding, ondersteuning en controle en zal uitstromen richting een beschermde of begeleide 24-uurs woonvorm. Hij heeft geen probleembesef en -inzicht en beschikt over gebrekkige copingvaardigheden. Hierdoor is er een voortdurend risico op overvraging. Indien de tbs nu zou worden opgeheven, zal betrokkene mogelijk stoppen met het innemen van medicatie, terugvallen in middelengebruik, psychotisch ontregeld raken en agressief gedrag vertonen. Hierdoor wordt de kans op herhaling als hoog ingeschat.
De komende periode zal verder worden gewerkt aan de behandeling en zal het verlof verder worden uitgebreid. Momenteel is er alleen sprake van onbegeleid terreinverlof. Onderzocht moet worden of een uitbreiding naar onbegeleid verlof buiten het terrein van de tbs-instelling mogelijk is. Het is van belang dat dit proces stapsgewijs en zorgvuldig verloopt. Alles bij elkaar genomen zal dit traject naar verwachting langer duren dan één jaar. Daarom wordt een verlenging met twee jaar geadviseerd.
Ter zitting heeft deskundige [gz-psycholoog] daaraan toegevoegd dat inmiddels een aanvraag is ingediend om het onbegeleide verlof uit te breiden naar het centrum van [plaats] . De kliniek heeft hiervoor al akkoord gegeven. Er wordt momenteel nog gekeken of betrokkene de juiste medicatie en dosering krijgt. Verder heeft de deskundige aangevoerd dat het onderzoek naar autisme inmiddels is afgerond en dat er bij betrokkene geen autisme is vastgesteld.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 24 juni 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een licht verstandelijke beperking en een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Daarnaast is er sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Betrokkene heeft een langdurige psychose gehad die mogelijk nog niet geheel in remissie is. Ook is er sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol, een stoornis in het gebruik van cannabis en een stoornis in het gebruik van een stimulantium (cocaïne), allen in remissie binnen een gereguleerde omgeving. Indien de tbs nu zou worden opgeheven, wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Het gevaar wordt op middellange termijn verwacht, nu betrokkene niet zelfredzaam is. Hij zal naar verwachting stoppen met het innemen van medicatie, terugvallen in middelengebruik, psychotisch ontregeld raken en agressief gedrag vertonen. De psychiater onderschrijft de door de tbs-instelling ingezette koers. Gelet op de hoeveelheid stappen die nog moeten worden gezet, heeft de psychiater geadviseerd de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Advies psycholoog
Het rapport van [psycholoog] van 21 mei 2026 is vrijwel gelijkluidend aan het rapport van de psychiater voor wat betreft de omschreven problematiek, het advies en de argumenten waarop dit is gebaseerd. Bij een beëindiging van de tbs zal het risico op gewelddadig gedrag op de middellange termijn oplopen tot hoog. De psycholoog acht het van belang dat de vrijheden van betrokkene stapsgewijs worden uitgebreid en dat er wordt gezocht naar een passende uitstroomplek. Gelet op de nog te nemen stappen is niet de verwachting dat de tbs-maatregel al over één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd. Geadviseerd wordt de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is op de zitting gebleven bij de vordering om de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen. Aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan en de door de tbs-instelling uitgezette koers is helder. Kijkend naar de stappen die nog genomen moeten worden, is het niet realistisch dat dit binnen één jaar zal lukken.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft op de zitting verklaard dat het goed met hem gaat. Hij volgt behandeling, werkt, gebruikt geen drugs meer en neemt zijn medicatie trouw in. Hij hoopt wel dat hij deze medicatie in de toekomst kan afbouwen. Hij kan zich vinden in het advies van de tbs-instelling om de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
De raadsvrouw van betrokkene kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie om de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
5. Beoordeling
De tbs van betrokkene kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen dat eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tbs moet worden verlengd.
De vraag die vervolgens voorligt, is of de tbs met één of twee jaar moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met één jaar, de tbs verlengd dient te worden met twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt in zijn behandeling. Duidelijk is echter wel dat hij nog belangrijke stappen moet zetten in zijn verdere behandel- en resocialisatietraject. Zo moet zijn verlof nog verder worden uitgebreid, zodat getoetst kan worden hoe hij omgaat met meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Het is daarbij van belang dat dit in een rustig en gefaseerd tempo gebeurt. Gelet op de stappen die betrokkene nog te zetten heeft, is de verwachting dat dit zeker niet binnen één jaar gerealiseerd kan worden. Van bijzondere omstandigheden die maken dat van het uitgangspunt moet worden afgeweken, is niet gebleken. Alle betrokken partijen zijn het daarover eens. De rechtbank zal de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene daarom verlengen met een termijn van twee jaar.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. R. Combee en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 september 2026.
Mr. K. Verschueren en mr. H. Faouzi zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.