ECLI:NL:RBZWB:2026:8909

ECLI:NL:RBZWB:2026:8909

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer 02-223051-19
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging tbs met twee jaar

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-223051-19

Beslissing van de meervoudige kamer van 14 september 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Brazilië),

nu verblijvende in [ggz-instelling] ,

hierna: betrokkene.

Raadsvrouw mr. B. van der Werf, advocaat in Breda.

1. Inleiding

Betrokkene is op 24 juli 2020 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant ontslagen van alle rechtsvervolging en veroordeeld tot een terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden. De tbs met voorwaarden is opgelegd wegens een poging tot doodslag en een poging tot zware mishandeling.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs met voorwaarden is aangevangen op 24 juli 2020.

De tbs is op 14 juni 2022 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant verlengd met een termijn van twee jaar. Op diezelfde datum is de tbs met voorwaarden omgezet naar een tbs met verpleging van overheidswege. Betrokkene is hiertegen in hoger beroep gegaan. Op

9 februari 2023 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing van de rechtbank bevestigd.

De tbs met verpleging van overheidswege is voor het laatst verlengd op 10 juli 2024.

2. Procesverloop

De rechtbank heeft op 19 mei 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is aanvankelijk behandeld op de openbare terechtzitting van 2 juni 2026.

Het onderzoek is op die datum geschorst wegens het ontbreken van de vereiste rapporten van de psychiater en de psycholoog.

De behandeling is vervolgens hervat op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2026. De officier van justitie, mr. I.M. Peters, is gehoord. Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Daarnaast is [deskundige] (gz-psycholoog en psychotherapeut bij [tbs-instelling] ) gehoord.

3. Adviezen

Advies van [tbs-instelling] (de tbs-instelling)

De tbs-instelling heeft in het rapport van 13 april 2026 geadviseerd de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van alcohol en een stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast is er sprake van een belaste voorgeschiedenis met verwaarlozing en geweld.

Betrokkene verblijft sinds 1 oktober 2020 op de behandelafdeling [afdeling] van de tbs-instelling. Daar was hij aanvankelijk opgenomen in het kader van tbs met voorwaarden. Op 9 februari 2023 is de tbs met voorwaarden omgezet naar een tbs met verpleging van overheidswege, omdat betrokkene antipsychotische medicatie (deels) had geweigerd, vrijwel continu had gedreigd met het staken van zijn huidige medicatie, een aantal keren softdrugs had gebruikt en zich niet had gehouden aan het vastgestelde behandel- en dagprogramma. Na deze omzetting is de behandeling voortgezet op dezelfde afdeling en is er ingezet op stabilisatie middels antipsychotische medicatie, het bevorderen van het probleembesef, toezicht op de abstinentie van middelen, het versterken van de copingvaardigheden en het vergroten van de behandelmotivatie.

Hoewel de behandeling moeizaam startte en eind 2023 nog negatief werd geëvalueerd, is er sinds begin 2024 een duidelijke omslag te zien. Betrokkene is sindsdien abstinent en neemt zijn medicatie vrijwillig en onder toezicht in. Ook toont hij meer openheid over psychotische belevingen en maakt hij actief gebruik van cognitieve gedragstherapie om zijn gedachten te toetsen. Er zijn nog wel restsymptomen aanwezig, maar deze leiden momenteel niet tot agressief gedrag.

Ondanks deze positieve ontwikkeling is de stabiliteit van betrokkene nog sterk afhankelijk van externe structuur en begeleiding. Indien de tbs nu zou worden opgeheven, zal hij vrijwel zeker stoppen met het innemen van de antipsychotische medicatie, terugvallen in middelengebruik en psychotisch ontregeld raken. Hierdoor wordt de kans op herhaling op de middellange termijn als hoog ingeschat.

Begin februari 2026 heeft er een intakegesprek plaatsgevonden bij [ggz-instelling] . Inmiddels is er transmuraal verlof aangevraagd, evenals onbegeleid werk- en sportverlof op het terrein. De komende periode zal verder worden gewerkt aan de behandeling, zal een overplaatsing naar deze instelling verder worden voorbereid en zal het verlof verder worden uitgebreid. Alles bij elkaar genomen zal dit traject naar verwachting langer duren dan één jaar. Daarom wordt een verlenging met twee jaar geadviseerd.

Ter zitting heeft [deskundige] daaraan toegevoegd dat betrokkene inmiddels is overgeplaatst naar [ggz-instelling] en daar nu één week verblijft. Binnen deze nieuwe instelling moet betrokkene zijn vrijheden weer opbouwen. Ook zal er nog naar een vervolgplek moeten worden gezocht. Gelet op de problematiek van betrokkene is het van belang dat dit in een rustig en gefaseerd tempo gebeurt. De deskundige heeft het advies om de tbs met twee jaar te verlengen op zitting dan ook gehandhaafd.

Adviezen (externe) gedragsdeskundigen

Advies psychiater

Uit het rapport van [psychiater] van 1 juli 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van alcohol en een stoornis in het gebruik van cannabis, beide in remissie binnen een gereguleerde omgeving. Als de tbs nu zou worden opgeheven en betrokkene niet kan terugvallen op professionele behandeling en begeleiding, wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. De verwachting is dan dat betrokkene stopt met het innemen van medicatie, terugvalt in middelengebruik en psychotisch ontregeld raakt.

De psychiater heeft overwogen om te adviseren de tbs met verpleging van overheidswege met één jaar te verlengen. Binnen dat jaar zou dan kunnen worden beoordeeld of betrokkene zijn stabiliteit bij [ggz-instelling] weet te behouden en of het tbs-kader daarna kan worden afgeschaald. Mocht de overplaatsing naar [ggz-instelling] echter op zich laten wachten, dan is een termijn van één jaar te kort om zorgvuldig te toetsen of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging passend en verantwoord is. Een verlenging met twee jaar ligt dan volgens de psychiater meer in de rede.

Advies psycholoog

Uit het rapport van [psycholoog] van 8 juli 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van alcohol en een stoornis in het gebruik van cannabis, beide in remissie binnen een gereguleerde omgeving. Bij een beëindiging van de tbs wordt het risico op recidive op de middellange termijn (binnen zes maanden) als hoog ingeschat. De psycholoog acht het van belang dat de vrijheden van betrokkene stapsgewijs worden uitgebreid. Hierbij moet steeds de mogelijkheid bestaan om snel in te grijpen als betrokkene verder dreigt te ontregelen en zijn boosheid meer ruimte krijgt. Gelet op de stappen die nog moeten worden gezet om betrokkene stabiel in een meer definitieve woonvoorziening te krijgen, valt niet te verwachten dat de tbs-maatregel al over één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd. Geadviseerd wordt de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.

4. Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is op de zitting gebleven bij de vordering om de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen. Aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan. Gelet op de stappen die nog moeten worden gezet, is het niet realistisch dat dit traject binnen één jaar zal lukken.

Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft op zitting verklaard dat het goed met hem gaat. Hij verblijft sinds een week bij [ggz-instelling] en voelt zich daar op zijn plek. Hoewel hij zelf geen voorstander is van medicatie, neemt hij deze nog steeds in. Hij hoopt dat de tbs met één jaar wordt verlengd. Dat moet volgens hem ook haalbaar zijn, omdat het traject uit slechts acht stappen bestaat en in totaal zestien weken in beslag neemt.

De verdediging heeft op de zitting verzocht de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar, zodat volgend jaar getoetst kan worden of het tot de mogelijkheden behoort om de tbs voorwaardelijk te beëindigen.

5. Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen dat eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tbs moet worden verlengd.

De vraag die vervolgens voorligt, is of de tbs met één of twee jaar moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met één jaar, de tbs verlengd dient te worden met twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.

Betrokkene heeft de afgelopen twee jaren goede stappen gezet. Duidelijk is echter wel dat hij nog belangrijke stappen moet zetten in zijn verdere behandel- en resocialisatietraject. Betrokkene heeft onlangs de overstap gemaakt naar [ggz-instelling] , waar een lager beveiligingsniveau geldt. Binnen deze nieuwe omgeving zal moeten worden getoetst of het betrokkene lukt om stabiel te blijven functioneren. Vervolgens zal het verlof van betrokkene nog verder moeten worden uitgebreid en zal er nog gezocht moeten worden naar een geschikte vervolgplek. Gelet op de problematiek van betrokkene dient dit stapsgewijs, zorgvuldig en op een rustige manier te verlopen. De rechtbank is het met de psycholoog en de deskundige op zitting eens dat niet in de lijn der verwachting ligt dat deze stappen binnen een jaar (te weten voor 23 juni 2027) kunnen worden gezet. De rechtbank zal de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene daarom verlengen met een termijn van twee jaar.

6. Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. H. Faouzi, voorzitter, en mr. R. Combee en

mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 september 2026.

Mr. H. Faouzi en mr. K. Verschueren zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. Faouzi
  • mr. R. Combee
  • mr. K. Verschueren

Griffier

  • mr. S.D.M. Bos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand