Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-185252-22
Beslissing van de meervoudige kamer van 14 september 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ,
feitelijk verblijvende op het [adres] ,
hierna: betrokkene.
Raadsman mr. I.A.C. Cools, advocaat in Tilburg.
1. Inleiding
Betrokkene is op 16 augustus 2023 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant schuldig bevonden aan bedreiging. Hij is ontslagen van alle rechtsvervolging en heeft een terbeschikkingstelling (hierna: tbs) opgelegd gekregen, waaraan de volgende voorwaarden zijn verbonden:
- Betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering
bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- Betrokkene laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig
identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te
stellen;
- Betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De
reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van
het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- Betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht
herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde
afwezigheid;
- Betrokkene werkt mee aan huisbezoeken;
- Betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding
en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- Betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de
reclassering;
- Betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en
instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het
toezicht.
3. Betrokkene gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
4. Betrokkene laat zich opnemen in een nader te bepalen zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
5. Betrokkene laat zich behandelen door een nader te bepalen zorginstelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
6. Als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, kan betrokkene voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
7. Betrokkene verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is aangevangen op 1 september 2023 en op 22 augustus 2025 voor het laatst verlengd met een termijn van één jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 20 juli 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. I.M. Peters, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Daarnaast is deskundige [reclasseringswerker] (reclasseringswerker) gehoord.
De behandeling van de vordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.
3. Adviezen
Advies reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 25 juni 2026 geadviseerd om de tbs te beëindigen, mits verdere behandeling plaatsvindt via een indicatie in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), een indicatie in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of een zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Bij betrokkene is sprake van schizofrenie. Daarnaast is hij hardhorend en slechtziend als gevolg van eerder zelfbeschadigend gedrag.
Betrokkene verblijft sinds 11 augustus 2025 in zijn eigen woning, waar hij dagelijks contact heeft met de begeleiders van [begeleid wonen] en hij onder toezicht medicatie inneemt. Fivoor monitort zijn welzijn en de inname van medicatie. Hoewel de contactmomenten tussen betrokkene en de begeleiders altijd kort van duur zijn, ervaart hij deze als positief. In zijn eigen woning functioneert betrokkene stabiel. Hij laat zich goed aansturen door de begeleiding.
De belangrijkste pijler binnen het risicomanagement is dat betrokkene de voorgeschreven medicatie blijft innemen en begeleiding aanwezig is die daarop toeziet. Zonder deze begeleiding is de kans aanwezig dat hij stopt met de medicatie. Dit is in het verleden namelijk ook gebeurd. Hierdoor zal op de lange termijn het risico op ontregeling – en daarmee het risico op recidive – toenemen. Nu de zorg die betrokkene nodig heeft en momenteel ontvangt ook binnen andere kaders kan worden gewaarborgd, is het tbs-kader niet meer strikt noodzakelijk. Daarom wordt geadviseerd de tbs te beëindigen.
Ter zitting heeft deskundige [reclasseringswerker] daaraan toegevoegd dat de Wlz-indicatie is afgewezen en dat het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond is verklaard. Er is inmiddels een Wmo-indicatie aangevraagd maar hiervoor bestaat momenteel een wachtlijst. Gelet op het verleden van betrokkene, waarin hij stopte met zijn medicatie zodra het (dwingende) kader of de hulpverlening wegviel, geniet een zorgmachtiging de voorkeur.
Advies externe gedragsdeskundige
Betrokkene heeft niet meegewerkt aan het onderzoek van de psychiater. De psychiater heeft daarom niet kunnen beoordelen of de diagnostiek het afgelopen jaar is gewijzigd, hoe de behandeling is verlopen, of de risicotaxatie is veranderd, of de behandeling en het risicomanagement moeten worden gewijzigd en of de tbs-maatregel al dan niet moet worden beëindigd.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting de vordering aangepast. Zij heeft verzocht de tbs niet te verlengen, onder de voorwaarde dat het verzoek tot een zorgmachtiging wordt toegewezen.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft op de zitting verklaard dat het goed met hem gaat, dat hij zijn medicatie trouw inneemt en dat hij dit ook zal blijven doen. Wat hem betreft hoeft de tbs-maatregel niet meer te worden verlengd.
De verdediging heeft op de zitting verzocht de vordering af te wijzen. Nu er een passend alternatief voorhanden is om de inname van de medicatie te borgen, is een verlenging van de tbs niet langer noodzakelijk.
5. Beoordeling
De tbs van betrokkene kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen dat eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
De rechtbank stelt op basis van het reclasseringsrapport en de toelichting daarop op zitting vast dat er bij betrokkene nog steeds een stoornis aanwezig is en dat daaruit ook een recidiverisico voortvloeit. Ook staat vast dat betrokkene vanwege de chronische aard en ernst van zijn psychiatrische problematiek blijvend aangewezen zal zijn op zorg, begeleiding en toezicht, waarbij medicatie een belangrijke rol speelt. Zolang betrokkene zijn medicatie trouw inneemt, wordt het risico op recidive als laag ingeschat.
De vraag die aan de rechtbank voorligt is of de tbs met voorwaarden moet worden verlengd of dat de noodzakelijke zorg, begeleiding en toezicht ook mogelijk zijn op basis van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3 van de Wfz.
Betrokkene verblijft in het kader van de tbs inmiddels al enige tijd weer in zijn eigen woning. Hij krijgt daar de zorg, begeleiding en toezicht die hij nodig heeft. Dit alles kan hem ook worden geboden als aan hem een zorgmachtiging wordt afgegeven. Ondanks dat betrokkene heeft aangegeven ook vrijwillig zijn medicatie te willen blijven innemen, valt het niet uit te sluiten dat hij onder invloed van zijn stoornis dit standpunt op enig moment wijzigt. Voor die situatie is de zorgmachtiging aangewezen. De rechtbank is met de reclassering van oordeel dat met een zorgmachtiging het recidiverisico zoals dit nu nog aanwezig is op verantwoorde wijze kan worden ondervangen.
De rechtbank heeft bij afzonderlijke beslissing van heden op basis van artikel 2.3. van de Wfz een zorgmachtiging verleend ten behoeve van betrokkene voor de duur van zes maanden.
De rechtbank is van oordeel dat verlenging van de tbs met voorwaarden niet langer noodzakelijk is. Zij zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen, waarmee de tbs met voorwaarden tot een einde komt.
6. Beslissing
De rechtbank:
wijst af de vordering van de officier van justitie.
Deze beslissing is genomen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. K. Verschueren en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 september 2026.
Mr. K. Verschueren en mr. H. Faouzi zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.