Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-086955-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 september 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1944 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsman: mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op basis van het dossier het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging meent dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Daartoe is primair aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, vanwege het niet tijdig geven van de cautie en het niet naleven van de Salduz-jurisprudentie. Dit moet leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaring van verdachte gegeven op 8 juli 2024 en van het onderzoek dat naar aanleiding van deze verklaring is verricht aan zijn gegevensdragers.
Subsidiair is door verdachte betwist dat hij wetenschap had van het kinderpornografisch beeldmateriaal op zijn gegevensdragers.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Cautie en rechtsbijstand tijdens verhoor
De rechtbank is anders dan de verdediging van oordeel dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Zij overweegt daarover het volgende.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte door de politie is uitgenodigd voor een stopgesprek op 8 juli 2024, omdat het vermoeden bestond dat hij (online) contact zocht met een minderjarige. Bij aanvang van dit gesprek werd verdachte medegedeeld dat hij niet was aangehouden en ook niet als verdachte werd gehoord. Hem werd gevraagd of hij begreep waarom hij zich moest melden. Hierop verklaarde verdachte “voor het verzenden en ontvangen van die afbeeldingen via Telegram, dat was dom van mij”. Hierna werd verdachte de cautie gegeven en aan hem gevraagd om wat voor afbeeldingen het ging. Verdachte verklaarde daarop dat het op kinderporno ging.
Artikel 29 lid 2 Sv een verdachte te behoeden tegen ongewilde medewerking aan zijn eigen veroordeling. Ingevolge die bepaling dient de verdachte voor zijn verhoor te worden medegedeeld, dat hij niet verplicht is tot antwoorden (de cautie). De rechtbank is van oordeel dat bij aanvang van het hierboven omschreven stopgesprek nog geen sprake was van een verhoorsituatie. Dit betrof een informeel en preventief gesprek met de politie waarvoor verdachte telefonisch was uitgenodigd. Dit informele karakter veranderde na de mededeling van verdachte dat hij afbeeldingen had uitgewisseld via Telegram en dat dit dom van hem was. Direct hierna is de cautie gegeven, waarna door de politie werd doorgevraagd. Van een vormverzuim is dan geen sprake.
Volgens de Salduz-jurisprudentie heeft een aangehouden verdachte recht op bijstand van een advocaat tijdens zijn verhoor door de politie, behoudens bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. Verdachte is door de politie uitgenodigd voor een stopgesprek. Tijdens dit stopgesprek ontstond een verhoorsituatie, zonder dat verdachte was aangehouden. De Salduz-jurisprudentie geldt uitdrukkelijk in de situatie waarbij een verdachte is aangehouden. Omdat verdachte niet was aangehouden, hoefde hij niet op bijstand van de advocaat te worden gewezen en is er van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv ook op deze grond geen sprake. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
Wetenschap
De rechtbank acht op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderporno heeft verworven, in zijn bezit heeft gehad en zich de toegang daartoe heeft verschaft. De verklaring van verdachte dat hij geen weet had van de kinderporno vindt de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. De kinderporno is aangetroffen op vier verschillende gegevensdragers waarvan verdachte de enige gebruiker was. Daarnaast heeft hij drie van deze gegevensdragers nieuw aangeschaft. Daarbij gaat het om een zeer grote hoeveelheid kinderporno bestaande uit 2562 foto’s en 9 video’s, verzameld over een periode van ruim twee jaar. Vast staat verder dat de kinderporno direct toegankelijk was voor verdachte en/of (in ieder geval) door hem was bekeken. Daar komt bij dat het beeldmateriaal betrof van enkel meisjes met een leeftijdsverdeling van tussen de 0 en 14 jaar. Dat verdachte seksuele interesse heeft in minderjarige meisjes strookt ook met de andere onderzoeksbevindingen. Zo voerde hij seksueel getinte chatgesprekken met accounts die zouden toebehoren aan minderjarige meisjes, heeft hij een van deze tienermeisjes opgezocht en ook zijn zoekopdrachten wijzen op seksuele interesse in meisjes van die leeftijdscategorie.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 1 mei 2022 tot en met 8 juli 2024 te [plaats] , te weten
in de periode van 1 mei 2022 tot en met 30 juni 2024 afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 juli 2024 visuele weergaven van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten foto's en video’s waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/handen/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon
en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een vinger/hand en/of mond/tong worden aangeraakten/of het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand worden aangeraakt door die persoonen/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of waarbij sadomasochistische elementen aanwezig zijnen/of- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoeten/of- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerden/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespotenen/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke verschrijvingen of omissies voorkomen zijn deze verbeterd. Verdachte wordt hierdoor redelijkerwijs niet in zijn verdediging geschaad.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte, gezien zijn hoge leeftijd, tot niet meer te veroordelen dan een geheel voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in het bezit hebben van kinderporno, en het zich de toegang verschaffen daartoe, waarvan hij een gewoonte heeft gemaakt. Voor de vervaardiging van kinderporno worden kinderen (ernstig) seksueel misbruikt en uitgebuit. De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en niet zelden de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk om eenmaal online geplaatste foto’s en video’s definitief te laten verwijderen, een gegeven waarmee slachtoffers ook op volwassen leeftijd mee moeten leren leven. Verdachte wordt medeverantwoordelijk gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij door het verzamelen van kinderporno heeft bijgedragen aan de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen daders aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook daders die kinderporno verzamelen.
Verdachte heeft op zitting ontkend dat hij wetenschap had van de kinderporno; hij weet er niks van en begrijpt ook niet hoe de kinderporno op zijn gegevensdragers terecht is gekomen. De rechtbank vindt deze ontkennende houding van verdachte buitengewoon zorgwekkend. Uit zijn strafblad blijkt namelijk dat hem al eerder in 2016 een schriftelijke waarschuwing is gegeven in verband met kinderporno. Ook staat vast dat hij meerdere minderjarige meisjes online heeft benaderd met wie hij op expliciete wijze sprak over seks. Verdachte is zelfs zo ver gegaan dat hij het woonadres van een 12-jarig meisje heeft achterhaald en bezocht, waar hij het meisje opwachtte en haar de woning zag binnengaan.
Bij de bepaling van de strafmaat slaat de rechtbank acht op het grote aantal afbeeldingen en video’s dat verdachte in zijn bezit had (2562 foto’s en 9 video’s), de langere periode (ruim twee jaar) waarbinnen verdachte deze bestanden heeft verworven, de leeftijd van de betrokken kinderen (tussen de nul en veertien jaar) en de aard van de handelingen waartoe deze kinderen zijn gedwongen.
De Landelijke Oriëntatiepunten Voor Straftoemeting (LOVS) geven voor ‘gewoontebezit’ van kinderporno als uitgangspunt voor de strafoplegging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar.
In het reclasseringsadvies van 18 augustus 2026 wordt beschreven dat de praktische leefgebieden van verdachte op orde zijn. Hij heeft stabiele huisvesting, is met pensioen en heeft voldoende inkomen. Verdachte vertelt dat hij geen seksueel motief had en heeft geen inzicht in zijn eigen gedrag. De reclassering schat het recidiverisico in als laag tot gemiddeld en ziet geen zwaarwegende contra-indicaties voor het opleggen van een gevangenisstraf, met dien verstande dat plaatsing op een EZV in dat geval is aangewezen vanwege de leeftijd en kwetsbare gezondheid van verdachte. Zij adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
De rechtbank constateert dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van berechting op grond artikel 6, eerste lid, van het EVRM. In beginsel dient een strafzaak te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaar na aanvang van die redelijke termijn.
In dit geval geldt als aanvangsdatum 8 juli 2024, zijnde de datum van het stopgesprek dat gaandeweg een verdachtenverhoor werd en waarin verdachte een deels bekennende verklaring heeft afgelegd. Dit vonnis wordt gewezen op 15 september 2026. Dit betekent dat de redelijke termijn met ruim 2 maanden is overschreden.
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Met de officier van justitie schat de rechtbank het recidivegevaar hoger in dan de reclassering, gezien verdachtes strafblad, de omvang en lange duur van zijn strafbaar handelen en verdachtes verklaring ter zitting over zijn huidige internetgebruik en TikTok-contact. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Aan dit voorwaardelijke strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbonden. De rechtbank ziet geen redenen om vanwege de hoge leeftijd van verdachte anders te bepalen, met name gelet op de ernst van het door hem begane feit.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 240b(oud), 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het verwerven, in bezit hebben of zich de toegang verschaffen van/tot een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken verwerven, in bezit hebben en/of zich de
toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan-West 275 te Tilburg;
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, indien de reclassering het nodig acht, laat behandelen door [zorgorganisatie] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.
* dat verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch
materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt
gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft.
Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voortoegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter,
en mr. V.M. Schotanus en mr. J.P.E. Mullers, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 september 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2022 tot en met 8 juli 2024 te [plaats], althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 1 mei 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 juli 2024, artikel 252 Wetboek vanStrafrecht)een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten- foto's en/of video’s en/of films en/of- gegevensdragers, te weten (een) mobiele telefoon(s) (Samsung Galaxy en/of Sony Xperia) en/of een tablet (Lenovo) en/of een computer (Asus)waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/handen/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp, door die persoon(afbeelding/visuele weergave #05, #07, #10, #12, #13, #14, #15, #16, #17, #18, #20 van toonmap)
en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakten/of het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand wordt/worden aangeraakt door die persoonen/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt(afbeelding/visuele weergave #01, #03, #04, #12, #19 van toonmap)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of waarbij sadomasochistische elementen aanwezig zijnen/of- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoeten/of- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht(afbeelding/visuele weergave #02, #06, #08, #09, #11, #20 van toonmap)
en/ofdat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerden/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespotenen/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden(afbeelding/visuele weergave #09 van toonmap),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1sub c Wetboek van Strafrecht)