ECLI:NL:RBZWB:2026:8940

ECLI:NL:RBZWB:2026:8940

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 26-000255
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

parketnummer : 02-241410-25

raadkamernummer : 26-000255

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.F.M. Gerritsen, advocaat te Breda (Stationslaan 1a2, 4815 GW Breda),

hierna te noemen: de verzoeker.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 5 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Op 13 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en mr. R.F.M. Gerritsen als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat heeft aangevoerd dat er sprake was van een complexe zaak en er twijfels bestonden omtrent de processtrategie. De zaak heeft zes maanden geduurd, alvorens de sepotbeslissing volgde. Gedurende deze tijd is de zaak een aantal keer met verzoeker (telefonisch) besproken. Na de sepotbeslissing is met verzoeker besproken en overwogen om de zaak alsnog op zitting te krijgen. Het betrof een zedenzaak en verzoeker zou meer gebaat zijn bij een vrijspraak. Daarnaast heeft er literatuuronderzoek moeten plaatsvinden en is er na het sepot gecommuniceerd met het Openbaar Ministerie voor inzage van het dossier.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel na toelichting van de advocaat sprake lijkt te zijn van een complexe zaak, de gevorderde uren bovenmatig zijn. Voorgaande maakt dat wordt verzocht de uren te matigen tot 12 declarabele uren, hetgeen billijk wordt geacht.

2. De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Gelet op de omvang van het dossier en de complexiteit daarvan is de rechtbank van oordeel dat het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 5.172,75 in voldoende mate is onderbouwd en de rechtbank billijk voorkomt. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 5.997,75, bestaande uit:

- € 5.172,75 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 5.997,75 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Bergen

Griffier

  • mr. D.J. Gentenaar van der Landen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand