Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-013935-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag 1] 1998 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1][adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [locatie] ,
raadsman mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. L.A. Pronk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1: op 23 december 2025, al dan niet samen met een ander, opzettelijk een ontploffing bij een woning in [plaats] teweeg heeft gebracht, waardoor gevaar voor die woning en andere woningen kon ontstaan (primair), dan wel hier medeplichtig aan is (subsidiair);
feit 2: op 14 januari 2026 in [plaats] al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad;
feit 3: op 14 januari 2026 in [plaats] een balletjespistool voorhanden heeft gehad.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Volgens de officier van justitie kunnen de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft voor feit 1 vrijspraak bepleit. Er zijn wellicht aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte, maar een aandeel van hem kan niet, althans niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk worden vastgesteld. De feiten 2 en 3 kunnen wettig en overtuigend bewezen worden verklaard nu verdachte deze feiten heeft bekend.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1 primair: teweegbrengen explosie
De feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast, waaronder eigen waarnemingen van de rechtbank bij camerabeelden die ook op zitting zijn afgespeeld.
Op de telefoon van verdachte is een Telegramberichtenwisseling met [slachtoffer] aangetroffen over de periode van 3 tot en met 20 december 2025. Daaruit blijkt – kort samengevat – dat verdachte wil dat [slachtoffer] geld aan verdachte betaalt en [slachtoffer] steeds niet in staat is te betalen. Op 5 december 2023 om 13:13:06 uur stuurt verdachte aan [slachtoffer] : “Als je morgen nie komt blaas heel kkr deur deruit bij je oma en je pa djecks ben geen kkr megool die heletijd uitstel geeft”.
Op 6 december 2025 stuurt verdachte om 10:12:40 uur aan [slachtoffer] : “Hoe laat ben je hier”. Vervolgens staat verdachte omstreeks 14:37 uur bij de hoekwoning van de vader van [slachtoffer] aan [adres 2] in [plaats] voor de deur en zegt: "hallo, hallo. [slachtoffer] . Ik moet [slachtoffer] hebben. Hij neemt niet meer op bij mij." Hij vertelt de vader van [slachtoffer] dat hij op zoek is naar [slachtoffer] , omdat die geld is verschuldigd aan iemand en vraagt de vader om geld, wat de vader niet heeft gegeven. Verdachte heeft een lichtkleurig petje (met motief) op.
Op 7 december 2025 zet verdachte de Telegramberichtenwisseling met [slachtoffer] voort tot en met 20 december 2025.
Op 23 december 2025 omstreeks 16:02 uur stopt de zwarte Volkswagen Golf van verdachte in de [straat 1] in [plaats] ter hoogte van een raam aan de zijkant van de woning van de vader van [slachtoffer] . De bestuurdersdeur wordt geopend en een man stapt uit. Die man heeft een slank postuur zoals verdachte en draagt een soortgelijk lichtkleurig petje als verdachte op 6 december 2025 aan de deur bij dezelfde woning. Deze man zet iets neer bij een raam in de zijkant van de woning van de vader van [slachtoffer] en verricht nog een handeling. Enkele seconden later is er rookvorming te zien bij het raam waar de man iets had neergezet. Daarna is een enorme explosie te zien en te horen, waarbij er een voorwerp door de lucht vliegt en neervalt in het parkeervak.
Conclusie over dader Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat verdachte de man uit zijn Volkswagen Golf is, die op 23 december 2025 een explosie teweegbrengt bij de woning van de vader van [slachtoffer] .
Gevolgen explosie
Na de explosie hing een wit rolluik nog een beetje half voor de ruit. De rest lag op straat. De ruit lag er helemaal uit op nog wat scherpe punten van glas na die uit het raamkozijn staken. Binnen in de woning lag in de keuken een hoop glas van de vernielde ruit, die zich ter hoogte van de keuken bevond.
Gelet op het voorgaande kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte feit 1 primair heeft gepleegd, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
Feit 2
Verdachte bekent op 14 januari 2026 in [plaats] opzettelijk een hoeveelheid cocaïne aanwezig te hebben gehad.
Feit 3
Verdachte bekent ook op 14 januari 2026 in [plaats] een balletjespistool voorhanden te hebben gehad.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 23 december 2025 te [plaats], aan [adres 2] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief aan te steken en te plaatsen aan de gevel van de woning aan [adres 2] te [plaats] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en de inboedel van die woning aan de [adres 2] , te duchten was;
2op 14 januari 2026 te [plaats] opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten: een hoeveelheid cocaïne, aanwezig heeft gehad;
3 op 14 januari 2026 te [plaats] , een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten: balletjespistool, Walther P99, zwart, [serienummer] , 108 mm, een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een scherp vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met aangevers en een gebiedsverbod voor de [straat 2] in [plaats] .
Het standpunt van de verdediging
De verdediging wijst erop dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor feiten als in deze zaak. Daarnaast is er geen technisch rapport over het explosief en geen rapport over de gevaarzetting. Er was niemand in de woning aanwezig en er zijn geen aanwijzingen voor een enorme knal. Tot slot zijn er de prangende persoonlijke omstandigheden van verdachte en van zijn naasten. De verdediging verzoekt bij een strafoplegging te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de reeds door verdachte ondergane voorlopige hechtenis.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich op 23 december 2025 schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij een keukenraam van een woning. Er is vanzelfsprekend materiële schade ontstaan aan de woning. De gevolgen van het handelen van verdachte hadden echter vele malen ernstiger kunnen zijn. De ontploffing vond namelijk even na 16:00 uur plaats en flinke stukken glas zijn in de keuken terechtgekomen. Verdachte heeft geluk gehad dat er niemand thuis was, anders hadden die scherven een reëel gevaar voor één of meer mensen kunnen opleveren. Het is immers een gebruikelijk tijdstip om in de keuken te zijn of de keuken in te gaan om het avondeten te bereiden. Dat weegt de rechtbank strafverzwarend mee. Het is niet aan verdachte te danken dat de schade beperkt is gebleven tot materiële schade.
Het teweegbrengen van ontploffingen door middel van het plaatsen van een explosief bij een woning komt steeds vaker voor en heeft vaak tot doel personen te intimideren en onder druk te zetten, zoals hier ook het geval was. Het is een toenemende wijze van handelen die niet getolereerd kan worden. Niet alleen vanwege de schade die wordt aangericht aan een woning, maar vooral doordat het gevoel van veiligheid van de bewoners en omwonenden blijvend en in vergaande mate wordt aangetast. Daar past een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij. Ook bij iemand zoals verdachte die dat voor de eerste keer doet.
Dit soort aanslagen vindt regelmatig plaats in het kader van drugsgerelateerde criminaliteit. In dit verband valt op dat verdachte de aanslag heeft gepleegd op de woning van de vader van de drugsverslaafde [slachtoffer] . [slachtoffer] was geld schuldig aan verdachte bij wie in de woning op 14 januari 2026 ruim 75 gram cocaïne is aangetroffen. Dat is geen hoeveelheid voor eigen gebruik, zoals verdachte heeft willen doen geloven, maar een dealerhoeveelheid. Bij dealen past ook het aangetroffen balletjespistool, dat als twee druppels water lijkt op het scherp schietende vuurwapen van het merk Walther P99: het dienstwapen van de politie. Volgens verdachte aangeschaft als speelgoed voor zijn tweejarig zoontje, maar het is ook geschikt om niet of slecht betalende klanten onder druk te zetten.
De persoon van de verdachte
Verdachte heeft ook op zitting geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor de door hem gepleegde aanslag. Weliswaar is hij nooit eerder veroordeeld voor feiten als in deze zaak, maar hem zijn voor andersoortige feiten al wel meermalen taakstraffen én vrijheidsstraffen opgelegd. Die hebben blijkbaar onvoldoende indruk gemaakt om hem te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. Dat weegt de rechtbank strafverzwarend mee.
Verdachte heeft bij de bespreking van zijn persoonlijke omstandigheden een uitgebreide brief voorgelezen over de gevolgen van zijn voorlopige hechtenis voor hem, zijn tweejarige zoontje, de moeder van zijn zoontje en zijn eigen, zieke moeder. Reclassering Nederland heeft op 26 januari 2026 een rapport opgemaakt over verdachte. Verdachte woont samen met zijn partner en zoontje in [plaats] . In november 2025 is hij zijn baan kwijtgeraakt. Hij had geen inkomsten meer en ging naar casino's alwaar hij veel geld won. Om wakker te blijven greep hij naar harddrugs, waar hij een verslavingsverleden in kent. De verslaving ontwikkelde zich weer tot dagelijks gebruik van cocaïne. De reclassering vermoedt dat verdachte mogelijk opnieuw betrokken is geraakt bij drugshandel en/of contact onderhoudt met een crimineel netwerk en dat hij zich weer in dezelfde situatie bevindt als voor zijn eerder opgelegde reclasseringstoezicht. Er is bij verdachte sprake van meerdere risicofactoren, waaronder middelenproblematiek en een gebleken kwetsbaarheid bij het wegvallen van structuur en stabiliteit, zoals het verliezen van zijn baan. In kwetsbare periodes lijkt verdachte nog onvoldoende in staat structuur in zijn leven aan te brengen. Zonder toezicht neemt het risico op ontregeling toe. Er kan geen inschatting worden gegeven van het risico op recidive. Het onttrekken aan voorwaarden schat de reclassering laag in, omdat verdachte een vorig reclasseringstoezicht positief heeft afgerond en goed heeft meegewerkt. Verdachte staat open voor begeleiding door de reclassering en de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.
De op te leggen straf
Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden. Aan de proeftijd zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, inclusief het contact- en gebiedsverbod.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 primair: opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
- verklaart verdachte strafbaar.
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* meldplicht bij de reclasseringdat verdachte zich binnen 48 uur telefonisch meldt bij de reclassering van Novadic-Kentron op telefoonnummer 076-5236300. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;* ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opnamedat verdachte meewerkt aan een ambulante behandeling door Novadic-Kentron en/of een (forensische) polikliniek of een soortgelijke instelling, nader te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding via IFZO en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;* contactverboddat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [persoon] (geboren op [geboortedag 2] 1977) en [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 3] 1997), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;* gebiedsverbod (zonder elektronisch toezicht)dat verdachte zich niet bevindt in de straat van aangever [adres 2] in [plaats] en de aangrenzende straat [straat 1] in [plaats] ;* meewerken aan middelencontroledat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- de van rechtswege geldende voorwaarden daarbij zijn:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van de voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Faouzi, voorzitter, en mr. C.H.W.M. Sterk en mr. R.J.H. de Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 september 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op of omstreeks 23 december 2025 te [plaats], (aan de[adres 2] ),tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht, door- een explosief aan te steken en/of- (vervolgens) een explosief te plaatsen aan de gevel van de woning aan[adres 2] te [plaats] ,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten die woning en/ofinboedel/inrichting van die woning aan de [adres 2] en/ofeen of meer omliggende woning(en) en/of inboedel/inrichting van dieomliggende woning(en) te duchten was;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekende derden op of omstreeks 23 december 2025 te[plaats], (aan [adres 2] ),tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht, door- een explosief aan te steken en/of- (vervolgens) een explosief te plaatsen aan de gevel van de woning aan[adres 2] te [plaats] ,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten die woning en/ofinboedel/inrichting van die woning aan de [adres 2] en/ofeen of meer omliggende woning(en) en/of inboedel/inrichting van dieomliggende woning(en) te duchten was,tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks 23december 2025 te [plaats], (aan [adres 2] ),opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, gezien het feit dat verdachte:- op de hoogte was van het voornemen om een explosief af te steken bijde woning aan de [adres 2] en/of- contact heeft gelegd met een of meer onbekende derden om hetafsteken van een explosief aan de woning aan de [adres 2]tot uitvoering te brengen en/of- een of meer onbekende derden met een personenauto en/of zijn,verdachtes personenauto, heeft vervoerd naar de woning aan de[adres 2] ;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 14 januari 2026 te [plaats]al dan niet opzettelijkeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten:een hoeveelheid cocaïne,aanwezig heeft gehad;( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )
3 hij op of omstreeks 14 januari 2026 te [plaats] ,een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, teweten:balletjespistool, Walther P99, zwart, [serienummer] , 108 mm,een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerpdat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of datzodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiginggeschikt was, namelijk een scherp vuurwapen,voorhanden heeft gehad;