RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-033738
datum : 20 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.P.J.W.M. Govers, advocaat te Tilburg, (Postbus 2191, 5001 CD Tilburg),
hierna te noemen: klager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 8 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn gehoord de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, klager en mr. M.P.J.W.M. Govers als gemachtigd raadsman van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De belanghebbende [persoon] is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager de tenaamgestelde en ook de eigenaar van de Renault is. In aanvulling op het klaagschrift heeft de raadsman in raadkamer aangevoerd dat op het moment van indiening van het klaagschrift het klager en de advocaat niet bekend was dat de Renault reeds was gesloopt. Als aan de last tot teruggave niet kan worden voldaan, zou klager daar graag een financiële vergoeding voor ontvangen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie. Gezien het aantreffen van de drugs bij de bestuurder (tevens beslagene) [persoon] en de ruimtes om (illegale) goederen te verbergen, is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een verbeurdverklaring van de Renault zal volgen. Daarom moet het klaagschrift ongegrond worden verklaard. Gezien de geringe waarde van de Renault is deze inmiddels vernietigd. De officier van justitie heeft in raadkamer niet betwist dat klager de rechthebbende van de Renault is. Daarnaast heeft zij kenbaar gemaakt dat [persoon] inmiddels een strafbeschikking van € 750,00 heeft ontvangen voor het bezit van harddrugs.
2. De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Ontvankelijkheid
In het raadkamerdossier zit een uitdraai van het Beslagportaal waarop staat vermeld dat er op 10 december 2025 een machtiging tot vervreemding ex art 117 Sv van de in beslag genomen Renault is gegeven. De daadwerkelijke machtiging tot vervreemding ontbreekt echter in het dossier. Bovendien blijkt uit de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie dat de Renault niet is vervreemd, maar gesloopt vanwege de geringe waarde van het voertuig. Zonder machtiging ex artikel 117 Sv kan niet worden vastgesteld dat de Renault in overeenstemming met de wettelijke voorschriften is vernietigd. Hierdoor kan van een beëindiging van het beslag ook niet worden uitgegaan. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat klager ontvankelijk is in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
In dit geval is klager een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt. Klager stelt rechthebbende te zijn en klaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave. De rechtbank zal dan bij de beoordeling ook rekening moeten houden met artikel 33a, tweede lid aanhef en onder a, Wetboek van Strafrecht (Sr). In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden een voorwerp dat niet aan de veroordeelde toebehoort kan worden verbeurd verklaard. Die verbeurdverklaring is mogelijk als de rechthebbende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat kort gezegd er een relatie bestaat tussen het voorwerp en een strafbaar feit.
De rechtbank is van oordeel dat klager - tevens tenaamgestelde - als redelijkerwijs rechthebbende op de Renault kan worden aangemerkt nu het raadkamerdossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om anders te concluderen en dit ook niet door het Openbaar Ministerie wordt weersproken.
Op 8 december 2025 is [persoon] aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet (vervoer van harddrugs). [persoon] reed toen in de Renault op naam van klager. Bij een doorzoeking van de Renault werd in een verborgen ruimte een etui met verdovende middelen aangetroffen. Na onderzoek bleek dat er meerdere ruimtes in het voertuig waren gecreëerd, waar mogelijk drugsgerelateerde goederen in verborgen konden worden. Om die reden is de Renault op 8 december 2025 ook in beslag genomen. Uit de nadere toelichting van de officier van justitie in raadkamer begrijpt de rechtbank dat [persoon] inmiddels een strafbeschikking van € 750,00 heeft ontvangen voor het bezit van harddrugs die onder hem zijn aangetroffen. Het is de rechtbank op basis van het raadkamerdossier niet gebleken dat klager wetenschap had van de aangetroffen drugs dan wel van de gestelde verborgen ruimtes in zijn auto. Hij is hierover ook niet als verdachte gehoord. Bovendien blijkt uit de voorhanden zijnde stukken ook niet dat nader onderzoek is verricht naar de vermoedelijke verborgen ruimtes. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Renault zal bevelen. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag dan ook gegrond verklaren en de teruggave van de Renault aan klager gelasten.
3. De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Renault Clio met kenteken [kenteken] aan klager.
Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).