ECLI:NL:RBZWB:2026:9030

ECLI:NL:RBZWB:2026:9030

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 26-000500
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

klaagschrift ongegrond art 3:86 BW geen derdenbescherming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 02-029095-26

raadkamernummer : 26-000500

datum : 20 mei 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [woonadres] ,

hierna te noemen: klager.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 8 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn gehoord de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en klager.

De belanghebbende [belanghebbende] is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Klager stelt eigenaar te zijn van de motor en deze te goeder trouw van een klant te hebben gekocht. Voorafgaand aan de aankoop en invoer van de motor heeft klager alle redelijkerwijs te verlangen controles uitgevoerd. Daaronder controle van het framenummer, het motorbloknummer, het uitlezen van het motormanagementsysteem - waarbij de geregistreerde nummers overeenkwamen -, raadpleging van [website] , beoordeling van de koopprijs - welke marktconform was - en controle van de buitenlandse documenten. Uit geen van deze controles bleek dat sprake was van diefstal, heling of andere onregelmatigheden. Klager stelt als zorgvuldig ondernemer te hebben gehandeld. Klager heeft bij de aankoop de bijbehorende buitenlandse documenten van de klant ontvangen en heeft hem een inkoopverklaring laten tekenen. Klager heeft getracht contact op te nemen met de man, maar dat is niet gelukt. De door de man opgegeven adresgegevens kloppen niet. Klager stelt dat dit alles hem in totaal € 14.500,00 heeft gekost.

In raadkamer heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er geen belang van strafvordering meer is bij het voortduren van het beslag. De motor kan worden geretourneerd, maar dan aan de - in de eigendomsrechten gesubrogeerde -verzekeringsmaatschappij [belanghebbende] N.V.. Klager geniet geen bescherming, omdat er geen sprake is van consumentenkoop. Het klaagschrift dient daarom ongegrond te worden verklaard.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent het volgende. Als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is. Dit geldt ook als het Openbaar Ministerie van oordeel is dat het voorwerp teruggegeven kan worden aan een ander dan klager.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de gronden voor het voortzetten van het strafvorderlijk beslag niet langer aanwezig zijn. Vervolgens rijst de vraag of de motor aan klager dient te worden teruggeven. Hoofdregel is immers dat een voorwerp moet worden teruggegeven aan degene onder wie het in beslag is genomen. Dat is slechts anders indien een ander redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Uit de zich bij de stukken bevindende aangifte volgt dat de motor tussen 15 en 16 september 2024 is gestolen in Groningen. Van de diefstal is door de oorspronkelijke eigenaar aangifte gedaan. Uit de aangifte volgt dat de oorspronkelijke eigenaar verzekerd was tegen diefstal. Uit de gegevens van de RDW blijkt voorts dat de verzekeringsmaatschappij [belanghebbende] N.V. het geld aan de oorspronkelijke eigenaar heeft uitbetaald en dat de verzekeringsmaatschappij zodoende is gesubrogeerd in de eigendomsrechten van de motor. Een eigenaar verliest zijn eigendomsrecht niet als zijn eigendom wordt gestolen. Op grond van artikel 3:86 lid 3 BW kan hij het gestolen goed gedurende drie jaren na de dag van de diefstal opeisen van de persoon die het onder zich heeft. Dat geldt niet als er daarna sprake is geweest van een consumentenkoop. De aankoop door klager van een particulier valt daar niet onder, zodat klager geen bescherming tegen een revindicatie geniet, ondanks dat hij naar het oordeel van de rechtbank te goeder trouw heeft gehandeld. Dit betekent dat klager niet als redelijkerwijs rechthebbende van de motor kan worden beschouwd, zodat het klaagschrift ongegrond zal worden verklaard.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.H. de Brouwer

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand