ECLI:NL:RBZWB:2026:9031

ECLI:NL:RBZWB:2026:9031

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 26-001242
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verzoek toegewezen nav klaagschriftprocedure, ondanks dat verzoeker niet eerst om teruggave inbeslaggenomen goed heeft verzocht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 26-001242

datum : 20 mei 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedag] 1975,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda (Ceresstraat 13, 4811 CA Breda),

hierna te noemen: verzoekster.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 12 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Op 8 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn gehoord de officier van justitie mr. C.P.G. Taks en mr. R.B.M. Poppelaars (telefonisch) als gemachtigd advocaat van verzoekster.

Verzoekster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen.

Op 8 augustus 2025 is namens verzoekster een klaagschrift ingediend, waarin is verzocht om teruggave van de op 6 augustus 2025 in beslag genomen auto van verzoekster. De advocaat heeft in raadkamer aangegeven op de hoogte te zijn van de afspraken die zijn gemaakt omtrent de te volgen procedure bij in beslag genomen voorwerpen. De praktijk wijst zijns inziens echter uit dat het vrij lastig is om met het Openbaar Ministerie hierover in contact te komen. De kosten die gedurende deze procedure door verzoekster worden gemaakt, komen volledig voor haar eigen rekening en kan zij niet verhalen middels een 530 Sv procedure verhalen op de Staat. De advocaat meent een tuchtrechtelijke verplichting te hebben om verzoekster zo min mogelijk op kosten te jagen. Om die reden heeft de advocaat direct na de inbeslagneming van de auto een klaagschrift bij de rechtbank ingediend en niet eerst bij het Openbaar Ministerie om teruggave van de auto verzocht. Op 13 oktober 2025 is besloten tot teruggave van de auto aan verzoekster. Om die reden is het klaagschrift ingetrokken. Verzoekster acht het redelijk dat de door haar gemaakte kosten in de klaagschriftprocedure worden vergoed door de Staat, te meer nu het erg lang heeft geduurd alvorens het Openbaar Ministerie tot een beslissing op het beslag is gekomen.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie. De verzochte vergoeding van de kosten rechtsbijstand dient te worden afgewezen. Er is voorafgaand aan het indienen van het klaagschrift geen verzoek tot teruggave geweest waardoor er geen grondslag is om tot vergoeding over te gaan.

2. De beoordeling

De zaak is geëindigd door intrekking van het klaagschrift, nadat het in beslag genomen goed was teruggegeven.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank.

De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.

Verzoekster heeft een bedrag ter hoogte van € 828,56 verzocht voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met de klaagschriftprocedure. De rechtbank stelt op basis van het raadkamerdossier vast dat in de auto van verzoekster drugs zijn aangetroffen die in het middenconsole verborgen lagen. De inbeslagneming op zich is aldus rechtmatig geweest. Nader onderzoek naar de situatie en naar de al dan niet betrokkenheid van de tenaamgestelde van de auto is passend en vergt enige tijd. Door al na twee dagen na de inbeslagneming van de auto een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank, zou bij een per omgaande behandeling van het klaagschrift in raadkamer het klaagschrift vrijwel zeker ongegrond worden verklaard. Op dat moment kan in redelijkheid van de advocaat worden verlangd dat hij namens zijn cliënt bij het Openbaar Ministerie informeert naar de reden van inbeslagneming en de termijn waarop een vervolgbeslissing wordt genomen. Als daar vervolgens niet binnen een redelijke termijn een helder antwoord op komt of een antwoord dat cliënt niet bevalt, is dat het moment om een klaagschrift in te dienen.

In raadkamer is door de officier van justitie medegedeeld dat de bestuurder van de auto na het aantreffen van de drugs in de auto als verdachte is aangemerkt en dat zijn zaak met een strafbeschikking van € 750,00 is afgedaan. Van enig nader onderzoek na de betrokkenheid van verzoekster en/of haar wetenschap over het strafbare gebruik van haar auto is de rechtbank niet gebleken. Vervolgens is pas op 13 oktober 2025 door het Openbaar Ministerie besloten tot teruggave van de auto. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet binnen een redelijke termijn gebeurd en acht zij het om die reden alsnog redelijk om de verzochte vergoeding voor de kosten rechtsbijstand toe te kennen. Het bedrag is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.653,56, bestaande uit:

- € 828,56 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 1.653,56 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.H. de Brouwer

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand