ECLI:NL:RBZWB:2026:9038

ECLI:NL:RBZWB:2026:9038

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 02-095149-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte heeft, als bestuurder van een trekker met voorhefinstallatie, een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan de dertienjarige [slachtoffer] is overleden. De rechtbank vindt dat de mate van schuld van verdachte dicht tegen de ondergrens van artikel 6 WVW aanzit en zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de strafhoogte. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf van 180 uur te vervangen door 90 dagen hechtenis op.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-095149-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1973,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] (Polen),

verblijvende op het adres [adres 2] ,

raadsman mr. J.C.P. van Kollenburg, advocaat te Etten-Leur.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval waardoor [slachtoffer] is komen te overlijden.

Subsidiair is dit ten laste gelegd als dood door schuld.

Meer subsidiair is dit ten laste gelegd als opzettelijke versperring van de weg.

Meest subsidiair is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar of hinder.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit een integrale vrijspraak. Ten eerste is het de vraag of de Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW) van toepassing is, omdat het onduidelijk is of er sprake is van een openbare weg. Gelet op de feiten en omstandigheden kan schuld in de zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid niet worden vastgesteld, waardoor schuld in de zin van artikel 6 WVW niet kan worden bewezen. Ook ontbreekt het causaal verband tussen de verweten gedraging en het overlijden van het slachtoffer, waardoor verdachte dient te worden vrijgesproken van dood door schuld. Meer subsidiair wordt verdachte opzettelijke versperring van de weg verweten. Aan het opzet-vereiste wordt niet voldaan en de bedoeling van de wetgever ziet niet op situaties zoals het verwijt dat verdachte wordt gemaakt. Ten slotte is van artikel 5 WVW ook geen sprake, omdat verdachte niet verwijtbaar heeft gehandeld.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat op 29 november 2025 op een naamloos zandpad nabij de [straat 1] te [plaats] een ongeval heeft plaatsgevonden. Bij dit ongeval is de dertienjarige [slachtoffer] (hierna [slachtoffer] ) in botsing gekomen met een landbouwtrekker Case IH Maxxum 100 ( [kenteken] ). [slachtoffer] reed uit de richting van de [straat 2] in de richting van de [straat 1] over dit zandpad. [slachtoffer] bestuurde een crossmotor Honda 150 xr en was niet in het bezit van een geldig rijbewijs.

Verdachte was met twee collega’s werkzaam op de naastgelegen akker. De werkzaamheden bestonden uit het rooien van boompjes. De trekker was voorzien van een GPS-gestuurd systeem waardoor deze stuurcorrecties maakte aan de hand van vooraf ingestelde AB-lijnen. Verdachte was verantwoordelijk voor het plaatsen van de trekker aan het begin van de AB-lijn, het activeren van het GPS-gestuurde systeem en het op de naamloze weg handmatig omdraaien van de trekker als deze zich aan het einde van de akker bevond. Terwijl de trekker op de AB-lijn reed, bevond verdachte zich niet in de cabine van de trekker, maar werkte hij mee op de akker. Uit de verklaring van zijn [leidinggevende] blijkt dat dit tegenstrijdig is met de waarschuwing die het besturingssysteem geeft, namelijk dat de bestuurder van de trekker in de cabine aanwezig moet blijven, maar conform de werkinstructie. De trekker was voorzien van een voorhefinstallatie. Uit het forensisch onderzoek is gebleken dat de palletlepels van de voorhefinstallatie zich ten tijde van het ongeval in horizontale stand (uitgeklapt) bevonden. Dit was ook conform de werkinstructie, omdat de lepels anders de gewassen kunnen beschadigen.

Uit het onderzoek is gebleken dat het GPS-gestuurde systeem niet is voorzien van een automatische stop zodra de trekker het einde van de akker bereikt. Het was de taak van verdachte om de trekker handmatig tot stilstand te brengen, op de naamloze weg te draaien, deze op de volgende AB-lijn te plaatsen en het besturingssysteem weer in werking te stellen. De trekker kan men stoppen door in de cabine te klimmen en daar op de rem/stopknop te drukken of door op de stopknop op de rooimachine (de installatie die achter de trekker hing) te drukken.

Op enig moment is de trekker vanaf de akker de naamloze weg opgereden met de lepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand. De trekker verplaatste zich met een snelheid tussen de 3,3 en 3,8 centimeter per seconde. Uit het forensisch onderzoek is gebleken de dat palletlepels in horizontale stand 120 centimeter uitstaken. De trekker blokkeerde in de eindpositie in totaal ongeveer 2,5 meter van de zandweg. Verdachte heeft verklaard dat hij de trekker heeft gestopt, nadat iemand iets schreeuwde. De rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten dat het langer dan enige seconden heeft geduurd voordat de trekker na de botsing is stopgezet. Daaruit concludeert de rechtbank dat de trekker met lepels ruim 2 meter van de zandweg moet hebben geblokkeerd op het moment dat [slachtoffer] ter plaatse over de zandweg reed gereden op de crossmotor. De door hem gereden snelheid is niet vastgesteld. [slachtoffer] is in botsing gekomen met de linker palletlepel van de voorhefinstallatie. [slachtoffer] belandde na de botsing in de grasberm aan de linkerzijde van de weg en is als gevolg van deze botsing komen te overlijden.

Openbare weg

De WVW is enkel van toepassing als er sprake is van een ongeval op een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, WVW. Volgens dit artikel wordt hier mede onder begrepen de bij die wegen behorende paden, bermen of zijkanten. Uit het proces-verbaal van bevindingen van forensisch onderzoek plaats-delict volgt dat het ongeval heeft plaatsgevonden op een onverharde weg die een verbinding vormt tussen de [straat 2] en de [straat 1] . De verbalisanten hebben vastgesteld dat voor deze onverharde weg geen beperkte toegang van kracht was. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat de onverharde weg voor het openbaar verkeer openstond en daarmee een openbare weg is in de zin van de WVW. De rechtbank stelt dan ook vast dat het ongeval heeft plaatsgevonden op de openbare weg en dat de WVW van toepassing is.

Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de overtreding van artikel 6 WVW, is vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Schuld is ten laste gelegd als roekeloosheid, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag. Om te beoordelen of er sprake is van schuld komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Verdachte moet als verantwoordelijke voor de besturing van de trekker (zoals hiervoor beschreven bij de feiten en omstandigheden) worden aangemerkt als bestuurder van de trekker en dus als verkeersdeelnemer. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte niet onder invloed was van enig middel.

Met zijn handelen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank een drietal verkeersfouten begaan. Allereerst heeft verdachte de trekker met uitgestoken lepels op de openbare weg gebracht. Dit is in strijd met het voorschrift uit artikel 5.1.1 jo. 5.8.48 onder 1 van de Regeling Voertuigen. Verdachte had er zorg voor moeten dragen dat de lepels van de voorhefinstallatie waren afgeschermd. Daarnaast heeft verdachte de trekker niet tijdig tot stilstand gebracht, waardoor deze zich al deels op de openbare weg bevond, terwijl verdachte nog naast de trekker liep. Hierdoor was verdachte niet in staat om de trekker tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en deze vrij was (artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, hierna RVV 1990). Ten slotte heeft verdachte bij het verlaten van de akker geen voorrang verleend aan [slachtoffer] . Het verlaten van de akker is immers een bijzondere verkeersmanoeuvre in de zin van artikel 54 RVV 1990, waarbij verdachte voorrang had moeten verlenen aan andere weggebruikers.

De rechtbank is van oordeel dat het ongeval redelijkerwijs aan deze gedragingen van verdachte kan worden toegerekend.

Schuldgradatie

Nu de rechtbank van oordeel is dat aan verdachte een verwijt kan worden gemaakt, moet de vraag worden beantwoord van welke schuldgradatie er sprake is: van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend tot roekeloos. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat gelet op de hiervoor vastgestelde verwijten er geen sprake is van roekeloosheid.

Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Verdachte heeft de trekker vanaf de akker de weg op laten rijden. Hierbij heeft hij geen voorzorgmaatregelen genomen. Verdachte heeft de lepels niet afgeschermd of opgeklapt en in de borging gezet. Daarnaast heeft hij de trekker niet tot stilstand gebracht, waardoor deze zich al deels op de openbare weg bevond terwijl verdachte nog naast de trekker liep. Ook heeft hij geen acht geslagen op de omgeving en andere weggebruikers en heeft hij bij het verrichten van deze bijzondere manoeuvre geen voorrang verleend aan [slachtoffer] . Hij is op een plek blijven staan waarbij hij geen zicht had op de weg. Van verdachte had, gelet op zijn ervaring als bestuurder van landbouwvoertuigen, verwacht mogen worden dat hij rekening hield met de gevaren die met deze handelwijze gepaard gingen en daarop had geanticipeerd door bijvoorbeeld eerder in de cabine te gaan zitten of voor de trekker te gaan lopen voordat deze de openbare weg bereikte. Het geheel van gedragingen van verdachte maakt naar het oordeel van de rechtbank dat zijn handelen aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig is geweest.

Het feit dat [slachtoffer] niet beschikte over enig rijbewijs en dat niet kan worden vastgesteld met welke snelheid hij reed, doet niet af aan het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt en de mate van schuld aan de zijde van verdachte. Ditzelfde geldt voor het feit dat verdachte heeft gehandeld op de gebruikelijke wijze en dat het niet eerder fout is gegaan.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op al het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dus aanmerkelijke schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW, waardoor [slachtoffer] is komen te overlijden.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 29 november 2025 te [plaats] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig,daarmede deels rijdende over een openbare naamloze weg nabij de [straat 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevondendoor aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,nadat door verdachte het op het motorrijtuig aanwezige GPS-systeem was ingesteld,waarbij onder meer de melding/waarschuwing in beeld was gekomen dat de bestuurder in de cabine moet blijven,en het motorrijtuig in gang had gezet op een akker aangrenzend aan de openbare weg, het motorrijtuig te verlaten, enniet zijn aandacht op deze aangrenzende openbare weg te houden, en niet het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen terwijl hij reed met de palletlepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand en het motorrijtuig reeds deels de akker/ had verlatenen zich op bovengenoemde openbare naamloze weg bevond,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 180 uren. Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan, acht de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid niet passend of geboden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een integrale vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank toch overgaat tot een bewezenverklaring, heeft de verdediging verzocht de zaak af te doen zonder oplegging van een straf of maatregel gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van het feit

Verdachte heeft, als bestuurder van een trekker met voorhefinstallatie, een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan de dertienjarige [slachtoffer] is overleden. De trekker reed middels GPS-besturing vanaf de akker de aangrenzende weg op en blokkeerde de weg grotendeels. [slachtoffer] heeft de trekker niet kunnen ontwijken en is hiermee in botsing geraakt. De rechtbank begrijpt dat verdachte het ongeval en de gevolgen hiervan nooit heeft willen veroorzaken. Desalniettemin rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij geen enkele voorzorgsmaatregelen heeft genomen om er zeker van te zijn dat de aangrenzende weg vrij was van eventueel verkeer. Dit geld te meer gelet op de jarenlange ervaring die verdachte heeft met zware landbouwvoertuigen.

Het leed dat verdachte met zijn handelen heeft veroorzaakt is groot en ingrijpend voor de nabestaanden. De moeder van [slachtoffer] heeft ter zitting middels haar advocaat gebruik gemaakt van haar spreekrecht. Zij heeft het gemis van [slachtoffer] op indrukwekkende wijze onder woorden gebracht. Zoals zijn moeder heeft verwoord, zal [slachtoffer] altijd dertien jaar blijven.

Niet ter discussie staat dat ook verdachte lijdt onder de gevolgen van het ongeval. Hij zal moeten leren leven met het gegeven dat het aan zijn schuld is te wijten dat een zeer jonge jongen om het leven is gekomen.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit acht de rechtbank een straf gerechtvaardigd. Niet kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder strafoplegging.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte en dat hij niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie.

De straf

De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De oriëntatiepunten gaan, indien sprake is van aanmerkelijke schuld met een dodelijk slachtoffer, uit van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 1 jaar. De rechtbank ziet aanleiding om hiervan af te wijken. Bij de strafoplegging dient de rechtbank voor ogen te houden dat een aan verdachte op te leggen straf in verhouding dient te staan tot de mate van verwijtbaarheid van zijn verkeersgedrag en niet in overwegende mate mag worden ingegeven door de ernst van de gevolgen daarvan. De rechtbank vindt dat de mate van schuld van verdachte dicht tegen de ondergrens van artikel 6 WVW aanzit en zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de strafhoogte.

Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Zij zal daarom conform deze eis aan verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren opleggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft een ontzegging van de rijbevoegdheid onder deze omstandigheden geen meerwaarde.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het

bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. R. de Jong en mr. M. Koek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult en mr. R.E.A. van Laarhoven, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 september 2026.

Mr. Koek, mr. Verdult en mr. Van Laarhoven zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 29 november 2025 te [plaats] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig,daarmede geheel of deels rijdende over een openbare naamloze weg nabij de [straat 1] ,zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevondendoor roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,nadat door verdachte het op het motorrijtuig aanwezige GPS-systeem was ingesteld,waarbij onder meer de melding/waarschuwing in beeld was gekomen dat de bestuurder in de cabine moet blijven,en het motorrijtuig in gang had gezet op een akker/landbouwgrond aangrenzend aan de openbare weg, het motorrijtuig/de cabine te verlaten, en/ofniet of onvoldoende zijn aandacht op deze aangrenzende openbare weg te houden, en/ofniet of niet tijdig het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen waarover verdachte de weg kon overzien en deze vrij was,terwijl hij reed met de palletlepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand en het motorrijtuig reeds deels de akker/landbouwgrond had verlatenen zich op/boven bovengenoemde openbare naamloze weg bevond,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood;(Artikel art 6 Wegenverkeerswet 1994)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 november 2025 te [plaats] ,grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig,nadat door verdachte het op het door hem bestuurde motorrijtuig aanwezige GPS-systeem was ingesteld,waarbij onder meer de melding/waarschuwing in beeld was gekomen dat de bestuurder in de cabine moet blijven,en het motorrijtuig in gang had gezet op een akker/landbouwgrond aangrenzend aan de openbare weg,het motorrijtuig/de cabine heeft verlaten, en/of niet of onvoldoende zijn aandacht op deze aangrenzende openbare weg heeft gehouden, en/ofniet of niet tijdig het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand heeft gebracht waarover verdachte de weg kon overzien en deze vrij was,terwijl hij reed met de palletlepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand en het motorrijtuig reeds deels de akker/landbouwgrond had verlatenen zich op/boven een openbare naamloze weg bevond,waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat genoemde [slachtoffer] , zodanig letsel heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;(Artikel art 307 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 november 2025 te [plaats] ,opzettelijk een openbare naamloze weg nabij de [straat 1] , zijnde een openbare landweg,heeft versperd, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was,immers heeft verdachtenadat door verdachte het op het door hem bestuurde motorrijtuig aanwezige GPS-systeem was ingesteld,waarbij onder meer de melding/waarschuwing in beeld was gekomen dat de bestuurder in de cabine moet blijven,en het motorrijtuig in gang had gezet op een akker/landbouwgrond aangrenzend aan de openbare weg, het motorrijtuig/de cabine verlaten, en/ofniet of onvoldoende zijn aandacht op deze aangrenzende openbare weg heeft gehouden, en/ofniet of niet tijdig het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand heeft gebracht waarover verdachte de weg kon overzien en deze vrij was,terwijl hij reed met de palletlepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand en het motorrijtuig reeds deels de akker/landbouwgrond had verlatenen zich op/boven een openbare naamloze weg bevondwaardoor een bestuurder van een motorfiets ( [slachtoffer] ) tegen een over de landweg gehangen/gepositioneerde palletlepel is gereden en/ofmet die palletlepel in aanraking is gekomen;(Artikel art 162 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 162 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 november 2025 te [plaats] , als bestuurder als bestuurder van een motorrijtuig,daarmede geheel of deels rijdende over een openbare naamloze weg nabij de [straat 1] ,nadat door verdachte het op het motorrijtuig aanwezige GPS-systeem was ingesteld,waarbij onder meer de melding/waarschuwing in beeld was gekomen dat de bestuurder in de cabine moet blijven,en het motorrijtuig in gang had gezet op een akker/landbouwgrond aangrenzend aan de openbare weg, het motorrijtuig/de cabine heeft verlaten, en/ofniet of onvoldoende zijn aandacht op deze aangrenzende openbare weg heeft gehouden, en/ofniet of niet tijdig het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand heeft gebracht waarover verdachte de weg kon overzien en deze vrij was,terwijl hij reed met de palletlepels van de voorhefinstallatie in horizontale stand en het motorrijtuig reeds deels de akker/landbouwgrond had verlatenen zich op/boven bovengenoemde openbare naamloze weg bevond,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;(Artikel art 5 Wegenverkeerswet 1994)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand