RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-277894-25
Beslissing tussentijdse beoordeling ISD-maatregel d.d. 22 september 2026
Aan veroordeelde
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,
op dit moment gedetineerd te [P.I.] ,
is de ISD-maatregel opgelegd.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- het vonnis van deze rechtbank d.d. 10 februari 2026 waaruit blijkt dat aan veroordeelde de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van 2 jaar en waarbij de rechtbank heeft bepaald dat 9 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel;
- het verzoek van de verdediging tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel van 8 juli 2026;
- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van [persoon 1] , plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de [P.I.] en [persoon 2] , senior casemanager ISD d.d. 11 augustus 2026, inhoudende een positief advies tot beëindiging van de ISD-maatregel;
- een e-mailwisseling d.d. 16 september 2026 tussen de senior casemanager ISD [persoon 2] en de verdediging omtrent de definitieve plaatsing van veroordeelde bij [GGZ-instelling] per 24 september 2026.
2. De procesgang
Tijdens het onderzoek ter zitting van de rechtbank van 10 september 2026 is de officier van justitie mr. L.A. Pronk gehoord.
Veroordeelde heeft in verband met ziekte schriftelijk afstand gedaan van het recht om bij de behandeling van de tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel aanwezig te zijn.
Wel is namens veroordeelde gehoord, mr. R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg.
Voorts is de deskundige [persoon 2] , senior casemanager ISD van de [P.I.] , gehoord.
In het voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van de [P.I.] van 11 augustus 2026 is positief geadviseerd tot beëindiging van de ISD-maatregel om veroordeelde te kunnen plaatsen binnen de beschermde zorgsetting van [GGZ-instelling] . De ernstige en chronische verslavingsproblematiek van veroordeelde, de vermoedelijk alcohol gerelateerde neurocognitieve schade én de afhankelijkheid van externe structuur en bescherming leiden ertoe dat veroordeelde zichzelf onvoldoende kan beschermen binnen de maatschappij en reguliere detentiesetting. De verwachting is dat behandeling geen verdere (gedrags)verandering meer bij veroordeelde zal opleveren. De huidige zorgbehoefte van veroordeelde overstijgt daarbij het klimaat van een ISD-afdeling. De voorzetting van de ISD-maatregel zal naar verwachting niet wezenlijk bijdragen aan de gestelde doelen van de maatregel. Een langdurige beschermde zorgsetting sluit beter aan bij de zorgbehoefte van veroordeelde en biedt daarnaast de beste mogelijkheden om zowel veroordeelde als de maatschappij duurzaam te beschermen.
De deskundige heeft ter zitting nog het volgende toegevoegd. Veroordeelde heeft meer zorg nodig dan dat er vanuit de P.I. kan worden geboden. [GGZ-instelling] kan deze 24-uurs zorg binnen een gesloten setting echter wel bieden en wordt de meest geschikte plek voor veroordeelde geacht. Veroordeelde staat al 2 jaar op de wachtlijst voor deze instelling. Circa 1,5 maand geleden was er korte tijd een plek voor veroordeelde beschikbaar. Het is toen echter niet gelukt om binnen die beperkte tijd een toetsing en beëindiging van de ISD-maatregel te realiseren waardoor deze plek is komen te vervallen. Inmiddels lijkt er een nieuwe plek voor veroordeelde beschikbaar. In de week van 14 tot en met 18 september 2026 volgt er uitsluitsel of veroordeelde definitief bij [GGZ-instelling] kan worden geplaatst. Gelet op de korte tijdspanne waarin deze plek mogelijk voor veroordeelde beschikbaar is, wordt verzocht om zo spoedig mogelijk na duidelijkheid over de plaatsing van veroordeelde te beslissen over de voortzetting van de ISD-maatregel.
3. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot beëindiging van de ISD-maatregel Hiertoe is aangevoerd dat niet ter discussie staat of veroordeelde bij [GGZ-instelling] moet worden geplaatst, maar vooral gekeken moet worden hoe dit het beste kan worden gerealiseerd. Omdat de exacte datum van plaatsing van veroordeelde bij [GGZ-instelling] nu nog niet definitief is, kan niet om beëindiging van de ISD-maatregel op een concrete datum worden verzocht. Primair wordt daarom verzocht tot beëindiging van de ISD-maatregel met ingang van het moment van aankomst van veroordeelde bij [GGZ-instelling] . Subsidiair wordt verzocht om de behandeling van het verzoek om tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel aan te houden in afwachting van duidelijkheid over de plaatsing van veroordeelde bij [GGZ-instelling] .
4. Het standpunt van de verdediging
De raadsman van veroordeelde verzoekt in lijn met de officier van justitie tot beëindiging van de ISD-maatregel met ingang van het moment dat veroordeelde bij [GGZ-instelling] kan worden geplaatst. Subsidiair wordt verzocht tot aanhouding van het verzoek om tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel tot het moment dat er duidelijkheid is over de plaatsing van veroordeelde bij [GGZ-instelling] .
5. Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde. Op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering moet in dat kader worden vastgesteld of beëindiging van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, overlast of verloedering van het publieke domein, waarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van veroordeelde ligt.
Aan veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 10 februari 2026 een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren. Veroordeelde is op 12 maart 2026 geplaatst op de ISD-afdeling van de [P.I.] . Veroordeelde was binnen deze P.I. al bekend van een eerder ISD-traject van 2021 tot en met 2023. Ten opzichte van deze eerdere opname werd bij veroordeelde al snel na de plaatsing een mentale achteruitgang bemerkt. Daarbij bleek veroordeelde zodanig kwetsbaar dat medegedetineerden misbruik van haar maakten. Naar aanleiding van deze omstandigheden is veroordeelde in afwachting van een geschiktere (zorg)plek op 15 juni 2026 overgeplaatst naar de PPC-afdeling van de [P.I.] .
De rechtbank heeft bij de oplegging van de ISD-maatregel overwogen in haar vonnis dat de verslavingsproblematiek zich volledig meester heeft gemaakt van veroordeelde, waardoor er van zelfbeschikking weinig sprake meer lijkt te zijn en veroordeelde niet bij machte is om haar leven een andere wending te geven. Een uiteindelijke (door)plaatsing van veroordeelde naar [GGZ-instelling] of soortgelijke instelling werd wenselijk geacht. De rechtbank heeft daarom een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel na 9 maanden bevolen. Omdat er mogelijk een plek beschikbaar was voor veroordeelde, heeft de verdediging op 8 juli 2026 om een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel verzocht.
De rechtbank stelt uit de overgelegde e-mailwisseling met deskundige Verhoef en de raadsman vast dat veroordeelde per 24 september 2026 definitief kan worden geplaatst bij [GGZ-instelling] . Zowel de deskundigen van de P.I. als het Openbaar Ministerie achten dit een geschikte vervolgplek voor veroordeelde. Binnen [GGZ-instelling] kan haar de noodzakelijke medische zorg, begeleiding, structuur en huisvesting worden geboden. De rechtbank overweegt dat uit de inlichtingen van de deskundige verder volgt dat voorzetting van de ISD-maatregel niet zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de ISD-maatregel. De plaatsing van veroordeelde bij [GGZ-instelling] zal echter wél leiden tot een duurzame bescherming van veroordeelde en de maatschappij. De rechtbank is daarom van oordeel dat er op dit moment omstandigheden zijn die het voortijdig beëindigen van de ISD-maatregel rechtvaardigen.
De rechtbank beëindigt dan ook de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel met ingang van de aankomst van veroordeelde bij [GGZ-instelling] op 24 september 2026.
6. De beslissing
De rechtbank
- beslist tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel met ingang van de aankomst van veroordeelde bij [GGZ-instelling] op 24 september 2026.
Deze beslissing is gegeven door mr. H. Faouzi, voorzitter, en mr. J.F.C. Janssen en mr. P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier J.H. Cornelissen, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 september 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.