Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-256645-25 en 02-200976-25
Parketnummer tul: 02-324468-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 januari 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Poirters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte meerdere diefstallen heeft gepleegd, al dan niet door middel van braak of verbreking, en heeft geprobeerd in te breken door een ruit kapot te gooien en deuren de forceren.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
parketnummer 02-200976-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie heeft verzocht verdachte partieel vrij te spreken van braak en verbreking bij feit 5. Bij feit 1, 2 en 4 acht de officier van justitie de ten laste gelegde braak en/of verbreking wel wettig en overtuigend bewezen.
parketnummer 02-256645-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie heeft verzocht verdachte partieel vrij te spreken van braak en verbreking bij de feiten 1, 2 en 4. Bij feit 3, 5 en 6 acht de officier van justitie de ten laste gelegde braak en/of verbreking wel wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
parketnummer 02-200976-25
Naar de mening van de raadsman kan de braak en verbreking bij feit 1, 2, 4 en 5 niet wettig en overtuigend worden bewezen. De raadsman heeft verzocht verdachte daarvan partieel vrij te spreken. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
parketnummer 02-256645-25
Naar de mening van de raadsman kan de braak en verbreking bij feit 1, 2, 4 en 5 niet wettig en overtuigend worden bewezen. De raadsman heeft verzocht verdachte daarvan partieel vrij te spreken. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
parketnummer 02-200976-25
feit 1
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens [aangever 1] ;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] .
Gelet op de bevindingen van [verbalisant 1] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het raam in de keuken heeft geforceerd en via dat raam het pand waarin [aangever 1] is gevestigd binnen is gegaan. Verdachte heeft zich daarmee de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak.
feit 2
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 2] .
De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om te komen tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde braak of verbreking. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele verklaring van de [getuige] , dat het leek alsof de dader een voorwerp gelijkend op een schroevendraaier gebruikte om de deur te openen, daartoe onvoldoende.
feit 3
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 3] .
feit 4
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens VVE [aangever 4] ;
- de aangiftes van [aangever 5] en [aangever 6] ;
- het proces-verbaal camerabeelden op pagina 99 met betrekking tot ‘cameranummer 2, centrale hal’.
Gelet op de aangifte namens VVE [aangever 4] en de bevindingen in het proces-verbaal camerabeelden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de centrale hal van het appartementencomplex is gekomen, waar hij de postpakketten heeft weggenomen, door de deur met een voorwerp open te wrikken. De deur is daardoor ook beschadigd. Verdachte heeft zich daarmee de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak.
feit 5
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens [aangever 7] .
feit 6
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 8] .
feit 7
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 9] .
parketnummer 02-256645-25
feit 1
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens [aangever 10] BV;
- de aangifte namens [aangever 11] .
feit 2
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 12] .
feit 3
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens [aangever 13] ;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] over de beschrijving van de camerabeelden.
feit 4
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 14] .
feit 5
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte van [aangever 15] .
De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om te komen tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde braak, verbreking of inklimming, nu aan de hand van de camerabeelden enkel is vastgesteld dat verdachte een toegangsdeur aan het forceren was. Op grond van de bewijsmiddelen is niet komen vast te staan dat verdachte die deur ook daadwerkelijk heeft geforceerd en dat hij vervolgens via die deur het pand heeft betreden.
feit 6
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 januari 2026;
- de aangifte namens [aangever 16] .
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
parketnummer 02-200976-25
feit 1 op 1 juli 2025 te Tilburg champagne en koffie die aan [aangever 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 2 op 15 april 2025 te Tilburg een postpakket dat aan [aangever 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 op 3 juni 2025 te Tilburg een fiets die aan [aangever 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 4 op 30 mei 2025 te Tilburg meerdere postpakketten die aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 5 in de periode van 24 juni 2025 tot en met 26 juni 2025 te Tilburg een MacBook en een fiets en dozen en een koptelefoon die aan [aangever 7] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6 op 30 april 2025 te Tilburg een fatbike die aan [aangever 8] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7 op 13 september 2025 te Tilburg een rolkoffer en gereedschap die aan [aangever 9] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 02-256645-25 feit 1 op tijdstippen in de periode van 15 augustus 2025 tot en met 19 augustus 2025 te Tilburg,meerdere laptops en JBL speakers met oplader en videocamera's en beeldschermen en/of blikjes, die aan [aangever 10] BV of [aangever 11] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 2 op 4 september 2025 te Tilburg, meerdere stuks elektrisch gereedschap en radio en accu's, die aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 omstreeks 6 september 2025 te Tilburg, meerdere elektrische fietsen, die aan [aangever 13] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 4 op 18 september 2025 te Tilburg, een fiets die geheel of ten dele aan [aangever 14] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 5 op 29 september 2025 te Tilburg, een fatbike die aan [aangever 15] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6 op 30 september 2025 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meerdere goederen die aan [aangever 16] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een ruit kapot heeft geslagen en meerdere de deuren heeft geforceerd/beschadigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de ISD-maatregel moet worden beperkt tot een termijn van één jaar om te zorgen dat het traject voortvarend verloopt, te meer nu er over verdachte al veel bekend is bij de reclassering en verdachte graag wil meewerken.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (in ieder geval) twaalf diefstallen, al dan niet met braak, en een poging tot inbraak. Dit zijn vervelende en overlast gevende feiten. Zo leiden diefstallen en inbraken tot veel schade voor de benadeelden en tot overlast voor de maatschappij. Ook geeft het in zijn algemeenheid een gevoel van onveiligheid. Verdachte heeft er met zijn handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Hij lijkt te worden gedreven doorzijn zucht naar drugs.
De rechtbank stelt vast dat verdachte een fors strafblad heeft en dat sprake is van veelvuldige recidive ten aanzien van vermogensdelicten. Aan verdachte is eerder een ISD-maatregel opgelegd, hij liep ten tijde van de feiten in een proeftijd en een deel van de feiten heeft hij gepleegd tijdens een schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor de andere feiten.
De reclassering (GGZ Fivoor) heeft in haar advies van 20 januari 2026 geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Verdachte loopt door zijn psychosociale functioneren vast op vrijwel alle levensgebieden; deze zijn instabiel en risico verhogend. De reclassering meent dat op dit moment de mogelijkheden buiten de onvoorwaardelijke ISD zijn uitgeput. Een klinische behandeling en een plaatsing in een instelling voor begeleid wonen zijn niet haalbaar omdat daarvoor de motivatie bij verdachte ontbreekt. Het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel zal verdachte ook niet kunnen motiveren nu hij, door zijn cognitieve problematiek, niet stilstaat bij de gevolgen op de lange termijn van onttrekking aan de voorwaarden.De reclassering ziet dat verdachte niet in staat is om zelfstandig, of met ondersteuning, te functioneren in de maatschappij en tot een afbouw van delictgedrag te komen.
Volgens de reclassering is een woontraject in een landelijke omgeving met permanente en intensieve begeleiding, privacy en structuur de enige wijze om tot recidivevermindering te komen. Het uiteindelijk plaatsen van verdachte in een instelling in een dergelijke omgeving dient het hoofddoel van de ISD-maatregel te zijn. Daarnaast kan binnen de ISD-maatregel een start worden gemaakt met het op orde krijgen van praktische zaken. Ter zitting heeft de deskundige de heer [deskundige] dit advies bevestigd.
Gelet op de bevindingen van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de ISD-maatregel aan verdachte wenselijk en noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaromtrent stelt. Immers, voor de door verdachte begane misdrijven is voorlopige hechtenis toegelaten, terwijl verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf is veroordeeld, terwijl de feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereist.
De verdediging heeft verzocht de duur van de maatregel te beperken tot één jaar.
De rechtbank ziet in de door de raadsman aangevoerde omstandigheden echter onvoldoende aanleiding om af te wijken van de maximale duur van twee jaar. Een maatregel van één jaar doet in dit geval onvoldoende recht aan het doel en de strekking van de ISD-maatregel. De maatregel is gericht op het doorbreken van het hardnekkige recidivepatroon door middel van een gestructureerd traject. Met name het vinden van een geschikte plaats voor verdachte, waarbij gewerkt kan worden aan recidivevermindering, zal een belangrijk onderdeel vormen van het traject. Een periode van één jaar biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende ruimte om de daartoe noodzakelijke interventies zorgvuldig op te starten, uit te voeren en te bestendigen.
Daarnaast weegt de rechtbank zwaar mee dat de maatschappij gedurende langere tijd is geconfronteerd met de door verdachte veroorzaakte overlast en criminaliteit. Bescherming van de samenleving tegen verdere recidive vormt een wezenlijk doel van de ISD-maatregel. Gelet op de ernst, de duur en de hardnekkigheid van het delictgedrag van verdachte acht de rechtbank een langere beveiligingsperiode gerechtvaardigd.
De rechtbank acht het wel van groot belang dat de beschikbare tijd binnen de maatregel ten volle wordt benut. Zij geeft de reclassering dan ook nadrukkelijk in overweging om het traject voortvarend en volledig vorm te geven en actief toe te zien op de voortgang en de inhoudelijke invulling van het programma, zodat daadwerkelijk wordt gewerkt aan het verminderen van het recidiverisico.
Alles afwegende zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.
7. De vorderingen van de benadeelde partijen
parketnummer 02-200976-25
De benadeelde partij [aangever 8] vordert een schadevergoeding van € 1.399,00 aan materiële schade voor feit 6.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 1.399,00. Nu de fatbike slechts vier maanden voor de diefstal is aangeschaft, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nieuwe fatbike en dient er nog geen afschrijving plaats te vinden. De rechtbank acht ook de kosten voor onderhoud toewijsbaar aangezien deze verbonden zijn aan de weggenomen fatbike.
Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 30 april 2025.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
parketnummer 02-256645-25
Namens de benadeelde partij [aangever 10] BV is een schadevergoeding gevorderd van € 1.958,95 aan materiële schade en € 325,00 aan proceskosten voor feit 1.
De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de persoon die de vordering heeft ingediend bevoegd is om te handelen namens [aangever 10] BV, nu dit niet volgt uit het bij de vordering gevoegde uittreksel van de Kamer van Koophandel van [aangever 10] BV. De benadeelde partij [aangever 10] BV zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
De benadeelde partij [aangever 15] vordert een schadevergoeding van € 714,00 voor feit 5.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 714,00 aan materiële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 29 september 2025.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
8. De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Breda van 24 oktober 2024 zal worden afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. Nu aan verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd, acht de rechtbank het echter niet opportuun de vordering toe te wijzen. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf draagt in dit stadium niet bij aan de met de maatregel beoogde doelen. De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging daarom af.
Wel acht de rechtbank het noodzakelijk de bij het vonnis gestelde bijzondere voorwaarde te wijzigen in die zin dat deze komt te vervallen.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 38m, 38n, 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 02-200976-25
feit 1 en 4, telkens: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 2, 3, 5, 6 en 7, telkens: diefstal;
parketnummer 02-256645-25
feit 1, 2, 4 en 5, telkens: diefstal;
feit 3: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 6: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
- verklaart verdachte strafbaar;
Maatregel
- gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar;
Benadeelde partij parketnummer 02-200976-25
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 8] van € 1.399,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 april 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 8] € 1.399,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 april 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 13 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Benadeelde partijen parketnummer 02-256645-25
- verklaart de benadeelde partij [aangever 10] BV niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 15] van € 714,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 15] € 714,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 7 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af en wijzigt de daaraan verbonden bijzondere voorwaarde in die zin dat deze komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en mr. S.C.S. van Bree, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 30 januari 2026.
Mr. Van Bree is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
parketnummer 02-200976-25
feit 1 hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Tilburgchampagne en/of koffie, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 2 hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 15 april 2025 tot en met 16 april 2025 te Tilburgmeerdere, althans een postpakket(ten), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen postpakket(ten) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 3 hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 3 juni 2025 tot en met 4 juni 2025 te Tilburgeen fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 4 hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Tilburgmeerdere althans een postpakket(ten), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan leden van VVE [aangever 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 5 hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 24 juni 2025 tot en met 26 juni 2025 te Tilburgeen macbook en/of een fiets en/of dozen en/of een koptelefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 17] en/of [aangever 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 6 hij op of omstreeks 30 april 2025 te Tilburgeen fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7 hij op of omstreeks 13 september 2025 te Tilburgeen rolkoffer en/of gereedschap, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 02-256645-25 feit 1 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2025 tot en met 19 augustus 2025 te Tilburg,één of meerdere laptops en/of JBL speakers met oplader en/of videocamera's en/of beeldscherm(en) en/of blikje(s), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 10] BV en/of [aangever 11] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 2 hij op of omstreeks 4 september 2025 te Tilburg,één of meerdere stuks elektrisch gereedschap en/of radio en/of accu's , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 12] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 3 hij op of omstreeks 6 september 2025 te Tilburg,één of meerdere elektrische fietsen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 13] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 4 hij op of omstreeks 18 september 2025 te Tilburg,een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 14] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 5 hij op of omstreeks 29 september 2025 te Tilburg,een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 15] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 6 hij op of omstreeks 30 september 2025 te Tilburgter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 16] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,een ruit kapot heeft geslagen en/of één of meerdere de deuren heeft geforceerd/beschadigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.