Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-216630-24, 02-338826-23 (gevoegd) en 02-336656-23 (gevoegd)
Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 2004,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
raadsvrouw mr. B. van der Werf, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De politierechter heeft conform artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder de voormelde parketnummers gevoegd en overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering naar deze kamer verwezen.
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 september 2026. Tegen verdachte is verstek verleend. De raadsvrouw is niet bepaaldelijk gevolmachtigd. De officier van justitie mr. M. van Leeuwen heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan
02-216630-24: huisvredebreuk, heling en mishandeling dan wel belediging door een verbalisant in het gezicht te spugen;
02-338826-23: diefstal in vereniging van een gevulde handtas. Subsidiair is dit ten laste gelegd als heling;
02-336656-23: een viertal diefstallen. Twee van de diefstallen zijn subsidiair ten laste gelegd als heling.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle primair ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het primair ten laste gelegde onder feit 2 van parketnummer 02-216630-24 en het medeplegen onder parketnummer 02-338826-23. Voor die onderdelen heeft hij vrijspraak gevorderd. Het subsidiair ten laste gelegde onder feit 2 van parketnummer 02-216630-24 acht de officier van justitie wel wettig en overtuigend bewezen.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1 onder parketnummer 02-216630-24 De rechtbank stelt vast dat aan verdachte op 2 juli 2024 de toegang tot het terrein van de COA-locatie gelegen aan [adres] is ontzegd tot 1 september 2024. Een medewerker van het COA heeft deze toegangsontzegging in het bijzijn van twee verbalisanten en met behulp van een tolk aan verdachte meegedeeld. Verdachte is vervolgens door de verbalisanten van het terrein verwijderd. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte enkele minuten later het terrein opnieuw is opgelopen en het gebouw van het COA is binnengegaan. Gelet hierop wist verdachte dat hem de toegang was ontzegd en heeft hij die ontzegging bewust genegeerd. De rechtbank acht de ten laste gelegde huisvredebreuk daarom wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2 onder parketnummer 02-216630-24
Bij de fouillering van verdachte is een telefoon aangetroffen die van diefstal afkomstig bleek te zijn. Op deze telefoon stonden drie foto’s van verdachte die de nacht daarvoor zijn gemaakt, terwijl in de instellingen de naam [naam] met e-mailadres [e-mailadres] stond vermeld. De verklaring van verdachte dat de telefoon op de tafel bij het COA lag en vervolgens tussen zijn spullen terecht is gekomen, acht de rechtbank niet aannemelijk. Een verbalisant heeft verklaard dat de tafel leeg was voordat zij de bij verdachte aangetroffen spullen daarop neerlegden. Verdachte heeft daarmee geen aannemelijke verklaring gegeven voor het bezit van de telefoon en van de drie foto’s van hem die in de nacht voorafgaand aan zijn aanhouding met die telefoon zijn gemaakt. Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de telefoon van misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht de opzetheling dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3 onder parketnummer 02-216630-24
De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat het speeksel op haar wang en in haar nek terechtkwam en dat zij zich daardoor beledigd en vernederd voelde en bang was voor mogelijke besmetting met een ziekte. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het spugen bij haar een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam heeft veroorzaakt. Verdachte wordt daarom van de primair ten laste gelegde mishandeling vrijgesproken.
Het in het gezicht spugen van een ander is naar zijn aard beledigend. De rechtbank acht daarom de subsidiair ten laste gelegde belediging wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 02-338826-23 De rechtbank acht bewezen dat verdachte de tas van aangeefster heeft gestolen. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte zich ten tijde van de diefstal in de Schoolstraat bevond, waar [café] is gelegen. Hij was in het zwart gekleed en droeg een zonnebril. Dit komt overeen met de beschrijving die aangeefster en getuigen hebben gegeven van de persoon die zij van de diefstal verdachten. Twee dagen na de diefstal is bovendien de uit de tas afkomstige iPhone aangetroffen op de kamer van [persoon 1] , die heeft verklaard dat verdachte de telefoon daar had neergelegd. Onder deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de tas heeft gestolen.
Feit 1 onder parketnummer 02-336656-23 De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 14 december 2023 een zonnebril heeft gestolen bij [winkel 1] . Uit de aangifte blijkt dat er een zonnebril is weggenomen. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte deze zonnebril opzet en zichzelf daarmee in de spiegel bekijkt. Vervolgens steekt hij deze zonnebril in zijn zak en verlaat de winkel zonder te betalen. Uit deze gedragingen leidt de rechtbank af dat verdachte de zonnebril met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen.
Feit 2 onder parketnummer 02-336656-23 De rechtbank acht bewezen dat verdachte bij [winkel 2] enig goed heeft gestolen. Uit de aangifte blijkt dat op de camerabeelden van de winkel een man met een witte gewatteerde jas en een donker vissershoedje is te zien die omstreeks 12:47 uur de winkel binnenkomt, verschillende producten in zijn tas stopt en omstreeks 12:58 uur de winkel verlaat zonder de producten af te rekenen. Op de beelden van cameratoezicht Breda is verdachte, gekleed in een witte/lichtgekleurde opgezwollen jas en met een vissershoedje te zien, terwijl hij om 12:49 uur [winkel 2] binnengaat en om 12:56 uur weer naar buiten komt. Gelet op de vrijwel overeenkomende tijdstippen en de overeenkomst in kleding stelt de rechtbank vast dat verdachte de persoon is die op de camerabeelden van [winkel 2] is te zien.
Op de camerabeelden is niet vast te stellen welke goederen verdachte heeft weggenomen en evenmin kan worden vastgesteld dat de later bij hem aangetroffen goederen van [winkel 2] afkomstig zijn. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de ten laste gelegde handschoenen, mutsen, speakers, sokken en zonnebrillen. Wel acht de rechtbank bewezen dat hij enig aan [winkel 2] toebehorend goed heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Feit 3 onder parketnummer 02-336656-23 De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de handheld van [horecagelegenheid] heeft gestolen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat verdachte degene is geweest die de handheld heeft weggenomen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de primair ten laste gelegde diefstal.
De handheld was op 16 december 2023 omstreeks 16:35 uur nog bij [horecagelegenheid] aanwezig en werd minder dan tien uur later bij verdachte aangetroffen. Uit onderzoek aan het apparaat bleek bovendien dat [horecagelegenheid] als gebruiker stond vermeld. Verdachte heeft ter plekke verklaard dat de bij hem aangetroffen goederen van zijn vriendin waren, maar heeft haar naam niet genoemd en zij is niet aangetroffen op de door hem genoemde locatie. Verdachte heeft daarmee geen aannemelijke verklaring gegeven voor het bezit van de kort daarvoor gestolen handheld. De rechtbank leidt uit het korte tijdsverloop, het aantreffen van de handheld bij verdachte en het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor het bezit daarvan af dat verdachte wist dat de handheld van misdrijf afkomstig was.
Feit 4 onder parketnummer 02-336656-23 De rechtbank acht bewezen dat verdachte de tas met inhoud heeft gestolen. Aangeefster heeft verklaard dat de tas tussen 02:10 uur en 02:30 uur is weggenomen en verdachte is om 02:20 uur aangehouden. In zijn directe omgeving werd de tas aangetroffen, terwijl hij de bijbehorende portemonnee in zijn jas en de roze iPhone van aangeefster in zijn broekzak had.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte over de wijze waarop deze goederen bij hem terecht zijn gekomen niet aannemelijk is geworden. Verdachte verklaarde direct na het aantreffen dat de bij hem aangetroffen goederen van zijn vriendin waren. In zijn latere verhoor verklaarde hij echter dat de beveiliger hem vals beschuldigde en dat de goederen mogelijk door iemand in zijn zak waren gestopt. Vervolgens verklaarde hij dat de goederen bij het raam waren gelegd en dat hij deze, nadat hij van diefstal was beschuldigd, zelf in zijn zak had gestopt. De rechtbank acht deze onderling tegenstrijdige verklaringen niet aannemelijk.
Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen de diefstal en het aantreffen van de tas in de directe omgeving van verdachte en de portemonnee en iPhone bij verdachte en het gegeven dat verdachte voor het bezit daarvan geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tas met inhoud heeft gestolen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-216630-24 1op 2 juli 2024 te Breda, in een aldaar gelegen besloten erf ( [adres] ), zijnde het terrein van het coa, wederrechtelijk is binnengedrongen,immers was aan hem, verdachte, op 2 juli 2024 schriftelijk de toegang tot datbesloten erf ontzegd voor de duur van een half jaar;
2op 2 juli 2024 te Breda, een telefoon voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgenvan dit goed wist dat het een doormisdrijf verkregen goed betrof;
3op 2 juli 2024 te Bredaopzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 1] (werkzaam bij [team][team] van de Politie-Eenheid Zeeland-West-Brabant), gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid,heeft beledigd, door haar in het gezicht te spugen;
02-338826-23 op 14 december 2023 te Breda een tas eneen (zich in die tas bevindende) telefoon (merk/type Apple Iphone 13) en (zich in die tas bevindende) airpods en meerdere(zich in die tas bevindende) sleutels, die geheel aan [benadeelde 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;
02-336656-23 1op 14 december 2023 te Breda, een zonnebril die geheel aan [winkel 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen;
2
op 15 december 2023 te Breda, eniggoed dat geheel aan [winkel 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3op17 december 2023 te Breda, een handheld voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgenvan dit goed wist dat het een doormisdrijf verkregen goed betrof;
4op 17 december 2023 te Breda, een tas (merk Louis Vuitton) metdaarin een portemonnee (merk Louis Vuitton) met daarin een rijbewijs enbankpassen en een roze Iphone , die geheel aan [benadeelde 3] toebehoorden heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 weken waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en aftrek van het voorarrest.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan acht strafbare feiten, waaronder meerdere diefstallen, opzetheling, lokaalvredebreuk en belediging van een medewerker van [team] . Met deze feiten heeft verdachte anderen overlast bezorgd en herhaaldelijk laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen en voor de belangen en grenzen van anderen.
De rechtbank houdt rekening met de jonge leeftijd van verdachte ten tijde van de feiten. Uit zijn justitiële documentatie blijkt verder niet dat hij eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Daar staat echter tegenover dat het niet gaat om een enkel incident. Verdachte verbleef nog maar zeer kort in Nederland en heeft zich vervolgens in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. Met name in december 2023 volgden de feiten elkaar in hoog tempo op. Ook een aanhouding op 15 december 2023 heeft verdachte er niet van weerhouden om in de daaropvolgende dagen opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet hierin een patroon van herhaald strafbaar gedrag en rekent verdachte dit zwaar aan. Een dergelijke opeenvolging van strafbare feiten in een korte periode veroorzaakt bovendien overlast en gevoelens van onrust in de samenleving.
Gelet op de ernst, het aantal en de opeenvolging van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 weken passend en geboden. De rechtbank zal daarvan acht weken voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaar. Met het voorwaardelijk strafdeel beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
7. Het beslag
De teruggave
Onder verdachte zijn verschillende goederen in beslag genomen. Uit het dossier blijkt dat deze goederen aan anderen toebehoren. De rechtbank zal daarom de teruggave aan de rechthebbenden gelasten.
8. De vorderingen van de benadeelde partijen
02-216630-24 - [benadeelde 1]
De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een bedrag van € 443,00 aan immateriële schade voor feit 3.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Daarmee heeft verdachte onrechtmatig gehandeld tegenover de benadeelde partij en is hij gehouden de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden.
De gevorderde schadevergoeding is voldoende onderbouwd en is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan, te weten 2 juli 2024. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag.
02-338826-23 - [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een bedrag van € 267,85 aan materiële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Daarmee heeft verdachte onrechtmatig gehandeld tegenover de benadeelde partij en is hij gehouden de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden.
De gevorderde schadevergoeding is voldoende onderbouwd en is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan, te weten 14 december 2023. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag.
02-336656-23 – [benadeelde 3]
De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een bedrag van € 2.126,09 voor feit 4, bestaande uit € 1.751,09 aan materiële schade en € 375,- aan immateriële schade.
De rechtbank stelt vast dat de verschillende materiële schadeposten en bedragen niet met stukken zijn onderbouwd. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen welke materiële schade rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit is geleden en wat de omvang daarvan is. Ook de gevorderde immateriële schade is niet onderbouwd.
Een verdere beoordeling van de vordering zou nader onderzoek vergen en daarmee een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren, De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Zij kan de vordering aan de burgerlijk rechter voorleggen.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 138, 266, 267, 310 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-216630-24
feit 1: in het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
feit 2: opzetheling;
feit 3: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
02-338826-23: diefstal;
02-336656-23
feit 1: diefstal;
feit 2: diefstal;
feit 3: opzetheling;
feit 4: diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partijen
02-216630-24 feit 3 - [benadeelde 1]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 443,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , € 443,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 4 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
02-338826-23 - [benadeelde 2]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 267,85 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , € 267,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 2 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
02-336656-23 feit 4 – [benadeelde 3]
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Beslag
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
02-216630-24
1 STK Identiteitsbewijs (Omschrijving: PL2000-2024165754-G2743314, België)
02-336656-23
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Koek, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. van Laarhoven en mr. K. Verdult, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2026.
Mr. Koek en Donders zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
02-216630-24 1hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Breda, in een aldaar gelegen besloten lokaal en/oferf ( [adres] ), zijnde het terrein van het coa, althans bij een ander ofanderen dan bij hem, verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen,immers was aan hem, verdachte, op 2 juli 2024 schriftelijk de toegang tot datbesloten lokaal en/of erf ontzegd voor de duur van een half jaar;( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Breda, althans in Nederlandeen telefoon, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/ofheeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgenvan dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een doormisdrijf verkregen goed betrof;( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboekvan Strafrecht )
3hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Breda,een ambtenaar, [benadeelde 1] , gedurende en/of terzake van de rechtmatigeuitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die [benadeelde 1] in het gezicht,althans tegen het lichaam te spugen, ten gevolge waarvan verdachte een hevigeonlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [benadeelde 1] teweegheeft gebracht;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 3° Wetboek vanStrafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Breda, althans in Nederland,opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 1] (werkzaam bij [team][team] van de Politie-Eenheid Zeeland-West-Brabant), gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid,heeft beledigd, door haar in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen;( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek vanStrafrecht )
02-338826-23 hij op of omstreeks 14 december 2023, in elk geval in of omstreeks de periode van 14december 2023 tot en met 20 december 2023, te Breda, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas en/ofeen (zich in die tas bevindende) telefoon (merk/type Apple Iphone 13) en/of een ofmeerdere (zich in die tas bevindende) airpods en/of opladers en/of een of meerdere(zich in die tas bevindende) sleutels, in elk geval enige goederen, die geheel of tendele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn mededader(s), toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 14 december 2023 tot en met 20 december 2023,te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, althans alleen, een tas en/of een (zich in die tas bevindende) telefoon(merk/type Apple Iphone 13) en/of een of meerdere (zich in die tas bevindende)airpods en/of opladers en/of een of meerdere (zich in die tas bevindende) sleutels,althans enige goederen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeftovergedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) ten tijde van deverwerving en/of het voorhanden krijgen van die goederen wist(en), althansredelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregengoed(eren) betrof(fen);( art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht )
02-336656-23 1hij op of omstreeks 14 december 2023 te Breda, een zonnebril, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 1] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen;( art 310 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 15 december 2023 te Breda, één of meerdere handschoenenen/of mutsen en/of speakers en/of sokken en/of zonnebrillen, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 2] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;( art 310 Wetboek van Strafrecht )
3hij in of omstreeks 16 december 2023 te Breda, een handheld, althans eenbestelapparaat , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [horecagelegenheid] , inelk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;( art 310 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij in of omstreeks 17 december 2023 te Breda, een handheld, althans eenbestelapparaat althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/ofheeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgenvan dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een doormisdrijf verkregen goed betrof;( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboekvan Strafrecht )
4hij op of omstreeks 17 december 2023 te Breda, een tas (merk Louis Vitton) metdaarin een portemonnee (merk Louis Vitton) met daarin een rijbewijs en/ofbankpassen en/of een roze Iphone , in elk geval enig goed, dat/die geheel of tendele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;( art 310 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 december 2023 te Breda, en tas (merk Louis Vitton) metdaarin een portemonnee (merk Louis Vitton) met daarin een rijbewijs en/ofbankpassen en/of een roze Iphone, althans een goed heeft verworven, voorhandenheeft gehad, en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregengoed betrof