ECLI:NL:RBZWB:2026:9395

ECLI:NL:RBZWB:2026:9395

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 12202576 AZ VERZ 26-32 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Werkgever is gevestigd in Nederland en werknemer woont in Belgie. Gelet op de woonplaats van werknemer, is de Belgische rechter de bevoegde rechter om van het geschil kennis te nemen. Partijen kunnen (onder voorwaarden) van die regel afwijken als zij dat overeenkomen. Dat is niet het geval. Het was evident dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Werkgever is een procedure bij de Nederlandse rechter gestart, enkel op basis van een eigen inschatting dat werknemer wel zou meewerken aan die procedure. Die inschatting was onjuist. Werkgever is een kansloze procedure gestart. Zij heeft werknemer genoodzaakt verweer te voeren in een kansloze procedure en daarvoor kosten te maken. Dat levert misbruik van procesrecht op. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de reele proceskosten van werknemer.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer / rekestnummer: 12202576 \ AZ VERZ 26-32

Beschikking van 29 september 2026

in de zaak van

[werkgever] ,

te [plaats 1] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [werkgever] ,

gemachtigden: mrs. S. van Waegeningh en S. van Dooijeweert,

tegen

[werknemer] ,

te [plaats 2] (België),

verwerende partij,

hierna te noemen: [werknemer] ,

gemachtigde: mr. J.P. Quist.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de mondelinge behandeling van 1 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

[werknemer] is sinds 15 augustus 2004 in dienst van [werkgever] .

[werkgever] heeft een reorganisatie doorgevoerd per september 2025. Daarbij is [werknemer] boventallig verklaard.

Op 22 augustus 2025 heeft [werkgever] bij het UWV een aanvraag ingediend om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te beëindigen op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV heeft de aanvraag bij besluit van 24 februari 2026 afgewezen.

3. Het geschil

[werkgever] verzoekt – samengevat – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de arbeidsovereenkomst te ontbinden,

- de einddatum van de arbeidsovereenkomst te bepalen met inachtneming van de opzegtermijn van vier maanden, waarbij de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking in mindering wordt gebracht,

- te bepalen dat [werkgever] per de einddatum een transitievergoeding is verschuldigd onder de voorwaarde dat [werknemer] afziet van de aansluitende BWNU-uitkering.

[werkgever] legt aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag dat de arbeidsplaats van [werknemer] is komen te vervallen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

[werknemer] voert verweer. Hij voert aan dat niet de Nederlandse rechter, maar de Belgische rechter de bevoegde rechter is om kennis te nemen van het geschil.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht

Omdat [werkgever] is gevestigd in Nederland en [werknemer] in België woont, is sprake van een internationale kwestie. De vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in deze internationale kwestie, dient te worden beantwoord aan de hand van de herschikte verordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I bis).

Op grond van artikel 22 lid 1 Brussel I bis kan een verzoek van de werkgever slechts worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft. In dit geval zijn dat de gerechten van de lidstaat België.

Partijen kunnen (onder voorwaarden) indien zij dat overeenkomen, van de voorgaande regel afwijken op grond van artikel 23 Brussel I bis. Partijen zijn dat niet overeengekomen.

De Nederlandse rechter is dus niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

[werknemer] maakt aanspraak op toekenning van zijn werkelijke proceskosten ad

€ 3.862,32 vanwege misbruik van procesrecht door [werkgever] . Daarvoor stelt hij dat [werkgever] al in haar verzoekschrift erkende dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is, maar dat zij niettemin een procedure is gestart bij de Nederlandse rechter. Hij moet nu kosten maken om zich te verweren tegen de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.

[werkgever] betwist dat er misbruik van procesrecht is. Zij voert aan dat zij ervan uitging dat [werknemer] zou meewerken aan behandeling van dit geschil door de Nederlandse rechter, omdat [werknemer] zich bij de Nederlandse rechter kon laten bijstaan door zijn Nederlandse gemachtigde die hem ook had bijgestaan bij de ontslagaanvraag bij het UWV.

De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak slechts bij hoge uitzondering de werkelijke proceskosten worden toegewezen, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatig handelen (ECLI:NL:HR:BV7828 en ECLI:NL:HR:2017:2366). Het was evident dat niet de Nederlandse rechter maar de Belgische rechter bevoegd is op grond van de regel in artikel 22 lid 1 Brussel I en de omstandigheid dat [werknemer] in België woont. Dat erkende [werkgever] al in haar verzoekschrift (in nummer 3.1). Als [werkgever] aan [werknemer] had willen voorstellen om toch samen te kiezen voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 23 Brussel I bis, had zij dat aan hem moeten vragen vóór zij de procedure bij de Nederlandse rechter startte. [werkgever] heeft dat niet gedaan. Zij is bij de Nederlandse rechter een procedure gestart, enkel op basis van een eigen inschatting dat [werknemer] wel zou meewerken aan die procedure. Die inschatting was niet juist. [werkgever] is een kansloze procedure gestart. Zij heeft [werknemer] genoodzaakt verweer te voeren in een kansloze procedure en daarvoor kosten te maken. Dat levert misbruik van procesrecht op.

Vanwege het misbruik van procesrecht zal de kantonrechter [werkgever] veroordelen tot betaling van de werkelijke proceskosten van [werknemer] . De door [werknemer] overgelegde tijdbesteding van 16,8 uur en het gehanteerde uurtarief van € 190,00, te vermeerderden met btw, zijn door [werkgever] niet weersproken en komen de kantonrechter redelijk voor. De kantonrechter zal de proceskosten aan de zijde van [werknemer] daarom vaststellen op € 3.862,32 en € 144,00 aan nakosten, derhalve in totaal € 4.006,32, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

De verzochte rente over de proceskosten zal eveneens worden toegewezen.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen,

veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 4.006,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van deze beschikking en te vermeerderen met de kosten van betekening als [werkgever] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

verklaart de veroordeling in punt 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Mulders en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand