ECLI:NL:RBZWB:2026:9426

ECLI:NL:RBZWB:2026:9426

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 02-225990-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van handelen in harddrugs, het in voorraad hebben van ketamine en eenvoudig witwassen. Oplegging van een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 165 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis. Beslag.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-225990-23

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,

ingeschreven op het [adres 1] ,

raadsman mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 07 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter zitting is op 29 september 2026 gesloten.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: zich samen met anderen van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan het handelen in cocaïne en heroïne;

feit 2: zich op 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan het op voorraad hebben van 972,8 gram (zuivere) ketamine zonder handelsvergunning dan wel registratie;

feit 3: zich samen met anderen van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan witwassen van € 6.720,00 en € 14.820,00 dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen van € 6.720,00 en € 14.820,00.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Ten aanzien van feiten 2 en 3 acht hij het subsidiair tenlastegelegde bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich naar het oordeel van de rechtbank inzake het handelen in drugs in de periode van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023, maar wijst er wel op dat verdachte in deze periode slechts in beperkte mate heeft gehandeld in drugs.

Ten aanzien van het aanwezig hebben van ketamine bepleit de verdediging vrijspraak, nu op basis van het dossier niet vaststaat dat verdachte wetenschap had van de in de woning aangetroffen ketamine. Ook ten aanzien van het witwassen bepleit de verdediging vrijspraak. De moeder van verdachte heeft aangegeven dat het geld van haar afkomstig is en verdachte heeft verklaard dat hij het geld dat hij verdiende met drugshandel investeerde in nieuwe drugs om te verhandelen. Het Openbaar Ministerie heeft geen onderzoek gedaan naar deze concrete, verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaringen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) is een onderzoek gestart naar een criminele groep die in de regio Breda handelt in onder andere cocaïne en heroïne. Middels tapgesprekken en observaties is de politie verdachte op het spoor gekomen. Verdachte heeft bekend dat hij in twee periodes in 2023 heeft gehandeld in drugs, namelijk van eind 2022 tot en met januari 2023 en vanaf juni 2023 tot en met 11 september 2023. Daarbij heeft verdachte verklaard dat hij in de tweede periode samen met [medeverdachte] in drugs heeft gehandeld en dat hij in de eerste periode geholpen werd door anderen, aangezien hij nog geen rijbewijs had.

Op grond van de bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 januari 2023 tot en met 1 februari 2023 en de periode 11 juni 2023 tot en met 11 september 2023 samen met anderen heeft gehandeld in cocaïne en/of heroïne. Voor het overige zal verdachte partieel worden vrijgesproken.

Feit 2

Niet ter discussie staat dat er op 11 september 2023 in de woning aan [adres 2] 972,8 gram ketamine is aangetroffen. De vraag is of verdachte hier wetenschap van had.

De rechtbank gaat ervan uit dat een persoon die in een woning verblijft wetenschap heeft van de daar aanwezige goederen en dat deze goederen zich ook in zijn machtssfeer bevinden, tenzij er omstandigheden aannemelijk zijn geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit geval anders is. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij voornamelijk op [adres 2] verbleef en niet de slimste keuzes heeft gemaakt met de volledige vrijheid van een eigen woning. Ook heeft verdachte bij de rechter-commissaris verklaard dat de drugs en het geld die op de [adres 2] zijn aangetroffen zijn eigendom zijn en dat als andere mensen er wat neerlegden dit met zijn toestemming was. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte wetenschap had van de in de woning aanwezige ketamine. Ter zitting heeft verdachte tevens verklaard dat hij geen handelsvergunning genoot dan wel een registratie in het kader van de Geneesmiddelenwet had voor het beschikken over ketamine.

In een primaire en subsidiaire vorm is respectievelijk een overtreding van artikel 40 en artikel 38 van de Geneesmiddelenwet ten laste gelegd.

Artikel 40 van de Geneesmiddelenwet ziet op het in het handelsverkeer brengen van een geneesmiddel zonder handelsvergunning en op het voor dat doel in voorraad hebben van een geneesmiddel. In het dossier ontbreekt bewijs dat er sprake is van een geneesmiddel dat in het legale handelsverkeer wordt gebracht of gehouden in de zin van dit artikel. De verdachte houdt de ketamine immers niet aan als geneesmiddel, maar zou deze juist buiten het reguliere geneesmiddelen circuit gebruiken, te weten ten aanzien van de drugshandel. Verdachte zal dan ook van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Artikel 38 van de Geneesmiddelenwet richt zich juist op werkzame stoffen waarvoor een registratievereisten gelden. Op grond van de bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk 972,8 gram ketamine in voorraad had zonder dat hij daarvoor een registratie had. Daarmee acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde bewezen.

Feit 3 (eenvoudig) witwassen

Het toetsingskader

De rechtbank doorloopt bij de toets of sprake is van witwassen de volgende stappen. Als er op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een vermoeden van witwassen, dan mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de goederen dan wel gelden. Deze verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van verdachte voldoende tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Uit de resultaten van dat onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft. Dit toetsingskader is ook van belang in de gevallen waarin de rechter aan de omstandigheden waaronder een voorwerp wordt aangetroffen, het vermoeden ontleent dat dit onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf (eenvoudig witwassen).

Vermoeden van witwassen

Op 11 september 2023 hebben er doorzoekingen plaatsgevonden in de woning aan [adres 1] en aan [adres 2] . In de woning aan [adres 1] is in totaal een bedrag van € 14.820,00 aangetroffen, waarvan € 450,00 op tafel in de woonkamer en € 14.370,00 op zolder in een wasmand, een plastic tas en drie dozen. Het geld is aangetroffen in verschillende coupures. Ook zijn in deze woning acht mobiele telefoons aangetroffen en de SD-kaart met daarop foto’s van drugs, waarover verdachte verklaard heeft dat dit zijn SD-kaart is. In de woning aan [adres 2] is € 6.720,00 aangetroffen, waarvan een deel in een sok. Ook dit geld is in verschillende coupures aangetroffen. Naast het geld zijn in deze woning ook 972,8 gram ketamine, een vacuümeermachine, latex handschoenen en gripzakjes aangetroffen. Deze omstandigheden leveren op zichzelf al een vermoeden van witwassen op. Daar komt bij dat verdachte heeft bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan het handelen in drugs. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen om een vermoeden van witwassen te rechtvaardigen.

Verklaring van verdachte

Aangezien sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Bij de politie verklaart verdachte niet over het aangetroffen geld in beide woningen. Hij geeft alleen aan dat hij zijn winsten herinvesteerde om nieuwe drugs in te kopen. Zijn raadsman heeft in het verhoor bij de politie aangegeven dat de moeder van verdachte de herkomst van het op [adres 1] aangetroffen geld kan aantonen met pintransacties. Bij de rechter-commissaris heeft de moeder van verdachte verklaard dat zij € 15.000,00 als ontslagvergoeding heeft ontvangen. Op zitting heeft verdachte verklaard dat het geld dat is aangetroffen op [adres 2] van hem is en afkomstig is van de drugshandel. Het geld dat is aangetroffen op [adres 1] is van zijn moeder.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte over de herkomst van het geld niet kan worden aangemerkt als een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring.

Verdachte heeft bij de politie niet verklaard dat het geld dat is aangetroffen op [adres 1] van zijn moeder is. Hij komt hier pas ter zitting mee, nadat de moeder en de raadsman dit bij de RC hebben aangegeven. Evenmin is de naam van de werkgever genoemd en er zijn geen stukken overlegd waaruit een ontslagvergoeding van moeder blijkt of waaruit blijkt dat zij dit geld gepind heeft. Een concrete en verifieerbare verklaring over een legale herkomst van het geld is zo achterwege gebleven. Er is dan ook geen sprake van een verklaring omtrent de herkomst van het geld, die zodanig tegenwicht biedt tegen het forse vermoeden van witwassen dat deze door het Openbaar Ministerie nader had moeten worden onderzocht.

Conclusie

Op grond van het vorenstaande kan het niet anders zijn dan dat het geld onmiddellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig is en dat verdachte hiervan op de hoogte was.

De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde eenvoudig witwassen wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1

op meer tijdstippen in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 januari 2023 en de periode 11 juni tot en met 11 september 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt,

- meerdere gebruikershoeveelheden cocaïne en/of heroïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 2 subsidiair

op 11 september 2023 te [plaats 1] , zonder registratie, een hoeveelheid van 972,8 gram (zuivere) ketamine, in voorraad heeft gehad;

feit 3 subsidiair

in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 januari 2023 en de periode 11 juni 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda,

- een geldbedrag van 6720 euro, aangetroffen [adres 2] en/of

- een geldbedrag van 14.820 euro, aangetroffen [adres 1] ;

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 165 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden en daarnaast een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke taakstraf of gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen handelen in harddrugs, het in voorraad hebben van ketamine en eenvoudig witwassen. Het is algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Door de verspreiding van drugs en het gebruik ervan wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit in veel gevallen gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit. Bovendien gaat er van de georganiseerde drugshandel in toenemende mate een ondermijnend effect uit. Het voorgaande is ook reden dat er op het plegen van drugsfeiten strenge straffen staan. Verdachte heeft ook nog bijna één kilogram ketamine in voorraad gehad. Ondanks dat ketamine niet strafbaar is gesteld in de Opiumwet, is de rechtbank van oordeel dat de gevolgen van de handel en het gebruik van dit middel vergelijkbaar zijn met die van harddrugs die wel daaronder zijn strafbaar gesteld. Zo is gebleken dat ook dit middel schadelijk is voor de volksgezondheid. Daarnaast is witwassen een ernstige bedreiging van de legale economie en tast dit de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Bovendien wordt door witwaspraktijken de onderliggende criminaliteit in stand gehouden en bevorderd. Verdachte heeft niet of onvoldoende bij voorgaande stilgestaan en blijkbaar enkel gehandeld uit eigen (financieel) belang.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsrapport van 14 april 2026 dat over verdachte is opgesteld. Daaruit volgt dat het verdachte ontbreekt aan dagbesteding en daardoor aan structureel inkomen. Ook sluit de reclassering niet uit dat er sprake is van enige mate van leeftijdsgebonden beïnvloedbaarheid, die versterkt wordt door de zoekende houding van verdachte in hoe hij zijn toekomst wil vormgeven. Tegen het eind van het reclasseringstoezicht zag de reclassering een toename van politiemeldingen. Verdachte is dan onder invloed van drugs of heeft drugs bij zich of heeft drugs in zijn voertuig. De reclassering ziet zorgen op meerdere leefgebieden. Ten tijde van het feit woonde verdachte zonder ouderlijk toezicht samen met zijn broer. Na zijn vrijlating is hij bij zijn moeder ingetrokken. Nu het reclasseringstoezicht relatief ad hoc en onverwacht stopte, door het opheffen van de schorsing eind oktober 2025, is de reclassering van mening dat het recidiverisico onverminderd hoog blijft. Gelet daarop adviseert de reclassering bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

Ook dient bij de strafoplegging rekening gehouden te worden met het tijdsverloop in deze zaak. De rechtbank stelt namelijk vast dat het recht op een berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in deze zaak is geschonden. De redelijke termijn is op 11 september 2023 aangevangen, aangezien verdachte die datum in verzekering is gesteld en daarom redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat er strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld in deze zaak. De behandeling van deze zaak is niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht, die deze overschrijding rechtvaardigen. Dat maakt dat de redelijke termijn met 1 jaar is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding het matigen van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank ook rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 165 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Dit teneinde verdachte er in de toekomst van te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. Daarnaast legt de rechtbank op een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring en de onttrekking aan het verkeer

Het inbeslaggenomen geld en de inbeslaggenomen telefoons worden verbeurd verklaard. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraffen verbeurdverklaring op te leggen, omdat de voorwerpen aan verdachte toebehoren, het geld door middel van de strafbare feiten is verkregen en de feiten met behulp van de telefoons zijn begaan.

De inbeslaggenomen drugs en ketamine worden onttrokken aan het verkeer. De drugs en ketamine zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht, omdat het feit daarmee is begaan.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57, 63 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikel 38 van de Geneesmiddelenwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2 subsidiair: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, lid 1, van de Geneesmiddelenwet;

feit 3 subsidiair: eenvoudig witwassen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 165 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich telefonisch op telefoonnummer (088) 80 41505 voor het plannen van een afspraak, binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland te Breda;

* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Werken aan werk van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op praktische vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* dat verdachte meewerkt aan begeleiding van Unitio, of soortgelijke zorgverlener te bepalen door de reclassering, voor het creëren van stabiliteit op leefgebieden en dit te behouden. Verdachte werkt mee aan de begeleiding zolang de reclassering dit nodig acht of zolang de proeftijd duurt;

van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland te Breda tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

* 450 EUR (Omschrijving: _782727);

* 715 EUR IBN (Omschrijving: _782728);

* 7000 EUR IBN (Omschrijving: _782750);

* 1055 EUR IBN (Omschrijving: _782751);

* 5600 EUR IBN (Omschrijving: _782752);

* 5570 EUR IBN (Omschrijving: _782808);

* 1150 EUR IBN (Omschrijving: _782809);

* 1 STK GSM (Omschrijving: ZBRAA23013_782755);

* 1 STK GSM (Omschrijving: ZBRAA23013_782754);

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

* 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: G2642705, 967,8g);

* 18 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: _782824).

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,

en mr. K. Verschueren en mr. J.P.E. Mullers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023 te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt,

- één of meerdere gebruikershoeveelheden cocaïne en/of heroïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek

van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 11 september 2023 te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

al dan niet opzettelijk

een hoeveelheid van 972,8 gram (zuivere) ketamine,

althans een werkzame stof, waarvoor een handelsvergunning geldt, in voorraad heeft gehad;

( art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 september 2023 te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

al dan niet opzettelijk

zonder registratie,

een hoeveelheid van 972,8 gram (zuivere) ketamine,

althans een werkzame stof, in voorraad heeft gehad;

( art 38 lid 1 Geneesmiddelenwet )

3

hij in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van)

- een geldbedrag van 6720 euro, aangetroffen [adres 2] en/of

- een geldbedrag van 14.820 euro, aangetroffen [adres 1] ;

althans een of meer grote contant(e) geldbedrag(en),

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die gelbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

- een geldbedrag van 6720 euro, aangetroffen [adres 2] en/of

- een geldbedrag van 14.820 euro, aangetroffen [adres 1] ;

althans een of meer grote contant(e) geldbedrag(en)

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad

terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;

( art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand