ECLI:NL:RBZWB:2026:9427

ECLI:NL:RBZWB:2026:9427

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 02-223298-23 en 02-073316-23 (gev. ttz)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van handelen in harddrugs, het bezit van cocaïne en eenvoudig witwassen. Oplegging van gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 193 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis. Overschrijding van de redelijke termijn. Beslag.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-223298-23 en 02-073316-23 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

ingeschreven op het [adres] ,

raadsman mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak met parketnummer 02-073316-23 naar deze kamer verwezen.

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 07 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter zitting is op 29 september 2026 gesloten.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging inzake parketnummer 02-073316-23 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

02-223298-23

feit 1: zich samen met anderen van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan het handelen in cocaïne en heroïne;

feit 2: zich samen met anderen op 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van 3,49 gram cocaïne en 5,735 gram opiaten (vermoedelijk cocaïne);

feit 3: zich samen met anderen van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan witwassen van € 11.405,00 dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen van € 11.405,00;

02-073316-23

feit 1: zich op 14 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren of aanwezig hebben van 5,9 gram cocaïne;

feit 2: zich op 14 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan het verkopen van 1,5 gram cocaïne aan [persoon] dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat gelet op het beginsel van ne bis in idem verdachte niet veroordeeld kan worden voor het handelen in harddrugs op 14 maart 2023 (feit 2 van parketnummer 02-073316-23), nu dit feit samenvalt met het handelen in harddrugs in de periode 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 (feit 1 van parketnummer 0222329823).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er sprake is van eendaadse samenloop tussen feit 1 van parketnummer 02-223298-23 en feit 2 van parketnummer 02-073316-23.

He oordeel van de rechtbank

De rechtbank merkt op dat feit 2 van parketnummer 02-073316-23 neerkomt op eenzelfde verdenking als feit 1 van parketnummer 02-223298-23. Daarbij komt dat de pleegdatum van feit 2 van parketnummer 02-073316-23 (14 maart 2023) binnen de ten laste gelegde periode van feit 1 van parketnummer 02-223298-23 (1 januari 2023 tot en met 11 september 2023) valt. Anders dan de verdediging acht de rechtbank het beginsel van ne bis en idem niet aan de orde, nu er geen sprake is van vervolging van een feit waarvoor verdachte reeds onherroepelijk veroordeeld is. Ook acht de rechtbank anders dan de officier van justitie eendaadse samenloop niet aan de orde, aangezien er geen sprake is van één gedraging die twee of meer delictsomschrijvingen vervult. De rechtbank is daarentegen van oordeel dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk is in de vervolging van verdachte inzake feit 2 van parketnummer 0207331623, nu verdachte niet tweemaal vervolgd kan worden voor dezelfde gedraging.

De officier van justitie is voor het overige ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, waarbij hij ten aanzien van feit 3 van parketnummer 02-223298-23 het subsidiair ten laste gelegde eenvoudig witwassen wettig en overtuigend bewezen acht. Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 02-223298-23 verzoekt de officier van justitie verdachte partieel vrij te spreken voor het bezit van 5,735 gram opiaten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van het bezit van 5,735 gram opiaten, nu uit het dossier niet blijkt om welke drugs het gaat. Ook ten aanzien van het witwassen van € 11.405,00 bepleit de verdediging vrijspraak. Verdachte heeft namelijk bij de politie een concrete, verifieerbare niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd, waar het Openbaar Ministerie geen onderzoek naar gedaan heeft.

Ten aanzien van het aanwezig hebben van 5,9 gram cocaïne op 14 maart 2023 en het aanwezig hebben van 3,49 gram cocaïne op 11 september 2023 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging voert geen bewijsverweer inzake het handelen in drugs in de periode van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023, maar wijst er wel op de dat verdachte slechts in geringe mate in drugs heeft gehandeld.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten 1 en 2 van parketnummer 02-223298-23 en feit 1 van parketnummer 0207331623

Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) is een onderzoek gestart naar een criminele groep die in de [regio] handelt in onder andere cocaïne en heroïne. Middels tapgesprekken en observaties is de politie verdachte op het spoor gekomen. Verdachte heeft bekend dat hij vijf weken vóór 11 september 2023 heeft gehandeld in drugs. Ook heeft verdachte bekend dat hij het was die op 14 maart 2023 cocaïne dealde en dat hij wel vaker dealde om geld bij te verdienen.

Op grond van de bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 januari 2023 tot en met 11 september 2023 samen met anderen heeft gehandeld in cocaïne en/of heroïne (feit 1 van parketnummer 02-223298-23), dat hij op 14 maart 2023 5,9 gram cocaïne aanwezig had (feit 1 van parketnummer 02-073316-23) en dat hij op 11 september 2023 3,49 gram cocaïne aanwezig had (feit 2 van parketnummer 02-223298-23). Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 september 2023 5,735 gram opiaten aanwezig had, zodat verdachte daarvan partieel wordt vrijgesproken (feit 2 van parketnummer 02-223298-23).

Feit 3 van parketnummer 02-223298-23 (eenvoudig) witwassen

Het toetsingskader

De rechtbank doorloopt bij de toets of sprake is van witwassen de volgende stappen. Als er op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een vermoeden van witwassen, dan mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de goederen dan wel gelden. Deze verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van verdachte voldoende tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Uit de resultaten van dat onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft. Dit toetsingskader is ook van belang in de gevallen waarin de rechter aan de omstandigheden waaronder een voorwerp wordt aangetroffen, het vermoeden ontleent dat dit onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf (eenvoudig witwassen).

De feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat voor de boordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 11 september 2023 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan [adres] . In de slaapkamer van verdachte is een geldbedrag aangetroffen van totaal € 11.405,00.

Vermoeden van witwassen

In de slaapkamer van verdachte zijn naast de € 11.405,00 in verschillende coupures ook gripzakjes, ponypacks en meerdere telefoons aangetroffen. Deze omstandigheden leveren op zichzelf al een vermoeden van witwassen op. Daar komt bij dat verdachte heeft bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan het dealen van drugs. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen om een vermoeden van witwassen te rechtvaardigen.

Verklaring van verdachte

Aangezien sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Volgens verdachte is al het aangetroffen geld afkomstig van de uitkering van de Belastingdienst aan verdachte en zijn broer.

De vader van verdachte heeft verklaard dat verdachte en zijn broer allebei € 10.000,00 hebben ontvangen van de Belastingdienst in verband met de toeslagenaffaire. Verdachte mocht € 5.000,00 opnemen en daarmee doen wat hij wilde. De overige € 5.000,00 is naar de rekening van de broer van verdachte overgemaakt, zodat verdachte dit niet zou uitgeven. De rechtbank gaat er gelet op voorgaande van uit dat € 5.000,00 van het aangetroffen bedrag afkomstig is van de uitbetaling van de Belastingdienst en dat de herkomst van dit geldbedrag als legaal kan worden aangemerkt. Verdachte zal voor dat deel van de tenlastelegging (€ 5.000,00) worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het geldbedrag van € 6.405,00 (het ten laste gelegde bedrag minus het contant opgenomen deel van de uitbetaling van de Belastingdienst) overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt daarover vast dat verdachte bij de politie en ter zitting wisselend heeft verklaard over hoeveel en door wie de bedragen zijn gepind en hoeveel daarvan hij had uitgegeven. Daarnaast wijkt zijn verklaring over de hoeveelheid gepind geld af van de verklaring van zijn vader. De overgelegde rekeningafschriften bevatten voor de overige 5.000 euro onvoldoende onderbouwing nu hieruit niet is op te maken aan wie deze rekeningnummers toebehoren.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte over de herkomst van het geld niet kan worden aangemerkt als een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring die het vermoeden van witwassen niet opzij zet. Er is dan ook geen sprake van een verklaring omtrent de herkomst van het geld, die zodanig tegenwicht biedt tegen het forse vermoeden van witwassen dat deze door het Openbaar Ministerie nader had moeten worden onderzocht.

Conclusie

Op grond van het vorenstaande kan het niet anders zijn dan dat de € 6.405,00 onmiddellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig is en dat verdachte hiervan op de hoogte was.

De rechtbank acht het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde eenvoudig witwassen wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

02-223298-23

feit 1

op meer tijdstippen in de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt,

- één of meerdere gebruikershoeveelheden cocaïne en/of heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 2

op 11 september 2023 te Breda opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 3,49 gram cocaïne,

zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 3 subsidiair

in de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 1] een geldbedrag van 6.405 euro, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;

02-073316-23

feit 1

hij op 14 maart 2023 te Chaam opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 5,9 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 193 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen handelen in harddrugs, het bezit van cocaïne en eenvoudig witwassen. Het is algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Door de verspreiding van drugs en het gebruik ervan wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit in veel gevallen gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit. Bovendien gaat er van de georganiseerde drugshandel in toenemende mate een ondermijnend effect uit. Het voorgaande is ook reden dat er op het plegen van drugsfeiten strenge straffen staan. Daarnaast is witwassen een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Bovendien wordt door witwaspraktijken de onderliggende criminaliteit in stand gehouden en bevorderd. Verdachte heeft niet of onvoldoende bij voorgaande stilgestaan en blijkbaar enkel gehandeld uit eigen (financieel) belang.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie voor soortgelijke feiten.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsrapport dat op

4 mei 2026 over verdachte is opgesteld. Daaruit blijkt dat verdachte is opgegroeid in een gezin met pro-sociale normen en waarden en dat zijn ouders, broer en zus zijn handelen hebben afgekeurd. In de periode van het tenlastegelegde had verdachte een tussenjaar zonder structurele dagbesteding. De verveling die daarmee ontstond zou een rol hebben gespeeld bij het plegen van de feiten. Hij zou in een negatief sociaal netwerk terecht zijn gekomen toen hij meer buiten rondhing. Een mogelijk hogere mate van impulsiviteit zou ook een rol gespeeld kunnen hebben, welke de reclassering met name aan zijn jeugdige leeftijd relateert. Op verschillende leefgebieden komt het beeld naar voren dat verdachte zijn leven grotendeels op orde heeft. Hij werkt in de bouw, is vijf jaar samen met zijn vriendin waarmee hij veel van zijn vrije tijd doorbrengt en heeft een goede band met zijn ouders. Het risico op recidive wordt laag ingeschat, mede nu verdachte de afgelopen tweeënhalf jaren niet voor soortgelijke zaken opnieuw in aanraking met justitie is gekomen. De reclassering ziet geen meerwaarde in reclasseringstoezicht en adviseren een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Ook dient bij de strafoplegging rekening gehouden te worden met het tijdsverloop in deze zaak. De rechtbank stelt namelijk vast dat het recht op een berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in deze zaak is geschonden. De redelijke termijn is op 11 september 2023 aangevangen, aangezien verdachte die datum in verzekering is gesteld en daarom redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat er strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld in deze zaak. De behandeling van deze zaak is niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht, die deze overschrijding rechtvaardigen. Dat maakt dat de redelijke termijn met 1 jaar is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding het matigen van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank ook rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn jeugdige leeftijd ten tijde van het plegen van de feiten, het feit dat hij niet eerder voor drugsfeiten is veroordeeld, de inhoud van het reclasseringsrapport en de overschrijding van de redelijke termijn, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 193 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis, passend en geboden.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring en de teruggave

parketnummer 02-223298-23

De inbeslaggenomen telefoons en € 6.405,00 worden verbeurd verklaard. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraffen verbeurdverklaring op te leggen, omdat het geld door middel van de strafbare feiten zijn verkregen en de strafbare feiten met betrekking tot de telefoons zijn begaan.

Ten aanzien van de in beslag genomen € 5.000,00 wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte, nu verdachte is vrijgesproken van het witwassen van € 5.000,00.

parketnummer 0207331623

Het geldbedrag van € 757,60 is in beslag genomen ten aanzien van feit 2 van parketnummer 0207331623, waarin het Openbaar Ministerie nietontvankelijk is verklaard. Om deze reden wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte van € 757,60.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 55, 57, 63 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor het onder 2 van parketnummer 02-073316-23 ten laste gelegde feit;

- verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair van parketnummer 02-223298-23 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

eendaadse samenloop van:

02-223298-23

feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

en

02-073316-23

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

02-223298-23

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3 subsidiair: eenvoudig witwassen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 193 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

parketnummer 02-223298-23:

* 2750 EUR (Omschrijving: _782803);

* 1390 EUR (Omschrijving: _782804);

* 1460 EUR (Omschrijving: _782805);

* 705 EUR (Omschrijving: _782806);

* 100 EUR (Omschrijving: _782738);

* 1 STK GSM (Omschrijving: G_782742);

* 1 STK GSM (Omschrijving: G_782741);

* 1 STK GSM (Omschrijving: ZBRAA23013_782740 Iphone);

* 1 STK GSM (Omschrijving: ZBRAA23013_782735, Iphone);

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

parketnummer 02-223298-23:

* 5000 EUR IBN 11-09-2023 (Omschrijving: 782806);

parketnummer 0207331623:

* 100 EUR IBN 14-03-2023 (Omschrijving: G2570818);

* 657,6 EUR IBN 14-03-2023 (Omschrijving: G2570821).

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,

en mr. K. Verschueren en mr. J.P.E. Mullers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

02-223298-23

1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023 te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt,

- één of meerdere gebruikershoeveelheden cocaïne en/of heroïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 11 september 2023 te Breda, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

- ongeveer 3,49 gram cocaïne,

- ongeveer 5,735 gram opiaten, vermoedelijk cocaïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

3

hij in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 2] , gemeente Rucphen en/of Breda, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van)

- een geldbedrag van 11.405 euro

althans een of meer grote contant(e) geldbedrag(en),

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die gelbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 01 januari 2023 tot en met 11 september 2023, te [plaats 1] , althans in Nederland

een geldbedrag van 11.405 euro,

althans een of meer grote contant(e) geldbedrag(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad

terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;

( art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht )

02-073316-23

1

hij op of omstreeks 14 maart 2023 te [plaats 1] en/of Chaam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 5,9 gram, in

elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )

2

hij op of omstreeks 14 maart 2023 te [plaats 1] en/of Chaam, in elk geval in Nederland., eenmaal, althans meermalen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [persoon]

en/of vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad 1,5 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 1 ahf/ond a Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand