ECLI:NL:RBZWB:2026:9462

ECLI:NL:RBZWB:2026:9462

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer C/02/451697 HA RK 26-163
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Afwijzing wrakingsverzoek

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/451697 HA RK 26-163

beslissing van 11 september 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

[verzoeker], verzoeker

1. Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:

 de processtukken zoals opgenomen in het dossier van deze rechtbank in de hoofdzaak met zaaknummer 12251523 ZA VERZ 26-65;

 het proces-verbaal van de zitting van 24 augustus 2026 van deze zaak;

 het wrakingsverzoek van 25 augustus 2026, met daarin de wrakingsgronden;

 de e-mails van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 28 augustus 2026 met haar schriftelijk standpunt en de mededeling dat zij niet in de wraking berust;

 de brief van verzoeker van 2 september 2026, met daarin een reactie op het standpunt van de gewraakte rechter;

 de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 3 september 2026 in Breda, waarbij aanwezig waren: verzoeker, bijgestaan door [tolk], tolk Russisch, en de gewraakte rechter.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Tilman-Knoester (hierna te noemen: de rechter) in haar hoedanigheid als rechter. Dit verzoek berust op de gronden zoals die namens verzoeker uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek van 25 augustus 2026 en nader toegelicht in de brief van 2 september 2026 en tijdens de zitting van de wrakingskamer van 3 september 2026.

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3. De gronden van het verzoek

Kort weergegeven heeft de rechter volgens verzoeker de schijn van vooringenomenheid gewekt doordat zij het dossier niet goed genoeg heeft bestudeerd. Daarnaast heeft de rechter tijdens de zitting niet alle stukken in detail besproken en heeft zij een voorlopig oordeel gegeven.

Op de zitting heeft verzoeker deze gronden aangevuld met dat de rechter hem tijdens de zitting psychologisch onder druk heeft gezet doordat zij hem te weinig leestijd gaf voor de stukken die door de wederpartij op de zitting waren ingediend. Ook wees zij hem op het feit dat hij AI had gebruikt en heeft zij zijn dochter, die op de zitting fungeerde als tolk, meermalen onderbroken.

4. Het standpunt van de rechter

Kort weergegeven stelt de rechter zich op het standpunt dat er geen sprake is van feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat een schijn van vooringenomenheid en/of partijdigheid is gewekt.

Daarbij heeft de rechter toegelicht dat zij het dossier uitgebreid heeft voorbereid en dat alle verzoeken en verweerschriften en producties door haar zijn bekeken. Daarnaast kan tijdens een mondelinge behandeling niet alles even uitvoerig worden behandeld en heeft zij meerdere malen gevraagd of verzoeker nog producties wilde bespreken. Tot slot heeft zij op verzoek een voorlopig oordeel gegeven waarbij zij duidelijk heeft aangegeven dat dat oordeel niet definitief is.

5. De beoordeling

Beoordelingskader

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Voorop moet worden gesteld dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dit is slechts anders als zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoeker aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert of dat de door verzoeker geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.

Beoordeling van de wrakingsgronden

De wrakingskamer constateert dat het wrakingsverzoek is opgebouwd uit meerdere onderdelen, namelijk:

- het onvoldoende voorbereid zijn;

- het niet tot in detail bespreken van alle stukken op de zitting;

- het geven van een voorlopig oordeel en

- de psychologische druk.

Allereerst verwijt verzoeker de rechter dat zij onvoldoende voorbereid was en het dossier onvoldoende kende. De rechter heeft in haar schriftelijk standpunt en op de zitting aangegeven dat zij het dossier uitgebreid heeft bestudeerd en alle ingediende stukken had gelezen. De wrakingskamer ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring van de rechter. Daarbij is van belang dat uit de aantekeningen van de zitting blijkt dat de rechter meermalen heeft aangegeven dat zij alle stukken had gelezen.

De tweede grond, het niet tot in detail bespreken van alle stukken op de zitting, ziet op de wijze waarop de rechter de zitting heeft geleid en daarmee op het bewaken van de goede procesorde en het voeren van regie door de rechter op de zitting. Dit betekent onder andere dat het aan de rechter is om, binnen de grenzen van de wet, te bepalen wat er op de zitting wordt besproken en in welke mate. Rechters hebben een grote vrijheid bij de invulling van deze taak. Dat niet alle stukken tot in detail zijn besproken, leidt niet tot de conclusie dat de rechter vooringenomen of partijdig is. Bovendien wordt wat op de zitting moet worden besproken bepaald door het verzoekschrift en de daartegen gevoerde verweren en blijkt uit de zittingsaantekeningen dat de rechter meermalen heeft gevraagd of verzoeker nog stukken aan de orde wilde stellen.

Ook het feit dat de rechter een voorlopig oordeel heeft gegeven leidt niet tot de conclusie dat de rechter vooringenomen of partijdig is. Het geven van een voorlopig oordeel is niet ongebruikelijk bij een civiele kantonzitting. Bovendien blijkt uit de zittingsaantekeningen dat de rechter partijen heeft gevraagd of zij hier behoefte aan hadden en heeft verzoeker hierop bevestigend geantwoord.

Tot slot heeft verzoeker aangevoerd dat de rechter hem psychologisch onder druk heeft gezet. In dat verband heeft verzoeker gewezen op de opmerking van de rechter dat het verzoekschrift is opgesteld met behulp van AI. Daarnaast heeft verzoeker aangevoerd dat de rechter zijn dochter meermalen heeft onderbroken om haar erop te wijzen dat zij alles wat op de zitting werd gezegd letterlijk moest vertalen en dat de rechter hen heeft bekort in hun onderlinge discussies in de Russische taal. Deze omstandigheden kunnen naar het oordeel van de wrakingskamer niet worden aangemerkt als het uitoefenen van psychologische druk. Aanwijzingen die inhouden dat de dochter zich moest beperken tot het vertolken van hetgeen werd besproken passen binnen de taak van de rechter om op zitting regie te voeren. Dat geldt ook voor de klacht over de gegeven leestijd. De wrakingskamer ziet geen reden om te twijfelen aan wat de rechter daarover ter zitting heeft verteld, namelijk dat het ging om een paar korte e-mails en een door verzoeker zelf opgesteld curriculum vitae, zodat daarvoor geen lange leestijd nodig was.

Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat de rechter ten aanzien van verzoeker vooringenomen is of dat zijn vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarom is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

6. Beslissing

De wrakingskamer:

 wijst het verzoek tot wraking af;

 bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 12251523 ZA VERZ 26-65 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.

Deze beslissing is genomen op 11 september 2026 door mr. Peters, voorzitter, en mr. Broeders en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Luijten, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Peters
  • mr. Broeders
  • mr. Breeman

Griffier

  • mr. Luijten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand