ECLI:NL:RBZWB:2026:9475

ECLI:NL:RBZWB:2026:9475

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 02-109999-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewezenverklaring woninginbraak in vereniging. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Volledige toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-109999-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief in de Penitentiaire inrichting te [plaats 1] ,

raadsman mr. J. de Vries, advocaat te Zaandam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 september 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen op 11 april 2026 een woninginbraak heeft gepleegd aan [adres] .

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich hierbij op de bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 18 september 2026;

- de aangifte van [benadeelde] van 11 april 2026.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 11 april 2026 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen in een woning te weten aan de [adres] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieraden die aan de heer [benadeelde] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest. Verdachte is meermaals veroordeeld voor woninginbraken en heeft alle kans gehad om op het rechte pad te blijven met behandeling, begeleiding, proeftijden en voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke invrijheidstelling. Verdachte had ten tijde van deze inbraak werk, een goed inkomen en een stabiele thuissituatie, maar pleegt opnieuw een woninginbraak. Een voorwaardelijk deel heeft geen meerwaarde en is voor verdachte een gepasseerd station.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de proceshouding van verdachte. Hij heeft in tegenstelling tot de medeverdachten een bekennende verklaring afgelegd en zijn spijt geuit richting de slachtoffers. Verdachte heeft inmiddels zes maanden detentie achter de rug. Om te voorkomen dat het sociaal isolement vergroot verzoekt de verdediging aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten en een aanzienlijk lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Daarnaast verzoekt de verdediging gelet op deze oriëntatiepunten en met het oog op de waarde van de gestolen goederen, de beperkte schade, de proceshouding en de gezondheid van verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis vanwege artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Met zijn handelen heeft hij geen enkel respect getoond voor de eigendommen van anderen. Bovendien wordt bij een woninginbraak de privacy van de bewoners en hun gevoel van veiligheid ernstig geschaad, terwijl zij zich juist veilig moeten kunnen voelen in hun eigen woning. Zij hebben er doorgaans lang last van dat vreemden in hun huis zijn geweest en hun persoonlijke spullen hebben doorzocht. Naast het verlies van kostbare sieraden, die vaak ook een emotionele waarde hebben en onvervangbaar zijn, hebben slachtoffers te maken met de reparatiekosten van de braakschade. Verdachte had kennelijk geen oog voor de nadelige gevolgen voor de slachtoffers. Hij was er blijkbaar alleen op uit om snel en makkelijk een financieel voordeel te behalen. Ook zorgen dergelijke inbraken voor onrust en gevoelens van onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 12 mei 2026 waaruit blijkt dat hij eerder meermaals is veroordeeld voor woninginbraken.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 1 mei 2026. Hieruit volgt dat verdachte ondanks de inzet van jarenlange ondersteuning van zijn netwerk, de reclassering en hulpverlening, wederom tot een vermogensdelict is gekomen waarbij een antisociale houding, omgang met een pro-crimineel netwerk en financieel gewin tot de belangrijkste delictgerelateerde risicofactoren gerekend worden. Verdachte heeft op meerdere leefgebieden zijn zaken op orde en beschikt over beschermende factoren als voldoende intelligentie, een diploma, inkomsten, een steunend netwerk, pro sociale doelen en (aangeleerde) vaardigheden zoals persoonlijk inzicht en handelingsvaardigheden. Echter, zes maanden na afronding van het justitieel kader is verdachte opnieuw betrokken bij een woninginbraak. Na de inzet van de afgelopen jaren ziet de reclassering geen nieuwe mogelijkheden meer om de kans op recidive te verkleinen.

Gelet op de hierboven beschreven ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andersoortige straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. In het geval van één voltooide woninginbraak, inclusief de veelvuldige recidive als strafverzwarende factor, geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden. Verdachte heeft dit feit bovendien gepleegd in vereniging. Dit weegt ook strafverzwarend mee. Voor het opleggen van een voorwaardelijk deel ziet de rechtbank geen aanleiding.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf is er geen sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv. De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis dan ook afwijzen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7. Het beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte, omdat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

8. De vordering van de benadeelde partij

Benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 400,- aan immateriële schade voor het ten laste gelegde feit.

De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Als schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad, een nadeel betreft dat niet uit vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde op grond van artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Van ‘een aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast kan hier ook sprake van zijn indien dit volgt uit de aard en de ernst van de normschending van het strafbare feit en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke gevallen kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze.

De benadeelde partij werd toen hij met zijn vrouw terugkeerde naar hun woning geconfronteerd met meerdere personen die zich onrechtmatig rondom de woning bevonden. Kort hierna bleek dat zij ook in de woning zijn geweest en meerdere sieraden hebben meegenomen. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat de benadeelde en zijn vrouw door de inbraak leven met angst, hun woning moeilijk onbeheerd achter laten en wantrouwen hebben gekregen naar vreemden. Ook heeft het aantreffen van de personen impact gehad. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending, zoals hiervoor benoemd, meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon dient te worden aangenomen. Gelet op alle omstandigheden en rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt toegekend, acht de rechtbank het gevorderde bedrag van € 400,- volledig toewijsbaar.

Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 11 april 2026.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan benadeelde partij [benadeelde] van € 400,-, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2026 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] , € 400,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2026 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 4 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

240,00 EUR Geld Euro

24,65 EUR Geld Euro

Voorlopige hechtenis

- wijst het verzoek tot opheffing af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, en mr. H. Skalonjic en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Lequin, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 oktober 2026.

Mr. Mullers is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 11 april 2026 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de

[adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of

tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

één of meerdere sierraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de

heer [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art

311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand