ECLI:NL:RBZWB:2026:9483

ECLI:NL:RBZWB:2026:9483

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 02-253762-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Procesafspraken. Veroordeling voor zich in georganiseerd verband bezighouden met bewerken, vervoeren en afleveren van cocaïne en met witwassen. Straf conform procesafspraken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-253762-22

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 oktober 2026

in de strafzaak tegen verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

op dit adres preventief gedetineerd in de P.I. [locatie] ,

overigens zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld op de zitting van 27 augustus 2026, waarbij officier van justitie mr. K.M. Simpelaar en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek is gesloten op 21 september 2026.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het samen met anderen bewerken, verkopen en vervoeren, dan wel het bezit van 121 kilogram cocaïne (feit 1), het samen met anderen buiten het grondgebied brengen van 30 kilogram cocaïne (feit 2), het samen met anderen treffen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van het bewerken, verkopen en vervoeren van cocaïne (feit 3), de deelname aan een criminele organisatie gericht op de bewerking van cocaïne (feit 4) en het samen met anderen gewoontewitwassen van een geldbedrag van € 3.720.000,-, dan wel het eenvoudig witwassen van dit geldbedrag (feit 5).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De procesafspraken

Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging zogeheten procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken hebben zij opgenomen in een overeenkomst, welke is ondertekend door verdachte en zijn raadsman op 27 augustus 2026. Voorafgaand aan de zitting hebben zij deze overeenkomst overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.

De procesafspraken houden, in de kern, het volgende in:

De gehele overeenkomst met de procesafspraken is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn raadsman aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026, alwaar de procesafspraken zijn besproken.

De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de (totstandkoming van de) procesafspraken en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank houdt immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak zal plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. Hierbij staat met name de beantwoording van de vragen van artikel 348 en artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering centraal.

De officier van justitie, de raadsman en verdachte hebben ter zitting bevestigd achter de procesafspraken te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de procesafspraken met zijn raadsman heeft besproken, dat de afspraken vrijwillig zijn gemaakt en dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank de procesafspraken volgt - in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten - en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is overeengekomen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan de procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het EVRM toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.

5. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, zoals zij met de verdediging is overeengekomen en heeft dan ook verzocht de procesafspraken te volgen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de procesafspraken te volgen en heeft, conform de procesafspraken, geen bewijsverweren gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er een bewezenverklaring dient te volgen voor alle ten laste gelegde feiten.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de bewijsmiddelen in het dossier. Gelet op de procesafspraken volstaat de rechtbank met een verkort vonnis.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op tijdstippen in de periode van 11 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt en afgeleverd en vervoerd en verstrekt totaal ongeveer 121 kilogram (121 blokken) cocaïne, zijnde een middel vermeld op lijst I bij de Opiumwet;

2op 17 oktober 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 30 kilogram (30 blokken) cocaïne, zijnde een middel vermeld op lijst I bij de Opiumwet;

3op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 30 november 2020, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken en/of verwerken en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meerdere (forse) hoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, - anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van de hierboven bedoelde feiten,

hebben verdachte en/of zijn mededaders telkenso een mobiele PGP-telefoon met het beveiligingsprogramma EncroChat en Sky ECC voorhanden gehad en gebruikt, en/ofo via EncroChat als gebruiker van EncroChat ID [e-mailadres] en via Sky als gebruiker van Sky ID [nummer] middels chatberichten contact met mededaders en contactpersonen (al dan niet in het buitenland) onderhouden en informatie uitgewisseld over o.a. de logistiek en/of het productieproces (verwerken en bewerken) en/of het transport van hoeveelheden cocaïne, en/ofo via voornoemde chats gesprekken gevoerd over betalingen aan medeverdachten voor verleende diensten terzake de productie van cocaïne en/of het beschikbaar stellen van een productieruimte daarvoor en/of de aankoop van (ruwe) cocaïne en/of betalingen (middels tokens) van de geproduceerde cocaïne, en/ofo via voornoemde chats gesprekken gevoerd over de beschikbare voorraad pap (=geld), en/ofo via voornoemde chats overleg gehad over het bestellen en brengen naar en/of afhalen van diverse (grote) hoeveelheden grondstoffen en/of voorwerpen voor de verwerking en bewerking van cocaïne zoals tetramisole en/of aceton en/of ethyl en/of poeder en/of mallen en/of persen en/of zeven en/of stempels;o via voornoemde chats overleg gehad over het (zelf) aan het werk gaan in het laboratorium en/of de versnijdingslocatie waar cocaïne wordt bewerkt en/of verwerkt, en/ofo via voornoemde chats overleg gehad over het (zelf) met een ander voertuig meerijden nabij het voertuig dat verdovende middelen en/of geld vervoert;

4in de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 februari 2021 in Nederland en/of in België heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder meer en voor zover bekend): hij, verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet;

5op tijdstippen in de periode van 7 juni 2020 tot en met 27 januari 2021 in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen voorwerpen, te weten geldbedragen van in totaal 3.720.000,- euro heeft voorhanden gehad en/of overgedragen en/of van voorwerpen, te weten geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft conform de procesafspraken gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van het voorarrest en een geldboete van € 100.000,-.

Indien er geen procesafspraken zouden zijn gemaakt, had de officier van justitie een gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden geëist.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de procesafspraken.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig heeft gehouden met onder meer het bewerken, verwerken, vervoeren, afleveren en verstrekken van cocaïne en met witwassen. De organisatie waarvan verdachte deel uitmaakte was gespecialiseerd in het versnijden van pure cocaïne. Daartoe beschikte de organisatie over meerdere versnijdingslocaties. Meestal werd de pure cocaïne door opdrachtgevers verstrekt en na versnijding door de criminele organisatie weer terugbezorgd aan die opdrachtgevers. Verdachte heeft zich in dit verband onder meer schuldig gemaakt aan het uitvoeren van cocaïne en aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de bewerking (versnijding) van cocaïne. Ook is verdachte zelf werkzaam geweest in versnijdings‘labs’. Voorts regelde hij betaling en ontvangsten van grote contante geldbedragen.

Het is algemeen bekend dat dergelijke harddrugs middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. De grootschalige handel in en consumptie van harddrugs veroorzaakt bovendien veel overlast en zorgt ook voor diverse andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldsmisdrijven. Dat het criminele handelen van verdachte voor hem ook zeer lucratief is geweest blijkt onder meer uit de door hem gepleegde witwasactiviteiten. Witwassen resulteert doorgaans in een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch verkeer. Om al deze gevolgen heeft verdachte zich niet bekommerd. Hij heeft kennelijk slechts gehandeld uit winstbejag.

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 6 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten.

Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart in september 2023, toen verdachte van zijn advocaat hoorde dat hij internationaal gesignaleerd stond. Indien geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak zestien maanden. Tot aan dit vonnis is een periode van drie jaar verstreken.

Er is in deze zaak echter sprake van bijzondere omstandigheden, namelijk een groot en langlopend onderliggend onderzoek met een veelvoud aan verdachten en een omvangrijk dossier en een internationale component. Daarnaast hebben de onderhandelingen over het maken van procesafspraken bijna twee jaar geduurd en was verdachte lange tijd onvindbaar; hij stond internationaal gesignaleerd en is pas op 19 september 2025 in bewaring gesteld na aankomst in Nederland. Deze vertraging rekent de rechtbank aan de verdachte(n) toe. De rechtbank is daarom van oordeel dat de redelijke termijn niet is geschonden.

Hoewel de feiten een aanzienlijke tijd geleden zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een (fors) zwaardere straf dan opgenomen in de procesafspraken aangewezen is. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar straffen die plegen te worden opgelegd in soortgelijke zaken en naar de rechterlijke oriëntatiepunten voor straftoemeting.

De rechtbank is echter van oordeel dat de procesafspraken in deze zaak nopen tot een andere afweging. Dit resulteert in een lagere straf. De rechtbank komt tot het oordeel dat dit gerechtvaardigd is, omdat verdachte heeft meegewerkt aan de procedure die heeft geleid tot een efficiëntere rechtspleging. Er is sprake van een groot en langlopend onderliggend onderzoek, met een veelvoud aan verdachten, en tevens van een lange periode waarin onderhandeld is over het maken van procesafspraken. Er zijn door de verdediging geen onderzoekswensen ingediend en de behandeling van de strafzaak heeft tijdens het onderzoek ter zitting minder tijd in beslag genomen dan gebruikelijk is, nu als gevolg van de procesafspraken geen inhoudelijke verweren zijn gevoerd. Bovendien wordt door naleving van de overeenkomst een eventueel hoger beroep voorkomen. Dit levert tijdswinst op in het afdoen van deze zaak en bespaart kostbare zittingscapaciteit. Naast deze proceseconomische belangen zorgt deze procedure er ook voor dat zaken eerder onherroepelijk zijn en opgelegde straffen sneller kunnen worden geëxecuteerd. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.

De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat de vrijheidsstraf die in de procesafspraken is overeengekomen onder de gegeven omstandigheden, nog net in redelijke verhouding staat tot de ernst en omvang van de feiten, alsook de rol die verdachte daarin heeft vertolkt. De rechtbank benadrukt overigens wel dat wat haar betreft deze straf de absolute ondergrens is van wat in dit geval acceptabel is. De rechtbank zal dan ook opleggen een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van het voorarrest en een geldboete van € 100.000,-. Indien de geldboete niet wordt betaald, staan hier 365 dagen vervangende hechtenis tegenover.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a en 11b van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de

Opiumwet gegeven verbod;

feit 3: medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het

vierde lid en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, meermalen gepleegd;

feit 4: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf

als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, en 10a, eerste lid, van de

Opiumwet;

feit 5: medeplegen van gewoontewitwassen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 100.000,-;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, een vervangende hechtenis zal worden toegepast van 365 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Marsé, voorzitter,

en mrs. G.M.J. Kok en P.A.M. Wijffels, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 oktober 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat

1hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad totaal (ongeveer) 121 kilogram (121 blokken) cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) (een) middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2hij op of omstreeks 17 oktober 2020 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (ongeveer) 30 kilogram (30 blokken) cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelheid(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (een) middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3hij op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 01 augustus 2020 tot en met 30 november 2020, te Breda, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken en/of verwerken en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meerdere (forse) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of zijnde een ander middel zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven bedoelde feit(en), heeft verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)o een mobiele PGP-telefoon met het beveiligingsprogramma EncroChat en/of Sky ECC voorhanden gehad en/of gebruikt, en/ofo via EncroChat als gebruiker van EncroChat ID [e-mailadres] en/of via Sky als gebruiker van Sky ID [nummer] middels chatberichten contact met één of meer mededader(s) en/of contactperso(o)n(en) (al dan niet in het buitenland) onderhouden en/of informatie uitgewisseld over o.a. de logistiek en/of het productieproces (verwerken en/of bewerken) en/of het transport van een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, en/ofo via voornoemde chat(s) gesprekken gevoerd over betalingen aan medeverdachten voor verleende diensten terzake de productie van cocaïne en/of het beschikbaar stellen van een productieruimte daarvoor en/of de aankoop van (ruwe) cocaïne en/of betalingen (middels tokens) van de geproduceerde cocaïne, en/ofo via voornoemde chat(s) gesprekken gevoerd over de beschikbare voorraad pap (=geld), en/ofo via voornoemde chat(s) overleg gehad over het bestellen en/of brengen naar en/of afhalen van diverse (grote) hoeveelheden grondstoffen en/of voorwerpen voor de verwerking en/of bewerking van cocaïne zoals tetramisole en/of aceton en/of ehtyl en/of poeder en/of (een) mal(len) en/of (een) pers(en) en/of (een) zeef/zeven en/of (een) stempel(s);o via voornoemde chat(s) overleg gehad over het (zelf) aan het werk gaan in het laboratorium en/of de versnijdingslocatie waar cocaïne wordt bewerkt en/of verwerkt, en/ofo via voornoemde chat(s) overleg gehad over het (zelf) met een ander voertuig meerijden nabij het voertuig dat verdovende middelen en/of geld vervoert;

4hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2020 tot en met 01 februari 2021 te Breda en/of te Zevenbergen en/of te Luyksgestel, althans in Nederland en/of in België en/of in Marokko heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder meer en/of voor zover bekend): hij, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , die tot oogmerk had(den) het plegen van een of meerdere misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet;

5hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 juni 2020 tot en met 27 januari 2021 te Breda en/of Galder en/of Oosterhout en/of Utrecht en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland en/of Antwerpen te België en/of Tanger te Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen voorwerpen, te weten (een) (of meerdere) geldbedrag(en) van (in totaal) 3.720.000,- euro, althans enig geldbedrag (pv nr. 828), heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten (een) (of meerdere) geldbedrag(en) van (in totaal) 3.720.000,- euro, althans enig geldbedrag (pv nr. 828) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 juni 2020 tot en met 27 januari 2021 te Breda en/of Galder en/of Oosterhout en/of Utrecht en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland en/of Antwerpen te België en/of Tanger te Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen voorwerpen, te weten (een) (of meer) geldbedrag(en) van (in totaal) 3.720.000,- euro, althans enig geldbedrag (pv nr. 828), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand