ECLI:NL:RBZWB:2026:9533

ECLI:NL:RBZWB:2026:9533

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 02-800405-13
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging tbs

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.800405.13

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 2 oktober 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

feitelijk verblijvende op het [adres]

hierna: betrokkene,

raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.

1. Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 30 september 2014 is betrokkene veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 jaar en 6 maanden en tbs met verpleging van overheidswege, wegens overtreding van de artikelen 5 en 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Bij arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2016 is de duur van de gevangenisstraf verminderd naar 11 maanden en 1 week. Voor het overige zijn de opgelegde straf en maatregel in stand gebleven.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs met verpleging van overheidswege is op 7 juli 2016 aangevangen. Bij beslissing van deze rechtbank van 17 juli 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaar. Deze beslissing is door het gerechtshof te Arnhem op 30 januari 2025 bevestigd.

2. Procesverloop

De rechtbank heeft op 4 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met twee jaar.

Op 2 juli 2026 is de behandeling van de vordering ter zitting aangehouden omdat de deskundige verhinderd was.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 18 september 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp. Ook is als deskundige gehoord [deskundige] , GZ-psycholoog en hoofd behandeling.

3. Het advies van de tbs-instelling

Uit het verlengingsadvies van de [tbs-instelling] van 20 april 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische gedragskenmerken, kenmerken van psychopathie en verslavingsproblematiek (cocaïne, cannabis en alcohol, in remissie gekoppeld aan verblijf binnen een gestructureerde omgeving). Daarnaast is er sprake van cognitieve beperkingen wat als zwakbegaafdheid wordt geclassificeerd. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel is sprake van een laag tot matig risico op recidive op korte termijn. Op (middel)lange termijn wordt het risico als matig tot hoog ingeschat. Naarmate meer tijd verstrijkt is de kans op een terugval in oud delictgedrag groter. Het is daarom van belang dat het traject richting terugkeer en verblijf binnen het gezin zorgvuldig en stapsgewijs wordt ingezet en wordt gemonitord met proefverlof. De gezinsstructuur zal het leven van betrokkene moeten gaan structureren, waar de komende periode vanuit het proefverlof op wordt ingezet. Er is sprake van beschermende factoren, waarbij een leven willen opbouwen met partner en kinderen de sterkste motiverende factor is voor betrokkene. De tbs-instelling adviseert de tbs met één jaar te verlengen.

Ter zitting heeft [deskundige] daaraan nog toegevoegd dat betrokkene in juni 2026 is gestart met het proefverlof. In augustus 2026 is betrokkene echter op verzoek van de reclassering voor drie weken teruggeplaatst naar de appartementen op het terrein van de kliniek. Er waren communicatieproblemen met zijn partner en daarin kwam zijn persoonlijkheidsproblematiek tot uiting. Betrokkene is zich ervan bewust dat hij beter moet communiceren. Elke twee weken is er contact met betrokkene en zijn partner. Door de time-out was betrokkene zijn werk verloren, maar hij heeft snel nieuw werk gevonden. In de afgelopen weken is een stijgende lijn zichtbaar. Eind oktober volgt een gesprek om te bezien of er meer stabiliteit en rust in de relatie en het gezinsleven is ontstaan. Betrokkene zorgt zelf voor het inleveren van de urinecontroles en neemt daarin verantwoordelijkheid. Er is bewust voor gekozen de stap van begeleid wonen over te slaan en betrokkene direct bij zijn gezin te laten verblijven. Gelet op de afgelopen periode is een verlenging met één jaar nog aan de orde. Er is namelijk nog sprake van intensievere hulp dan gebruikelijk is tijdens het proefverlof. Dit moet eerst genormaliseerd worden voordat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd.

4. Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering aangepast in die zin dat de tbs slechts verlengd dient te worden met één jaar.

Het standpunt van de verdediging

Volgens betrokkene kan de tbs voorwaardelijk worden beëindigd, maar hij begrijpt het standpunt van de kliniek.

De raadsman bepleit dat hetzelfde resultaat kan worden bereikt met een minder ingrijpende titel, namelijk met een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Gelet op het subsidiariteitsbeginsel verzoekt de verdediging primair de reclassering te laten onderzoeken of een voorwaardelijk beëindiging aan de orde is. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de tbs met een jaar te verlengen en de rechtbank in overweging gegeven om ten behoeve van de volgende verlengingszitting een maatregelenrapport te laten opstellen met het oog een voorwaardelijke beëindiging van de tbs.

5. Het oordeel van de rechtbank

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.

Het uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. De rechtbank ziet aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene langdurig is behandeld in het kader van de tbs-maatregel en betrokkene een stijgende lijn heeft laten zien. Nadat het behandelplafond in de kliniek was bereikt, is voortvarend ingezet op het resocialisatietraject van betrokkene. Gelet op de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek en de kwetsbaarheid van betrokkene ten aanzien van middelengebruik is ingeschat dat begeleiding en toezicht nodig is om hem op verantwoorde wijze terug te laten keren naar de maatschappij. In juni 2026 is betrokkene gestart met proefverlof en heeft hij bij zijn partner en kinderen verbleven. Vanwege een time-out in augustus 2026 waarbij betrokkene drie weken is teruggeplaatst op een klinische afdeling en omdat de stap van begeleid wonen is overgeslagen, vindt er op dit moment intensievere begeleiding plaats dan gebruikelijk is tijdens het proefverlof. Met de deskundige is de rechtbank van oordeel dat dit maakt dat nog geen sprake kan zijn van een voorwaardelijke beëindiging. Het proefverlof is pas recent aangevangen en er is meer tijd nodig voor de begeleiding en monitoring van de resocialisatie.

De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om de reclassering op dit moment te laten rapporteren over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Gelet op de positieve ontwikkelingen die betrokkene doormaakt, lijkt het erop dat bij het doorzetten van deze stijgende lijn een voorwaardelijke beëindiging op een volgende zitting wel aan de orde is. De rechtbank geeft de reclassering de opdracht om voor de volgende zitting een rapportage op te maken over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Gelet op wat hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met één jaar.

6. De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met één jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. S. Tempel en

mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier en is

uitgesproken ter openbare zitting op 2 oktober 2026.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Combee
  • mr. S. Tempel
  • mr. H. Faouzi

Griffier

  • mr. A. van Krevel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand