ECLI:NL:RBZWB:2026:9534

ECLI:NL:RBZWB:2026:9534

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 01-218746-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 01.218746.25

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2026

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres],

raadsman mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 juli 2025 zijn partner [aangeefster] (hierna: [aangeefster]) heeft bedreigd en in de periode van 3 tot en met 12 juli 2025 heeft mishandeld.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [aangeefster] heeft bedreigd en mishandeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak voor de bedreiging vanwege onvoldoende wettig bewijs. Er is naast de verklaring van [aangeefster] geen ander bewijsmiddel afkomstig uit een andere bron. Voor de mishandeling ontbreekt de overtuiging. De verklaring over het incident dat rond 5 juli 2025 zou hebben plaatsgevonden strookt niet met het waargenomen letsel. Het is feitelijk onmogelijk om letsel toe te brengen aan de achterzijde van het linker bovenbeen terwijl aangeefster de bestuurster van het voertuig was. Ook de andere letsels komen niet overeen met de verklaring van [aangeefster]. De foto van het letsel op het hoofd was bij verdachte al bekend. Bovendien heeft niemand dit letsel in de genoemde periode waargenomen. Over het letsel aan de arm is niet verklaard hoe dat zou zijn ontstaan. Er dient vrijspraak te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

[aangeefster] heeft verklaard dat verdachte haar op 12 juli 2025 zou hebben bedreigd met de tekst “Als jij die taken niet doet voor je weggaat, maak ik jou dood. Ik rij jou ook door de muur.”.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [aangeefster] niet wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel afkomstig uit een andere bron. Bij gebrek aan wettig bewijs zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit feit.

Feit 2

[aangeefster] heeft aangifte gedaan van mishandeling. In haar aangifte heeft zij verschillende incidenten benoemd waarbij zij letsel zou hebben opgelopen. Eén incident benoemt zij daarin concreter qua datum. [aangeefster] beschrijft namelijk een incident dat rond 5 juli 2025 zou hebben plaatsgevonden in haar auto. Verdachte zou [aangeefster] met een vuist tegen haar linker bovenbeen hebben geslagen terwijl zij in de auto zaten en [aangeefster] bestuurster van de auto was. Uit de medische stukken in het dossier blijkt dat er op 14 juli 2025 een blauwe plek is geconstateerd op het linker bovenbeen van [aangeefster]. In het dossier bevindt zich ook een foto waarop een blauwe plek zichtbaar is op de achterzijde van het linker bovenbeen.

Verdachte ontkent [aangeefster] te hebben geslagen.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de informatie in het dossier niet kan worden vastgesteld dat de blauwe plek aan de achterzijde van het linker bovenbeen is veroorzaakt door het slaan van verdachte in de auto. De plaats van het letsel past niet zonder meer bij de verklaring dat zij is geslagen terwijl zij als bestuurster in de auto zat en verdachte daarnaast.

Verder heeft [aangeefster] verklaard dat verdachte met zijn vuist tegen haar armen en hoofd heeft geslagen, waarbij hij haar raakte op haar slaap aan de rechterzijde van haar hoofd. Onduidelijk is op welk moment of op welke momenten dit zou hebben plaatsgevonden. Door het slaan tegen haar hoofd zou aangeefster een hersenschudding hebben opgelopen. In eerder genoemde medische verklaring in het dossier staat: “o.b.v. letsel vermoedelijk hersenschudding met daarbij behorende klachten”. Daarnaast bevindt zich in het dossier een foto van een blauwe plek op de slaap aan de linkerzijde van het hoofd. Dat sprake was van een blauwe plek op de slaap blijkt niet uit de medische stukken.

De rechtbank stelt gelet hierop vast dat de verklaring over de plaats van het letsel aan de rechterzijde van het hoofd en de foto met daarbij letsel aan de linkerzijde van het hoofd niet bij elkaar aansluiten en dat deze blauwe plek niet genoemd wordt in de medische verklaring. Er bestaat dus onduidelijkheid over het letsel. Daarnaast kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen wanneer, waar en hoe dit letsel is veroorzaakt.

Dit geldt nog sterker voor het letsel op de arm. Door aangeefster wordt weliswaar een incident omschreven waarbij door toedoen van verdachte een deur tegen haar linker arm zou zijn gekomen, maar hierdoor zou zij geen letsel hebben opgelopen. Dit is dus geen verklaring voor de blauwe plek op de rechter arm die wordt benoemd in de medische informatie van 14 juli 2025. Een ander incident waarbij zij wel letsel op de arm zou hebben opgelopen, wordt niet omschreven door [aangeefster].

Gelet op voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat het wettig bewijs voor de mishandeling van [aangeefster] door verdachte ontbreekt. De rechtbank zal verdachte ook van dit feit vrijspreken.

5. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. S. Tempel en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 2 oktober 2026.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 12 juli 2025 te [plaats], [aangeefster] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangeefster] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik rij jou ook door de muur'.(art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2025 tot en met 12 juli 2025 te [plaats], in elk geval in Nederland, meermalen, in elk geval eenmaal, zijn levensgezel, te weten [aangeefster] heeft mishandeld door haar tegen haar gezicht en/of hoofd en/of been, althans het lichaam te slaan en/of stompen;(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Combee
  • mr. S. Tempel
  • mr. H. Faouzi

Griffier

  • mr. A. van Krevel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand