Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-248291-25, 13-098168-26 (gev.ttz)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [locatie] ,
raadsvrouw mr. Y. Karga, advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.A. Castelein en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op zitting zijn de zaken onder voormelde parketnummers overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering gevoegd.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
parketnummer 02-248291-25: samen met anderen een ramkraak op een juwelier heeft gepleegd;
parketnummer 13-098168-26: roekeloos heeft gereden dan wel dat hij gevaar of hinder heeft veroorzaakt op de weg.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat verdachte samen met anderen een ramkraak op een juwelier heeft gepleegd en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).
Het standpunt van de verdediging
Voor de bewezenverklaring van de ramkraak refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Op basis van het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat de weggenomen sieraden goud en/of diamanten waren, zodat daarvoor partiële vrijspraak dient te volgen. Voor de WVW-zaak stelt de verdediging dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, nu onvoldoende vaststaat dat door het verkeersgedrag van verdachte gevaar te duchten was voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen. Voor het subsidiair tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 02-248291-25
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 15 september 2025 door drie personen een ramkraak is gepleegd bij [juwelier] , waarbij sieraden zijn weggenomen. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij één van deze drie personen was en dat hij inderdaad sieraden heeft weggenomen.
Volgens de verdediging staat op basis van het dossier echter niet vast dat de weggenomen sieraden van goud en/of diamant waren. De rechtbank volgt dit verweer niet. Gelet op de aard van de onderneming (een juwelier) acht de rechtbank het aannemelijk dat de in de winkel aanwezige sieraden van goud en/of diamant waren. Bovendien heeft de aangever foto’s bij de aangifte gevoegd, waaruit blijkt dat sprake was van gouden en diamanten sieraden. Daarnaast volgt uit het onderzoek van de forensische opsporing dat de etalages van de juwelier waren vernield en dat daar lege sieradendisplays lagen, wat de aangifte ondersteunt dat de weggenomen goederen daadwerkelijk de sieraden uit de winkel betroffen.
De rechtbank acht dus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met twee anderen, de ramkraak bij [juwelier] heeft gepleegd en dat daarbij gouden en diamanten sieraden zijn weggenomen.
Parketnummer 13-098168-26
Op basis van het proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2026 en de bekennende verklaring van verdachte op zitting stelt de rechtbank vast dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde verkeersgedragingen heeft begaan.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of de rechtbank de verkeersgedragingen kan kwalificeren als een overtreding van artikel 5a WVW. Daartoe moet de rechtbank beoordelen of verdachte met het begaan van deze verkeersgedragingen (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
(a) Schending van de verkeersregels
De rechtbank stelt vast dat verdachte meerdere verkeersregels heeft overtreden. Nadat verdachte het stopteken van de politie heeft genegeerd, heeft hij meerdere keren met een met een aanzienlijk hogere snelheid gereden dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden , waarbij hij ook met hoge snelheden kruisingen is gepasseerd. Hoewel de exacte snelheid niet met meetapparatuur is vastgesteld, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Naast de snelheidsovertredingen is verdachte meermaals door rood gereden, heeft hij tegen de rijrichting in gereden en heeft hij zich over een busbaan en middenberm verplaatst.
(b) In ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, gelet op het voorgaande, de verkeersregels in ernstige mate geschonden.
(c) Opzettelijk
Voor een overtreding van artikel 5a WVW moet het opzet van verdachte zowel gericht zijn op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Uit het dossier blijkt dat verdachte op de vlucht was geslagen voor de politie. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde handelingen van verdachte niet anders dan opzettelijk kunnen zijn begaan. Deze verkeershandelingen zijn ook in samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, op opzettelijke ernstige overschrijding van de verkeersregels gericht. Kennelijk wilde verdachte aan de politie ontsnappen. De rechtbank acht het ten laste gelegde opzet dan ook wettig en overtuigend bewezen.
(d) Gevaar te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen
De rechtbank is van oordeel dat door de gedragingen van verdachte levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Verdachte heeft op een zaterdagmiddag op meerdere plekken gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was. Hierbij heeft hij onder meer een rood verkeerslicht genegeerd op een kruispunt waar op dat moment andere voertuigen stonden te wachten. Daarnaast heeft verdachte tegen de rijrichting in gereden, waardoor een bus moest remmen om een botsing te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten is geweest.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde: de overtreding van artikel 5a WVW.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-248291-25
op 15 september 2025 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, gouden en/of diamanten sieraden, die geheel of ten dele aan [juwelier] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
Parketnummer 13-098168-26
op 28 maart 2026 te Amsterdam, als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de J.H. van Heekweg en/of de H. Cleyndertweg en/of de IJdoornlaan en/of de Elzenhagensingel en/of G.J. Scheurleerweg en/of de Statenjachtstraat en/of de Oosterlengte en/of de Westerlengte en/of de Achtersteven, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- één of meerdere malen geen gevolg te geven aan een stopteken dat is gegeven door een politievoertuig door middel van een transparant en/of optische signalen en/of geluidssignalen of- meerdere malen met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was of- over een busbaan te rijden of- één maal geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde of- meerdere malen over een middenberm te rijden of- ter hoogte van de IJdoornlaan in de tegengestelde richting te rijden en blijven te rijden, waardoor een bus moest remmen om een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen of- meerdere kruispunten te passeren met een hoge snelheid, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was of- meerdere voertuigen in te halen en/of te passeren, waarbij hij, verdachte, reed op het weggedeelte dat bestemd was voor het tegemoetkomende verkeer.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Hij heeft daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd van 12 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs is ingehouden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft niet eerder lang gedetineerd gezeten en dit valt hem zwaar, mede door de impact ervan op zijn familie. De vader van verdachte heeft alzheimer en zijn gezondheid gaat achteruit. De verdediging verzoekt daarom een straf op te leggen die verdachte in staat stelt snel terug te keren naar zijn familie. Verder is verzocht om geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Verdachte heeft zijn rijbewijs namelijk nodig voor werk en de zorg voor zijn familie.
Het oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich op 25 september 2025 samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een ramkraak bij [juwelier] . Deze ramkraak is op een professionele en geraffineerde wijze uitgevoerd. Uit de camerabeelden blijkt dat er fors geweld is gebruikt om de juwelier binnen te gaan: er is met een auto meerdere keren tegen de rolluik van de winkel gereden. Alleen al door deze handeling werd een enorme schade veroorzaakt. Eenmaal in de winkel hebben de daders een ravage aangericht, waarbij ook een moker is gebruikt. Vitrines zijn kapot geslagen en vervolgens leeggeroofd, waarna de daders met een aanzienlijke buit zijn weggegaan. Dat sprake was van een geraffineerde en geplande werkwijze blijkt ook uit het feit dat de daders de gebruikte auto ter plaatse hebben achtergelaten en hun vlucht direct hebben voortgezet op een fatbike, die daar vooraf klaar was gezet. De juwelier is met een zeer omvangrijke schade achtergebleven.
Verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de gevolgen voor de juwelier. Hij is die nacht doelbewust op pad gegaan met het oog enkel op financieel gewin. Hij had immers een ‘klus’ aangenomen waarvoor hij € 3.000,00 zou krijgen.
Naast de ramkraak heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan roekeloos rijden. Verdachte stond gesignaleerd voor de ramkraak en is toen hij werd gezien door de politie, ervandoor gegaan. Tijdens deze achtervolging heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzettende verkeersovertredingen. Zo heeft verdachte door rood gereden en heeft hij spookgereden. Het is een wonder dat er geen verkeersongevallen hebben plaatsgevonden.
De persoon van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is en dat verdachte al meerdere keren is veroordeeld voor vermogensdelicten.
De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij op zitting een bekennende verklaring heeft afgelegd . Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat dit beperkt is gebleven tot de erkenning van het feit. Verdachte heeft zijn handelen ‘een domme keuze’ genoemd, maar heeft hiermee geen inzicht getoond in de ernst en de impact van zijn gedrag. Waarom hij, zo kort na zijn vrijlating, opnieuw te porren is voor zo een ‘klus’, is voor de rechtbank dan ook niet inzichtelijk geworden. Dit vindt de rechtbank zorgwekkend.. Detentie heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen. De rechtbank maakt zicht daarom zorgen over de toekomst van de verdachte.
Verder heeft de rechtbank het reclasseringsrapport van 10 september 2026 gelezen, waarin wordt geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Net als de rechtbank heeft de reclassering onvoldoende inzicht gekregen in de persoon van de verdachte en zijn motief voor betrokkenheid bij de ramkraak. De reclassering ziet een patroon in vermogensdelicten en aanwijzingen voor een negatief sociaal netwerk, maar onduidelijk is uit wie deze bestaat. De reclassering heeft ook onvoldoende zicht gekregen op het psychosociaal functioneren van verdachte en ziet daarom geen mogelijkheden voor gedragsverandering en/of risicobeperking. Het risico op recidive schatten zij in als gemiddeld.
De rechtbank volgt het advies van de reclassering om bij de strafoplegging van het volwassenstrafrecht uit te gaan.
Strafoplegging
Gezien de ernst van het feit kan de rechtbank niet anders dan een gevangenisstraf opleggen van een aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur heeft de rechtbank gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten, waarin voor een ramkraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden het uitgangspunt is. De rechtbank ziet echter in het in vereniging plegen, de omvang van de schade, het strafblad van verdachte en het roekeloos rijden aanleiding om een hogere straf op te leggen. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte zal zij daarvan een deel voorwaardelijk opleggen.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank een proeftijd van 3 jaar verbinden. Hoewel de standaardproeftijd twee jaar is, acht de rechtbank een langere proeftijd in dit geval een noodzakelijke stok achter de deur.
Daarnaast legt de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid aan verdachte op. Verdachte heeft met zijn rijgedrag in maart 2026 de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Daar komt bij dat uit zijn strafblad blijkt dat hij eerder boetes heeft gekregen voor het rijden op een vluchtstrook en het negeren van een stopteken. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft en zal daarom een deel voorwaardelijk opleggen. Zij legt aan verdachte op een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs is ingehouden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
7. Het beslag (parketnummer 02-248291-25)
De verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen moker en bouwlamp vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Deze zijn namelijk bij het plegen van het feit gebruikt.
De bewaring voor de rechthebbende
Ten aanzien van het in beslag genomen flesje Fanta wordt de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, omdat geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 176 en 179 Wegverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 02-248291-25 : diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
parketnummer 13-098168-26 : overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Bijkomende straf
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 1 STK moker (PL2000-2025247051-G2907632);
* 1 STK bouwlamp (PL2000-2025247051-G2907646);
- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
* 1 fles (BZAQ9311).
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, en mr. C.H.W.M. Sterk en
mr. K.H.P. Bovend’Eerdt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 oktober 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Parketnummer 02-248291-25
hij op of omstreeks 15 september 2025 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gouden en/of diamanten sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), die geheel of ten dele aan [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 13-098168-26
hij op of omstreeks 28 maart 2026 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de J.H. van Heekweg en/of de H. Cleyndertweg en/of de IJdoornlaan en/of de Elzenhagensingel en/of G.J. Scheurleerweg en/of de Statenjachtstraat en/of deOosterlengte en/of de Westerlengte en/of de Achtersteven, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- één of meerdere malen geen gevolg te geven aan een stopteken dat is gegeven door een politievoertuig door middel van een transparant en/of optische signalen en/of geluidssignalen en/of- één of meerdere malen met een aanzienlijk hogere snelheid te rijden dan de geldende maximumsnelheid, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- over een busbaan te rijden en/of- één of meerdere malen geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of- één of meerdere malen over een middenberm te rijden en/of- ter hoogte van de IJdoornlaan in de tegengestelde richting te rijden en/of blijven te rijden, waardoor een bus moest remmen om een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen en/of- één of meerdere kruispunten te passeren met een hoge snelheid, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- één of meerdere voertuigen in te halen en/of te passeren, waarbij hij, verdachte, reed op het weggedeelte dat bestemd was voor het tegemoetkomende verkeer;(art. 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 maart 2026 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de J.H. van Heekweg en/of de H. Cleyndertweg en/of de IJdoornlaan en/of de Elzenhagensingel en/of G.J. Scheurleerweg en/of de Statenjachtstraat en/of de Oosterlengte en/of de Westerlengte en/of de Achtersteven, zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, door:- één of meerdere malen geen gevolg te geven aan een stopteken dat is gegeven door een politievoertuig door middel van een transparant en/of optische signalen en/of geluidssignalen en/of- één of meerdere malen met een aanzienlijk hogere snelheid te rijden dan de geldende maximumsnelheid, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- over een busbaan te rijden en/of- één of meerdere malen geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en/of- één of meerdere malen over een middenberm te rijden en/of- ter hoogte van de IJdoornlaan in de tegengestelde richting te rijden en/of blijven te rijden, waardoor een bus moest remmen om een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen en/of- één of meerdere kruispunten te passeren met een hoge snelheid, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- één of meerdere voertuigen in te halen en/of te passeren, waarbij hij, verdachte, reed op het weggedeelte dat bestemd was voor het tegemoetkomende verkeer;(art. 5 Wegenverkeerswet 1994).