ECLI:NL:RBZWB:2026:97

ECLI:NL:RBZWB:2026:97, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-01-2026, BRE 24/3927

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-01-2026
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer BRE 24/3927
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

8:54; Beroep niet-ontvankelijk, omdat al eerder tegen de aanslag is geprocedeerd. Onbevoegd voor zover het beroep ziet op het dwangbevel en de terugbetaling van betaalde bedragen.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Duitsland), belanghebbende

en

de inspecteur en ontvanger van de Belastingdienst, de inspecteur/de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 december 2022 gericht tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2020 met aanslagnummer [aanslagnummer 1] H.06.01 en het dwangbevel tot betaling van de ontvanger van 11 januari 2023 ten aanzien van de voorlopige aanslag IB/PVV 2020 met aanslagnummer [aanslagnummer 2] H.00.02.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Beroep gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 9 december 2022

2. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende al eerder tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020 met aanslagnummer [aanslagnummer 1] H.06.01 heeft geprocedeerd. Het beroepschrift is op 24 juni 2023 door de rechtbank ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer BRE 23 / 3406. Op 28 september 2023 heeft de rechtbank een intrekking ontvangen ondertekend door belanghebbende, waarna de zaak is ingetrokken en dit aan partijen is bevestigd.

3. Belanghebbende verzoekt om de eerdere procedure te heropenen omdat het overleg met de Belastingdienst niet heeft opgeleverd wat zij had gehoopt. Zij stelt dat deze procedure niet door een bevoegd persoon is ingetrokken. De rechtbank is van oordeel dat het beroep met zaaknummer 23 / 3406 rechtsgeldig is ingetrokken. Belanghebbende was daartoe bevoegd. Het is dan niet mogelijk om die procedure weer te heropenen. Het is ook niet mogelijk om voor de tweede keer een beroepsprocedure te starten nadat al een hele rechtsgang is doorlopen. De wettelijke regeling biedt geen ruimte om twee keer beroep in te stellen. Het beroep gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 9 december 2022 is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beroep gericht tegen het dwangbevel ten aanzien van de voorlopige aanslag IB/PVV 2020

4. Belanghebbende is het niet eens met het dwangbevel van 11 januari 2023 en het handelen van de ontvanger. De rechtbank stelt voorop dat zij als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt.

5. Of terecht een dwangbevel is opgelegd behoort niet tot een van die uitzonderingen. De rechtbank is daarom onbevoegd om daarover te oordelen. De rechtbank is wel bevoegd om over de in rekening gebrachte kosten te oordelen. De rechtbank begrijpt echter dat het dwangbevel en de daarbij in rekening gebrachte kosten al zijn vernietigd. Deze beroepsprocedure kan belanghebbende in zoverre dus niet in een betere positie brengen. Het beroep is daarom in zoverre niet-ontvankelijk.

6. De rechtbank overweegt dat de vernietiging van het dwangbevel niet leidt tot vernietiging van de voorlopige aanslag IB/PVV 2020 zelf. Die aanslag en het bedrag aan belasting dat daarop moet worden betaald, blijven bestaan. Belanghebbende eist in haar beroepschrift om het bedrag van € 3922,00 terug te storten. Dit betreft een betaling die belanghebbende heeft gedaan op de voorlopige aanslag IB/PVV 2020 met aanslagnummer [aanslagnummer 2] H.00.02. De rechtbank begrijpt dat belanghebbende het niet eens is met de beslissing van de ontvanger om dit bedrag niet terug te betalen. De rechtbank is niet bevoegd te oordelen over een geschil over terugbetaling van bedragen. Dit geldt ook voor de overige beslissingen van de ontvanger die belanghebbende in haar stukken heeft genoemd. Belanghebbende dient zich hiervoor te wenden naar de civiele rechter. De rechtbank verklaart zich in zoverre onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?