Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-127065-24 en 02-243326-21 / 99-001290-43 (VI)
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedag] 1990,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,
raadsman mr. I. Azarkan , advocaat te Roosendaal .
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.S. Kikkert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
1) het voorhanden hebben van een pistool en Semtex ;
2) het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het plegen van een feit als bedoeld in artikel 9, 26 en 31 van de Wet wapens en munitie en van het verhandelen van de in deze artikelen bedoelde wapens en munitie een gewoonte maken;
3) het medeplegen van een poging tot uitlokking van afpersing van € 40.000,00;
4) het medeplegen van invoer van en handel in cocaïne, subsidiair ten laste gelegd als het medeplegen van voorbereidingshandelingen daartoe;
5) het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor invoer van en handel in cocaïne;
6) het medeplegen van (gewoonte)witwassen van geld en horloges en
7) het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor invoer van en handel in cocaïne.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De procesafspraken
Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie (hierna ook: OM) en de verdediging procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak inclusief de daarbij behorende ontnemingsvordering zou zijn. Deze procesafspraken zijn opgenomen in een overeenkomst die op 26 januari 2026 is ondertekend door de officier van justitie en door verdachte en zijn raadsman. Voorafgaand aan de inhoudelijke zitting hebben zij deze overeenkomst overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
Het afdoeningsvoorstel houdt, in de kern, voor de strafzaak het volgende in:
De verdediging
- De verdachte zal geen nadere onderzoekswensen indienen en/of (inhoudelijke) verweren voeren. Dit geldt zowel in de hoofdzaak als ten aanzien van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;- Verdachte erkent geen schuld buiten datgeen hij reeds in zijn politieverhoren heeft erkend. De verdachte legt, buiten datgeen dat hij reeds in zijn politieverhoren heeft bekend, geen bekennende verklaring af; doch de verdediging en verdachte geven door ondertekening van deze procesafspraken richting rechtbank en OM aan dat de feiten en kwalificaties zoals tussen OM en verdediging vastgesteld in de bijlage A, (juridisch gezien) bewezen kunnen worden verklaard en dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd;- Verdachte doet schriftelijk afstand van de in bijlage C benoemde in beslag genomen goederen, conform de als bijlage D bijgevoegde schriftelijke afstandsverklaring;- De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging (hoogstwaarschijnlijk) zal leiden tot een veroordeling van de strafbare feiten als omschreven in de tenlastelegging alsmede toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;- De verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg met betrekking tot de voorlopige hechtenis geen opheffings- of schorsingsverzoeken indienen (ook niet tot aan de uitspraak);- De verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudingsverzoeken indienen;- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;- De verdachte en de raadsman zullen in het kader van de inhoudelijke behandeling het bovenstaande herhalen.
Het Openbaar Ministerie - Het OM zal ter zitting requireren tot:* vrijspraak van de onder feit 1 ten laste gelegde feiten;* bewezenverklaring van de overige (onder 2 tot en met 7) aan verdachte ten laste gelegde feiten (conform de inhoud van bijlage A);* een strafoplegging als hieronder weergegeven:- een gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden met aftrek;* toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (bekend onder parketnummer 02-243326-21 en 99-001290-43) voor de duur van 793 dagen.
- Wanneer de afspraken op enige wijze worden ontbonden of het bovenstaande niet/niet tijdig/niet geheel voor de inhoudelijke behandeling ter zitting zal zijn nagekomen, komt de zaak terug in de stand waarin deze zich voor het maken van de afspraken bevond;
- Indien de rechtbank de gemaakte procesafspraken niet mocht volgen, vervallen de afspraken en kunnen verdachte, de verdediging en het Openbaar Ministerie hier geen rechten meer aan ontlenen;
- Door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken. Beide partijen geven aan geen belang te zien bij een hoger beroep indien de rechtbank conform de gemaakte procesafspraken vonnist. Mocht er tóch appel worden ingesteld na een vonnis dat gelijkluidend is aan de procesafspraken dan kan het Hof het appel niet-ontvankelijk verklaren omdat er geen belang bij is;- De verdachte heeft met deze afspraken - na adequate rechtsbijstand te hebben ontvangen - vrijwillig afstand gedaan van verdedigingsrechten en is zich bewust van de (mogelijke) gevolgen daarvan;- De verdachte zal tijdens de inhoudelijke zitting aanwezig zijn, zodat hij kan worden gehoord over de procesafspraken.
De gehele overeenkomst is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank
De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (vgl. ECLI:NL:HR:2022:1252).
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn raadsman aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 3 februari 2026, alwaar de inhoud van het afdoeningsvoorstel is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de (totstandkoming van de) procesafspraken en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank houdt immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. Hierbij staat met name de beantwoording van de vragen conform artikel 348 en artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering centraal.
De officier van justitie, de raadsman en verdachte hebben ter zitting bevestigd achter het voorstel te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsman heeft besproken en dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is. De reden voor hem om procesafspraken te maken is dat hij door het maken van procesafspraken eerder duidelijkheid krijgt over de afloop van de procedure. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt - in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten - en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.
5. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 1 en acht de onder feiten 2 tot en met 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals neergelegd in de procesafspraken.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de procesafspraken te volgen en heeft, conform de procesafspraken, geen bewijsverweren gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank volgt de door de officier van justitie en de verdediging gemaakte procesafspraken en komt tot vrijspraak van feit 1 vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
De rechtbank acht de feiten 2 tot en met 7 wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
2.op tijdstippen in de periode van 3 januari 2020 tot en met 17 oktober 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,
om een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 9 en/of het eerste lid van artikel 26 en/of het eerste lid van artikel 31 van de Wet wapens en munitie, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het voorhanden hebben van (een) wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III, en/of (zonder erkenning) een of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III overdragen en/of verhandelen en/of anderszins ter beschikking te stellen en daarvan een beroep en/of gewoonte maken, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
hebbende verdachte en verdachtes mededaders:- een encrypted telefoontoestel met het beveiligingsprogramma SKY-ECC voorhanden gehad en
- met dat encrypted telefoontoestel aan meerdere encrypted Skychats deelgenomen die (vrijwel uitsluitend) betrekking hadden op de (internationale) handel in wapens en munitie, en in voornoemde berichten wapens en/of munitie aangeboden en getracht wapens en/of munitie aangeboden te krijgen, door aan en/of van die personen afbeeldingen en/of specificaties van de betreffende wapens te hebben gestuurd en/of te hebben ontvangen en/of het verkoopbedrag en/of aankoopbedrag van de betreffende wapens door te hebben gegeven en/of over de verkoopprijs en/of aankoopprijs te hebben onderhandeld, en
- bankbiljetten en/of geldbedragen voorhanden te hebben gehad ten behoeve van de aankoop/verkoop van deze wapens en/of munitie;
3.in de periode van 7 maart 2020 tot en met 10 maart 2020 in Nederland heeft gepoogd om anderen, te weten onbekend gebleven personen, door een der in artikel 47, eerste lid onder 2 van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, te weten door giften, beloften, en het verschaffen van gelegenheid, middelen en inlichtingen, te bewegen om een misdrijf te begaan,te wetenhet met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld ene zogenoemde [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3] te dwingen tot de afgifte van 40.000 euro, dat aan die ene zogenoemde [naam 1] toebehoorde,
door die onbekend gebleven personen
- geld te bieden om geld te incasseren bij die [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3] ,- te vragen of zij beschikken over een pistool en, als dat niet zo mocht zijn, aan te bieden die van hem, verdachte, te gebruiken,- een omschrijving van het uiterlijk van die [naam 1] en [naam 2] te geven en een foto van hen te sturen,- een foto van het huis van die [naam 1] en het adres van die [naam 1] te sturen,- naar het adres van die [naam 1] te laten gaan,- het adres en/of het kenteken van de auto van die [naam 2] en/of [naam 3] door te geven, - naar het adres van die [naam 2] en/of [naam 3] te laten gaan,- geld te bieden om de woning aan de [adres] te doorzeven / beschieten en - een voorverkenning op dit adres te laten doen;
4.in de periode van 27 januari 2020 tot en met 17 maart 2020 in Nederland en [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of opzettelijk heeft vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 650 kilogram en 400 kilogram en 585 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
5.op tijdstippen in de periode van 20 januari 2020 tot en met 12 december 2020 in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen, van (grote) hoeveelheden/blokken cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, - anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van de hierboven bedoelde feiten,hebbende verdachte en verdachtes mededaders:- mobiele (organisatie)telefoons, met het beveiligingsprogramma SKY-ECC, voorhanden gehad, en- via (SKY)chatberichten contact met één of meer mededaders onderhouden en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt over de (beschikbare) hoeveelheden en prijzen en kwaliteit en locatie van voornoemde hoeveelheden/blokken cocaïne en- blokken cocaïne voorhanden gehad;
6.op tijdstippen in de periode van 8 september 2020 tot en met 9 februari 2021 in Nederland en/of in België en/of in Noorwegenvan het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte (contante) geldbedragen en horloges, te weten:• een geldbedrag van 315.810 euro en• een geldbedrag van 70.000 euro en• een geldbedrag van 740.000 (Noorse)Kroon en• een Audemars Piquet en Rolex horloge en• een geldbedrag van 132.000 euro,verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt,terwijl hij verdachte wist dat deze geldbedragen en horloges geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf;
7.op tijdstippen in de periode van 14 oktober 2024 tot en met 17 oktober 2024 in Nederland en België, tezamen en in vereniging met anderen,
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren van een aanzienlijke (handels)hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,- anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
hebbende verdachte:- in persoon en via internetbellen contact met mededaders en een contactpersoon onderhouden en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt over het uithalen en vervoeren van voornoemde handelshoeveelheden cocaïne en- ontmoetingen gehad met betrekking tot het uithalen en/of vervoeren van voornoemde handelshoeveelheid cocaïne en- meerdere personen benaderd en/of laten benaderen om zich ter beschikking te stellen voor het transporteren en/of uithalen van cocaïne en- meerdere personen/uithalers opgehaald en vervoerd naar Antwerpen ten behoeve van het uithalen en/of vervoeren van (deze) cocaïne en- afspraken gemaakt over de tijd en locatie waar deze personen/uithalers moesten zijn ten behoeve van het uithalen van (deze) cocaïne en- afspraken gemaakt over de (praktische) wijze van uithalen van (deze) cocaïne en- afspraken gemaakt over de geldelijke vergoeding voor het uithalen/vervoeren van (deze) cocaïne.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
6. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
7. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert, conform het afdoeningsvoorstel, aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 60 maanden met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ingestemd met de door de officier van justitie gevorderde straf.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen invoeren van cocaïne en aan voorbereidingshandelingen voor de invoer van en de handel in cocaïne. Aan deze feiten tilt de rechtbank bijzonder zwaar. Het is immers algemeen bekend dat dergelijke harddrugs middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. De grootschalige handel in en consumptie van harddrugs veroorzaakt veel overlast en genereert andere vormen van criminaliteit. Verdachte is bij de invoer van partijen harddrugs in Nederland een essentiële schakel geweest en heeft aan die invoer ook een wezenlijke bijdrage geleverd. Dat het criminele handelen van verdachte voor hem ook zeer lucratief is geweest, blijkt onder meer uit de door verdachte gepleegde witwasactiviteiten. Van witwassen is bekend dat dit doorgaans resulteert in een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch verkeer. Om al deze gevolgen heeft verdachte zich niet bekommerd en hij heeft kennelijk slechts gehandeld uit winstbejag. Dit alles is de reden dat op dergelijke feiten zware straffen zijn gesteld.
Daarnaast bemiddelde verdachte in wapens en heeft hij een begin gemaakt met het anderen uitlokken om een afpersing voor hem te plegen, vanwege een onbetaalde hoeveelheid verdovende middelen. Uiteindelijk is het gewelddadige plan, waarbij het voornemen onder andere was om een woning te doorzeven met kogels, niet voltooid. De gepleegde feiten op het gebied van drugs gingen dus gepaard met een poging tot het laten plegen van fors geweld. Al met al gaat het om een verontrustende en kwalijke combinatie van strafbare feiten, waarbij verdachte een rol heeft gespeeld in meerdere facetten van criminaliteit. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat sprake is van recidive. Verdachte blijkt na zijn veroordeling in België voor het plegen van drugsfeiten hier gewoon mee door te zijn gegaan.
Gelet op deze omstandigheden en de aard en ernst van deze feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Bij de bepaling van de duur en de hoogte heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die plegen te worden opgelegd in soortgelijke zaken en is ook rekening gehouden met de rechterlijke oriëntatiepunten voor straftoemeting.
De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de procesafspraken in deze zaak. Die leiden tot een andere afweging die resulteert in een beduidend lagere straf. De rechtbank acht in dit geval een matiging van de straf gerechtvaardigd, omdat verdachte heeft meegewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot een efficiëntere rechtspleging leidt. Er zijn door de verdediging geen onderzoekswensen ingediend en de behandeling van de strafzaak heeft tijdens het onderzoek ter zitting beduidend minder tijd in beslag genomen dan gebruikelijk is, nu als gevolg van de procesafspraken geen inhoudelijke verweren zijn gevoerd. Bovendien wordt door naleving van de overeenkomst een eventueel hoger beroep voorkomen. Dit levert tijdswinst op in het afdoen van deze zaak en bespaart kostbare zittingscapaciteit. Naast deze proceseconomische belangen zorgt deze procedure er ook voor dat zaken eerder onherroepelijk zijn en opgelegde straffen sneller kunnen worden geëxecuteerd, met naar de rechtbank hoopt, een mitigerende werking op de kans op recidive. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
Naast het ondergaan van een lange gevangenisstraf heeft verdachte ook ingestemd met het alsnog uitzitten van de resterende 793 dagen van de aan Nederland overgedragen Belgische straf (zie hiervoor onder 8) en het aan de Staat betalen van 521.450 euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat de vrijheidsstraf die in de procesafspraken is overeengekomen onder de gegeven omstandigheden, nog net in redelijke verhouding staat tot de ernst en omvang van de feiten, alsook de rol die verdachte daarin heeft vertolkt. De rechtbank benadrukt dat hiermee sprake is van de absolute ondergrens van wat in dit geval acceptabel is. De rechtbank legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden, met aftrek van de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
8. Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
Verdachte is door de rechtbank in Antwerpen, België, bij vonnis van 12 juni 2020 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1.825 dagen. De tenuitvoerlegging van deze straf is aan Nederland overgedragen onder parketnummer 02-243326-21.
Op 5 juli 2023 is verdachte op grond van artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen als verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt (artikel 6:2:11, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering).
Bij de griffie van de rechtbank is op 8 januari 2026 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ontvangen van de officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant, in de zaak met parketnummer 02-243326-21, met v.i.-zaaknummer 99-001290-43. De vordering van de officier van justitie strekt tot het geheel herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling, betreffende een periode van 793 dagen.
Overeenkomstig de tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gemaakte procesafspraken is de officier van justitie ter zitting bij het vorderen van de toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 793 dagen gebleven.
De verdediging heeft verzocht om de procesafspraken te volgen en heeft, conform de procesafspraken, geen verweren gevoerd.
Zoals naar voren is gekomen in dit vonnis, heeft verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet nageleefd. Verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak onder feit 7 bewezen verklaarde strafbare feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. Toewijzing van de vordering van de officier van justitie maakt onderdeel uit van de procesafspraken die tussen het Openbaar Ministerie en verdachte zijn gemaakt. Deze uitkomst komt de rechtbank niet onredelijk voor. Daarom zal de rechtbank gelasten dat de vrijheidsstraf die als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 793 dagen, alsnog moet worden ondergaan.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 46, 46a, 47, 57, 317, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 9, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 2: medeplegen van voorbereiding van:
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens en munitie een gewoonte maken;
feit 3: poging om een ander door beloften en door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen te bewegen een afpersing te begaan;
feit 4: eendaadse samenloop van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A, een in artikel 2 onder B en het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 5: medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door
- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en
- voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 6: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
feit 7: medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door een ander gelegenheid of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
- wijst de vordering strekkende tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.-zaaknummer: 99/001290-43) toe en gelast dat de vrijheidsstraf die als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 793 dagen, alsnog wordt ondergaan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter,
mr. M.H.M. Collombon en mr. A.L. Hoekstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van der Ven-van de Riet, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting, op 17 februari 2026.
De oudste en jongste rechter alsmede de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1.Feit A1hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 januari 2020tot en met 6 januari 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , in elk geval in Nederland eenwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten eenpistool, van een onbekend merk, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer,revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
en
Feit A4hij op of omstreeks 10 februari 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , in elk geval inNederland een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, teweten Semtex , althans explosieven, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffenvan personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeftgehad;( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 31 lid 1 Wet wapens en munitie, art 9 lid 1Wet wapens en munitie )
2.Feiten A1 tot en met A6hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 januari 2020tot en met 17 oktober 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , in elk geval in Nederland en/ofte Antwerpen en/of (elders) in België, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, althans alleen,
(telkens) om een feit, bedoeld in het eerste lid van artikel 9 en/of het eerste lid vanartikel 26 en/of het eerste lid van artikel 31 van de Wet wapens en munitie, voor tebereiden en/of te bevorderen,te weten het (telkens) voorhanden hebben van (een) wapen(s) en/of munitie vancategorie II en/of III, en/of (zonder erkenning) een of meerdere wapen(s)en/of munitie van categorie II en/of III overdragen en/of verhandelen en/ofanderszins ter beschikking te stellen en daarvan beroep en/of gewoontemaken, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving eengevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, (telkens) opzettelijk- voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen, voorhandenheeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijnmededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
hebben de verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):- een (encrypted)(telefoon)toestel met het beveiligingsprogramma SKY-ECC,voorhanden gehad en/of- met dat (encrypted)(telefoon)toestel aan meerdere (encrypted Sky)chatsdeelgenomen die (vrijwel uitsluitend) betrekking hadden op de (internationale)handel in wapensen/of munitie, en/of in voornoemde berichten wapens en/of munitie aangebodenen/of getracht wapens en/of munitie aangeboden tekrijgen, althans in die berichten aangestuurd op de verkoop en/of aankoopvan wapens en/of munitie, door aan en/of van die personen afbeeldingen en/ofspecificaties van de betreffende wapens te hebben gestuurd en/of te hebbenontvangen en/ofhet verkoopbedrag en/of aankoopbedrag van de betreffende wapens door tehebbengeven en/of over de verkoopprijs en/of aankoopprijs te hebben onderhandeld,en/of- het ten behoeve van deze feiten voorhanden hebben en/of hebben gehad van eenof meerderewapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III en/of- een of meerdere stashauto's voorhanden te hebben gehad om wapens en/ofmunitie en/of geld mee te vervoeren en/of op te slaan en/of- een of meerdere bankbiljetten en/of geldbedragen voorhanden te hebben gehadten behoeve van de aankoop/verkoop van deze wapens en/of munitie en/of- een of meerdere ruimten aan het pand Mortsel Maalderijstraat (Antwerpen) en/ofKeizershoek 29 Kontich voorhanden te hebben gehad waarin die wapens en/ofmunitie afgeleverd en/of opgeslagen en/of bewaard en/of neergelegd en/ofafgehaald konden worden;(Artikel 9 en art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 31 lid 1 Wet wapens enmunitie, art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 31 lid 1 Wet wapens en munitie, art 46 lid 1Wetboek van Strafrecht, art 9 lid 1 Wet wapens en munitie )
3.Feit B01hij in of omstreeks de periode van 7 maart 2020 tot en met 10 maart 2020te [plaats 2] , [plaats 3] , Berchem, Ranst en/of Schoten, dan wel elders in Nederlanden/of België,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,heeft gepoogd om een of meer anderen, te weten een of meer onbekend geblevenpersonen,door een der in artikel 47, eerste lid onder 2e van het Wetboek van Strafrechtvermelde middelen, te weten door giften, beloften, geweld, bedreiging, misleidingen/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichten,te bewegen om een misdrijf te begaan,te wetenhet met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweldene zogenoemde [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3]te dwingen tot de afgifte van 40.000 euro, in elk geval enig goed,dat geheel of ten dele aan die ene zogenoemde [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en/of eenderde toebehoorden, door die een of meer onbekend gebleven personen
- geld te bieden om geld te incasseren bij die [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3] ,- te vragen of zij beschikken over een pistool en, als dat niet zo mocht zijn, aan tebieden die van hem, verdachte, te gebruiken,- een omschrijving van het uiterlijk van die [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3] te gevenen/of een foto van hen te sturen,- een foto van het huis van die [naam 1] en/of het adres van die [naam 1] testuren,- meermalen, althans eenmaal naar het adres van die [naam 1] te laten gaan,- het adres en/of het kenteken van de auto van die [naam 2] en/of [naam 3] door te geven,- naar het adres van die [naam 2] en/of [naam 3] te laten gaan,- geld te bieden om de woning aan de [adres] te doorzeven / beschieten en/of- een voorverkenning op dit adres te laten doen;(Artt. 46a jo. 47 jo. 317 Sr)( art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 46a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
4.Feit C1 en C2hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2020 tot enmet 17 maart 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland en/of teAntwerpen en/of [plaats 1] , althans in België,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld inartikel 1 lid 4 van de Opiumwet en/of opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/ofverwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/ofopzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 650 kilogram en/of 400 kilogram en/of 585 kilogram cocaïne, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middelals bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtenshet vijfde lid van artikel 3a van die wet;( artt. 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 januari 2020 toten met 17 maart 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland en/of teAntwerpen en/of [plaats 1] , althans in België,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet, te weten het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekkenen/of vervoeren en/of bewerken en/of verwerken en/of binnen het grondgebiedvan Nederland brengen, dan wel aanwezig hebben vanongeveer 650 kilogram en/of 400 kilogram en/of 585 kilogram cocaïne,, althanstelkens (een) aanzienlijke (handels)hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, zijnde cocaïne eenmiddel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of zijnde een andermiddel zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of tebevorderen,(telkens)-één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, tedoen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijnen/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot hetplegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderebetaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had tevermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven bedoeldefeit(en),hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):- één of meer mobiele (organisatie)telefoon(s), met het beveiligingsprogrammaSKY-ECC, voorhanden gehad en/of verstrekt, en/of- in persoon, telefonisch en/of via (SKY)chatberichten contact met één of meermededaders(s) en/of contactperso(o)n(en) onderhouden en/of informatieuitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het transporteren en/of afleveren en/ofopslaan en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van voornoemdehandelshoeveelheden cocaïne en/of- een of meerdere ontmoetingen gehad, met betrekking tot het opzettelijk binnenhet grondgebied van Nederland brengen en/of verkopen en/of afleveren en/ofverstrekken en/of vervoeren van voornoemde handelshoeveelheden cocaïne en/of- (logistieke) informatie geregeld/verschaft/gedeeld met betrekking tot deaankomst/locatie van (een) container(s) met daarin cocaïne;- informatie geregeld/verschaft/gedeeld met betrekking tot de verstopplaats van decocaïne;- personen benaderd en/of laten benaderen om zich ter beschikking te stellen voorhet transporteren en/of uithalen van cocaïne en/of- zelf behulpzaam te zijn bij het uithalen en/of transporteren van cocaïne;( artt. 10 lid 4 Opiumwet, 10 lid 5 Opiumwet, 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet)( art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet )
5.Feiten D1 tot en met D12hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 januari 2020 toten met 12 december 2020 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland en/of teAntwerpen, althans in België,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet, te weten het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekkenen/of vervoeren en/of bewerken en/of verwerken en/of binnen het grondgebiedvan Nederland brengen, dan wel aanwezig hebben van(telkens) verschillende (grote) hoeveelheden/blokken cocaïne, zijnde cocaïne eenmiddel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of zijnde een andermiddel zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of tebevorderen,(telkens)-één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, tedoen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijnen/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot hetplegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderebetaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had tevermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven bedoeldefeit(en),hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):- één of meer mobiele (organisatie)telefoon(s), met het beveiligingsprogrammaSKY-ECC, voorhanden gehad en/of verstrekt, en/of- in persoon, telefonisch en/of via (SKY)chatberichten contact met één of meermededaders(s) en/of contactperso(o)n(en) onderhouden en/of informatieuitgewisseld en/of afspraken gemaakt over de (beschikbare) hoeveelheden en/ofprijzen en/of kwaliteit en/of locatie van voornoemde hoeveelheden/blokkencocaïne en/of- één of meer hoeveelheden/blokken cocaïne voorhanden gehad;(Artt. 10 lid 4 Opiumwet, 10 lid 5 Opiumwet, 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet)( art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alineaOpiumwet )
6.Feiten E1 tot en met E5hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 september 2020 toten met 9 februari 2021 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland en/of teAntwerpen, althans in België en/of te Oslo althans in Noorwegen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenvan het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldigheeft gemaakt aan (eenvoudig) (schuld)witwassen,immers heeft/hebben hij/zij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s)van één of meerdere (contante) geldbedrag(en) en of horloge(s), te weten:• een geldbedrag van 315.810 euro en/of• een geldbedrag van 70.000 euro en/of• een geldbedrag van 740.000 (Noorse)Kroon dan/wel 72.000 euro en/of• Een Audemars Piquet en/of Rolex horloge en/of• een geldbedrag van 132.000 dan wel 134.000 euro,• althans van enig geldbedrag en/of enig horlogede werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemdingen/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/ofverborgen en/of verhuld, wie de rechthebbende op dit/dezegeldbedrag/geldbedrag(en) en/of horloge(s) is/zijn en/of wie dit/dezegeldbedrag/geldbedragen en/of horloge(s) voorhanden had en/ofdit/deze geldbedrag/geldbedrag(en) en/of horloge(s) verworven en/of voorhandengehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt,terwijl hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijsmoest(en) vermoeden, dat dit/deze geldbedrag/geldbedrag(en) en/of horloge(s)geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig(eigen) misdrijf;(art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond bWetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek vanStrafrecht, art 420ter lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht)( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond bWetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek vanStrafrecht, art 420ter lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht )
7.Feit Ghij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2024 toten met 17 oktober 2024 te [plaats 2] en/of [plaats 4] en/of [plaats 3] , althans inNederland en/of te Antwerpen, althans in België,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet, te weten het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekkenen/of vervoeren en/of bewerken en/of verwerken en/of binnen het grondgebiedvan Nederland brengen, dan wel aanwezig hebben van(een) aanzienlijke (handels)hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, zijnde cocaïne een middelvermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of zijnde een ander middelzoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,(telkens)-één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, tedoen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijnen/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot hetplegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderebetaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had tevermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven bedoeldefeit(en),hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):- in persoon en/of telefonisch en/of via internetbellen contact met één of meermededaders(s) en/of contactperso(o)n(en) onderhouden en/of informatieuitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het uithalen en/of transporteren en/ofafleveren en/of opslaan en/of verstrekken en/of vervoeren van voornoemdehandelshoeveelheden cocaïne en/of- een of meerdere ontmoetingen gehad, met betrekking tot het uithalen en/ofvervoeren van voornoemde handelshoeveelheden cocaïne en/of- een of meerdere personen benaderd en/of laten benaderen om zich terbeschikking te stellen voor het transporteren en/of uithalen van cocaïne en/of- een of meerdere personen/uithalers op te halen en te vervoeren naar Antwerpenten behoeve van het uithalen en/of vervoeren van (deze) cocaïne en/of- afspraken te maken over de tijd en locatie waar deze personen/uithalers moestenzijn ten behoeve van het uithalen van (deze) cocaïne en/of- afspraken te maken over de (praktische) wijze van uithalen van (deze) cocaïneen/of- afspraken te maken over de geldelijke vergoeding voor het uithalen/vervoeren van(deze) cocaïne.(Artt. 10 lid 4 Opiumwet, 10 lid 5 Opiumwet, 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet)