Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-178955-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsvrouw mr. N.A.H. Limbourg, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen de [medeverdachte] (02-124711-25).
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het dealen in gebruikershoeveelheden harddrugs en het opzettelijk aanwezig hebben van 184 gram cocaïne en 7 gram MDMA.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, behoudens het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de bewezenverklaring refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Wel bepleit de verdediging een kortere pleegperiode bij feit 1, omdat hiervoor moet worden uitgegaan van het eerste moment dat verdachte bij de observatie wordt gezien, namelijk 17 mei 2025.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Gelet op de bewijsmiddelen in het dossier is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de feiten wettig en overtuigend bewezen zijn. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne en MDMA. Tijdens de doorzoeking van zijn woning is 184 gram cocaïne en 7 gram MDMA aangetroffen. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het medeplegen bij feit 2.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de pleegperiode van feit 1 in te korten, gelet op de inhoud van de dealertelefoon die bij verdachte is aangetroffen. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon is gebleken dat de telefoon gedurende de pleegperiode dezelfde reisbewegingen heeft gemaakt als de privételefoon van verdachte en de zendmast heeft aangestraald in de buurt van de woning van verdachte.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode 4 maart 2025 tot en met 1 juli 2025 te Breda meermalen tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd (gebruikers)hoeveelheden cocaïne en (gebruikers)hoeveelheden MDMA zijnde cocaïne en MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2op 1 juli 2025, te Breda, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 184 gram cocaïne, en ongeveer 7 gram MDMA, zijnde cocaïne en MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 16 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de kortere pleegperiode, de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat verdachte sindsdien niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. De verdediging is van mening dat een taakstraf passend is.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne en MDMA gedurende een periode van vier maanden en het aanwezig hebben hiervan. Het is algemeen bekend dat cocaïne en MDMA sterk verslavend kunnen zijn en ernstige schade kunnen toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast gaat de handel in drugs veelal gepaard met andersoortige criminaliteit, waaronder delicten die harddrugsgebruikers plegen om aan hun harddrugs te komen, maar ook delicten tussen handelaren onderling. Verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Verdachte heeft een coördinerende en daarmee onmisbare rol gehad in deze drugslijn. Hij beheerde de klantcontacten via de dealertelefoon en had de voorraad verdovende middelen in zijn woning.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 20 augustus 2026. Verdachte is eerder veroordeeld tot een taakstraf voor een soortgelijk feit. De rechtbank stelt vast dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het adviesrapport van de reclassering. Hij is ook niet ter zitting verschenen om uitleg te geven. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij op geen enkele wijze enige verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Dit zal de rechtbank in de straftoemeting in het nadeel van verdachte laten meewegen.
Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur een passende strafrechtelijke reactie is. Een taakstraf zoals door de raadsvrouw is verzocht, doet geen recht aan de ernst van de feiten. Bij de bepaling van de hoogte van de straf slaat de rechtbank acht op de LOVS-oriëntatiepunten. Deze indiceren voor het met enige regelmaat verkopen van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende een pleegperiode van drie tot zes maanden een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. In het uitgangspunt is geen rekening gehouden met recidive. Bovendien heeft verdachte ook cocaïne en MDMA in zijn woning aanwezig gehad. Alles overziend vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zestien maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
7. Het beslag
De verbeurdverklaring
Een gedeelte van de inbeslaggenomen voorwerpen wordt verbeurdverklaard, namelijk de Samsung Galaxy A54, IPhone 13, Samsung Galaxy J4+, de plastic zak en de doos met magneten. Deze voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat de strafbare feiten met behulp van de voorwerpen zijn begaan.
De teruggave
Ten aanzien van het horloge en de tracker wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte of een ander zijnde deze degene bij wie deze in beslag zijn genomen en die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 16 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
- 1 STK GSM (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878434) (Samsung Galaxy A54);
- 1 STK GSM (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878421) (IPhone 13 Pro);
- 1 STK GSM (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878431) (Samsung Galaxy J4+);
- 1 STK GSM (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878312) (IPhone 13);
- 1 STK Plasticzakje (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878453);
- 1 DS Doos (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878444 met 2 magneten);
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
- 1 STK Horloge (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878456);
- 1 STK Elektronica (Omschrijving: PL2000-2024308662-G2878449 Tracker).
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, en mr. R. de Jong en mr. A.K. Bloemendal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 oktober 2026.
De voorzitter is niet in de gelegenheid om dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op een of meerdere tijdstippen in de periode 4 maart 2025 tot en met 1 juli 2025te Breda, althans in Nederland,meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,althans alleen,opzettelijkheeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, althans aanwezigheeft gehad, (telkens)één of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne en/oféén of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) heroïne, in elk geval een hoeveelheidvan eon materiaal bevattende MDMAzijnde cocaïne en/of MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht )
2hij op of omstreeks 1 juli 2025, te Breda,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer (in totaal) 184 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende cocaïne en/ofongeveer (in totaal) 7 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA,zijnde cocaïne en/of MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )