ECLI:NL:RBZWB:2026:9905

ECLI:NL:RBZWB:2026:9905

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 02-223088-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Bewezenverklaring bezit MDMA en cocaïne en handel in cocaïne. Vrijspraak bezit ketamine en 4-CMC. Voorwaardelijke gevangenisstraf 6 maanden en taakstraf 240 uur met aftrek voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-223088-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

[postadres]

waarnemend raadsman mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: zich op 11 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en 4-CMC;

feit 2: zich op 11 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan het in voorraad hebben van ketamine, zonder registratie dan wel handelsvergunning;

feit 3: zich in de periode van 11 mei 2025 tot en met 11 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan de handel in MDMA, cocaïne en 4-CMC.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 primair en 3 wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij op 11 november 2025 verdovende middelen in zijn schuur en bij zich aanwezig had (feit 1). Verdachte heeft ook erkend dat hij gedurende de tenlastegelegde periode heeft gedeald in cocaïne (feit 3). De verdediging bepleit ten aanzien van feit 1 partiële vrijspraak en van feit 2 volledige vrijspraak omdat verdachte geen wetenschap had van de op 11 november 2025 aangetroffen 4-CMC en ketamine in de Mercedes Sprinter, die niet aan verdachte in eigendom toebehoort en blijkens het dossier ook door ander(en) werd gebruikt.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Verdachte wordt verweten dat hij op 11 november 2025 verschillende soorten harddrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad, namelijk MDMA, cocaïne, 4-CMC en ketamine en dat hij heeft gehandeld in cocaïne. Verdachte heeft op zitting bekend dat hij gedurende de ten laste gelegde periode meermalen heeft gehandeld in cocaïne.

Verdachte heeft op zitting ook bekend dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van drugs in zijn schuur, dat hij deze drugs daar zelf heeft neergelegd en dat hij de drugs daar heeft verpakt. Dat verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het naast cocaïne ook om MDMA ging, doet aan deze wetenschap niet af. Verdachte wist dat het om (hard)drugs voor de handel ging. Ook kon verdachte over deze drugs beschikken, nu deze zich in de schuur van zijn woning bevonden. De bij de afnemer aangetroffen 1,5 gram cocaïne heeft hij op 11 november 2025 aanwezig gehad en verkocht aan deze persoon.

Verdachte heeft ontkend dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van de 4-CMC en de ketamine, die op 11 november 2025 in de Mercedes Sprinter is aangetroffen. Hoewel een sleutel van de Mercedes Sprinter bij verdachte in zijn Ford Focus is aangetroffen, kan de rechtbank op grond van het dossier niet vaststellen dat verdachte wetenschap had van de inhoud van de Mercedes Sprinter op die dag. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de observaties niet dat verdachte die dag is gezien in of in de buurt van de Mercedes Sprinter. Wel is die dag een andere man bij de bus gezien (in het proces-verbaal van politie aangeduid als NN4). De Mercedes staat ook niet op naam van verdachte. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

Alles afwegend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 november 2025 ongeveer 220 gram van een materiaal bevattende MDMA en ongeveer 3,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 1) en dat hij gedurende de ten laste gelegde periode van 11 mei 2025 tot en met 11 november 2025 heeft gehandeld in cocaïne (feit 3).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op 11 november 2025 te [plaats]opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 220 gram van een materiaal bevattende MDMAen- ongeveer 3,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne zijnde MDMA en cocaïne,telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3in de periode van 11 mei 2025 tot en met 11 november 2025 te [plaats] opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,een handelshoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur, met aftrek van het voorarrest, en daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 3 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit, maar kan zich vinden in de door de officier van justitie gevorderde straf(modaliteiten). Verdachte heeft geen grote rol in het geheel gehad en hij heeft daarvoor verantwoordelijkheid genomen. Ook is hij na de verdenking niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou teweegbrengen dat de door verdachte opgebouwde stabiliteit op meerdere leefgebieden, waaronder betaald werk, teniet wordt gedaan.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van MDMA en cocaïne en gedurende een half jaar ook gehandeld in cocaïne. De schuur van verdachte werd gebruikt als opslagplaats voor de drugs.

Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals MDMA en cocaïne middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. Verdachte vormt door zijn handelen een onmiskenbare schakel in de productie, de uiteindelijke verkoop en het gebruik van harddrugs. Hij heeft daarmee ook een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, waardoor schade en overlast voor de samenleving ontstaan. De straathandel in drugs leidt in de samenleving ook tot overlast en gevoelens van onveiligheid. Daarnaast wordt door drugs de gezondheid ernstig bedreigd en leiden drugs veelal, direct of indirect, tot vele vormen van criminaliteit.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, waardoor sprake is van recidive.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS en straffen die in soortgelijke (drugs)zaken worden opgelegd. Mede gelet op de omstandigheid dat de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring, zal de rechtbank een straf opleggen die voor wat betreft de gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf lager is dan de eis van de officier van justitie.

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het omtrent verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport blijkt dat hij de afgelopen tijd een positieve ontwikkeling heeft laten zien. Hij heeft zich gehouden aan het schorsingstoezicht. Ook heeft hij andere woonruimte gevonden, gebroken met zijn criminele netwerk, en heeft hij een vriendin en werk. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou deze positieve ontwikkeling doorkruisen. Het advies van de reclassering om een (deels) voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, zal de rechtbank volgen.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 240 uur, bij niet goed verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest passend en geboden. Daarnaast legt zij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Dit gezien de recidive, als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte opnieuw in de fout gaat. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn om een langere proeftijd op te leggen dan de reclassering adviseert. De rechtbank zal ten slotte het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de geldbedragen ter hoogte van € 690,- en € 745,- en de Oppo telefoon worden verbeurd verklaard.

De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraffen verbeurdverklaring op te leggen, omdat de geldbedragen door middel van het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit zijn verkregen of omdat dit feit met behulp van de Oppo telefoon is begaan. Verdachte verklaarde immers de gsm als dealtelefoon te gebruiken en deze werd in zijn auto aangetroffen.

De onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De teruggave

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag ter hoogte van € 3.300,- wordt een last gegeven tot teruggave aan een ander, te weten degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Dit bedrag kan niet worden aangemerkt als verdienste van de handel in verdovende middelen nu dit aangetroffen is in de slaapkamer van de zus van verdachte en aan haar toebehoorde. De Mercedes Sprinter wordt teruggegeven aan de rechthebbende, zijnde de broer van verdachte. De rechtbank wijst de vordering tot verbeurdverklaring af, omdat niet is gebleken dat is voldaan aan het vereiste van artikel 33a lid 2 onder a van het Wetboek van Strafvordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 en 13a van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerp:

* € 690,- (goednummer: PL2000-2025151703-2927946):

* € 745,- (goednummer: PL2000-2025151703-2927952);

* telefoon van het merk Oppo (goednummer: PL2000-2025151703-2927938);

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

* 515 gram ketamine (goednummer: PL2000-2025151703-2928167);

* 475 gram 4-CMC (goednummer: PL2000-2025151703-2928182);

* 1,7 gram cocaïne (goednummer: PL2000-2025151703-2928188);

* 1,5 gram cocaïne (goednummer: PL2000-2025151703-2928192);

* 215 gram MDMA (goednummer: PL2000-2025151703-2928153);

- gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* € 3.300,- (goednummer: PL2000-2025151703-2927950) aan [zus verdachte] (zus verdachte);

* Mercedes-Benz Sprinter met [kenteken] (goednummer: PL2000-2025151703-2844471) aan [broer verdachte] (broer verdachte);

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr K. Verschueren, voorzitter, en mr. V.M. Schotanus en

mr. A.K. Bloemendal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2026.

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 11 november 2025 te [plaats] , althans in Nederlandopzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 220 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,en/of- ongeveer 3,2 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,en/of- ongeveer 480 gram 4-CMC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-CMC(telkens) zijnde MDMA en/of cocaïne en/of 4-CMC,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezenkrachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(Artikel art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet)

2hij op of omstreeks 11 november 2025 te [plaats] , althans in Nederlandopzettelijkzonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een (grote hoeveelheid van een)werkzame stof, te weten 520 gram ketamine, althans 520 gram van een materiaal bevattendeketaminein voorraad te hebben en/of te koop aan te bieden en/of af te leveren;(Artikel art 38 lid 1 Geneesmiddelenwet)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 11 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland,opzettelijk een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1 sub b van de Geneesmiddelenwet waarvoor een handelsvergunning gold,te weten 520 gram ketamine, althans 520 gram van een materiaal bevattende ketaminein voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter handheeft gesteld;(Artikel art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet)

3hij op of omstreeks 11 mei 2025 tot en met 11 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehadeen handelshoeveelheid MDMA en/of cocaïne en/of 4-CMC, althans een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(Artikel art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand