ECLI:NL:RBZWB:2026:9918

ECLI:NL:RBZWB:2026:9918

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 02-041197-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

toewijzing vordering verlenging tbs met twee jaren.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-041197-21

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

verblijvende in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) te [locatie] ,

hierna: betrokkene,

raadsvrouw mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te 's-Hertogenbosch

1. Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 30 augustus 2021 is betrokkene veroordeeld tot terbeschikkingstelling (hierna: tbs). De tbs is opgelegd wegens brandstichting en een poging tot brandstichting in de GGZ-instellingen waarin betrokkene toen verbleef. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De termijn van de tbs is aangevangen op 30 september 2021.

Bij beslissing van deze rechtbank van 7 oktober 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren. Bij beslissing van deze rechtbank van 1 mei 2025 is de maatregel omgezet van een tbs met voorwaarden naar een tbs met verpleging van overheidswege.

2. Procesverloop

De rechtbank heeft op 21 augustus 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met 2 jaren. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 28 september 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. van de Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens is betrokkene digitaal gehoord, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te 's-Hertogenbosch.

Voorts is als deskundige gehoord, [deskundige] , hoofd behandeling [kliniek 1] .

3. Adviezen

Advies psycholoog

Uit deze rapportage volgt dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis, een posttraumatische stressstoornis met dissociatieve symptomen en een stoornis in alcoholgebruik. De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door stemmingswisselingen, suïcidaliteit, impulsiviteit, zelfdestructief gedrag, een identiteitsstoornis en vroege, onrijpe afweermechanismes. Deze stoornissen leidden al in de puberteit van betrokkene tot fors disfunctioneren op vrijwel alle levensgebieden. Betrokkene komt rond 12-jarige leeftijd in beeld bij de GGZ en is vanaf haar zeventiende aanhoudend in zorg.

Het wordt van belang geacht om de borderline persoonlijkheidsstoornis en de posttraumatische stressstoornis van betrokkene te behandelen, onder meer door intensieve traumabehandeling. Dit wordt binnen de [kliniek 1] aangeboden. Daarnaast moet betrokkene verantwoordelijkheid leren nemen voor haar destructieve gedrag en moet er gedurende de behandeling worden ingezet op het verstevigen van de autonomie, identiteit en de impuls- en affectregulatie met daarnaast aandacht voor de verstoorde hechting.

Gezien de instabiliteit van betrokkene en de incidenten die zich de afgelopen periode hebben voorgedaan wordt er tot een hogere risicoschatting gekomen dan in 2023. Bij het abrupt wegvallen van een tbs-kader of bij een situatie van ontoereikende zorg en begeleiding én in het scenario dat betrokkene volledig op zichzelf is aangewezen en is verstoken van iedere vorm van professionele hulpverlening, wordt ingeschat dat het recidiverisico oploopt naar ‘hoog’.

Advies [kliniek 1]

De tbs-instelling heeft in het rapport van 14 augustus 2026 geadviseerd om de tbs-maatregel te verlengen met twee jaren. De behandeling van betrokkene bij de [kliniek 1] is namelijk nog niet aangevangen. Betrokkene verblijft in afwachting van haar plaatsing nog in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) van de P.I. [locatie] . Gezien de beperkte informatie uit actueel onderzoek heeft de tbs-instelling in het advies verwezen naar de Pro Justitia rapportage van 10 april 2025 van de klinisch psycholoog [klinisch psycholoog] .

Advies [instelling psychiatrie]

Op 24 september 2026 heeft de [instelling psychiatrie] ook een verlengingsadvies uitgebracht. Het advies is gebaseerd op een algemeen verloop van het traject, nu betrokkene nog in het PPC te [locatie] verblijft. Uit deze rapportage volgt dat betrokkene in november 2026 zal worden opgenomen op [afdeling] van [instelling psychiatrie] . Geadviseerd wordt om de tbs-maatregel te verlengen met twee jaren.

Ter zitting heeft deskundige [deskundige] , hoofd behandeling van de [kliniek 1] , daaraan nog het volgende toegevoegd. Betrokkene staat al een geruime tijd op de wachtlijst bij de [kliniek 1] , maar er is geen zicht op een opnamedatum. Tot op heden kunnen vrouwelijke tbs-gestelden alleen geplaatst worden in de [kliniek 1] of in de [kliniek 2] , waardoor vrouwen gemiddeld nog langer moeten wachten op een plaatsing. Recent is gebleken dat [instelling psychiatrie] een of meerdere nieuwe afdelingen gaat openen, waaronder een afdeling waar ook vrouwen geplaatst kunnen worden. Op basis van de huidige wachtlijsten (voor vrouwelijke tbs-gestelden) heeft [instelling psychiatrie] betrokkene geselecteerd voor de nieuwe afdeling. Wat dit voor type afdeling is en of daar de vereiste intensieve traumabehandeling wordt aangeboden die betrokkene nodig heeft, is nog onduidelijk. Totdat mevrouw geplaatst is zal zij bij de [kliniek 1] op de wachtlijst blijven staan.

4. Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie persisteert ter zitting bij de vordering om de tbs met twee jaar te verlengen. Naast dat er sprake is van een stoornis bij betrokkene is een verlenging van de tbs-maatregel met het oog op de veiligheid vereist. De behandeling van betrokkene in het kader van tbs met verpleging moet immers nog starten en zal de nodige tijd in beslag gaan nemen. Het is dan ook noodzakelijk om de tbs met verpleging met twee jaren te verlengen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij is opgemerkt dat de psycholoog voor de omzetting van de tbs-maatregel in 2025 uitdrukkelijk heeft geadviseerd tot plaatsing van betrokkene bij de [kliniek 1] . Verzocht is daarom om betrokkene haar plek op de wachtlijst bij de [kliniek 1] te laten behouden (ook op het moment dat ze daar is opgenomen) voor het geval [instelling psychiatrie] niet de vereiste intensieve traumabehandeling kan bieden. Dit om te voorkomen dat betrokkene opnieuw lange tijd op een wachtlijst zou komen te staan omdat haar plekje is komen te vervallen door de opname in [instelling psychiatrie] .

5. Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instellingen en de externe gedragsdeskundige wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.

De tbs-behandeling moet nog starten. Pas als betrokkene kan worden geplaatst, kan er een aanvang worden genomen met haar behandeling. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een verlenging van de tbs met een termijn van twee jaar geïndiceerd is.

Uit het advies van de psycholoog volgt dat (onder andere) intensieve traumabehandeling van betrokkene noodzakelijk is. Dit wordt aangeboden bij de [kliniek 1] , waar betrokkene op de wachtlijst staat. Ter zitting is gebleken dat betrokkene op 22 oktober 2026 een intake heeft voor een (mogelijke) plaatsing bij [instelling psychiatrie] in november 2026. De rechtbank kan uit het advies van deze instelling echter niet opmaken of de voor betrokkene vereiste intensieve traumabehandeling binnen [instelling psychiatrie] wordt aangeboden. Gezien het advies van de psycholoog en de onderbouwing daarvan acht de rechtbank het van groot belang dat betrokkene de vereiste intensieve traumabehandeling krijgt. Betrokkene heeft deze specialistische hulp nodig. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat betrokkene wordt opgenomen in een kliniek waar deze behandeling beschikbaar is. Zij begrijpt het verzoek van de verdediging om betrokkene op de wachtlijst van de [kliniek 1] te laten staan totdat zeker is dat in [instelling psychiatrie] de benodigde behandeling kan worden geboden. De rechtbank spreekt de hoop uit dat hiermee rekening zal worden gehouden om betrokkene zo spoedig mogelijk te laten starten met de juiste behandeling en verdere vertraging in het tbs-traject te voorkomen.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met twee jaren.

6. Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 twee jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. K. Verschueren, voorzitter,

en mr. W.J.M. Fleskens en mr. A. Bloemendal, rechters,

in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2026.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K. Verschueren
  • mr. W.J.M. Fleskens
  • mr. A. Bloemendal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand