ECLI:NL:RBZWB:2026:9941

ECLI:NL:RBZWB:2026:9941

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 02-387746-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn drie minderjarige kinderen gedurende een periode van zestien maanden. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur met aftrek.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-387746-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Pakistan) op [geboortedag 1] 1991,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

raadsvrouw mr. E.M. Geboers, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. K.M. Simpelaar en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn drie kinderen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle drie zijn kinderen heeft mishandeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte partieel vrij moet worden gesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het slaan met de vuist en het slaan met een voorwerp. Uit het dossier is niet gebleken dat de kinderen door verdachte met een vuist of met een voorwerp zouden zijn geslagen.

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van

29 september 2026;

het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] van 11 april 2025, pagina’s 141 t/m 161 (deel C) van het eindproces-verbaal [kenmerk 1] ;

de forensisch-medisch rapportage [kenmerk 2] van 6 mei 2025, pagina’s 245 t/m 261 (deel B) van het eindproces-verbaal [kenmerk 1] ;

het proces-verbaal van bevindingen [kenmerk 3] van 8 december 2024, pagina’s 270 t/m 277 (deel B) van het eindproces-verbaal [kenmerk 1] ;

het proces-verbaal van bevindingen [kenmerk 4] van 10 maart 2025, pagina’s 117 en 118 (deel A) van het eindproces-verbaal [kenmerk 1] .

De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende bewijs voor het met zijn vuist(en) of met een voorwerp slaan door verdachte. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van dit deel van de tenlastelegging.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 28 juni 2023 tot en met 2 november 2024 te Breda een kind over wie hij het gezag uitoefende,

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 2] 2018 en

- [minderjarige 2] , geboren [geboortedag 3] 2019 en

- [minderjarige 3] , geboren [geboortedag 4] 2015,

heeft mishandeld door

meermaals,

- met de hand te slaan in het gezicht, op het hoofd, de rug en/of de armen, van die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is door de verbeteringen niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 80 uren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de lange periode die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en het feit dat hij recent een verblijfsvergunning heeft gekregen voor drie jaar. Een vrijheidsbenemende straf kan van negatieve invloed zijn op de beslissing of verdachte en zijn gezin na die periode opnieuw een verblijfsvergunning kunnen krijgen. Verzocht wordt aan verdachte op te leggen een taakstraf van beperkte duur met aftrek van het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van het feit

Verdachte heeft zijn drie minderjarige kinderen gedurende een periode van zestien maanden mishandeld. Deze mishandelingen bestonden uit het (hard) slaan tegen het gezicht, het hoofd, de rug en de armen van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , waardoor zij pijn hebben ondervonden. Bij [minderjarige 1] is ook letsel door mishandelingen vastgesteld, hetgeen mogelijk ook deels door verdachte is veroorzaakt. [minderjarige 1] heeft haar eerste vijf levensjaren bij haar oma in Pakistan gewoond, waardoor ze nog moest wennen aan haar nieuwe leven in het gezin in Nederland. Dat maakt het handelen van verdachte extra schrijnend. Kinderen dienen door hun ouders te worden beschermd en dienen in alle rust in een veilige omgeving te kunnen opgroeien. Verdachte heeft hen deze veilige thuisomgeving echter niet geboden door de kinderen meermalen fysiek te straffen en hen hierbij pijn te doen.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van

19 augustus 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 7 september 2026. Daarin komt naar voren dat de kinderen sinds de verdenking worden beschermd middels een ondertoezichtstelling, die loopt tot januari 2027. [minderjarige 1] is gedurende een periode uit huis geplaatst geweest, maar woont sinds medio oktober 2025 weer thuis. Het gezin krijgt sinds anderhalf jaar verplichte, cultuurspecifieke hulpverlening. Het onderlinge contact tussen de gezinsleden is grotendeels hersteld en de aankomende periode zal zich vooral op traumabehandeling richten. De ondertoezichtstelling en de huidige hulpverlening hebben een risicobeperkend effect. Tegen die achtergrond schat de reclassering het recidiverisico in als laag-gemiddeld. Aanvullende forensische interventies achten zij niet geïndiceerd, aangezien de reclassering niet verwacht dat deze het recidiverisico verder zullen verminderen.

Strafoplegging

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en stelt gelet daarop vast dat een taakstraf van geruime duur het uitgangspunt moet zijn. Bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met het feit dat verdachte 114 dagen in het kader van voorarrest in detentie heeft doorgebracht. Detentie is een zwaardere straf dan een taakstraf. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat [minderjarige 1] uit huis geplaatst is geweest, wat weliswaar het gevolg was van het handelen van verdachte en zijn vrouw, maar hen wel heeft geraakt en veel verdriet heeft gedaan. Tenslotte weegt de rechtbank nog mee dat verdachte heeft aangegeven dat hij spijt heeft van wat er is gebeurd en ervoor zal zorgen dat het nooit meer zal gebeuren. Verdachte werkt ook mee aan de hulpverlening binnen het gezin en is bereid daaraan mee te blijven werken.

De rechtbank vindt, alles afwegend, dat gezien de ernst van de feiten wel een hogere taakstraf op zijn plaats is, dan door de officier van justitie is geëist.

Conclusie

Alles afwegend, acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 120 uur, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. C.E.M. Marsé en

mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 oktober 2026.

Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging

Hij op of in de periode van 28 juni 2023 tot en met 2 november 2024 te Breda

een kind over wie hij het gezag uitoefende,

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 2] 2018 en/of

- [minderjarige 2] , geboren [geboortedag 3] 2019 en/of

- [minderjarige 3] , geboren [geboortedag 4] 2015,

heeft mishandeld door

meermaals, althans eenmaal,

- met de hand(en), vuist(en) en/of een voorwerp, te slaan in het gezicht, op het hoofd, de buik, de rug en/of de armen, althans het lichaam van die [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] en/of [minderjarige 3] .

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.H.M. Collombon
  • mr. A.L. Hoekstra

Griffier

  • mr. S. Kroes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand