Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-183810-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag 1] 1988 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats 1] ,
raadsvrouw: mr. K.C.A.M. Oomen, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1: belaging van [aangeefster] ;
feit 2: overtreding van een gedragsaanwijzing.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat feit 1 kan worden bewezen, voor zover het betreft het zich meermalen ophouden bij de woning van aangeefster en de woning van haar ouders in de maanden mei en juni 2026. Verdachte heeft aangeefster weliswaar meermalen gebeld en berichten naar haar gestuurd, maar hiervoor ontbreekt de wederrechtelijkheid. Verdachte heeft voorts nimmer het oogmerk gehad om aangeefster vrees aan te jagen, zodat ook hiervan vrijspraak moet volgen.
De verdediging heeft zich voor de bewezenverklaring van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
Wat in het dagelijks taalgebruik “stalking” wordt genoemd, heet in het Wetboek van Strafrecht “belaging”. Daarvan is sprake als een verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander om die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang. Het gaat daarbij om de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, alsmede de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De rechtbank acht op basis van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in de periode van 1 november 2025 tot en met 25 juni 2026 aangeefster heeft belaagd, door zich op te houden bij haar woning en de woning van haar ouders en door haar veelvuldig te bellen. Nadat aangeefster de relatie met verdachte had verbroken in augustus 2025 hield hij zich vanaf november 2025 voortdurend op bij haar woning. Hij verbleef in haar schuur en tuin en heeft meerdere keren staan bonken op de deur en ramen van de woning. Dit terwijl de afspraak was dat verdachte bij zijn ouders zou gaan wonen en aangeefster hem vaak duidelijk had gemaakt dat zij wilde dat hij wegging. Eind december 2025 raakte verdachte gedetineerd en belde hij gedurende een maand vanuit de penitentiaire inrichting veelvuldig naar aangeefster tot soms wel 21 keer per dag. Gezien de frequentie en stelselmatigheid van dit bellen,
het niet beantwoorden van deze telefoontjes, in combinatie bezien met het eerder ongewenst rondhangen bij de woning van aangeefster, moet voor verdachte duidelijk zijn geweest dat aangeefster ook dit contact niet wilde. Eind januari 2026 werd verdachte in vrijheid gesteld, waarna hij zijn belagingsgedrag vanaf mei 2026 hervatte door aangeefster opnieuw veelvuldig te bellen en zich op te houden bij haar woning. Verdachte was dagelijks aanwezig en gooide stenen of sloeg met stokken tegen de ramen van de woning. Toen verdachte gevraagd werd weg te gaan gaf hij aan dat hij aangeefster iets aan zou doen. Het gedrag van verdachte was dermate beangstigend, dat aangeefster op 3 juni 2026 met de kinderen bij haar ouders ging wonen. Verdachte bleef hierna rondhangen bij de woning van aangeefster en hield zich daarnaast ook op in de buurt van de woning van haar ouders. Verdachte wilde de woning van aangeefster binnengaan, wilde met haar spreken en zijn kinderen zien. Uit de aard van zijn gedragingen en zijn dreiging om aangeefster iets aan te doen leidt de rechtbank af dat verdachte ook het oogmerk had om aangeefster vrees aan te jagen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1 op meer momenten in de periode 1 november 2025 tot en met 25 juni 2026 te Breda, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door- zich meermalen op te houden bij de woning van die [aangeefster] en de ouders van die [aangeefster] , en
- meermalen te bellen,met het oogmerk die [aangeefster] te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen;
feit 2 op 24 juni 2026 in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 13 juni 2026, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant, door zich in strijd met de gedragsaanwijzing te bevinden in de [adres] en in strijd met de gedragsaanwijzing contact te hebben met [aangeefster] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaar, onder oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Hierbij is verzocht om het contact- en locatieverbod op te leggen in de vorm van een 38v-maatregel (artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht), op straffe van 1 week hechtenis bij iedere overtreding met een maximum van 6 maanden. Van de bijzondere voorwaarden en de 38v maatregelen is de dadelijke uitvoerbaarheid gevraagd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om te volstaan met een straf die gelijk is aan de duur van het voorarrest, zodat verdachte niet meer in detentie hoeft te blijven.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich gedurende zeven maanden schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster en heeft in diezelfde periode een gedragsaanwijzing overtreden. Nadat aangeefster de relatie met verdachte had verbroken, heeft verdachte haar vrijwel dagelijks lastiggevallen door rond te hangen bij haar woning en haar veelvuldig te bellen. Verdachte verbleef in de schuur en de tuin van aangeefster waar hij harddrugs gebruikte. Ook probeerde hij de woning van aangeefster binnen te komen. Het gedrag van verdachte werd dermate beangstigend dat aangeefster zich genoodzaakt voelde om met de twee kinderen van partijen bij haar ouders te gaan wonen. Ook daar viel verdachte aangeefster lastig door zich op te houden (in de nabije omgeving) van de woning van de ouders. Aangeefster en de politie hebben verdachte meerdere keren gevraagd om zijn gedrag te staken en ook is hem een gedragsaanwijzing gegeven, maar dit alles mocht niet baten.
Verdachte heeft door zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Het spreekt voor zich dat zijn gedrag uiterst onaangenaam en beangstigend voor haar is geweest, maar ook voor hun twee kinderen en de familie van aangeefster. Aangeefster herkende verdachte niet meer en was bang voor hem. De rechtbank vindt het bijzonder kwalijk dat ook de kinderen zijn blootgesteld aan het laakbare gedrag van hun vader en dat zij door hem tijdelijk hun eigen huis moesten verlaten. Uit het dossier blijkt verder dat de moeder en zus van aangeefster grote angst hebben dat verdachte aangeefster iets zal aandoen.
De rechtbank houdt bij de strafbepaling rekening met het strafblad van verdachte waaruit naar voren komt dat verdachte op 17 juli 2026 door de politierechter is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken voor het plegen van huisvredebreuk en twee diefstallen. Dit betekent dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Ook wordt acht geslagen op het reclasseringsadvies van 28 augustus 2026. De reclassering ziet risico’s op alle leefgebieden en beschermende factoren zijn er niet. Verdachte heeft ernstige verslavingsproblemen en zijn psychosociaal functioneren staat onder invloed van een zorgelijk ziekteproces sinds 2019. Hij bagatelliseert de ernst van de bewezenverklaarde feiten, toont beperkt inzicht in zijn verslavingsproblematiek en houdt medewerking met de reclassering af. De bereikte abstinentie in detentie biedt wel basis voor plaatsing in een begeleide woonvorm van waaruit kan worden gestart met behandeling, dagbesteding en praktische ondersteuning. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog.
Zij adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, ambulante behandeling met de mogelijkheid tot kortdurende opname, verblijf bij begeleid wonen, dagbesteding, aflossing van schulden, beheersing van middelengebruik en oplegging van een locatieverbod en een contactverbod met aangeefster. Geadviseerd om de voorwaarden en het toezicht daarop dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De rechtbank heeft op de zitting van 29 september 2026 gesproken met verdachte over zijn belagingsgedrag. Verdachte verklaarde dat in het verleden kanker bij hem is geconstateerd en dat hij daarna in een neerwaartse spiraal terechtkwam en zwaar verslaafd raakte aan harddrugs. Terugkijkend begrijpt verdachte dat hij op geforceerde wijze contact heeft proberen te leggen met aangeefster en dat hij niet op de juiste manier heeft gehandeld. Verdachte verklaarde nu drie maanden abstinent te zijn van drugs en positiever in het leven te staan. Hij wil meewerken aan alle bijzondere voorwaarden, maar een contactverbod met aangeefster vindt hij lastig, omdat hij zijn kinderen wil kunnen zien en spreken. Verdachte heeft reeds contact met SMO Breda en kan per direct terecht bij [woonvoorziening] in [plaats 2] .
Alles afwegend vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 143 dagen passend en geboden. Een deel hiervan, te weten 45 dagen, wordt voorwaardelijk opgelegd om oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden mogelijk te maken. De rechtbank vindt dit noodzakelijk gezien het hoge recidivegevaar en de relatief korte periode van abstinentie van harddrugs. De rechtbank zal het contact- en locatieverbod opleggen in de vorm van een
38v-maatregel zoals dit door de officier van justitie is gevorderd. Met de reclassering en de officier van justitie ziet de rechtbank redenen om de bijzondere voorwaarden, het toezicht daarop en de 38v-maatregelen dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De rechtbank heeft gezien dat verdachte er ter terechtzitting beter bij zat. Het abstinent blijven van drugs heeft hem zichtbaar goed gedaan. Met de bovenstaande straf geeft de rechtbank verdachte niet alleen straf, maar ook een mogelijkheid om zijn leven weer op orde te krijgen. Verdachte zal het moeten laten zien en niet terugvallen in het gebruik van harddrugs, ook op momenten dat het tegenzit.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 184a en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: Belaging;
feit 2: Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 143 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
* dat verdachte zich meldt op afspraken met Novadic-Kentron-reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
* dat verdachte zich laat behandelen door forensische polikliniek Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en/of andere problematiek. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
* dat verdachte verblijft bij SMO Breda of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
* dat verdachte voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* dat verdachte meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat verdachte zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden;
- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
Maatregelen
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 1990;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 2 jaar zich niet zal ophouden binnen het gebied dat wordt omzoomd door de [gebied] zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt (zie de Google Maps afbeelding)
[afbeelding geanonimiseerd]
De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan verdachte toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden. Verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter,
en mr. D.H. Hamburger en mr. A.R. van Triest, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 oktober 2026.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op/in of omstreeks een of meer momenten in de periode 1 november 2025 tot en met 27 juni 2026 te Breda,wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door- zich meermalen op te houden bij de woning van die [aangeefster] en/of de ouders van die [aangeefster] , en/of- meermalen te bellen, en/of- meermalen berichten te sturen,met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/ofvrees aan te jagen;( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 24 juni 2026 te Tilburg, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 13 juni 2026, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant, door zich in strijd met de gedragsaanwijzing te bevinden in de [adres] en/of in strijd met de gedragsaanwijzing contact te hebben met [aangeefster] ;( art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht )